Toilet voor geen gasten

In lang vervlogen tijden van jeugdige overmoed wilde ik hier nog wel eens een van innerlijke woede doordrenkt stukje plaatsen waarin ik korte metten maakte met wild om zich heen slaande taalverschijnselen die zo spoedig mogelijk de kop in gedrukt dienden te worden. Was ik werkelijk in de veronderstelling dat de mensen die mijn stukjes helemaal leuk vonden de boodschap ook helemaal serieus zouden verspreiden, om zodoende een kentering teweeg te brengen?

Waarschijnlijk niet, maar op 1 augustus 2010, toen ik binnenliep bij een etablissement dat onderstaand bord uitgestald had staan, had ik het zinloze van mijn naïeve missie in ieder geval al ingezien:

toiletvoorgeengasten2010

Toilet voor geen gasten.

Het is niet dat hier nu een structureel taalprobleem geïllustreerd werd, maar een opmerkelijke constructie was het zeker. Toilet voor geen gasten: werd daar een wc mee bedoeld waar niemand welkom is (maar waarom dan toch geld ervoor gevraagd)? Of een omslachtige manier om de vrouwen-wc mee aan te duiden?

In 2007 was het ongetwijfeld voer voor uitgebreide bespiegelingen geweest. Maar het was 2010: ik plaatste de foto op Facebook. Vijf likes en dat was het dan.

 

 

Het is 9 juni 2013. We wandelen van IJmuiden strand in zuidelijke richting; de wind comfortabel in de rug, maar tegelijk als een mes op de keel in de gedachte aan de terugweg. ‘We gaan bij de eerstvolgende strandtent zitten en lopen dan binnendoor terug.’

Goed plan, en verdomd, daar doemt… verrek, is dat niet… ja, dat is Toilet voor geen gasten! Zou het er nog staan? En ja hoor:

Toilet voor geen gasten, 1 augustus 2010

Goed, niet meteen te negatief zijn: in drie jaar tijd is er geen cent bij gekomen – dit overigens ruimschoots gecompenseerd door de exorbitante prijsstijging van de tosti’s voor geen kaasliefhebbers.

Wie kritischer kijkt, ziet dat de tekst weliswaar in hetzelfde handschrift is geschreven, maar niet identiek is. Iemand heeft dus in de tussentijd minimaal één keer – de gedachte dat het vaker geweest kan zijn beangstigt me – de tekst uitgewist en opnieuw “Toilet voor geen gasten” opgeschreven. Omdat het zo’n succesvolle tekst was. Veel geld mee verdiend.

Wie nog kritischer kijkt, kan bedenken dat het bord niet op 1 augustus 2010 maar misschien al veel eerder geplaatst is. Pickwick Fresh Tea, dat bestond rond 1996. Misschien bestaat er een guldenversie van het bord: Toilet voor geen gasten, fl. 0,25.

In 2016 ga ik weer een keer kijken. Laat het in godsnaam weg zijn tegen die tijd.

Toilet voor geen gasten

De verdubbelaar

Toen ik mij drie jaar terug helemaal opwond over het gebruik van het woord ‘helemaal’ in plaats van ‘heel’ (als in ‘En, hoe was het?’ – ‘Ja, helemaal leuk! Helemaal gezellig!’ – zie hier en hier), had ik niet de minste illusie dat ik daarmee een verderfelijke ontwikkeling tot staan zou brengen. In de donkerste doemscenario’s kwam echter ook niet voor wat zich nu lijkt te voltrekken: dat men het weerzinwekkende ‘helemaal’ lijkt af te zweren ten faveure van een nog veel ergerniswekkender equivalent. Iets wat niet zomaar irritant is, maar echt tenenkrómmend tenenkrommend.

Ik heb het natuurlijk over de verdubbelaar.

Met de beste wil van de wereld zou je er nog net een hang naar authenticiteit in kunnen zien, in de verdubbelaar. Als iets ‘helemaal gezellig’ is, gaat dat gepaard met veel drank en losbandigheid, terwijl je ‘gezellig gezellig’ eerder associeert met kaarsen en diepgaande gesprekken: gezellig zoals gezellig ooit bedoeld is. De buren die drie weken lang in Benidorm Friet van Piet hebben genuttigd maar per ongeluk ook één keer tapas hebben gegeten in een toeristentoko, vertellen bij thuiskomst dolenthousiast hoe ontzettend Spááns Spaans ze hun vakantie hebben beleefd: helemaal echt, zogezegd.

