D(himm)ilemma

Herinnert u zich de barre hongerwinter van 1986 nog? IJzige Elfstedenkoude en geen brood op de plank nadat maandenlange boycots vanuit de katholieke wereld de Nederlandse economie nagenoeg lam hadden gelegd. Hadden we ook maar niet herhaaldelijk en wekenlang de hoogste geestelijke macht moeten beschimpen:

[wp_youtube]qcZ6oRR0drQ[/wp_youtube]

De film Fitna, die als je het mij vraagt niet meer zal doen dan een paar open deuren over de waanzin van een fundamentalistisch geloof in eerwraak en vrouwenonderdrukking intrappen, heeft zijn gelijk al aangetoond nog voordat er ook maar een seconde van wereldkundig is geworden. Katholieken kun je zo belachelijk maken als je zelf wilt, maar een kritische noot over de mohammedaanse medemens ligt altijd een stuk zwaarder op de maag. Daar kun je miljoenen keurig geïntegreerde moslimburgers met de baarden bijslepen – het blijft een onweerlegbaar gegeven.

Gek eigenlijk: heb je net de idiotie van geweld uit onverdraagzaamheid breed uitgemeten, en wat doen ze? Steken ze de ambassade van je land in de hens omdat ze het met die analyse niet eens zijn. Quod erat demonstrandum, zeg ik dan.

Dat gezegd hebbende kun je je afvragen wat Fitna nog gaat toevoegen. We weten nu dat er bepaalde lieden zijn die bereid zijn om onze ambassades in de fik te steken, onze militairen overhoop te knallen of de forenzentrein Haarlem-Amsterdam (en daarmee iamzero.nl) op te blazen, en de vraag is of je dat dan ook nog moet laten gebeuren. Oog in oog met een Hell’s Angel die gewapend is met een honkbalknuppel (of niet, dat maakt eigenlijk niet zo gek veel uit) ga je ook niet zeggen ‘Jezus, wat heb jij een rotkop zeg!’, ook al is het je diepste overtuiging.

Wat ik maar wil zeggen: we worden zo vaak door angst geregeerd, en misschien moeten we gewoon maar eens uitspreken dat we bang zijn. Niet dat we, zoals in 1986, vierentwintig uur per dag rillend en bevend door het leven gaan, maar dat we ergens deep down een unheimisch gevoel hebben waar we nog zo aan moeten wennen dat er nog niet eens een fatsoenlijk Nederlands woord voor bestaat.

Wat een triomftocht zou Geert Wilders kunnen houden als hij nu, of pas over een paar weken, als de master of suspense de spanning nog verder op heeft weten te voeren, alsnog afziet van de film, uit bescherming voor de Nederlandse belangen en omdat zijn boodschap, die hij in een vlammend betoog nog eens zou kunnen onderstrepen, al is overgekomen. Nog mooier zou het zijn als hij het zwaard van de boycots en de bijbehorende kapmessen van woedende burgers (heeft u die ook in uw keukenla klaarliggen?) tevoorschijn heeft gekregen zonder dat hij ooit een seconde film op tape heeft gezet.

Hij is er de man niet naar. En gelijk heeft hij natuurlijk als hij zegt dat iedereen die hem enige verantwoordelijkheid voor de gevolgen in de schoenen wil schuiven de pot op kan – dat is nog mild uitgedrukt. In plaats van ons te beklagen over het gemak waarmee hij vanuit zijn eigen beveiligde omgeving kwetsende dingen kan roepen waarmee hij gewone burgers in gevaar brengt, zouden we ook eens stil kunnen staan bij het feit dat hij datgene waar hij voor zegt te strijden – vrijheid – voor zichzelf compleet heeft moeten opgeven, misschien wel voor de rest van zijn leven. In andere situaties werd zo iemand nog wel eens als een heldhaftige vrijheidsstrijder vereerd.

Andersom heeft het kabinet óók gelijk als het stelt dat het voor Nederland op dit moment misschien beter zou zijn als die film niet uit zou komen, vooral als ze erbij vermelden dat het een knieval is die ze op zich verafschuwen maar verkiezen boven de ellendige gevolgen die ons anders boven het hoofd hangen – zoals we die Hell’s Angel ook vriendelijk zouden groeten.

