Koffie > thee

De superioriteit van koffie boven thee is onmiskenbaar. Koffie associeer je met robuustheid, thee met Engelsen. ‘Tif or mif, my dear?’, vragen ze er dan ook nog eens bij, waarmee ze bedoelen ’tea in first or milk in first?’ – dát er melk in moet is kennelijk al een gepasseerd station. De EU moet daar nodig eens sancties op instellen: iedere keer dat die tenenkrommende uitdrukking gebezigd wordt, drijven we dat eiland een centimetertje verder richting Amerika af.

De reden waarom Engelsen zo bleek en zo grauw zijn, is inderdaad dat ze zo weinig buiten komen. Maar daar gaat iets aan vooraf, namelijk excessief theeleuten. Daar word je maar sloom van. Nee, dan staat koffie een stuk positiever in het leven. ’s Ochtends drink je het om wakker te worden en ’s avonds om het te blijven. Als koffiedrinkers jonger sterven dan theemutsen, wat ik me levendig kan voorstellen, dan komt dat doordat de koffiedrinker tijdens zijn leven veel meer geleefd heeft. Koffie drink je ook met sterke drank, thee met een laf kaakje, dat je er dan ook nog eens in moet dopen zodat het lekker klef wordt. Waarom is dat? Zowel het kaakje als de thee worden er nog smeriger van dan ze al waren. Is men bang voor ongewenste afvalscheiding in het maag-darmkanaal? Thee links, kaakjes rechts?

Ach, wat zit ik mijn tijd te verdoen; waarom niet allang naar het apparaat gerend voor het eerste kopje van de dag? Koffie is gewoon verrukkelijk en thee niet te zuipen. Maar met dat laatste zijn verbazingwekkend weinig mensen het eens.

Worstjesdag

Rokjesdag is, in tegenstelling tot dierendag, de favoriete dag van het jaar voor de gemiddelde man. Als bij toverslag ontwaakt het vrouwelijk schoon van Nederland op die eerste vroege lentedag waarop het kwik boven de 15 graden kruipt uit een diepe winterslaap; de wintervacht van dikke truien, sjaals en lange broeken wordt ingeruild voor wulpse rokjes en dito truitjes die net genoeg (of net te weinig, ’t is maar hoe je het bekijkt) te raden overlaten.

Nog volmaakter zou rokjesdag zijn wanneer een strenge doch rechtvaardige ballotagecommissie van tevoren op de hoogte zou zijn gesteld en de deelnemers een bindend rokjes- en truitjesadvies zou mogen geven; dat zou de toeschouwers althans een hoop koude rillingen (zo warm is het meestal ook weer niet) besparen. Ondanks die kleine imperfectie schenkt rokjesdag ook nu al voldoende blijdschap over de nakende (ha!) zomer.

En dan te bedenken dat rokjesdag binnenkort al in februari valt; waar het broeikaseffect al niet goed voor is. Houd vol, autovrinden!

Maar zoals er ieder jaar een dag is waarop de vrolijkheid van de zomer zich aandient, zo is er ook ieder jaar een moment waarop de dagen onmiskenbaar korter zijn geworden, de kruidnoten oudbakken worden omdat ze al weken in de schappen liggen zonder dat iemand al trek in ze heeft, de verwarming voor het eerst aan moet en de herfstdepressie je in zijn greep dreigt te krijgen.

Dan is het de hoogste tijd voor worstjesdag.

Ook worstjesdag viel dit jaar vroeg, maar ik had me er dan ook bijzonder op verheugd. Worstjesdag is één groot feest, te meer omdat ik een vriendin heb die vegetariër is en zich dus behelpt met een deerniswekkend recept met azijn, mosterd en boter – een troosteloze aanblik. Ik intussen word intens gelukkig van mijn overvolle bord met boerenkool met spekjes, vette vleesjus en een dikke rookworst, helemaal voor mij alleen.

Laat die winter maar komen.