Krat (bn.)

‘Zo Michael, de Tour zit er bijna op. Maar die Aubisque, dat was een zware, hè?’
‘Nou, in het begin ging het wel, toen zat ik nog goed in mijn ritme, maar op een gegeven moment kwam ik in dat kratte gedeelte, en toen zat ik echt helemaal stuk.’

‘Hoe was je examen geschiedenis, knul?’
‘Moeilijk man. Het multiple choice-gedeelte ging nog wel, maar het kratte gedeelte, daar snapte ik echt helemaal niks van.’

‘Zeg, hoe lang duurt die opening nou eigenlijk?’
‘Geen idee. Ik weet alleen dat het officiële gedeelte tot half negen duurt, maar het kratte gedeelte wil nog wel eens uitlopen.’

‘Hee Fatima! Waar vind ik een Rabobank?’
‘Daar, zie je die straat daar? Voorbij het kratte gedeelte, daar zit er een.’

‘Waar kan ik hier mijn lege flessen inleveren?’
‘Daar! Maar het kratte gedeelte niet gebruiken hoor!’

De man achter het onvolprezen spatiegebruik.nl stelde naar aanleiding van mijn gemekker over Hinderlijk Hoofdlettergebruik al voor om een keten te beginnen. Maar dit hier is onjuist spatiegebruik, onjuist tussen-n-gebruik en onjuist hoofdlettergebruik in één. En dat in drie woorden.

Zitvlak

De Tour de France is alleen de moeite van het volgen waard op broeierige zondagmiddagen waarop je probeert bij te komen van twee heftige bacchanalen ter viering van je verjaardag, en dan alleen als er toevallig een zware alpenetappe is.

En dan nog. Urenlang turen naar gedrogeerde mannen op een fiets is gewoon niet zo mijn ding, weet je. En dat onuitroeibare tenenkrommende martsmeetsjargon ook de hele dag, vreselijk gewoon.

Het was weer de dood of de gladiolen vandaag. Menigeen stuiterde over het asfalt in een gevaarlijke afdaling. Er waren renners die zich het snot voor de ogen fietsten, maar er waren er ook die op de flanken van de Roselend geparkeerd stonden. En de pedanterik Moreau en de laffe koerser Valverde reden hun eigen karretje in de poep.

Een paar dagen geleden kneep Oscar Freire definitief in de remmen. Hij ondervond te veel hinder van een zitvlakblessure. Voorafgaand aan Freires besluit om uit de Tour te stappen werden alle sportpagina’s eerst drie dagen gedomineerd door de inmiddels vermaarde derrière van de Spanjaard. Wat hem precies mankeerde werd nooit duidelijk, maar steeds ging het om zijn zitvlak, nooit eens over zijn achterste, zijn ferme bilpartij, gewoon zijn kont, voor mijn part zelfs zijn aars of, voor de Vlaamse wielerliefhebbers, zenne poep. Nee: zitvlak.

Oscar kan vandaag niet fietsen, hij heeft een zitvlakblessure.

Zitvlakblessure. De eufemismiteit druipt werkelijk van het woord af; het kan haast niet anders of iets bijzonder delicaats wordt hier op subtiele wijze verbloemd.

Wat zou er aan de hand geweest kunnen zijn? Aambeien? Een ontstoken kringspier? Rectaal toegediende doping die op een verkeerde plek in de endeldarm beland was? Een uit de klauwen gelopen feestje met de ploegmaats? Of was er sprake van doodordinaire zadelpijn?

Hadden we Harmen Siezen nog maar om het ons te vertellen.

[wp_youtube]orotOFVy40c[/wp_youtube]

De Hoofdletter

De Hoofdletter is geen vriend van mij. Ik heb hem ook zelden nodig, moet ik erbij zeggen. Ik houd van lange zinnen, hetgeen kenmerkend schijnt te zijn voor mensen die klassiek geschoold zijn, waarvan zodirect akte, en zelfs ‘iamzero’ schrijf ik zonder hoofdletter, bescheiden en nietig als ik ben, een nul, net zo min als jullie allemaal, en bepaalt u zelf maar of u tussen ‘zo’ en ‘min’ een spatie wilt lezen (ja, denk daar maar eens over na).

