Ziek

Zijn handen zoeken steun bij een kastje en mijn arm, en met een ultieme krachtsinspanning lukt het hem om overeind te komen. Dan volgt onvermijdelijk het trillen. Het zoeken naar evenwicht, het zoeken naar een restje spierkracht, en de onzekerheid of de benen, die alweer een tijdje niets hebben gedaan, nog wel zullen gehoorzamen aan de opdrachten van boven. Voor de toeschouwer lijkt het alsof hij is vergeten hoe het ook alweer moet, lopen.

Het lukt om een pasje opzij te schuifelen, en dan nog een en dan nog een. Eenmaal in beweging gaat het altijd wat beter.
‘Waar wil je heen, pap? Wil je naar de badkamer?’
‘Nee, gewoon een paar stapjes zetten.’
De drie pasjes opzij worden teruggezet, en dan laat hij zich weer op het bed zakken. Dat was het dan, de workout voor vandaag. Hij moet ervan bijkomen alsof hij zojuist de marathon heeft volbracht.

Verder lezen Ziek