Oplieren

Het begon, kort na de uitbraak, allemaal met een gereedschapskist in de strijd tegen het coronavirus. Gisteren bleek dat daar een grote, lompe hamer in zit, die hopelijk groot genoeg is om minuscule druppeltjes en aerosolen mee plat te slaan. In de tussentijd zijn met die hamer een gammele app en een dashboard gebouwd; daarna is een dito escalatieladder in elkaar getimmerd, die nu is opgelierd tot routekaart.

Na een half jaar crisis beginnen we met zijn allen wel wat persconferentiemoe te worden; sommigen vinden zelfs ronduit dat het kabinet moet oplieren. Het trucje kennen we zo langzamerhand wel: een dag voor de persco worden de maatregelen in de week gelegd (in vakjargon: uitgelierd) om te kijken wat de mensen ervan vinden; Xander van der Wulp mag vlak voor aanvang raden wat Rutte zal gaan zeggen, waarna Rutte de voorspelde maatregelen een voor een opliert, waarna Xander ze nog een keertje mag samenlieren, met als gevolg dat de maatregelen helemaal uitgekauwd en opgelierd zijn nog voordat ze goed en wel in werking treden.

Verder lezen Oplieren

Spijt

Premier Rutte heeft zaterdag spijt uitgesproken over het niet kunnen beschermen van Srebrenica door Dutchbat in 1995, maar bood er geen excuses voor aan. Dat deed hij in een videoboodschap, omdat hij vanwege de coronamaatregelen helaas zelf niet aanwezig kon zijn bij de herdenking in Potočari. Ook dat vond hij heel spijtig, maar ook daar kwamen geen excuses voor.

Eerder bood Rutte wel excuses aan voor het handelen van de Nederlandse overheid in de Tweede Wereldoorlog, en kreeg Indonesië bij monde van Willem-Alexander regrets and ap ehh ehh pologies voor het Nederlandse geweld in de onafhankelijksoorlog. In de casus ‘slavernijverleden’ zijn we nog niet zover: nadat er waarschijnlijk eerder sprake was geweest van ‘onhandig’, ‘een zwarte bladzijde’ en ‘enige wroeging’, betoonde Roger van Boxtel in 2001 ‘diepe spijt, neigend naar berouw’, wat twaalf jaar later door Lodewijk Asscher werd geüpgraded tot ‘diepe spijt en berouw’. Er zal eerst nog wel sprake zijn van een indringend schuldbesef voordat de excuses er rond 2050 alsnog komen.

Verder lezen Spijt

Het nieuwe nieuwe normaal

Mark Rutte en consorten moeten nodig eens ophouden met het gebruiken van termen als ‘de anderhalvemetersamenleving’ en ‘het nieuwe normaal’. Dat schrijven de planbureaus SCP, CPB en PBL samen met het RIVM aan het kabinet. De termen zouden te veel suggereren dat tijdelijke maatregelen een permanent karakter hebben, en daar zitten de mensen niet op te wachten.

Het moet gezegd worden dat de planbureaus er geen gras over laten groeien. Ten tijde van het Krijt duurde het nog weleens 80 miljoen jaar en was er massa-extinctie van dinosauriërs voor nodig om hen ervan te doordringen dat die term toch echt een beetje achterhaald was en men beter van het Paleogeen kon spreken. Het nieuwe normaal bestaat amper twee maanden en Rutte moet al denken aan een nieuw nieuw normaal.

Verder lezen Het nieuwe nieuwe normaal

Roeptoeteren

Je kunt van corona vinden wat je wilt, een positieve invloed op ons vocabulaire heeft het wel. Wie eenzaam is gaat quarantinderen, wie zijn lockdownkilo’s kwijt wil raken gaat quarantennissen op Wiibledon (hopelijk komt er geen raamvisite langs), en binnenkort dragen we allemaal een mauricedehondkapje tijdens de balkonbingo.

Helaas leidt Covid-19 ook tot een stortvloed aan meningen, die – zoals inmiddels bij ieder onderwerp van enige importantie gebruikelijk is – niet alleen gevormd maar ook nog eens geuit dienen te worden. Voor het luidkeels en ongenuanceerd delen van die visies door de zeventien miljoen virologen die ons hele kleine stukje aarde rijk is, is een begrip in zwang geraakt: roeptoeteren.

Ik realiseer me dat ik aan de late kant ben omdat het woord in 2013 in de Van Dale werd opgenomen, maar helaas moet ik dit fout rekenen.

