Rotkop (17 en 18)

De verzoekjes stromen weer binnen. Feitelijk komt het erop neer dat ik deze rubriek heb terwijl ik zelf nooit een rotkop zie, en dat u driftig op zoek gaat en mij nederig op de hoogte stelt zodra u iets gevonden heeft. Dat geeft een machtig gevoel, alsof ik er een dik belegde boterham mee zou kunnen verdienen.

Dat (die belegde boterham) brengt me op de eerste rotkop van vandaag, ingezonden door Baarsje. Een weinig tactvolle combinatie van rotkop en rotfoto levert, tsja, een rotgezicht op:

Wat een rotgezicht

De tweede is ingestuurd door Lijn en toont ragfijn het gevoel voor humor van de gemiddelde persoon die in Joop.nl een aanwinst voor het publieke debat ziet.

Wat een rotkop

Ik vond die Vegan Streaker zelf trouwens ook al een behoorlijke rotkop hebben.

Vertaalhulp gezocht

Het viel te verwachten dat ik het Spaans niet zonder slag of stoot onder de knie zou krijgen. Dat daarnaast ook het Engels en het Frans voor problemen zouden zorgen, was minder voorzien, zeker niet wanneer alle talen netjes ter vergelijking naast elkaar gepresenteerd worden.

Kan iemand mij vertellen in welke eeuw(en) men de kerk die hier op een steenworp afstand vandaan staat, heeft uitgebreid? (klik voor groterder)

Las Salesas

Th

Ik weet niet of het u ook al opgevallen is, maar ik vind het toch aardig verdacht worden dat zo veel pandemieën hun oorsprong vinden in Spaanstalig gebied. Dat was in 1918 al zo, en dat is nu niet anders met de Mexicaanse griep. Dat kan haast geen toeval meer zijn, zeker wanneer je bedenkt dat in de bloedhitte van Mexico en Spanje verspreiding van een griepvirus onder normale omstandigheden theoretisch vrijwel uitgesloten is.

Volgens mij heeft het alles te maken met het taalgebruik van onze Iberische vrienden.

Kijk, in het Engels heb je de þorn. Dat heeft niets met vleeshandel te maken, maar dat is de th-klank die door Nederlandse minister-presidenten afwisselend als d, t, s of z wordt uitgesproken:

I sink det America has somesing wit de Nezzerlands det we sorrowly enjoy.

De rechtgeaarde Brit doet het met een zuchtje adem, terwijl hij met het puntje van zijn tong lichtjes zijn voortanden toucheert, alsof die onder hoogspanning staan: the. Heel vluchtig, the. The, the. Daar krijg je geen koorts van, hooguit rillingen.

Nee, dan de Spanjaard! Die klemt zijn tong stevig tussen voortanden en verhemelte, blaast uit alle macht alsof er een alcoholcontrole gaande is en laat daarbij de bovenlip vrijelijk en ontspannen wapperen. Gevolg: het speeksel vliegt in de rondte, bacillen hebben vrij spel. Het kan haast niet anders of de uitspraak van deze klank gaat gepaard met enorme hoeveelheden consumptie.

Con-thoen-thjón, in goed Spaans.

Althans, dat maak ik ervan, want in mijn conthepthjón van het Spaans wordt alles wat ook maar enigszins neigt naar een sisklank automatisch omgevormd tot zo’n speekselrijk gebeuren – alsof alle Spanjaarden continu die Disney-eend Sylvester (Thil-veth-per! Desthpicable!) aan het imiteren zijn. En vandaar dus die rappe verspreiding van allerlei nare ziektes. Mijn kennis van het Chinees schiet tekort om de Hongkong-griep en SARS (THARTH in Spanje) te verklaren, maar ongetwijfeld heeft dat ook zo zijn eigenaardigheden.

Thtrakth ga ik er weer naartoe, naar Ethpaña. Gelukkig weet ik al wat ik moet zeggen als ik de rethepthión van het hotel binnenwandel – waarbij ik me er overigens enorm op verheug om mijn hoofd ondersteboven te houden om duidelijk te maken dat ik een vraag ga stellen:

¿Habla Inglés?

Daarvan weet ik tenminste zeker dat je de -s ook gewoon als s uitspreekt. En dan maar hopen dat er aan de andere kant niet al te fanatiek ¡Thi! of Yeth, of courth! wordt teruggefluimd.

O ja, van het RIVM moet ik een thermometer meenemen. Dat spreken wij tenminste normaal uit, zonder poethpath.

Smeerbaar

Roomboter. We weten het allemaal: het smaakt gewoon naar boter, maar omdat het zo kut smeert, is het ergens toch lekkerder. Dat is een heel normaal menselijk principe, dat je iets beter waardeert naarmate je er meer moeite voor hebt gedaan. En wat brengt ons dan de vrije markteconomie? Koelkast smeerbare roomboter. Smaakt nog steeds hetzelfde, maar is toch lekkerder (want roomboter), alleen nu zonder het ongemak van het kutte smeren. Noem het vooruitgang.

Maar: koelkast smeerbaar! Wat dat nu weer voor constructie?