Een realistischer verklaring voor het gebruik van de verdubbelaar is dat we er heden ten dage bij voorbaat al van uitgaan dat we belazerd worden. Bijvoorbeeld:
‘Ik moet voor een feestje iets zilvers aan en dat heb ik helemaal niet.’
‘O, ik heb nog wel een zilveren panty, die mag je wel lenen.’
‘Ja maar het moet wel zílver zilver zijn, hè?’

Met andere woorden: je zult wel met iets vaal grijs aankomen.

En laten we wel wezen, voor dat ‘gezéllig gezellig’ geldt natuurlijk precies hetzelfde. Als iemand je vraagt hoe iets was en je antwoordt anno 2010 niet minstens ‘helemaal gezellig’ of ‘gezéllig gezellig’ maar bijvoorbeeld ‘ja, best gezellig’, dan is dat niets minder dan een brute belediging. Het gevolg laat zich raden: straks hebben we het over ‘gezéllig gezellig gezellig’ of tekenen we, net zoals we aanhalingstekens kunnen gebaren, boven ons hoofd een kleine twee, ten teken van ‘gezellig in het kwadraat’.

Niet alleen verspreidt het verdubbelaarvirus zich angstaanjagend snel, het muteert ook nog eens. Laatst zei iemand tegen een vriendin van mij, die relatietechnisch de gewoonte heeft aan dode paarden te blijven trekken: ‘Jij bent ook niet echt van Schluß-Schluß, hè?’ – waarmee aangetoond is dat ook buitenlandse termen moeiteloos ten prooi vallen aan de verdubbelaar. En waren het in den beginne uitsluitend bijvoeglijke naamwoorden die infectiegevaar liepen, tegenwoordig kun je van Nigel de Jong prima zeggen dat hij niet zomaar een harde voetballer is, maar een sláger-slager. Waarschijnlijk schrijf je dat dan ook nog met een foutieve spatie, maar één geluk: de verdubbelaar vertoont zich vooralsnog niet in geschreven taal.

Ik druk met angst en beven op Publiceren – doodsbenauwd dat de verdubbelaar binnen afzienbare tijd verruild wordt voor iets nog afschuwelijkers. Volgende keer weer een authentiek stúkje-stukje, dat beloof ik.

De verdubbelaar

H-woord

Het lijkt erop dat de Nederlandse politiek eindelijk bij zinnen is gekomen en nu ook de enige overheidshobby die Geert Wilders altijd vergeet als hij het over bodemloze verkwisting van belastinggeld heeft, eindelijk eens kritisch gaat beschouwen. Als de leden van Vereniging Eigen Huis nu net zo onverwacht redelijk blijken te zijn als die van de ANWB, kan het nog eens iets worden met de afschaffing van die krankzinnige hypotheekrenteaftrek. Ik heb daar overigens een hard hoofd in, maar heb als woningbezitter mijn steentje inmiddels bijgedragen door politiek zeer ongewenste antwoorden te geven in de ledenenquête.

Nu de politiek eindelijk gezwicht is, wordt het hoog tijd dat ook in de voetballerij de discussie over het H-woord weer openlijk gevoerd wordt.

Het H-woord werd ooit geïntroduceerd om startende scheidsrechters op weg te helpen, en was erop gericht om veelal jonge supporters op de voetbalmarkt te betrekken. Duizenden liefhebbers vonden door de jaren heen dankzij het H-woord hun weg naar het stadion, zonder overigens dat hier enige vorm van subsidie voor nodig was.

Niemand weet precies wanneer het H-woord in de voetballerij taboe is verklaard. Boze tongen leggen een verband met de modetrend van de afgelopen twintig jaar, waarin de ultrakorte sportbroekjes vervangen werden door halve tenten. Anderen wijzen op de spellingshervorming van 1995, waarin het H-woord plotseling met een tussen-n geschreven zou moeten worden.

Hoe het ook zij, sinds het H-woord uit de stadions is verbannen, vieren openbare geweldpleging en spreekkoren de boventoon. Inmiddels wordt er iedere week wel een wedstrijd in het betaald voetbal stilgelegd als de supporters het na een onjuiste beslissing gemunt hebben op een verre achterneef van de arbiter, die naar verluidt verwekt is door een dame van dubieus allooi – of wanneer de grensrechter na een vermeend incorrecte waarneming wordt uitgescholden voor iemand met het syndroom van Down die te veel is blootgesteld aan carcinogenen (ook wel het K-woord).

Kortom, het wordt hoog tijd dat het op zijn minst bespreekbaar wordt om vertegenwoordigers van het scheids- en grensrechtersgilde als vanouds weer uit te kunnen maken voor hi-ha-hondelul.

