Kijkwijver

De Kijkwijzer heeft er per 1 maart een nieuwe categorie bijgekregen. Werden we eerder al bij aanvang van een film of televisieprogramma geattendeerd op zaken als geweld, drugsgebruik, seks en grof taalgebruik, vanaf heden komt er een icoontje bij dat ons waarschuwt voor vrouwonvriendelijkheid. Het icoontje zelf moet nog ontworpen worden; zelf zou ik denken aan een overduidelijke buitenspelsituatie of een wegenkaart.

Studio Sport is natuurlijk het eerste programma dat zal profiteren van de mogelijkheid om aan te geven dat het niet voor vrouwenogen bestemd is. Wat een rust zal het geven om straks gewoon negentig minuten naar een wédstrijd te kunnen kijken, in plaats van iedere vijf minuten de spelregels te moeten uitleggen of de doopceel van een aantrekkelijk ogende speler te moeten lichten.

Er zijn meer programma’s die in aanmerking komen, zoals Blik op de weg en eigenlijk alles wat met autorijden te maken heeft, Harry Mens zijn Business Class en eigenlijk alles wat met carrière maken te maken heeft, en Buitenhof en eigenlijk alles wat met verstand te maken heeft. Ook delen van het journaal zullen als vrouwonvriendelijk bestempeld worden, bijvoorbeeld wanneer Ab Osterhaus een griepepidemie afkondigt. Zo wordt voorkomen dat vrouwen over hun toeren raken wanneer een man de suggestie wekt dat griep hetzelfde is als verkoudheid.

Sympathieke geste hoor, tegenover de toch al zo achtergestelde vrouw. Maar ik vraag me af: zou het NICAM (de club achter de Kijkwijzer) niet veel meer eer van zijn werk gehad hebben met een icoon voor programma’s die juist bij uitstek wél voor vrouwen gemaakt zijn? Ziekenhuisseries als ER en Grey’s Anatomy, tearjerkers als Spoorloos en Memories, troosteloze series als Law & Order en Desperate Housewives, kwaliteitspendanten als Lost en Six Feet Under en afvalraces met topmodellen en allerhande B- en C-sterren: de lijst met vrouwvriendelijke pulp is schier onuitputtelijk.

Goh, ik ben enorm benieuwd naar de classificatie die dit stukje en dit log nu meekrijgen van de Leeswijzer…

Eindelijk erkenning

Ik heb er lang op moeten wachten, maar in 2006 is het dan eindelijk gelukt: zero is uitgeroepen tot beste taalgebruiker van 2006!

Goed, het selecte gezelschap door tijdschrift Onze Taal ondervraagde prominenten noemde (of was het nou ‘noemden’?) ook andere namen, maar de concurrentie was dit jaar zo armzalig dat ik hierbij de overwinning opeis. Tussen de genomineerden stonden nogal wat lui die onze taal amper machtig zijn, zoals de leraren Nederlands, de allochtonen die de Ritatoets met goed gevolg hebben afgelegd en Borat, die zich nota bene juist beijvert om een zo gebrekkig mogelijke taalgebruiker te zijn.

Een enkeling nomineerde in arren moede nog zichzelf (dat zou ik zelf nou nooit durven), maar het bontst van allemaal maakte Paul Witteman het door zich de naam van Arnon Grunberg te laten ontvallen. Ook voor Paul Witteman geldt kennelijk dat de vraag stellen eenvoudiger is dan hem te beantwoorden. Ik kan doordeweeks in ieder geval weer gewoon om 11 uur gaan slapen.

Een beetje kampioen van de armoede dus, maar hee, het was ook weer niet de minste die mijn naam noemde – en het heeft er alle schijn van dat Merel die keuze geheel uit vrije wil en zonder enige vorm van gijzeling heeft gemaakt.

In afwachting van de prijs en de welverdiende felicitaties wil ik vast een woord van dank richten aan Fantastica Merel (jij hebt er tenminste kijk op), mijn vader en mijn moeder en mijn lieve broertje (jullie hebben me altijd gesteund), God (waarom ook niet, je hoort het lekker toch niet), Marlies Philippa (zonder de colleges van de beste taalgebruiker van destijds, ja, destijds, lang geleden, was het me nooit gelukt) en niet te vergeten Frans Bauer en Jantje Smit: zonder jullie goede voorbeeld zou ik nog eens naast mijn schoenen gaan lopen.