Dan ga ik intussen verder met de Hoofdletter. Steeds vaker zie ik Hem, en steeds vaker vraag ik me af waarom Hij daar is. Neem nu dit voorbeeld, van een toch respectabel Schrijfster. Tussen het kleinkapitalistische geweld staat daar toch echt, abonneert u zich maar op de RSS-feed om het Bewijs geleverd te krijgen, Tijdelijke oefening in Forenzen.

Ik forens vijf dagen per week, en ik kan u verzekeren dat daar niets bijzonders aan is. Er zijn iedere dag letterlijk treinladingen vol forenzen. Wat in vredesnaam is dan Forenzen met een hoofdletter? Is dat Extra Vroeg forenzen? Is dat forenzen met een eersteklaskaartje? Is dat forenzen met zo’n vreselijk indewegstaanderig KloteVouwSpatieFietsje waarvan ik me tussen twee Haakjes echt afvraag hoe Gratis ze nog zijn om mee te nemen als iedere Forens dat gaat doen? Wie het weet mag het zeggen.

Of hiero: Mijn liefde voor De Inktvis. Wie is nu weer De Inktvis? De jongste telg uit de familie Inktvis? Deetje? Nee toch? De schrijfster heeft het hier toch gewoon over haar Liefde, waarvan ik overigens weet dat die onmetelijk is, maar dat terzijde, voor anonieme inktvissen (mv.)? Waarom dan niet gewoon ‘Mijn liefde voor inktvissen’?

Ik weet wel waar het vandaan komt, hoor. Er was ooit een meneer, woonachtig in een grot en later trouwens ook nog bekend om zijn merkwaardige opvatting van de Liefde, maar dat wederom terzijde, die Wijze Dingen zei over de dingen die wij zoal waarnemen. Vraag iemand een stoel te beschrijven en hij zal met zoiets aankomen: een houten Ding met vier keer de Poot (waar je aan kunt zagen), en het Zitvlak (waar je van af kunt springen). Dat hout is natuurlijk niet noodzakelijk, maar die vier poten ook niet. En er zijn zat dingen waar je op kunt zitten en van af kunt springen die geen stoel zijn (maar wel dodelijk). Wat definieert dan eigenlijk nog De Stoel, het broertje van Henny?

Kennelijk zit er in de diepste Krochten van ons hoofd ergens een Proto- dan wel Archetype van De Stoel verstopt, zonder dat we die kunnen tekenen omdat Die Ene Archestoel nu eenmaal niet tegelijk vier en twee poten kan hebben. Hij is dus zo abstract als maar zijn kan, de Idee Stoel.

Ja, de Idee, zo noemde Plato dat, en dat leidde er in de jaren negentig al toe dat sommige mensen bij iedere ingeving die ze hadden zeiden: ‘Nou, de idee is dus om het zus en zo te doen.’ Maar nooit, ik herhaal nooit, heeft Plato gezegd dat de Hoofdletter gebruikt moet worden om het Fenomeen in kwestie, het Concept zo u wilt, of het Begrip, het Abstractum, de Entiteit, aan te duiden. En toch is dat precies wat steeds vaker gebeurt, sterker nog, het gebeurt wanneer er gans geen sprake is van een Idee in filosofische Zin, maar van iets Heel Concreets. Bijkomend Effect: het Meervoud is Verboden Terrein.

Dus niet: ‘vrijdag ben ik jarig’ (ja heus, lezertjes!) maar ‘vrijdag is de Verjaardag’.
En niet ‘mmmm lekker, pannenkoeken!’ maar ‘Ik ben dol op de Pannenkoek’.

De Rilling over het Lijf. Het Schuim op de Lip.

En wat zegt Wikipedia?

[Plato] beschouwde alles in onze wereld als een voorbijgaande, aan verval onderhevige kopie van een ideale Vorm [bewijs] met een permanent en onvergankelijk bestaan buiten ruimte en tijd.

Fijn toch, dat Wikipedia. De Bijdrage is dat de Hoofdletter het Slachtoffer van de Toorn des Zero’s wordt is geworden.

Keihard

Steeds als Mark Rutte het woord ‘keihard’ in de mond neemt, moet ik denken aan pudding en snoteieren. ‘Stevig’, gebruikt hij ook heel vaak, en mijn eerste associatie is dan meestal een kaartenhuis.

