In de trein (1)

De psychologie van het plaatsnemen in de trein zou een dankbaar onderwerp zijn voor een scriptieonderzoek.

De trein staat een kwartier voor vertrek al klaar, wachtend op de vele passagiers die gaan komen. Het aanbod is overweldigend, zo ruim van tevoren, maar toch weet je dat iedere keuze verkeerd kan uitpakken. Een mooi, schoon plekje aan het raam is nog geen garantie dat de overige drie plaatsen niet ingenomen gaan worden door luid telefonerende zakenlui, jankende kinderen of zwetende leden der obesogene samenleving.

De wetten zijn ongeschreven, maar iedereen weet dat het not done is om tegenover iemand te gaan zitten zolang er nog vierzitjes zijn die geheel onbezet zijn. Zelfs in de ochtendspits, wanneer deze situatie zich slechts kortstondig voordoet, is het uitgesloten om op safe te spelen door ondanks de lege zitjes elders alvast tegenover iemand te gaan zitten die vertrouwen wekt voor een voorspoedige reis – bijvoorbeeld oude man die rustig een boek leest, een aantrekkelijk ogend vrouwspersoon of iemand die zijn persoonlijke eigendommen, waar hij bij het verlaten van de trein aan zal worden herinnerd door de conducteur, zo uitbundig heeft uitgestald dat meer buren in hetzelfde vierzitje onwaarschijnlijk zijn.

Je gaat gewoon in een leeg vierzitje zitten, punt uit. En zo vult de trein zich tot alle egoïsten een vierzitje voor zichzelf hebben.

Zalig van geest zijn zij die op dat moment de trein betreden. Ook zij moeten nu gaan kiezen, maar zij handelen met voorkennis. Ze beoordelen de stervelingen die te vroeg waren stuk voor stuk en nemen plaats tegenover degene die hem of haar, afhankelijk van de stemming, de minste last dan wel het meeste plezier in het vooruitzicht stelt.

Bij de te vroegen staat de angst in de ogen geschreven. Tussen hoop en vrees zwevend aanschouwen ze de langzaam langsparaderende potentiële reisgenoten, die een machtige blik op hen doen neerdalen. Enerzijds willen de beoordeelden tegen beter weten in hun vierzitje zo lang mogelijk voor zichzelf houden, anderzijds hopen ze dat het lot, als het dan toch onvermijdelijk is, hun gunstig gestemd is.

Ik heb alle aanleiding om te veronderstellen dat ik geen onprettige reisgenoot ben. Verdiept in mijn lectuur en muziek houd ik de ganse reis mijn waffel, ik zal er alles aan doen om die andere twee plaatsen onbezet te houden en er is bij mijn weten nog nooit iemand gillend van angst weggerend bij de aanblik mijner facie.

Nee, ik verdien beter dan wat er zoal tegenover mij plaatsneemt.

(wordt vervolgd)

Nieuwe stukjes in je mailbox?

Meld je aan en ontvang een mailtje bij elk ei dat gelegd is.
Loading

8 gedachtes over “In de trein (1)”

  1. Ik vind het het ergst als ik in een rustige coupé zit en iemand gaat vervolgens telefoneren. Waarom moet dat altijd zo hard? Er is trouwens een sociaal wetenschapper (Goffman) die onderzoek heeft gedaan naar het gebruik van de openbare ruimte, zoals het bezetten van stoelen met je tas.

  2. Soms prefereer ik ook een vierzitsbank boven een tweezits, omdat je dan minder kans loopt de hele reis naast een heel vervelend (vies, raar, etc.) persoon te zitten, zij aan zij, als ware je echtelieden. Dan maar meer mensen om je heen.

  3. ‘ik zal er alles aan doen om die andere twee plaatsen onbezet te houden’ –> hoe doe je dat? En had jij niet ook een hekel aan mensen die hun tas naast zich op de bank zetten?

  4. Wordt vervolgd? Dat moet wel een heel onaangename medepassagier zijn geweest. Medepassagiers zijn regelmatig inspiratie voor logjes, dus ik ben benieuwd 🙂
    Wist je trouwens dat er (om even lekker te generaliseren) verschil zit tussen de manieren waarop mannen en vrouwen voorkomen dat er iemand naast ze komt zitten? Vrouwen zetten meestal een tas naast zich (sorry, ayert), en mannen gaan zó breeduit zitten (ja, de benen gespreid) dat er niemand meer naast past.

  5. Hoewel ook ik nagenoeg dagelijks met de trein reis, herken ik je probleem nauwelijks. Ik ben op de heenreis al dankbaar als er een zitje overschiet. Op de weg naar huis heb ik doorgaans wel keus waar ik plaats zal nemen. Ik haast mij niet bij die keuze en desnoods sla ik een lege vierzitter over om tegenover iemand plaats te nemen waarvan ik de lengte taxeer op minder dan 170 cm. Om begrijpelijke redenen reis ik dus op de terugreis meestal in het ‘gezelschap’ van minstens 1 vrouw.
    Overigens heb ik vervolgens meer aandacht voor mijn boek.

  6. Hahaha… ernstig maar waar: “iedereen weet dat het not done is om tegenover iemand te gaan zitten zolang er nog vierzitjes zijn die geheel onbezet zijn”

    😀

    Leuk verhaaltje weer zeuro… je moet binnenkort maar een eigen column aanvragen bij de Volkskrant. Dit leest stukken fijner weg dan wat de oude generatie zeuro’s die daar zit dagelijks uitbraakt.

    xV

  7. Gisteren gebeurde het me nog dat ik moederziel alleen in een vierzitje zat (net als de rest van de mensen in de coupé) en dat er iemand NAAST me kwam zitten in plaats van schuin tegenover! Ik vond het ietwat onaangepast. Het strookt niet met de ongeschreven wetten van de fysieke ruimte die je tot je medemens hoort te bewaren (iets dat overigens cultureel is bepaald). Net zoals wanneer iemand te dichtbij je komt staan wanneer hij of zij tegen je praat.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.