Verder lezen Roeptoeteren

Toilet voor geen gasten

In lang vervlogen tijden van jeugdige overmoed wilde ik hier nog wel eens een van innerlijke woede doordrenkt stukje plaatsen waarin ik korte metten maakte met wild om zich heen slaande taalverschijnselen die zo spoedig mogelijk de kop in gedrukt dienden te worden. Was ik werkelijk in de veronderstelling dat de mensen die mijn stukjes helemaal leuk vonden de boodschap ook helemaal serieus zouden verspreiden, om zodoende een kentering teweeg te brengen?

Waarschijnlijk niet, maar op 1 augustus 2010, toen ik binnenliep bij een etablissement dat onderstaand bord uitgestald had staan, had ik het zinloze van mijn naïeve missie in ieder geval al ingezien:

toiletvoorgeengasten2010

Toilet voor geen gasten.

Het is niet dat hier nu een structureel taalprobleem geïllustreerd werd, maar een opmerkelijke constructie was het zeker. Toilet voor geen gasten: werd daar een wc mee bedoeld waar niemand welkom is (maar waarom dan toch geld ervoor gevraagd)? Of een omslachtige manier om de vrouwen-wc mee aan te duiden?

In 2007 was het ongetwijfeld voer voor uitgebreide bespiegelingen geweest. Maar het was 2010: ik plaatste de foto op Facebook. Vijf likes en dat was het dan.

 

 

Het is 9 juni 2013. We wandelen van IJmuiden strand in zuidelijke richting; de wind comfortabel in de rug, maar tegelijk als een mes op de keel in de gedachte aan de terugweg. ‘We gaan bij de eerstvolgende strandtent zitten en lopen dan binnendoor terug.’

Goed plan, en verdomd, daar doemt… verrek, is dat niet… ja, dat is Toilet voor geen gasten! Zou het er nog staan? En ja hoor:

Toilet voor geen gasten, 1 augustus 2010

Goed, niet meteen te negatief zijn: in drie jaar tijd is er geen cent bij gekomen – dit overigens ruimschoots gecompenseerd door de exorbitante prijsstijging van de tosti’s voor geen kaasliefhebbers.

Wie kritischer kijkt, ziet dat de tekst weliswaar in hetzelfde handschrift is geschreven, maar niet identiek is. Iemand heeft dus in de tussentijd minimaal één keer – de gedachte dat het vaker geweest kan zijn beangstigt me – de tekst uitgewist en opnieuw “Toilet voor geen gasten” opgeschreven. Omdat het zo’n succesvolle tekst was. Veel geld mee verdiend.

Wie nog kritischer kijkt, kan bedenken dat het bord niet op 1 augustus 2010 maar misschien al veel eerder geplaatst is. Pickwick Fresh Tea, dat bestond rond 1996. Misschien bestaat er een guldenversie van het bord: Toilet voor geen gasten, fl. 0,25.

In 2016 ga ik weer een keer kijken. Laat het in godsnaam weg zijn tegen die tijd.

De verdubbelaar

Toen ik mij drie jaar terug helemaal opwond over het gebruik van het woord ‘helemaal’ in plaats van ‘heel’ (als in ‘En, hoe was het?’ – ‘Ja, helemaal leuk! Helemaal gezellig!’ – zie hier en hier), had ik niet de minste illusie dat ik daarmee een verderfelijke ontwikkeling tot staan zou brengen. In de donkerste doemscenario’s kwam echter ook niet voor wat zich nu lijkt te voltrekken: dat men het weerzinwekkende ‘helemaal’ lijkt af te zweren ten faveure van een nog veel ergerniswekkender equivalent. Iets wat niet zomaar irritant is, maar echt tenenkrómmend tenenkrommend.

Ik heb het natuurlijk over de verdubbelaar.

Met de beste wil van de wereld zou je er nog net een hang naar authenticiteit in kunnen zien, in de verdubbelaar. Als iets ‘helemaal gezellig’ is, gaat dat gepaard met veel drank en losbandigheid, terwijl je ‘gezellig gezellig’ eerder associeert met kaarsen en diepgaande gesprekken: gezellig zoals gezellig ooit bedoeld is. De buren die drie weken lang in Benidorm Friet van Piet hebben genuttigd maar per ongeluk ook één keer tapas hebben gegeten in een toeristentoko, vertellen bij thuiskomst dolenthousiast hoe ontzettend Spááns Spaans ze hun vakantie hebben beleefd: helemaal echt, zogezegd.