Voor de goede orde: Mark Rutte is de stevige leider van de VVD, die vorige week keihard moest optreden nadat Rita Verdonk hem had uitgemaakt voor fatsoenlijk, maar niet rechts. Ik zag daar het probleem niet zo van in. Stel je toch voor dat Rita Verdonk je wél rechts vindt, dan zou ik zelfs als VVD’er direct gaan twijfelen aan mijn fatsoen. Maar Rita zal het ongetwijfeld als grap bedoeld hebben, want zelf is ze ook helemaal niet rechts. Niet links ook trouwens, maar, zoals we allemaal weten, recht-door-zee.

Rutte vond het in eerste instantie ook allemaal niet zo erg. Hij pakte de stevige Rita bij de arm, wilde weer zo’n leuk dansje opvoeren, maar sleepte haar uiteindelijk bij gebrek aan muziek gewoon door de wandelgangen van de Tweede Kamer, waar hij overigens keihard voor moest trekken. De zaak was daarmee afgedaan: ‘Dit was typisch een bedrijfsongeval.’

Drie dagen later zijn de woorden van Verdonk plotseling meer dan een bedrijfsongeval. Rutte is woest, ziedend! Stoom blaast uit zijn oren als hij de pers te woord staat: ‘Genoeg is genoeg! Wie zichzelf niet kan wegcijferen voor de liberale visie, die hoepelt maar op!’

Als Mark boos is, is zijn woordkeus altijd een beetje ongelukkig. Hij weet op zo’n moment dat van een sterke leider krachtige woorden worden verlangd, maar in plaats van ieder dissident geluid rücksichtlos te bestraffen met een enkele voetreis naar Siberië komt hij niet verder dan de dreiging van ophoepelen, een hopeloos woord uit de jaren vijftig, toen onderwijzers nog overwicht hadden. Wat dat betreft kan Mark nog een hoop van Rita leren op het gebied van mensen uitzetten.

Maar Mark wil Rita helemaal niet uit de fractie gooien, dat geeft hij zelf ook toe. Alleen moet ze tegenover de media wel uitsluitend over haar eigen portefeuille praten. ‘Dat is een keiharde spelregel.’ Rita was de eerste om de boterzachte spelregel van Mark te accepteren. Rita is immers dol op regels, en aangezien ze het leiderschap van de VVD als behorend tot haar portefeuille beschouwt, is er voor haar geen vuiltje aan de lucht.

Sowieso niet, als je een spelletje met Mark Rutte speelt. Zou Mark Rutte in zijn leven ooit een potje mens-erger-je-niet gewonnen hebben? Mark lijkt me een fatsoenlijke jongen die zijn poppetje braaf vier plaatsen vooruit zet als hij vier heeft gegooid, maar dan keihard van het bord gekegeld wordt als hij even de andere kant opkijkt. Zo win je natuurlijk nooit mens-erger-je-niet, laat staan het zo vurig gewenste Monopoly.

Loghoer

Ik wil niet arrogant doen of zo, maar het gevoel bekruipt mij wel eens dat het hier allemaal van mij moet komen; dat er weinig van iamzero.nl over zou blijven als ik het voor gezien zou houden. Gelukkig zijn er nog enkele trouwe lezers die mij af en toe een suggestie aandragen. Ze hebben iets opmerkelijks gezien, gehoord, gelezen of anderszins opgevangen, en zijn klaarblijkelijk benieuwd naar wat de grote nul over het onderwerp te melden heeft.

Ik doe er graag aan mee. U vraagt, wij draaien; wat dat betreft ben ik een echte loghoer. Maar als u zich bij het lezen van mijn stukjes wel eens afvraagt of ik nou niks beters wist om over te schrijven, dan kan dat dus kloppen en hebt u de onzin aan een ander te danken.

Dat men mij vraagt om ergens over te schrijven, zou misschien iets kunnen zeggen over de waarde die men hecht aan mijn schrijfsels, maar veel waarschijnlijker is het dat het iets zegt over de geestesgesteldheid van mijn lezers. Kijk bijvoorbeeld eens naar wat ik vandaag in mijn mailbox aantrof (klik voor de berichten):

Al twee maanden plaats ik bijna elke dag een grappig, opvallend, mooi of raar woord in de categorie zerologismen. Daar gaat iedere keer weer een strenge selectie aan vooraf. Je hoort er nooit iemand over.