Aangezien een individueel pak slaag van een motorrijder van een andere orde is dan een wereldwijd conflict ben ik geneigd me principiëler op te stellen en eerder op te komen voor de rechten van Wilders dan voor het morele appèl van het kabinet, maar je zou dat net zo goed kunnen omdraaien en stellen dat gezien de ernst van de situatie enige terughoudendheid aan te bevelen is. We weten het simpelweg niet. De film komt er normaal gesproken, Wilders staat te allen tijde in zijn volste recht en de verantwoordelijkheid voor de gevolgen zijn volledig voor rekening van degenen die reageren – zoveel weten we. Maar wat nu het verstandigst is, kunnen we achteraf pas beoordelen, en dan nóg…

Iedereen die dat nu al denkt te kunnen, althans met de stelligheid waarmee dat her en der op internet wel gebeurt, maakt zich schuldig aan een flagrante simplificatie van een hels en complex dilemma. De ziejewels en de ikzeihettochs zullen de komende weken niet van de lucht zijn.

Extreem

Ook Jan Marijnissen gunt zijn collega’s het allerbeste, en Geert Wilders en Rita Verdonk zullen de electorale windeieren die hun karakterisering door de SP-leider als ‘levensgevaarlijk’ respectievelijk ‘extreem-rechts’ vast niet heeft gelegd, ongetwijfeld met genoegen rapen – voor zover je niet gelegde windeieren kunt en wilt rapen dan.

Als Marijnissen werkelijk denkt dat dit de manier is om het trotse duo te bestrijden, dan is hij nog naïever dan ik altijd al dacht. Het feit alleen al dat zijn bestempeling tot ‘extreem-rechts’ tot nieuwsfeit gepromoveerd wordt, zegt al genoeg. Wilders zou kunnen zeggen dat de subsidie voor de extreem-linkse publieke omroep moet worden stopgezet vanwege de staatspropaganda die blijkt uit de gehanteerde allochtonenquota’s, en dan blijft als nieuwsfeit over dat wat Wilders betreft de geldkraan voor de publieken dichtgedraaid moet worden, maar heeft hij het hele bestel en passant wel even als extreem-links en propagandistisch weg kunnen zetten.

Het is de vrij eenvoudige retorische truc van de many questions: vraag iemand of hij zijn vriendin nog steeds slaat, en of diegene nu bevestigend of ontkennend antwoordt, hij geeft ermee toe dat er een tijd was dat hij zijn partner bont en blauw mepte. Stel dat de extreem-linkse publieke omroep geen geld meer mag krijgen, en het uitgangspunt van iedere discussie is dat de publieke omroep extreem-links is. Het is de taal van de underdog, en Wilders is er onovertroffen in. Staatspropaganda, Marokkaanse straatterroristen, de boerka is een pinguïnpak en de premier een beroepslafaard: hij zegt steeds net iets meer dan hij zegt (overigens geheel overbodig want aan onduidelijkheid over zijn opvattingen geen gebrek) en komt ermee weg omdat men gedwongen wordt uitsluitend op de inhoud te reageren. Wie immers verwijten maakt over de toon in het debat is maar al te makkelijk mikpunt van honende spot, ook al zijn de geplaatste kanttekeningen objectief gezien, voor zover mogelijk, nog zo terecht.

En dat is nu precies de paradox van de politiek: die vraagt idealiter om bestuurders die gelijk hebben, terwijl het uiteindelijk neerkomt op gelijk krijgen, namelijk bij de verkiezingen. Wanneer Rita Verdonk het heeft over de verderfelijke oude politiek, dan doelt zij op politici die vanuit hun eigen overtuiging proberen te verwezenlijken wat goed is voor de mensen; daartegenover stelt zij het beeld van de Tweede Kamer als bordeel: verhoereerd aan gans het volk en volledig overgeleverd aan zijn grillen. Als we de files willen oplossen door een atoombom op de Randstad te laten vallen, dan hangt Rita al met haar B-52 in de lucht.

Femke Halsema heeft groot gelijk als zij Marijnissen kapittelt over diens merkwaardige uitspraken waarin hij de levensgevaarlijkheid van Wilders verbindt met de genocide in Rwanda: er is geen enkele aanleiding voor Marijnissen om exact te doen waartegen hij zo zegt te ageren. Tegelijkertijd is Halsema’s oproep tot een gematigder toon – in haar ogen noodzakelijk omdat er nu angst verspreid zou worden, en door haarzelf uit voorzorg vast naïef en soft genoemd, welk een vooruitziende blik! – echter een zwaktebod, omdat zij op haar beurt getuigt van angst voor die niet-gematigde toon.

