Maurice

Van alle virologen is Maurice de Hond wel mijn favoriete viroloog. Dat niet alleen: van alle waarzeggers is hij ook mijn favoriete waarzegger, van alle rechercheurs is hij mijn favoriete rechercheur, van alle pedagogen mijn favoriete pedagoog, van alle ict-experts mijn favoriete ict-expert en van alle taalkundigen mijn favoriete taalkundige.

Maurice de Hond is een generalist zoals we die sinds Leonordo da Vinci niet meer gekend hebben. En die hebben we nodig! Wat hebben we nu helemaal aan een specialist als Jaap van Dissel, die het coronavirus slechts eendimensionaal vanuit de geneeskunde probeert te doorgronden?

Verder lezen Maurice

Cynisch

Deze week bereikte ons het wereldschokkende bericht dat de Nederlandse bevolking steeds cynischer is over de politiek. Op de stelling dat ministers en staatssecretarissen vooral op hun eigen belang uit zijn, reageert maar liefst 42% instemmend; dertig jaar geleden, toen Maurice de Hond nog maar een klein keffertje was, was dat zeker tien procent minder. Kennelijk is het net als met het weer: net zoals het verbreken van alle hitterecords pas na dertig jaar een klimaatverandering mag heten, zo leidt een populistische golf van enkele jaren na dertig jaar pas officieel tot erkenning van de toegenomen omvang van de onderbuik.

Maar: 42%! Dat betekent dat 58% niet denkt dat politici niet alleen aan zichzelf denken! Dat zijn vast niet dezelfde mensen die tegen de Europese grondwet hebben gestemd; zo’n belachelijk hoog percentage kan alleen behaald zijn in een door (s)linkse staatsprogaganda gefinancierd onderzoek.

Afgezien van de laatste opmerking wil ik verder niet cynisch zijn, maar van cynisme lijkt me eigenlijk in het geheel geen sprake. De onderzoeksresultaten geven misschien aanleiding om te stellen dat de Nederlandse bevolking steeds rancuneuzer, wantrouwender, dommer, naïever, brutaler, respectlozer of overmoediger wordt, maar cynisme is een niet vanzelfsprekende gave waar enige autoriteit voor vereist is.

Je kunt kankeren uit de grond van je hart wat je wilt, maar het blijft bij een jammerlijk geweeklaag, een brommend gemopper, zolang je geen verstand van zaken hebt. Cynisch wordt het pas als je weet waar je het over hebt, en dan is het direct een monsterlijk middel om je gelijk te halen. Tot die tijd kan iets hooguit ‘cynisch bedoeld’ zijn, wat in feite een contradictio in terminis is.

Het moge duidelijk zijn dat in het onderhavige geval van enige autoriteit geen enkele sprake kan zijn. Hier spreekt de rabiate kleinburger met zijn door ressentiment verziekte gemoedsleven, die altijd hunkert naar het gewelddadige – zoals Jan Hein Donner, grootmeester in het cynisme, het ooit onovertroffen verwoordde, ook al verwees hij daarbij naar een tamelijk onschuldige schaker.

‘Cynisch’ komt van het Grieks voor (Maurice de) Hond, misschien is dat het.

Het fraaiste staaltje (onbedoeld) cynisme zat hem in de staart van bericht, waar terloops werd opgemerkt dat “een overgrote meerderheid van de bevolking [lees: de huizenbezitter] vindt dat hypotheekrenteaftrek niet moet worden afgeschaft”. Maar politici zijn egoïsten.

Tsja.