Maar nu er op nu.nl iets wordt gezegd over lokhoeren hebben bovenstaande afzenders, beiden jongemannen van in de dertig met volgens de laatste berichten allebei een gezonde relatie, ineens ook een leuk woord ontdekt. Dat vraagt om een verantwoording, mannen.

Dichter bij de kiezer (2)

In vergelijking met het poëtische hoogstandje dat de kandidatenlijst voor de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen toch wel genoemd mag worden, valt de lijst voor de Provinciale Statenverkiezingen ietwat tegen. Desondanks heeft de lijst een aantal fraaie nominaties opgeleverd.

In de categorie Kort maar krachtig: Eli Ros, Paul The, Stan Uijl.

In de categorie Klein maar fijn: Jan Kastje, Hans Mandjes, Harold IJskes.

In de categorie Tel je zegeningen: Trudy van Drie, Cecile Vierstra, Jantien Kramer.

In de categorie Beste nieuwe binnenkomer: Köksal Gör, Naima Ajouaau, Yuen Keong Ng.

In de categorie Zit jij wel bij de goede partij?: Dirk Pastoor en Willem Paap (SP), Aad Rood (De Groenen), Mensje van der Steen (Partij voor de Dieren).

In de categorie Drank maakt meer kapot dan je lief is: Marten Bierman, Tsjitske Biersteker-Giljou, Gerti Bierenbroodspot. (Eervolle vermelding: Wim Nugteren.)

In de categorie Dat kan nog eens tegen je gebruikt worden: Sascha Baggerman, Yolanda Stil, Menno Schraal.

De winnaars zijn bekend op woensdag 7 maart a.s.!

Balansen

Frits Barend noemt zichzelf geen Frits Barend maar Frits Barond. Echt ontzettond vervelond en storond is dat, en dat bedoel ik nu eens niet gekscherond.

Een verre voorvader van Frits Barond moet zich op een avond, het was nog in de tijd dat dieren geen rechten hadden en ganzen per trechter gevoerd werden, zo ongenadig volgevreten hebben, dat hij verklaarde ‘zich een gans’ gegeten te hebben. De overlevering maakte daarvan dat hij zich ‘ongans’ had gegeten, wat natuurlijk bevreemdond is als je bedenkt dat het dier dat bij uitstek met vetmesterij geassocieerd wordt, juist wél een gans is.

Tegenwoordig hoef je je in het geheel geen gans meer te eten. Wie anno 2007 zijn pens te vol vreet, is niet per definitie een dom gansje, als hij de volgende dag tenminste maar een Balansdag® neemt. De Balansdag® is de nieuwe corrigerende tik van Hans Hoogervorst, wiens eerdere methode tegen overgewicht (klik) bij het grote publiek niet erg aansloeg. Een dag niet gebalanst is een dag minder geleefd, is nu het devies. Vraag daarom nu het Balansdag® informatiepakket aan, of meld u aan voor de Balansdag® nieuwsbrief!

Balansdag. Er zijn mensen die dat bedacht hebben, en na die inspanning waarschijnlijk drie balansweken vrij hebben genomen.

Maar balansen wordt wel dé hype van de eenentwintigste eeuw. De toepassingen zijn oneindig. Ik werk bijvoorbeeld veel te hard en doe gemiddeld vier keer meer dan mijn collega’s. Voortaan ga ik dus om elf uur naar huis, om de rest van de dag aan balansuren te spenderen. Op Noorderslag werd jarenlang groot talent bekroond met de Popprijs, maar dit jaar ging Spinvis met de prijs aan de haal: balansjaartje. De aarde is in de afgelopen millennia koud genoeg geweest, en heeft daarom een balansklimaatverandering (of noem het een balansbroeikaseffect) in gang gezet.

Balansen wil niet alleen zeggen dat je eerdere ongeremde uitspattingen moet zien te beteugelen; omgekeerd balansen komt ook voor. Als een vrouw al te lang volhoudt dat ze hoofdpijn heeft, wordt het toch een keer tijd voor een balanswip. Wie weer een maand onder het bestaansminimum heeft overleefd, snakt naar balansvoedsel tegen de honger. En als de Amerikanen een week drie dagen vijf uur geen Irakees overhoop hebben geknald, mogen ze zich daarna ter compensatie en als beloning voor het goede gedrag weer even lekker uitleven.

En zo begeven wij ons op de gulden middenweg waarvan we de breedte zelf mogen bepalen. Al balansond.