Ik heb het al eerder gezegd: of die politici het nu leuk vinden of niet, ze moeten maar eens accepteren dat die ongenuanceerde toon nu eenmaal gehanteerd wordt, en wie een willekeurige familieverjaardag bezoekt kan toch ook moeilijk volhouden dat daarmee niet een deel van het volk vertegenwoordigd zou worden. Dus: deal with it! Beschouw die man gewoon eens als een van die andere 149, die als hij straks gaat regeren ook compromissen moet sluiten en ontdekt dat er toch wel heel veel ambtenaren nodig zijn. Zeg eens dat zijn haar zo normaal zit, benadruk eens dat je het hartgrondig met hem eens bent; dat moet die man allemaal verschrikkelijk vinden.

Overigens begrijp ik nog altijd niet waarom Marijnissen Rita Verdonk extreem-rechts noemde. Waarschijnlijk doordat de site waarmee wij straks haar meningen gaan vormen nog niet af is, heb ik haar nog altijd niet op enige stellingname kunnen betrappen, behalve dan dat ze het fileprobleem gaat oplossen – en wat dat betreft stelt ze zich juist op achter degenen die zich op het asfalt extreem links gedragen.

De Geertritayaantrichotomie

Sven Kramer was de finishlijn nog maar een paar meter gepasseerd of het verslag vanuit Berlijn werd onderbroken voor een programma in de zendtijd voor politieke partijen. Terwijl een zwerm meeuwen een strakblauwe hemel doorkliefde, het had live kunnen zijn, sprak een ontegenzeglijk aangename, zachte stem de gevleugelde woorden ‘We wonen in een prachtig, welvarend land’ – ja, wat wil je: twee keer wereldkampioen op één dag. Even werd er ingezoomd op het wassende water van de Noordzee, een tsunami van eb die echter tot stilstand kwam aan de voeten van de man die dat men zijn zelfverzekerde houding (’tot hier en niet verder’) welhaast leek af te dwingen: Geert Wilders.

Wie kon ons op dit moment van nationale trots beter toespreken?

Geert had het strand uitgekozen om ons te vertellen over de erbarmelijke staat van onze gezondheidszorg, onze torenhoge belastingen om linkse hobby’s als ontwikkelingshulp betaalbaar te houden, en natuurlijk over de talloze Marokkaanse straatterroristen die onze vrijheid onder grote druk zetten. Een slechtere beeldspraak dan die van het strand was nauwelijks denkbaar. Met de rug naar Nederland en de blik naar buiten: foei, Geert! En waarschijnlijk ook nog met je kont richting Mekka.

Gelukkig was duidelijk te zien dat Geert zich er zelf ook niet heel gemakkelijk onder voelde. Toen hij rond 2 minuut 10 zijn voorspelbare riedel over de islam afstak, werd er nadrukkelijk ingezoomd op de handen die hij nonchalant achter zijn rug hield, maar waar nu een zenuwachtig gefriemel viel waar te nemen, alsof hij aan zijn inmiddels tot de enkels gestegen water voelde dat er nattigheid op komst was.

Het was natuurlijk Rita. Vanzelfsprekend was zij het die het trotse volk op dit moment het beste kon toespreken (maar ja, geen politieke partij, dan ook geen zendtijd) en Geert stond vast en zeker op de uitkijk voor haar ToN-boot. Het is een tijdje stil geweest rond Rita, maar goed, Kamerlid zijn is ook geen hol an, dat weten we inmiddels. Voor degenen die het vergeten zijn: Rita Verdonk is die mevrouw die onder andere haar partijgenoot Ayaan Hirsi Ali het Nederlanderschap ontzegde, iets wat ze met het oog op haar daadkracht binnen 24 uur moest besluiten, ook al slaagden de experts er vervolgens in zes weken tijd niet in om een unaniem oordeel te vellen in deze ingewikkelde kwestie.

En Ayaan Hirsi Ali, dat is die mevrouw die ze in Frankrijk de nationaliteit aanbieden omdat ze haar er zo graag bij willen hebben. Als je zulk nieuws hoort, dan schaam je je als onderdeel van Nederlandse democratie, en dus hoofdelijk aansprakelijk voor het ministerschap van Rita Verdonk, toch de ogen uit je kop.

