Gratis

‘Amerikaanse olie meer dan gratis‘, kopte Teletekst enthousiast. Geïnteresseerd in wat hier zo nieuwswaardig aan was, klikte ik door, om erachter te komen dat de prijs voor een vat ruwe olie van Amerikaanse makelij gedaald was tot ver onder de nul dollar: veel minder dan gratis dus.

De meeste dingen in het leven zijn meer dan gratis, sommige dingen zijn gratis, en nu zijn er dus vaten ruwe Amerikaanse olie waar je geld op toe krijgt als je ze aanschaft: zo’n 40 dollar per stuk zelfs. Toch is dit een redelijke prijs als je erover nadenkt. Waarschijnlijk zul je er een flink aantal moeten bestellen om geen verzendkosten te hoeven betalen, ze nemen ontiegelijk veel ruimte in beslag, en áls je ze dan op zolder kwijt kunt en er gaat er eentje lekken, ben je alsnog in de aap gelogeerd. Nee, voor mij geen tien vaten olie in ruil voor 400 dollar op mijn bankrekening: nog altijd veel te duur.

Lees verder Gratis

Straatmuzikant

Het lijkt nu al dé zomertrend van 2010: te weinig afrekenen of te veel terugbetalen. Binnen één week tijd heb ik nu al twee glazen wijn en vervolgens zelfs een hele fles in de schoot geworpen gekregen. Ik ben dan zo’n brave borst die dergelijke meevallertjes meldt en alsnog versmaadt, teneinde de bediening niet met een kasverschil op te zadelen. Een AH-caissière wilde dit goede gedrag belonen door 40 euro wisselgeld te veel terug te geven, maar ook dat werd beleefd geweigerd.

Ik ben namelijk van onbesproken gedrag. Ik laad mijn boodschappenkarretje vol met allerlei onzinproducten om de economie weer op gang te brengen. Als minder loyale types achter mij staan met slechts één boodschapje, bij voorkeur een prei, dan mogen ze van mij eerder afrekenen. Ik zal nooit iets stelen. Ik heb nog nooit een politiecel van binnen gezien. Ik heb nog nooit iemand geslagen, of misschien kan ik beter zeggen dat ik nog nooit heb toegegeven aan de zeer regelmatig optredende verleiding om iemand flink op zijn muil te timmeren. Ik heb nog nooit mijn stem niet uitgebracht als er verkiezingen waren. En tegenover dit alles (en nog veel meer) staat slechts de zonde dat ik niet opsta voor bejaarden in het openbaar vervoer.

Kortom, ik ben het toonbeeld van goed burgerschap en de vleesgeworden vredelievendheid.

Maar.

Die toeteraar die mij iedere werkdag terroriseert met zijn tenenkrommende getrompetter, met zijn repertoire bestaande uit niet meer dan zegge en schrijve één af-schu-we-lijk riedeltje, iedere keer maar weer en de hele dag door datzelfde ten hemel schreiende deuntje dat werkelijk het bloed onder mijn nagels vandaan haalt maar waar je als straatmuzikant, of wat ervoor door moet gaan, toch ook knettergek van moet worden als je het de godganse dag door die toeter heen moet blazen, ik bedoel, krijgt zo iemand nou nooit een burn-out vanwege te eenzijdig werk, moet hij niet van zijn baas werken aan zijn persoonlijke ontwikkeling, en hoe kan het eigenlijk dat hij nog zo’n doorvoed lijf heeft dat hij zo hard kan blijven toeteren – van de beloning voor zijn kunsten kan het onmogelijk zijn – nou, die toeteraar dus, die moet dus echt, nou ja, hij hoeft niet per se meteen dood, hoewel het aan duidelijkheid weinig te wensen over zou laten, maar hij moet dus wel verdwijnen uit mijn leven: hij moet weg, weg uit mijn vizier en al helemaal weg uit mijn gehoor, dus als er een partij is die een torenhoge belasting dan wel een ballotagecommissie voor straatmuzikanten wil invoeren, dan is die verzekerd van mijn stem op 9 juni.

Norm

Dat geneuzel over die topsalarissen gaat ook maar door he. Beklagen we ons niet over een disproportionele bonus voor een bij nader inzien falende bankier, dan winden we ons wel op over salarissen in de publieke sector die van uw en mijn belastingcenten worden betaald.