Ferry

Als overtuigd lid van de linkse kerk wachtte ik netjes op de publieke omroep, die op zijn beurt netjes wachtte tot het negen uur was geweest. Nog geen twee minuten later was de drang om de televisie maar weer uit te schakelen welhaast onbedwingbaar. Het was uiteindelijk Ferry Mingelen die mij, ondanks zijn flair van een zak aardappelen (bintje, geen eigenheimer, kruimig) de ganse avond aan de buis gekluisterd hield met de onderzoeksresultaten die hij ingefluisterd kreeg.

Nog geen twintig procent van de stemmen was geteld of Ferry wist al precies te melden van welke partijen al die SP-stemmers afkomstig waren. Ferry had ook laten uitzoeken of mensen misschien op de VVD hadden gestemd als Rita Verdonk de lijsttrekker was geweest, en ja hoor! Rita had wel 28 zetels behaald! Of Ferry ook rekening had gehouden met de mogelijkheid dat de enkeling die nu wel op de VVD had gestemd het wellicht niet had gedaan als Rita de lijst had aangevoerd, vertelde Ferry er niet bij, maar Ferry kennende zal hij dat vast in de analyse betrokken hebben.

Ferry wist ook te melden dat 61% van de vrouwen op Jan Marijnissen had gestemd. O nee, dat moest hij natuurlijk anders verwoorden: 61% van de SP-stemmers was vrouw.

Onderin liep ook continu een nieuwsbalk met opmerkelijke uitslagen. ‘PvdA wint alleen in Urk’, werd daar bijvoorbeeld gemeld. Vijf minuten daarvoor had ik met stijgende verbazing de uitslag van het vissersdorp aangehoord, waaruit bleek dat de PvdA van 0,7 naar 0,9% van de stemmen was gegaan; het gristenmonsterverbond van CDA, SGP en CU bezit daar 95%. Zeer opmerkzaam dus van de uitslagenredactie, die eerder al Oss was vergeten in de top 5 gemeenten met het hoogste percentage SP-stemmen.

Met het aanschouwen van zoveel amateurisme (je zou Geert Wilders nog bijna gelijk geven met zijn paranoïde insinuaties over de publieke omroep) kwam ik het avondje wel door, zij het tandenknarsend. Voor ik het wist was het twaalf uur, en bleken de echt interessante onderzoeken niet eens aan bod gekomen. Hoeveel procent van de mensen met blauwe ogen had op Wilders gestemd? Hoe had D66 het gedaan als Hans van Mierlo lijsttrekker was geweest? En de VVD met Wiegel? Toch een standaardvraag bij alle verkiezingen, maar deze keer zullen we het nooit weten.

Eén conclusie stond voor Ferry Mingelen echter onomstotelijk vast. Uitgerekend bij de enige prognose waarin de Lijst Vijf Fortuyn een schamel zeteltje kreeg toebedeeld, ontviel hem de volgende, onweerspreekbare analyse: ‘Fortuyn, ja, die komt niet meer terug, maar dat wisten we al langer.’

Vlijmscherp, Ferry.

Opinie

Het voert wat ver om te zeggen dat ik hier stukjes schrijf omdat ik anders geen podium voor mijn meningen heb. Sterker nog, ik zou mij niet willen scharen tussen de talrijke webloggers die verwoede doch vergeefse pogingen doen om hun lezers ervan te overtuigen dat hun mening ertoe doet. Maar ik wil hier niet onvermeld laten dat de even zo talrijke marktonderzoekers hier te lande mij nog nimmer hebben benaderd om mijn geenszins minderwaardige opinie te boekstaven. Wel worden mij telefonisch allerhande abonnementen aangesmeerd (over verwoede doch vergeefse pogingen gesproken), maar in mijn mening is men hoegenaamd niet geïnteresseerd.

Het kan niet anders dan dat de peilingen waar we dagelijks mee worden platgegooid verricht worden onder een zeer select gezelschap; als ze iedere week aan andere mensen zouden vragen op welke partij zij zouden stemmen als er nu verkiezingen waren, dan waren u en ik in de afgelopen drie jaar al lang en breed een keer of vijf aan de beurt geweest.