Rita Verdonk, nog nimmer betrapt op enige oorspronkelijke gedachte, etaleerde haar intellectuele armoede enkele dagen eerder op schaamteloze wijze in De wereld draait door, een optreden dat gezien kan worden als de kickoff van de tsunami van ToN die ons te wachten staat. Rita Verdonk denkt werkelijk dat ze veertig zetels kan halen door zelf niets te vinden en de burgers een website te bieden waarop iedereen mee kan doen (waar hebben we dat eerder gehoord?), waarna zij zelf alleen maar af en toe het begrip ‘oude politiek’ hoeft te laten vallen. ‘Er wordt al vijfentwintig jaar over het fileprobleem gepraat in de oude politiek, en het is nog steeds niet opgelost!’, constateert ze verbaasd en ze bedoelt er echt mee, heus, ik verzin het niet, dat Jan Lul uit Roelofarendsveen al vijfentwintig jaar de oplossing angstvallig onder de pet houdt maar die straks op het ToN-forum uit de doeken zal gaan doen.

Sinds door toedoen van George Bush het ‘je bent ofwel voor ofwel tegen ons’-isme heerst, wordt een kanttekening bij ongefundeerde kritiek op Geert Wilders vaak als een steunbetuiging aan zijn adres gezien. Evenzo ben je als tegenstander van Geert ook al snel een tegenstander van Rita, maar omdat die iets vervelends heeft gedaan tegenover Ayaan zou je het logischerwijs voor Ayaan moeten opnemen, maar dat kan dan niet omdat zij weer tegen de islam is, waar jij dan weer voor moet zijn omdat je al tegen Geert bent. En zo raak je dus in de knoop als kiezer.

Laat daarom één ding duidelijk zijn. Je kunt van Geert Wilders zeggen wat je wilt, maar de man is serieus met zijn vak bezig en heeft er iets over te melden (zal ik er voor de zekerheid maar weer even bij zeggen dat ik het meestal niet met hem eens ben?). Ayaan Hirsi Ali lijkt me veel te getraumatiseerd om iets wezenlijks te kunnen betekenen in de materie waar het haar om te doen is, een beetje zoals Kelly die gaat roepen dat mannen niet deugen, maar ze wordt internationaal erkend als invloedrijk persoon.

Maar Rita Verdonk, mensenlief, dat is echt een verschrikkelijk mens! Over de populariteit van Geert Wilders kun je je opwinden omdat je het hartgrondig met hem oneens kunt zijn, maar Rita, dat is niets, dat is leeg, dat is niks, dat is nul. En met niets staat ze op vijftien zetels. Vre-se-lijk!

Wie voor Rita is, is tegen mij en dient zich stante pede, met gezwinde spoed, van deze webstek weg te scheren. Stop de tsunami van ToN. Het brengt ons van de drup in de regen, ToN.

Geert (2)

Voordat ik mij vanaf het eind van deze week stort in de uitdaging van Tien dagen zonder een enkele gedachte aan seks – ik doe weer mee aan het Corus Chess Tournament – moet ik eerst even wat post afhandelen.

Te beginnen met meneer E. uit L.K.net, die mij toebeet dat ik in de valkuil was gestapt die Geert Wilders gegraven heeft. Dat is niet zo’n vriendelijke, om niet te zeggen: ronduit beledigende beeldspraak in het geval van iemand die al jaren ondergronds moet leven omdat hij met de dood wordt bedreigd, maar het bleek te gaan om een figuurlijke valkuil die zegt dat je ofwel voor, ofwel tegen Geert Wilders bent.

Deze meneer E. heeft het niet goed begrepen. De kern van mijn hele betoog was nu juist dat er een derde weg is, die je in de gelegenheid stelt om Geert Wilders enerzijds een gigantische mafkees te vinden, maar anderzijds zijn recht om een gigantische mafkees te zijn te vuur en te zwaard te verdedigen. De bedoelde valkuil is niet door Wilders zelf gegraven, maar door een politiek correcte elite die er vervolgens zelf massaal instapt (een selffulfilling pitfall, als het ware) door stelselmatig iedere verdediging van Wilders, op welk vlak dan ook, op te vatten als een inhoudelijke steunbetuiging aan zijn adres, die echter in mijn gehele artikel in geen velden of wegen, niet in of tussen de regels door, te vinden was. Ik begon nota bene met de opmerking dat ik het helemaal niet over Geert Wilders wilde hebben.