Kijk, mensen die van huidkanker houden, zijn niet zomaar bruin, maar zonnebankbruin. ‘Zonnebank’ is dan een verfijning op de almachtige rijkdom van het begrip ‘bruin’, zodat we direct weten over welke schakering van deze smeerpoetserijkleur, die hopjesvla, fecaliën en dus huidkanker in zich verenigt, we het precies hebben. Je kunt daar eindeloos in variëren: zonnebankbruin, huidkankerbruin, driesroelvinkbruin of torremolinosbruin verwijzen allemaal naar hetzelfde, maar het zou nogal vreemd zijn om een huidteint aan te duiden als fritzlbruin, naar de kinderen van opavader Fritzl die hun leven lang in een kelder hebben doorgebracht.

Het idee van roomboter die je in de koelkast bewaart, is dat je een brok graniet kweekt waar Cristiano Ronaldo nog geen deuk in kan schieten. Pas na drie uur op de verwarming kun je met een hamer en een beitel voorzichtig proberen de eerste bres in het massief te slaan. Eén ding moet duidelijk zijn: de koelkast voegt in het geheel niets toe aan de smeerbaarheid van de roomboter, en heeft hier zelfs, als het een koelkast is die doet wat-ie moet doen, namelijk koelen, een negatieve invloed op. Van echte koelkastsmeerbare roomboter zou je dus mogen verwachten dat het rotter dan rot smeert, maar wat blijkt? Als je zo’n pakje koopt, blijkt er een substantie in te zitten die nog net niet vloeibaar is.

Ondanks het een toch het ander: reclamemakers hebben bedacht dat je dat best in één begrip kunt vatten, en geven daar zoals het hoort natuurlijk weer een gratis foute spatie bij weg. Zo is de wasverzachter van Silan tegenwoordig droogtrommel spatie fris. Welnu, liefhebber van frisheid die ik ben, heb ik mij direct enkele uren in mijn droogtrommel opgesloten, maar ik kan u verzekeren: daar is niks fris aan. Het is er niet pluis, in de droogtrommel.

Het zal een dolle boel worden als we allerlei samenstellingen kunnen maken waarbij het eerste deel niet langer uitsluitend een beperking van het tweede deel kan zijn, maar ook een uitbreiding, zonder dat direct duidelijk welke van de twee opties bedoeld wordt. Als Ariel straks komt met varkensfris, en dat irritante wollige kutbeertje van Robijn naast lentefris ook ineens herfstfris gaat aanprijzen, hoe moeten we dat dan uitleggen? Nog maar te zwijgen over de ambiguïteit van het begrip ‘fris’, dat natuurlijk ook nog naar een temperatuur kan verwijzen (‘nu ook op 15 graden varkensfris!’).

Een welverdiend biertje na een lange week vruchteloze arbeid? Rotweekverrukkelijk.
Dion Graus die het opneemt voor de dieren? Wildersvredelievend.
En je vrouw die zogenaamd geen zin heeft? Hoofdpijngeil.

Wat zeg ik? Koelkastsmeerbaarboterhoofdpijngeil.

Dichter bij de kiezer (3)

Hasso Weeke. Niermala Jankie. Rikus Brader. Spencer Zeegers. Arno Uijlenhoet. Ingrid Gyömörei.

Bas Belder. Stephan Schaminée. Klaas Koelewijn. Hans Hekstra. Frank Futselaar. Meta Meijer. Madelene Munnik. Reinder Rustema. Jamila Yahyaoui.

Rob IJff. Jan Lock. Tom Buckx. Melissa Bax. Joop Klomp. Det Regts. Lex Sjerp. Bernd Roks.

Nees Pellikaan. Jan-Leendert ’t Lam. Maurice de Valk. Dick de Vos.

Rogier Elshout. Bas Eickhout. Johan Kwisthout. Denis Wood. Joop Klomp. Rob Bosma. Nora Borsboom.

Björn van Roozendaal. Ans van Zeeland. Mendeltje van Keulen. Nicole van Gemert. Nadya van Putten.

Jannewietske de Vries. Stieneke van der Graaf. Stientje van Veldhoven-Van der Meer. Tjitske Siderius.

Helga Duijfjes-Dissel. Rineke Gieske-Mastenbroek. Gerdine Visser-Westland. Marianne Kallen-Morren. Ria Oomen-Ruijten.

René Cuperus. Kenneth Naipal. Sander Boon. Ivo Thijssen. Unico van Kooten.

Evert-Jan Brouwer. Diederik Visser. Ewout Deurwaarder. Alexandra Strieker.

Louis Huijskes. Anton Cozijnsen. Daniël van der Stoep.

Jolanta Polomski. André Kolodziejak. Els Graczyk.

Rena Netjes. Joma Kaal. Frank Verveld.

Robert de Oude. Esther Ouwehand. Rein van Gisteren.

Dennis de Jong. Niels Jongerius. Frank Neumann. Rein van Gisteren.

Fred Lachman. Jochem Pleijsier. Alexander Brom. Martin Siecker. Winand Quaedvlieg.

En natuurlijk Jaap van Eenennaam. Die dacht dat hij eronderuit zou komen.

[zie ook: Dichter bij de kiezer, Dichter bij de kiezer (2)]