Het panel van Maurice de Hond heeft alle kenmerken van een terreurnetwerk: niemand weet precies hoe groot ze zijn, de leden kennen elkaar niet eens, maar ze zijn wel in staat om grote maatschappelijke onrust teweeg te brengen. Laatst tekende ik uit iemands mond op dat zij van plan was om CDA te stemmen, ‘want die staan toch bovenaan?’ – waaruit de levensgevaarlijke invloed van de meningenmachine maar moge blijken.

Zoals je misschien ook wel eens in de trein tegenover een terreurverdachte hebt gezeten, zo is ook de kans niet denkbeeldig dat je de mensen met een mening in het wild kunt tegenkomen, zonder dat je het doorhebt. Mensen met een kijkcijferkastje, ook zo’n mysterie. Het zijn mensen die op zondag in de Kuip zitten, of die de Arena doen vollopen als de Toppers er optreden. Of zelfs mensen die altijd stemmen op de partij die in de peilingen de meeste zetels haalt. Ik bedoel maar te zeggen: het hoeven niet per se mensen te zijn die gehinderd worden door enige kennis van zaken.

En dus zitten er ongetwijfeld ook mensen tussen die vinden dat politici zakkenvullers zijn die als een blad aan een boom omdraaien en met alle winden meewaaien; je hoeft geen onderzoek te doen om te weten dat dat tegenwoordig een uitermate populaire stellingname is. En díe mensen geven dus eerst 50 zetels aan de PvdA en 35 aan het CDA, en nog geen maand later precies andersom.

Wat zijn dat voor types? Zijn die nou echt representatief voor de Nederlandse bevolking? Dan moesten we die democratie echt maar eens gaan heroverwegen.

Ik zou wel eens een kwalitatieve opiniepeiling willen zien, in plaats van een kwantitatieve. Dan hebben PvdA en GroenLinks waarschijnlijk niet eens de VVD of de SP nodig voor een meerderheid.

Big Brother

Het moet toch de ultieme vernedering zijn voor Big Brother, dat er niemand naar hém kijkt.

Een paar dagen terug viel ik er middenin tijdens een potje janken. Nu worden er waarschijnlijk iedere dag wel de nodige tranen geplengd in dat huis, maar ik bleef toch even hangen. Potjes janken zijn altijd leuk om naar te kijken.

In beeld waren twee meisjes van ouders die hun kinderen Sabrina en Monique noemen. De jankebalk bleek reeds een vrouw met een man en twee kinderen, die ze voor het oog van de camera bedrogen bleek te hebben. Wat zij niet kon weten, is dat er niemand naar Big Brother kijkt en dat dus niemand het gezien heeft.

Maar nu wilde ze eruit om thuis te kunnen constateren dat haar huwelijk naar de knoppen was. Want zoveel was wel zeker. Het enige wat haar tegenhield, was dat ze graag aan heel Nederland wilde laten zien dat ze echt niet zo was als wij nu dachten. Ik leefde met haar mee en hoopte dat de bepaald niet imposante indruk die zij in deze drie minuten bij mij had gewekt, inderdaad geen waarheidsgetrouwe was.

De balans leek niettemin door te slaan naar een voortijdig vertrek, ‘want weet je, ik kan dit gewoon niet langer, weet je’.

Terwijl Sa ging dreigen dat Mo niet weg mocht, en dat zij anders zelf ook zou vertrekken (‘dat mag niet, weet je’), verscheen ook de elf jaar jongere (‘ik had zijn moeder kunnen zijn, weet je’) boosdoener ten tonele. Met een wezenloos gezicht trok hij het boetekleed volledig aan (‘het ligt niet aan jou, echt niet weet je’).

Na de reclame zouden de emoties nog hoger oplopen.

Het kwam erop neer dat Sa Mo voorstelde om er 24 uur over na te denken, in ruil waarvoor Mo eiste dat als zij er na dat etmaal onverhoopt toch voor zou kiezen om te vertrekken, dat Sa dan moest blijven (‘dat moet je beloven, weet je’).

Een mooie cliffhanger voor de makers, maar ik besloot dat ik de uitkomst niet wilde afwachten. Na twintig minuten gejank moest ook ik nu zachtjes wenen. Ook deze mensen hebben stemrecht.