Dat onderscheid tussen publieke graaiers en private graaiers heeft  mij altijd al gefascineerd. Waarom het minder erg is wanneer een topman van Shell een paar miljoen per jaar opstrijkt dan wanneer een tv-persoonlijkheid jaarlijks 181.001 euro mag bijschrijven – mij is het een raadsel. Ik geef toe, het is geen prettige gedachte dat ik dagelijks mijn nest uit moet komen om de pens van Mart Smeets verder te spekken, maar die topmannen bij Shell worden toch ook ergens van betaald. Inderdaad heb je dan wel de keuze om niet bij Shell te tanken maar bij een concurrent waar de prijs ook door Shell wordt bepaald.

Nu begrijp ik best dat er ergens iets wringt aan exorbitante beloningen voor figuren met een publieke functie. Zo ongeveer sinds de oerknal weten we echter al dat het onmogelijk is om die beloningen aan banden te leggen. Toch gaat de PvdA het nu doen. Ze gaan het niet proberen, nee, ze gaan het doen: het wordt verboden om in de publieke sector meer te verdienen dan de Balkenende-norm. En iedereen in de publieke sector die toch meer verdient dan de Balkenende-norm, is niet meer welkom bij de PvdA – waaruit ik dan maar afleid dat het met dat verbod ook wel mee zal vallen.

Tegelijk is het een mooie aansporing om een baan in de publieke sector te zoeken die mij boven de norm zal brengen, waarna ik eindelijk een goede reden heb om het zinkende schip te verlaten.

Het hele pleidooi voor die Balkenende-norm is al bijna net zo potsierlijk als zijn naamgever. Stel je toch eens voor dat De wereld draait door het hele jaar gepresenteerd wordt door Gerard Arninkhof of Thijs van den Brink. Leg dan maar wat extra’s neer voor Mathijs van Nieuwkerk, zou ik denken. We kunnen ook iedereen bij de publieke omroep het minimumloon geven; dan kunnen we voor hetzelfde geld wel 84 zenders beginnen.

Laten we eerlijk wezen: het ligt allemaal aan die Balkenende-norm. Het idee dat niemand in de publieke sector meer mag verdienen dan de minister-president, de machtigste persoon van het land uiteindelijk, klinkt lang niet verkeerd en ik vermoed dat het gros van de grootgraaiers daar in principe ook wel achter staat. Ze hebben alleen de pech dat uitgerekend in het tijdperk-Balkenende deze heisa is ontstaan.

Eigenlijk moeten we niet spreken van de Balkenende-norm, maar van de Balkenende-waarde: 181.000 euro per jaar, dat is hij waard. Nog een hoop geld, maar goed, een minister-president kun je met weinig minder afschepen. Maar de publieken zitten er maar mooi mee: had er een getalenteerd en bevlogen politicus aan het roer van ons land gestaan, dan hadden zij ook hun jaarsalaris kunnen verdubbelen. Nu zitten ze aan Balkenende vast, en aan zijn norm: zijn waarde.

Een rekensommetje dan maar: tenzij Agnes Jongerius haar weerzinwekkend naïeve houding verlaat en alsnog voor 1 oktober met een redelijk alternatief komt (maar welk in vredesnaam?) ziet het ernaar uit dat Jan-Peter tot zijn 67e (minus een aantal maanden) moet doorwerken. Dat is tot 2023, wanneer er eindelijk een nieuwe premier komt.

(oef, even een pauze om dit schrikbeeld te laten bezinken)

Opslag zit er tot die tijd niet in, want de Balkenende-norm is nu eenmaal 181.000 euro. En dan belandt JP de MP in de AOW en wordt het allemaal nog minder. Eerst 70%, en als het zo doorgaat zal er tegen die tijd nog wel meer op de AOW beknibbeld zijn. Dus als Smeets en Van Nieuwkerk bruto een ton overhouden terwijl Balkenende achter de geraniums zit weg te kwijnen in een verzorgingstehuis, mogen ze hun handjes dichtknijpen.

Ja, dan zou ik nu ook graaien wat er te graaien valt.