Meneer E. beschreef voorts op ostentatieve wijze de mate waarin hij rekening houdt met gelovigen, en hij zei dat het goed was. Meneer E. verdient voor deze invulling van zijn burgerschap alle lof en misschien ooit wel een lintje, vooral voor het feit dat hij in zijn hele verhaal slechts eenmaal het woord ‘respect’ nodig had. Het spijt mij echter te moeten constateren dat ook hier volledig voorbijgegaan werd aan de kern van mijn betoog. We weten natuurlijk allemaal wel hoe we ons fatsoenlijk moeten gedragen, we doen ook allemaal ons best, met wisselend succes, en als we vergeten zijn hoe het ook alweer moest, legt oom Doekle het gewoon nog een keer uit.

Maar als we dan hebben vastgesteld hoe we idealiter met elkaar omgaan, dan kunnen we wel iemand gaan bewieroken die in de tram opstaat voor een bejaarde, maar het is natuurlijk veel interessanter om te kijken wat er gebeurt als iemand zich niet aan die omgangsvormen houdt, en geen rekening houdt met de gevoelens van anderen, of nog extremer: deze moedwillig krenkt. Daar ging mijn stukje natuurlijk over, maar dit werd in de reacties zorgvuldig vermeden.

Volgens mij zijn de opties beperkt. Je kunt zo’n beledigende uitspraak inhoudelijk afkeuren. Je kunt hem op ethische gronden afkeuren. Je kunt de betreffende mafkees verzoeken het in het vervolg wat rustiger aan te doen. Je kunt iets naars terugzeggen. En je kunt zo iemand voor de rechter dagen. Maar alleen als die rechter oordeelt dat de mafkees schuldig is, kun je stellen dat deze zijn uitspraken niet had mogen doen; in alle andere gevallen is de uitspraak rechtmatig, en iedere afkeuring ervan subjectief.

Om mijn punt nog duidelijker te maken, wil ik het u nog sterker vertellen, maar dan moet u wel beloven dat u mij niet verkeerd begrijpt. Denk dus eens na voor u verder leest.

Stel nu eens dat Geert Wilders een bijzonder sterk ontwikkeld fatsoensbesef heeft en daarnaast beschikt over een uitzonderlijk visionair vermogen. Kortom, hij heeft gelijk, en als wij niets doen, nemen de subversieve elementen (wier bestaan hopelijk niet ontkend wordt) het van ons over. Misschien doet Geert Wilders dan wel het fatsoenlijkst denkbare door nu als een bezetene tekeer te gaan. Ik zeg er voor de zekerheid maar even bij dat ik persoonlijk niet denk dat het zo’n vaart zal lopen, ik zie de boze reacties alweer binnenstromen, maar ik vraag me wel af op welke objectieve, en vergeet u dat woord niet als u straks in de comments uw gelijk probeert aan te tonen, gronden men nu kan zeggen dat Geert Wilders zijn toon moet matigen. Ik zou me nog iets kunnen voorstellen bij een stellingname dat het ‘beter of constructiever zou zijn als…’, maar de idiootste reden om idiote uitspraken af te keuren is wel de angst voor nog idiotere reacties (daarom schrijf ik deze stukjes ook gewoon).

En daarom zie ik in Doekle Terpstra ook eerder een doodsbenauwd wezeltje dan een autoritaire schoolmeester die de kiftende partijen tot de orde roept, zoals mevrouw Z.Z. uit A. voor ogen heeft. Als we die vergelijking doortrekken, dan zou dat betekenen dat meester Doekle gezag heeft, en zijn leerlingen naar hem luisteren. Ik zie ze al voor me, twee moslimfundi’s, de een met een plattegrond van Schiphol op schoot, de ander driftig in de weer met rode en blauwe kabeltjes en de montagehandleiding, en dan *plof*, daar valt de Trouw op de deurmat, Moet je nu eens zien, zegt de een, een interessant artikel van Doekle Terpstra van wel twee pagina’s lang, Zoveel tijd hebben we niet, zegt de ander, Ons vliegtuig gaat al om kwart over acht, en de handleiding is nogal onduidelijk, Maar hij heeft zinvolle dingen te melden, die Doekle, laten we verdraagzaam zijn en de boel af- in plaats van opblazen, Goed, dat doen we.

