Gevoelstemperatuur

Ik begon dus net een beetje aan die kou te wennen toen ik van alle kanten gewaarschuwd werd voor een met sneeuwjacht gepaard gaande gevoelstemperatuur van wel min vijftien graden Celsius.

Daar kan ik dus slecht tegen. Een gevoelstemperatuur, die had je twintig jaar geleden nog niet. Destijds kon het gewoon flink kouder aanvoelen als er een snijdende poolwind over de lage landen woei, maar de behoefte om dit in exacte cijfers uit te drukken bestond ten enenmale niet – en terecht natuurlijk: een gevoelstemperatuur is, zoals de naam al aangeeft, een persoonlijk eigendom dat met het diepste respect behandeld dient te worden. Toch is hij ergens in de afgelopen decennia uitgevonden, de semi-officiële Gevoelstemperatuur™, en tegenwoordig is het dus al zover dat deze niet alleen achteraf beschreven, maar zelfs van tevoren voorspeld wordt. Zodat je dus ’s avonds al weet hoe je je een dag later gaat voelen.

Het kan niet anders of de Gevoelstemperatuur™ dient een commercieel doel – en ja hoor, er is godverdomme alweer een gevoelstemperatuurradar die je gevoel tot achter de komma vastlegt in koude en kille cijfers. Afgelopen zaterdag had ik de euvele moed om te fluisteren dat ik het wel mee vond vallen met die kou, maar een blik op de gevoelsthermometer wees uit dat mijn gevoel van mijn gevoel me in de steek had gelaten. Het had heus wel aangevoeld als -15, alleen voelde het alsof het minder koud voelde.

‘Ach, wind je niet op, zero’, krijg ik dan te horen. ‘Dat is gewoon een rekensommetje van temperatuur, windsnelheid en -richting. Vooruitgang, noemen ze dat ook wel.’
Anderen wijzen op een algeheel gebrek aan gevoelens mijnerzijds.

Ik neem daar geen genoegen mee; het is en blijft een naar ding, die Gevoelstemperatuur™. Celsius zou zich in zijn graf omdraaien als hij zou ontdekken hoe zijn prachtschaal te grabbel wordt gegooid. Mind you: de Gevoelstemperatuur™ wordt in celsiusgraden uitgedrukt, hetgeen natuurlijk een gotspe van jewelste is. Water bevriest bij 0, raakt aan de kook bij 100 en trekt zich daarbij verdomd weinig aan van windsnelheid of -richting, laat staan van maatschappelijke problemen als hoge energierekeningen en gebrek aan winterkleding. Maar zie hier:

Op meetstation Hoek van Holland dooit het dus behoorlijk, maar gevoelsvriest het dat het kraakt. In Hoogeveen idem dito. Wat betekent dat in vredesnaam? Wat gebeurt er bij 0 graden Gevoelsius? Kunnen we na twee weken van Gevoelstemperatuur™ ruim onder 0 een Gevoelstedentocht organiseren?

Sowieso is dat een vervelend trekje van de Gevoelstemperatuur™, om altijd maar extremer te willen zijn. Nooit eens vriest het buiten 15 graden, maar voelt het aan als rond het vriespunt. Nee, dan hoor je ineens niks van Gevoelstemperatuur™. Een aandachtsgeil rottemperatuurtje, dat is het.

En dus zal het ongetwijfeld niet bij Gevoelstemperatuur™ blijven. Hoe lang zal het nog duren voor Gerrit Hiemstra waarschuwt: “Het is morgen nagenoeg windstil, maar de Gevoelswind™ kan toenemen tot matig, kracht 4”? Of Marco Verhoef voorspelt: “Er valt morgen zo’n 10 mm regen, maar de Gevoelsneerslag™ kan wel oplopen tot zo’n 70 mm, afhankelijk natuurlijk van de afstand die u moet fietsen”?

Waar ík nu wel benieuwd naar ben op een dag als vandaag, is de gevoelstemperatuur van iemand als Jan Peter Balkenende.

Gevoelstemperatuur

IJsvrij

De ambtenaren van het Ministerie van Buitenlandse Zaken konden vorige week donderdag een middagje ijsvrij nemen, ‘mits de dienst het toeliet‘. Mijn dienst liet het toe om anderhalve week vrijaf te nemen, op een rotkopje na.

Ik was dus even geen logger. Er ging een wereld voor me open.

Buiten waren er mensen die zich ogenschijnlijk vrijwillig, want massaal, in de snijdende vrieskou onhandig over de bevroren wateren voortbewogen op dunne ijzers, met als enige aanleiding het feit dat het voor eerst in twaalf jaar weer kon. Een koddig gezicht, al die stumpers die het gladde ijs hadden betreden met als enige doel om er niet op onderuit te gaan, iets wat vanaf de zijkant een heel stuk eenvoudiger te realiseren was zonder dat je daarvoor voor joker hoefde te staan met een door oma gebreide wollen muts op je kop. Stel je toch voor dat je als marsmannetje uitgerekend op zondag 11 januari 2009 nietsvermoedend uit je UFO stapt bij de Ankeveense Plassen en het eerste wat je ziet is zo’n volwassen man die tot op het bot verkleumd achter een stoel staat te hannesen en je uitnodigt voor de koek en zopie: dodelijk voor de mensheid. Ik bedoel maar te zeggen: normaal gesproken zou ik me hier enorm over opwinden, maar geheel en al ontblogd kon ik de mensen laten begaan. Wonderlijk genoeg leek iedereen bovendien nogal schik te hebben in zijn afzichtelijke geploeter.