Crisiscrisis

Als ik vroeger jeuk aan mijn linkerteen had, een slecht cijfer op school haalde of gewoon verdrietig was – zaken die zich overigens stuk voor stuk slechts zeer sporadisch voordeden – dan weten mijn ouders dat steevast aan een gebrekkige nachtrust. Kennelijk vonden zij dat het enige, of anders wel het belangrijkste waar het in mijn opvoeding nog aan schortte. Het maakte niet uit waarover ik klaagde, altijd was het: “Dat komt omdat je niet op tijd naar bed gaat!”

“Doordat, niet omdat!”, zei ik dan, en dan moest ik altijd meteen naar bed, wat ik vervolgens niet deed, zodat we hetzelfde toneelstukje een dag later weer konden opvoeren.

Anno 2009 hebben we de economische crisis die de oorzaak, niet de reden, van alles is. De maandagen zijn zwart als nooit tevoren en er wordt tegelijk gedreigd met massa-ontslagen en langer doorwerken. Minder vakanties geboekt? Schuld van de crisis. Minder files op de Nederlandse wegen; komt door de crisis. Olifant valt in droge gracht – in tijden van voorspoed had daar minstens drie meter water in gestaan.

De crisis zelf lacht intussen natuurlijk in zijn vuistje om al die aandacht: hij spint er alleen maar garen bij. Afgezien van zijn schrikbarende voorkomen heeft de economische crisis wel meer overeen met Geert Wilders: hoe meer aandacht je hem geeft, hoe groter hij wordt. Elke maatregel tegen zijn heerschappij begroet de crisis met een bulderlach, want maatregelen tegen de crisis zullen alleen maar de aandacht vestigen op het feit dat het crisis is. Het gaat allemaal om vertrouwen, en we weten allemaal dat je iemand die alles uit de kast haalt om je zijn vertrouwen te laten winnen vooral heel erg moet wantrouwen.

De reclamemakers van C&A bewijzen de Nederlandse economie wat dat betreft bepaald geen dienst met hun nieuwe slogan C&A, juist nu. Wat nou ‘juist nu’? Ik heb nog nooit de aanvechting gehad om vrijwillig voor joker te gaan lopen, dus waarom zou ik me, als komend jaar kennelijk mijn baan op de tocht staat, ineens voor € 3,50 in een vormeloze hobbezak moeten hijsen als een soort Hans Spekman-lookalike? Omdat het mag? Ach, flikker toch op met je ‘juist nu’; als er iets is wat we juist nu moeten doen, dan is het wel met zijn allen naar de P.C. Hooftstraat gaan om al ons spaargeld er in één keer doorheen te rammen.

Maar nee, ons bin zunig; de PC trekt 32% minder klanten en de Nederlander slaat zich, dixit de Volkskrant op haar voorpagina, mind you, door de crisis met bitterballen en kroketten.

Dit nieuws van de revival der oersnacks vind ik hartverwarmend. We waren bijna vergeten hoe het is om de kleine dingen in het leven te waarderen. In eerste instantie heeft het nog iets treurigs en onwennigs, als je in de supermarkt je laatste centjes bijeenschraapt en ziet dat je nauwelijks genoeg hebt voor een Van Dobben groentecroquet®. Maar dan kom je thuis en zie je de glinstering in de ogen van je vriendin, die haar handen al zit te warmen boven het frituurvet, want zo is het natuurlijk ook nog eens: je hebt voor even ook weer een beetje verwarming in huis.

Jan Everse is ook een man die de waarde van de bitterbal op de juiste waarde weet te schatten. Toen hij na een wedstrijd van zijn club FC Zwolle werd overgeslagen door de man die met de bitterballen rondging, liet hij deze lomperik volkomen terecht alle hoeken van het spelershome zien. De club kwam met het ongeloofwaardige verhaal dat het helemaal niet om bitterballen maar om kaas en worst ging, in welk geval de reactie van Everse inderdaad nogal overdreven zou zijn geweest, en ontsloeg de trainer.

Ik neem aan dat die man nu een beroep kan doen op de 20 miljard van Wouter Bos.

Hoera, de kneuterigheid is terug, en dat komt, hoe kan het ook anders, door de crisis. Van mij mag-ie nog even blijven.

