Kilometerprijs

Camiel Eurlings heeft deze week het begrip ‘belastingparadijs’ van een geheel nieuwe dimensie voorzien. De immer goedlachse Limburger zal spoorslags de geschiedenis ingaan als de eerste minister die een belastingwet door de Tweede Kamer loodste die uitsluitend winnaars kent. Want ga maar na: de automobilist, de staatskas, het milieu én het volledige politieke spectrum dat opkomt voor de belangen van automobilist, staatskas of milieu, kortom: iedereen, is erbij gebaat wanneer we straks onze gereisde kilometertjes per stuk gaan afrekenen.

Het succes van Eurlings is geheel en al toe te schrijven aan de wijze waarop hij zijn voorstel presenteerde. Nare woorden als rekeningrijden en kilometerheffing verdrong hij naar de achtergrond; die associeer je immers vooral met betalen. Eurlings had het bij voorkeur over de kilometerprijs, alsof we na het debacle met de Staatsloterij nu eindelijk met zijn allen iets gaan winnen. En inderdaad: 59% van de automobilisten zou er in het nieuwe plan op vooruitgaan.

De redenering gaat ongeveer als volgt: vijftien jaar lang is de indruk gewekt dat het rekeningrijden enorm duur zou worden. Dat is dus goed voor de staatskas. Omdat het zo duur is, zullen automobilisten vaker hun auto laten staan. Dat is goed voor het milieu en de files zullen verdwijnen. Bovendien betaalt de burger minder, omdat hij minder rijdt. Kortom, iedereen blij.

🙂

Nu deze redenering ontrafeld is, kan de boomerang zijn terugtocht aanvangen. Automobilisten betalen straks minder, dus dat is slecht voor de staatskas. Omdat het toch zo goedkoop is, zullen automobilisten meer gaan rijden. Dat is slecht voor het milieu en de files zullen weer toenemen. In de file sta je stil en rijd je geen kilometers, dus dat is nog slechter voor de staatskas. De prijs per kilometer zal exponentieel moeten toenemen om Nederland van de ondergang te redden.

🙁

Ik had sowieso al mijn bedenkingen bij die 59%. In de week dat bekend werd dat we de recessie achter ons hebben gelaten en we er dus volgend jaar allemaal weer op vooruitgaan, is het een veeg teken wanneer van de automobilisten nog maar 59% een rooskleurige toekomst tegemoet kan zien. Afgezien daarvan wantrouw ik percentages van 59% bij voorbaat. Je kunt het ook gewoon afmaken op 60%, maar dan zou het een zweem van nattevingerwerk krijgen, terwijl 59% vertrouwen zou moeten wekken, alsof het alleen het resultaat kan zijn van gedegen onafhankelijk onderzoek.

Ammehoela, Eurlings. In het voorstel is sprake van een tarief dat varieert van 3 eurlingscent per kilometer (een soort introductiekorting, ook al zo’n handige marketingtruc) tot wel 6,7 eurlingscent per kilometer. Op welk scenario die 59% gebaseerd is, wordt nergens duidelijk. Los daarvan rekent het kabinet erop dat het autogebruik in de komende tien jaar met 15% daalt. Met andere woorden: om het autogebruik terug te dringen, voeren ze een belasting op veelvuldig autogebruik in, en ze gaan er vervolgens van uit dat deze doelstelling gerealiseerd wordt als het autogebruik voor de gemiddelde burger goedkoper wordt.

Uh huh.

Intussen lees je dan dat de provincies allerlei belastinginkomsten mislopen en nu een vrijbrief hebben gekregen om dit te compenseren met nieuwe belastingen. Dat gaat ons dus geld kosten, maar het heeft uiteraard geen gevolgen voor de 59%, want een belasting op, laten we zeggen, tatoeages of boekenbezit heeft natuurlijk geen invloed op je automobilist-zijn.

Ik kan intussen niet wachten tot de PVV na de Provinciale Staten-verkiezingen weer onnavolgbare belastingvoorstellen kan indienen in ons kilometerparadijsje.