Een realistischer verklaring voor het gebruik van de verdubbelaar is dat we er heden ten dage bij voorbaat al van uitgaan dat we belazerd worden. Bijvoorbeeld:
‘Ik moet voor een feestje iets zilvers aan en dat heb ik helemaal niet.’
‘O, ik heb nog wel een zilveren panty, die mag je wel lenen.’
‘Ja maar het moet wel zílver zilver zijn, hè?’

Met andere woorden: je zult wel met iets vaal grijs aankomen.

En laten we wel wezen, voor dat ‘gezéllig gezellig’ geldt natuurlijk precies hetzelfde. Als iemand je vraagt hoe iets was en je antwoordt anno 2010 niet minstens ‘helemaal gezellig’ of ‘gezéllig gezellig’ maar bijvoorbeeld ‘ja, best gezellig’, dan is dat niets minder dan een brute belediging. Het gevolg laat zich raden: straks hebben we het over ‘gezéllig gezellig gezellig’ of tekenen we, net zoals we aanhalingstekens kunnen gebaren, boven ons hoofd een kleine twee, ten teken van ‘gezellig in het kwadraat’.

Niet alleen verspreidt het verdubbelaarvirus zich angstaanjagend snel, het muteert ook nog eens. Laatst zei iemand tegen een vriendin van mij, die relatietechnisch de gewoonte heeft aan dode paarden te blijven trekken: ‘Jij bent ook niet echt van Schluß-Schluß, hè?’ – waarmee aangetoond is dat ook buitenlandse termen moeiteloos ten prooi vallen aan de verdubbelaar. En waren het in den beginne uitsluitend bijvoeglijke naamwoorden die infectiegevaar liepen, tegenwoordig kun je van Nigel de Jong prima zeggen dat hij niet zomaar een harde voetballer is, maar een sláger-slager. Waarschijnlijk schrijf je dat dan ook nog met een foutieve spatie, maar één geluk: de verdubbelaar vertoont zich vooralsnog niet in geschreven taal.

Ik druk met angst en beven op Publiceren – doodsbenauwd dat de verdubbelaar binnen afzienbare tijd verruild wordt voor iets nog afschuwelijkers. Volgende keer weer een authentiek stúkje-stukje, dat beloof ik.

H-woord

Het lijkt erop dat de Nederlandse politiek eindelijk bij zinnen is gekomen en nu ook de enige overheidshobby die Geert Wilders altijd vergeet als hij het over bodemloze verkwisting van belastinggeld heeft, eindelijk eens kritisch gaat beschouwen. Als de leden van Vereniging Eigen Huis nu net zo onverwacht redelijk blijken te zijn als die van de ANWB, kan het nog eens iets worden met de afschaffing van die krankzinnige hypotheekrenteaftrek. Ik heb daar overigens een hard hoofd in, maar heb als woningbezitter mijn steentje inmiddels bijgedragen door politiek zeer ongewenste antwoorden te geven in de ledenenquête.

Nu de politiek eindelijk gezwicht is, wordt het hoog tijd dat ook in de voetballerij de discussie over het H-woord weer openlijk gevoerd wordt.

Het H-woord werd ooit geïntroduceerd om startende scheidsrechters op weg te helpen, en was erop gericht om veelal jonge supporters op de voetbalmarkt te betrekken. Duizenden liefhebbers vonden door de jaren heen dankzij het H-woord hun weg naar het stadion, zonder overigens dat hier enige vorm van subsidie voor nodig was.

Niemand weet precies wanneer het H-woord in de voetballerij taboe is verklaard. Boze tongen leggen een verband met de modetrend van de afgelopen twintig jaar, waarin de ultrakorte sportbroekjes vervangen werden door halve tenten. Anderen wijzen op de spellingshervorming van 1995, waarin het H-woord plotseling met een tussen-n geschreven zou moeten worden.

Hoe het ook zij, sinds het H-woord uit de stadions is verbannen, vieren openbare geweldpleging en spreekkoren de boventoon. Inmiddels wordt er iedere week wel een wedstrijd in het betaald voetbal stilgelegd als de supporters het na een onjuiste beslissing gemunt hebben op een verre achterneef van de arbiter, die naar verluidt verwekt is door een dame van dubieus allooi – of wanneer de grensrechter na een vermeend incorrecte waarneming wordt uitgescholden voor iemand met het syndroom van Down die te veel is blootgesteld aan carcinogenen (ook wel het K-woord).

Kortom, het wordt hoog tijd dat het op zijn minst bespreekbaar wordt om vertegenwoordigers van het scheids- en grensrechtersgilde als vanouds weer uit te kunnen maken voor hi-ha-hondelul.