Advies

Toen mijn ouders behalve van mij ook nog van elkaar hielden, de Commodore 64 moest nog op de markt verschijnen, hebben ze voor hun lieftallige zoon, dat ben ik dan in dit geval, wat geld opzij gezet, waarvan zij later, de Muur stond nog altijd fier overeind, een deel belegd hebben. Heel veilig hoor, want met een kinderleven neem je natuurlijk geen enkel risico. De achterliggende gedachte was dat ik na achttien jaar stelselmatige verwaarlozing een spaarcentje hard nodig zou hebben, en ik mijn ouders dan alsnog dankbaar zou zijn voor hun vooruitziende blik.

Helaas bleek het nogal lastig om mij slecht op te voeden, was mijn intelligentie onstuitbaar en werd de rode loper op het pad der carrière vroegtijdig uitgerold. Kortom, dat geld is nog nooit nodig geweest en staat zichzelf inmiddels al meer dan twintig jaar onaangeroerd te vermeerderen. Een proactieve medewerker van de ABN Amro met hart voor de zaak zou de rekening zomaar kunnen opheffen omdat de eigenaar het bestaan ervan waarschijnlijk toch vergeten is.

In plaats daarvan kreeg ik anderhalf jaar geleden een informatiepakket met vragenlijst. In verband met nieuwe Europese regelgeving was de bank verplicht mijn beleggersprofiel vast te stellen alvorens men mij mocht adviseren over hoe ik mijn toch al overvloedige geld nog overvloediger zou kunnen maken. Als ik de vragenlijst netjes op tijd terugstuurde, kon men mij in 2008 beter van dienst zijn.

De herinnering die ik even later kreeg, was al iets dwingender van toonzetting, maar even kansloos. Ik wil namelijk helemaal niet geadviseerd worden over mijn beleggingsportefeuille: die is zoals-ie is, zo heb ik ‘m gekregen en ik kom wel een keer met een zak langs om het allemaal op te halen. Maar het zijn volhoudertjes, daar bij de ABN Amro. De portokosten die de bank in 2008 heeft geïnvesteerd om mijn beleggersprofiel te achterhalen, overstijgen de uitgekeerde rente over mijn spaarrekening ruimschoots. En steeds zonder succes, want de lust om over beleggingen geadviseerd te worden, werd dit jaar natuurlijk niet echt aangewakkerd.

Tot afgelopen week mijn voicemail werd volgepraat door een medewerkster van de ABN Amro. Of ik die vragenlijst die ze nu voor de zoveelste keer naar me toe had gestuurd eindelijk eens wilde terugsturen, omdat anders na 31 december alle transacties geblokkeerd zouden worden. Dat stond ook in de brief, mocht ik die nog niet gelezen hebben. En als ik nog vragen had, kon ik op kantoor langskomen. Aan de tongval van de dame was reeds te horen dat dit een reis naar Rotterdam zou betekenen, omdat de rekening daar ooit geopend was. Driewerf hoera voor de globalisering.

In arren moede ben ik de vragenlijst maar gaan invullen. Het bleek het moeilijkste multiple choice-examen te zijn dat ik ooit heb gemaakt. Wat eigenlijk het doel was van mijn beleggingsportefeuille, wilden ze eerst weten, waarbij ‘Zakcent indien mislukt in het leven’ geen optie was, evenmin als ‘geen’. ‘Algemene vermogensgroei’, gokte ik dus maar.
In hoeveel jaar ik mijn beleggingsdoel wilde bereiken, was vraag 2. Een lastige vraag als je geen doel hebt. Het doel is allang bereikt, dus omcirkelde ik antwoord a: ‘In minder dan 1 jaar’. Even later wilde men nog weten hoe ik zou reageren als ik te maken zou krijgen plotselinge forse koersdalingen. Dat was natuurlijk een makkie: ‘Ik slaap net zo lekker als anders’. Ja, hallo, ik heb het maar gekregen hoor.

En nu heb ik dus een zeer offensief beleggersprofiel. Ik wil alleen maar geld voor mezelf, ik wil het snel en ik durf gerust mijn hele vermogen in de waagschaal te stellen; ik slaap geen minuut minder als er iets mis gaat. Het is een kwestie van dagen voor ik de eerste aandelen aangesmeerd krijg. Volgend jaar rond de kerst zit ik op een houtje te bijten.

Bedankt, o ouders!