Of begrijp ik het verkeerd en wordt alleen van Geert Wilders verwacht dat hij zich verdraagzamer opstelt?

Zo blijkt maar weer eens hoe relevant het zou zijn als iemand zich bij zijn aanval op Wilders wel zou uitspreken voor diens recht op domme en beledigende meningen en tegen de nog veel dommere en bedreigender reacties van beledigde gelovigen. Het stelselmatige stilzwijgen op dit punt heeft toch iets vergoelijkends. Zou het zo kunnen zijn dat Terpstra c.s. stiekem nog veel banger zijn en denken dat we de dans ontspringen als we iedereen maar te vriend houden? En geef toe, sluiten we niet allemaal af en toe onze ogen voor dreigingen waar we liever niet aan denken, in de hoop dat het dan wel overwaait?

Ik durf dat best toe te geven, en ik kan me zelfs voorstellen dat publieke figuren het verstandig achten om bepaalde opvattingen niet naar buiten te brengen. Maar laten we wel even vaststellen dat er dan iets grondig mis is, en niet zozeer met degene die zo’n kwalijke opvatting toch openlijk uitspreekt, alswel met de waanzinnige types die daar niet mee om kunnen gaan. Als iamzero.nl dus binnenkort weer gehackt wordt, wat ik gelet op gebrekkige beveiliging zeker niet uitsluit, dan mag ik toch hopen dat mij geen enkele blaam treft. Ook in dit stukje ben ik eigenlijk weer heel vriendelijk geweest.

Geert

Lieve mensen, ik wil het dit jaar niet met u over Geert Wilders hebben, dat doen al genoeg anderen, maar over de strijdwijze van zijn tegenstanders. Want Wilders mag dan af en toe idiote ideeën verkondigen, de manier waarop er doorgaans op hem gereageerd wordt, is pas echt staatsgevaarlijk.

Allereerst is daar natuurlijk Doekle Terpstra. In mijn vorige stukje probeerde ik zijn zaaddodend naïef-vredelievende aanval op Wilders nog te ridiculiseren door een willekeurig kamerlid met een nog dommer idee op dezelfde manier te beschimpen. Dat ging natuurlijk over Terpstra, en helemaal niet over Atsma, maar uw reacties beperkten zich tot het weer, en dat is toch wel tekenend.

De aanpak van Terpstra is die van het jongetje op de lagere school dat gepest wordt en dan in een hoek gaat zitten janken dat het niet éérlijk is, dat je niet mág pesten. Daar kun je dan gelijk in hebben, je hebt verdomd weinig aan die constatering, en de aanstichter van het kwaad zal er eerder een schepje bovenop doen dan dat hij in het vervolg wat meer rekening met je zal houden. De oproep van Terpstra leidt dus in het geheel nergens toe, behalve dan tot een weeë zemelsmaak in je mond. En de krant die twee hele pagina’s voor zoiets futiels uittrekt, de eerste twee zelfs, is trouwens misschien toch wel niet de beste van Nederland.

Een andere krant meldt al drie weken lang dat er misschien wel rellen en wereldwijde boycots gaan komen na de uitzending van Wilders’ film over de Koran. Ik weet niet wat de redactie bezielt om dit bericht iedere dag opnieuw te plaatsen, maar het lijkt mij dat degene die het nu nog waagt om stampij te gaan schoppen, echt tuig van de richel is. Ze hoeven echt niet te wachten tot die film uitgezonden is om te weten dat Wilders hun vriend niet is, en de film zal heus geen zoetsappig romantisch drama worden.

Geen enkele aanleiding dus om na de vertoning van dat YouTube-filmpje de straat op te gaan. Toch zal het gebeuren, en de reactie van de terpstraristen zal dan niet zijn dat stokslagen en handafhakkingen op hun plaats zijn, maar vooral dat Wilders wel echt heel erg provocerend bezig is geweest.