Binnen was er een nieuw espresso-apparaat. De bezorging daarvan zou menig blogger tot uitvoerige bespiegelingen brengen. Ik dronk vooral gewoon koffie en liet het daarbij. Wat zou ik er ook over schrijven; wat kun je er ook over schrijven, behalve zoiets als dit, en dan nog.

In de Albert Heijn was er een merkwaardig voorval. Maar daar moet je bij geweest zijn.

En in het Midden-Oosten werd er gegooid met duizend bommen en granaten en ook nog een paar raketten. Als je daar iets over schrijft, heb je al gauw een mening, of je nu wilt of niet, hetgeen feilloos wordt aangetoond door de vorige zin, waar menigeen ten onrechte meer in zal lezen dan een parafrasering van kapitein Haddock. En uit de vorige, want zeggen dat je geen mening hebt, is tegenwoordig ook al een mening. Ik vond dus alleen maar dat ik geen mening had, en hield in tegenstelling tot de strijdende partijen mijn kruit wel droog. Heerlijk.

En voor u moet het helemaal een oase van rust geweest zijn, anderhalve week geen zuur geneuzel in de marge.

Dit moeten we vaker doen, mensen.

IJsvrij

Matig

Ik weet dat het weer niet het meest interessante onderwerp is om over van gedachten te wisselen, maar ik wil toch even kwijt dat ik die hele Gerrit Hiemstra en Marco Verhoef inmiddels wel kan schieten. We lopen nu al wekenlang blauwbekkend over straat, links en rechts vriezen er wat vingers af, je glijdt om de haverklap op je smoelwerk en bij gebrek aan vingers om je val te breken breek je dan vroeg of laat alles wat je hebt, nou ja, behalve die verloren vingers dan, waarna je buiten bewustzijn raakt en nog van geluk mag spreken als iemand je intussen zwaar onderkoeld naar huis laat brengen, waar de leidingen van de verwarming gesprongen blijken – en de beste karakterisering die het olijke duo Hiemstra & Verhoef voor dit alles kan bedenken is matige vorst.

Matige vorst, dat is net zoiets als matige wind: tenzij je Jan Peter Balkenende heet, want dan doe je gewoon een trapje extra, word je bijkans van je fiets geblazen terwijl de ontwortelde bomen je om de oren vliegen, en dat noemen ze dan matige wind. En dan vinden ze het nog gek dat de campagne die oproept tot matig drinken niet het gewenste effect heeft.

Waarom zou Celsius ooit al die graden uitgevonden hebben? Juist, zodat we dan geen vage, subjectieve aanduidingen meer nodig zouden hebben, maar gewoon met een exact getal kunnen aangeven hoe warm of koud het is. Als de verkoper in een schoenenwinkel vraagt welke maat je hebt, ga je toch ook niet zeggen dat je lichte (tussen maat 34 en 37) tot matige (38-40) voeten hebt? En met het weer is het trouwens niet anders. Ze zeggen nooit zonder verdere toelichting ‘het gaat matig vriezen punt’; het is altijd ‘het gaat matig vriezen met temperaturen tussen -6 en -8’. Maar als je die temperatuur er toch altijd bij moet zeggen, dan voegt dat ‘matig’ dus helemaal niks toe, en als iets niks toevoegt, MOET JE HET GEWOON NIET ZEGGEN.

Sjezus.
(toen die over water liep vroor het waarschijnlijk ook matig, maar dat terzijde)

Nou goed, vanuit wetenschappelijk-meteorologisch perspectief begrijp ik het allemaal nog wel. Je kunt bij -9 natuurlijk moeilijk van extreme vorst spreken als er een theoretische kans bestaat dat het in een uithoek van Siberië nog net één graadje kouder wordt, want dan ben je door je termen heen. Vandaar dus ‘matig’, want het kan puur hypothetisch gesproken allemaal nog veel erger.

Vanaf -10 bijvoorbeeld heet het strenge vorst, zoals ze Filips de Tweede ook wel eens noemden. Strenge vorst als karakterisering voor tien graden onder nul: ook weer zo’n eufemisme van de bovenste plank. Vorst is per definitie streng. De mensheid heeft allang geen vorst meer nodig, en temperaturen onder de -10 dienen werkelijk geen enkel doel meer. De evolutie is druk bezig om dat kraakhelder, of in global-warmingterminologie zonneklaar, aan te tonen: nog een jaar of vijftig en we zijn definitief van die onzin af. Kortom, ‘streng’ als karakterisering voor -10 en kouder: ik vind het een matige term.

Hoog tijd voor een nieuwe indeling dan de huidige:

  • -2,9 tot -0,0*: beetje vorst
  • -5,9 tot -3,0: barre vorst
  • -9,9 tot -6,0: ondraaglijke vorst
  • -14,9 tot -10,0: onmenselijke vorst
  • -15,0 en lager: emigratiewaardige vorst

* kan dan ook nog iemand uitleggen waarom het -0,0 is en niet +0,0 (behalve dan dat het in het ene geval wel en in het andere geval niet vriest)? Dat maakt voor een zero nogal wat uit.

Matig