‘Je mag zeggen wat je wilt, MAAR…’, dat soort geneuzel, en we weten allemaal dat wat op ‘maar’ volgt, altijd zwaarder weegt. Onzin! Je mag zeggen wat je wilt PUNT. Al tientallen jaren worden de christenen, ik kan ze ook gerust gristenhonden noemen, geen haan die ernaar kraait, op de meest respectloze wijze geschoffeerd, en dat wordt volkomen geaccepteerd, doorgaans óók door de lijdende voorwerpen. Hoe kunnen we dan toch tegelijkertijd blijven volhouden dat Wilders zijn toon moet matigen en dat er met de islam niets aan de hand is?

Wilders zegt dan dat de islam een fascistisch geloof is dat ons bedreigt en dat bestreden dient te worden. De subtiliteit en ook de noodzaak van die woordkeuze is ver te zoeken, maar als je er de weinig smakelijke en door Wilders wat overdreven gedoseerde saus van het populisme afschraapt, blijft over dat zich in onze samenleving enkele subversieve elementen bevinden die de islam als grootste gemene deler hebben. En dat is ineens een analyse die zelfs gedeeld zou kunnen worden door dragers van sokken gemaakt van dieren die men wel op de kinderboerderij aantreft en waar al dan niet mee gecopuleerd is.

Maar daar gaat het dus om: dat Wilders het niet zo mag zeggen. Zijn collega’s die door hem gepest worden, gaan massaal in de hoek zitten janke-balkenende-pruillip-opzetten: ‘Zo praat een politicus niet’. ‘Een kamerlid maakt een minister niet uit voor ‘knettergek”.

Nou, wel dus. Ik bedoel, mijn stijl is het ook niet, maar het valt moeilijk te ontkennen dat we het hier hebben over een democratisch gekozen volksvertegenwoordiger die dus helaas wél zo praat en de minister wél voor knettergek uitmaakt. Dus: deal with it, of zoek een andere baan.

Het gevolg van de oververhitte reacties op iedere scheet van Wilders is inmiddels zelfs dat mensen hun meningen gaan bijstellen uit angst de verdenking op zich te laden dat ze het misschien wel met het Kwaad (© Doekle 2007) eens zijn. Neem nu Geerts mislukte proefballonnetje over het uit de regering zetten van Beatrix na haar mierzoete kersttoespraak. Van de PvdA weten we al een tijdje dat zij uit electorale overwegingen het koningshuis met rust laat, maar dit pleidooi zou normaal gesproken toch op warme belangstelling van verklaarde republikeinen van D66- en SP-huize mogen rekenen. Nee hoor, Geerts uitspraken werden kamerbreed verworpen.

En wie staat er, nu het dreigende zwaard van een internationale boycot boven ons hoofd bungelt, vast op om vol vuur en ondubbelzinnig te verklaren dat hoe verwerpelijk Geerts boodschap ook is, hij wel de vrijheid heeft om deze te verkondigen? Dat wij in Nederland abjecte ideeën verkiezen boven fundamentalistisch geweld van godsdienstwaanzinnigen? Niemand! Een levensgevaarlijke knieval.

Balkenende, maar ja, moeten we het daar dan van hebben, was nog de enige die deed wat je moet doen: de man compleet negeren of, beter, uitnodigen voor een goed gesprek. Jamaar, wordt er dan gepiept vanuit de jank- en pruilhoek, dat heeft toch geen zin want daar gaat hij toch nooit op in. Nee, vind je het gek als er geen enkele sanctie op staat; je hoort er simpelweg niks meer over en Wilders komt er keer op keer mee weg.

Ik weet nog wel een goed plekje op pagina 3 van de Volkskrant, waar nu dagelijks wordt bericht over relletjes die in de toekomst wellicht ooit zouden kunnen gaan plaatsvinden, in plaats waarvan onze minister-president ons er ook dagelijks aan zou kunnen herinneren dat Wilders nog steeds niet heeft gereageerd op zijn uitnodiging. En als Wilders dan over een tijdje weer met een voorstel komt – laten we zeggen dat alle moskeeën in Saoedische olie gedrenkt moeten worden en vervolgens het rookverbod in het huis van Allah moet worden opgeheven – en Balkenende wordt om een reactie gevraagd, dan moet hij dat gewoon niet doen en zeggen: ‘Geert Wilders? Dat is toch die man met die grote mond die altijd weigert om te praten?’

Of zet voor mijn part Geert Wilders op marktplaats.nl (maar dan wel https, in verband met een beveiligde omgeving). Maar in ieder geval, om Rita Verdonk in incorrect Nederlands te citeren: doe wat! – grijp ook eens het initiatief, doe eens iets terug (en niet meteen zo verongelijkt) en laat je niet als een mak schaap onverdoofd naar de slachtbank leiden.

Doekle

Vorig jaar werd uw eigenste zero in het decembernummer van tijdschrift Onze Taal nog tot taalgebruiker van 2006 gekroond door vrouw Roze, maar bij gebrek aan bekenden tussen de ondervraagde prominenten van dit jaar, over wier autoriteit op het gebied van taalvaardigheid overigens te twisten valt, bleek prolongatie van die titel niet mogelijk – of 2007 was niet mijn taaljaar, dat kan natuurlijk ook.

Een van de taalgebruikers die de zes standaardvragen van Onze Taal dit jaar mochten beantwoorden, was Doekle Terpstra. Doekle was ooit van de vakbond, en je zou zeggen dat ze daar stevige woordenwisselingen over het algemeen niet schuwen. Toch was Doekles antwoord op de vraag naar de taalgebeurtenis of -trend van 2007 ‘de ver-Wildering van het taalgebruik in het publieke debat’, terwijl er natuurlijk al vanaf het Pleistoceen wordt geweeklaagd over de verruwing van het taalgebruik. Daarnaast vond Doekle ‘knettergek’, zoals gebruikt door Wilders in debat met Vogelaar, het ergste woord van 2007, en als klap op de vuurpijl noemde Doekle Wilders als beste taalgebruiker van het jaar ‘maar dan wel in de slechtste zin van het woord: hij gebruikt de taal om het debat dood te slaan.’

Onze Taal is een braaf, jazelfs enigszins truttig tijdschrift, gemaakt door een uitstervend ras van hobbyistische taalliefhebbers die vlak na het Pleistoceen zes vragen hebben bedacht die ze sindsdien aan het eind van ieder jaar aan een paar mensen stellen. Wie bij de beantwoording van deze zes brave, jazelfs enigszins truttige vragen drie keer Geert Wilders er met zijn beruchte haren bijsleept, moet wel bijzonder geobsedeerd zijn. Wat heet: luttele dagen later kondigt Doekle een protestbeweging Stop de VerWildering aan.

Zo braaf, zo truttig.

VerWildering is natuurlijk op de valreep het allerergste woord van 2007, compleet met tenenkrommende hoofdletter terwijl die meneer helemaal geen Wilder heet – tenzij Doekle zo ver achterloopt dat zijn ergernis het grove taalgebruik van Gene Wilder in Willy Wonka & the Chocolate Factory betreft.

Ik op mijn beurt zou nu graag The War on Terpstra willen uitroepen. Onze democratie wordt namelijk ondermijnd door terpstraristen die klaar staan om werkelijk alles op te blazen, zelfs de grootste non-issues. In alle geledingen van de samenleving tiert het terpstrarisme welig, zelfs onder vrouwen en jongeren, en ik durf zelfs niet uit te sluiten in uw eigen vriendenkring.

Tegen zijn kan Geert Wilders veel beter zelf. Zelfs tegen Geert Wilders zijn kan Geert Wilders veel beter zelf. Wat we nodig hebben, is een groepering die Geert Wilders niet verwaardigt met welke mening dan ook. De PvdO, de Partij van de O, of van de nul, dat mag ook, die het mooiste woord van het Nederlands (‘O’) in de strijd gooit.

‘Geert Wilders wil de Koran verbieden!’
‘O.’
‘Geert Wilders gaat een film maken waarin hij de Koran een fascistisch boek noemt!’
‘O.’

OK, misschien is dat het antwoord ook niet. Maar alsjeblieft, niet dat terpstraristische theeleutgeleuter over debatten die verziekt worden of groepen die monddood worden gemaakt. Geert Wilders is gewoon een parlementariër die af en toe een abject idee lanceert dat door een volwassen democratie vervolgens eenvoudigweg afgewezen wordt. Als Doekle Terpstra er als voorzitter van de HBO-raad nou gewoon voor zorgt dat de jongeren een beetje fatsoenlijk worden opgeleid, dan lost het probleem zich vanzelf op.

Maar op deze manier heeft Geert Wilders met vijanden als Doekle Terpstra geen vrienden meer nodig.