H-woord

Tabloid

Recht praten wat krom is: behalve politici heb je daar ook communicatieadviseurs of redacteuren voor. Het leugentje om bestwil tot kunst verheffen en zo het meest afschuwelijke nieuws brengen alsof er een olympische medaille is gehaald: er zijn weinig dingen die meer voldoening geven. Zo was ik afgelopen week een verklaring schuldig aan een paar duizend studenten en medewerkers over de installatie van een gloednieuw geavanceerd printersysteem dat als voornaamste verdienste had dat het printen zo goed als onmogelijk maakte. Ik redde me eruit met een lulverhaal over duurzaamheid (we hadden toevallig net een convenant ondertekend) en verdomd, mijn eigen aversie tegen het systeem verdween als sneeuw voor de zon.

Maar dan was er die arme ziel die op de voorpagina van de Volkskrant moest uitleggen dat de krant voortaan op tabloidformaat verschijnt. Dat was overduidelijk slecht nieuws, want de keren dat de Volkskrant in de afgelopen jaren vernieuwde en bewust niet koos voor tabloid, lagen nog vers in het geheugen. Zelfs bij de introductie van het achterlijke tabloidkatern ‘2’ was er nog alle reden om niet geheel op tabloid over te gaan. Tabloid was minderwaardig, tabloid was inferieur; tabloid was voor losers en bij de overgang naar tabloid diende het woord ‘tabloid’ dan ook zo veel mogelijk vermeden te worden.

Gelukkig is daar dan de trouwe vriend waar je in dit soort situaties altijd op kunt terugvallen: het eufemisme. ‘De Volkskrant verschijnt vanaf 29 maart als compacte krant‘, was dan ook de kop. Prachtig. Wie wil er nu geen compacte krant? Maar ook de rest van het artikeltje was van een goedpraterij waar de gemiddelde KGB-propagandist steil van achterover zou slaan:

AMSTERDAMDe Volkskrant zal vanaf 29 maart verschijnen op het handzame halfformaat. Een deel van de krant, het katern 2, heeft sinds bijna een jaar die verschijningsvorm al. Sindsdien heeft de redactie er aan [sic] gewerkt om de volledige krant op halfformaat te maken. Het besluit past in een internationale en nationale trend. Steeds meer kranten kiezen voor ‘tabloid’, onder meer vanwege het gebruiksgemak. Ook heeft een kleiner formaat een grotere aantrekkingskracht op jongeren. De nieuwe compacte krant zal de ziel van de Volkskrant niet aantasten, zegt de hoofdredactie.

Het woordje ‘tabloid’ kon natuurlijk niet geheel achterwege blijven; de lezers zouden niet begrijpen waar het over ging. Maar door het subtiel tussen aanhalingstekens te plaatsen maakt de redactie duidelijk dat de Volkskrant absoluut niet geassocieerd wenst te worden met welke (vorm van) tabloid dan ook. Verder geen enkel woord over drukkerijen die wegens geldgebrek moeten sluiten, geen mea culpa voor het feit dat collega-kranten deze afweging al jaaaaren eerder maakten, maar wel Noord-Koreaanse taferelen over de ziel van de krant. Hulde aan de schrijver van dit stukje dus.

Echter. Er volgde nog één zinnetje:

De redactionele ruimte wordt uitgebreid.

Pardon? Verhuist de redactie van de bezemkast naar een voormalig toilet? Wordt de harde schijf ten behoeve van het archief vervangen? Natuurlijk wordt de redactionele ruimte niet uitgebreid; die zal gewoon, zoals we allemaal weten, worden ingeperkt, en verder ingeperkt en verder ingeperkt. Hier wordt niet iets mooier voorgesteld dan het is, hier wordt gewoon gejokt. Waardoor ik op de valreep toch niet blij ben met het nieuwe formaat.

Eén voordeel: in de nieuwe, compacte, niet ontzielde halfformaatsvolkskrant zou er voor zo’n laatste funest zinnetje waarschijnlijk net geen ruimte meer zijn.

Tabloid

Dichter bij de kiezer (4)

Goed, ik ga dit niet voor alle 431 gemeenten doen (u kunt allicht een verzoekje indienen), maar voor mijn eigen gemeente Haarlem kan ik natuurlijk niet verstek laten gaan. Dus daar gaat-ie maar weer met de nominaties:

In de categorie Namen van formaat: M.G.B. Breed, Suzanne Groot, Dik Bol en nogmaals Dik Bol.

In de categorie Voorname achternamen: Erika Mauritz, Bernard Felix, Edwin Hein, Jeroen Fritz.

In de categorie Letterlijke achternamen: Hans van Es, L.C. van Zetten, Stan Kaatee. Net niet goed genoeg voor de shortlist: Maria van Ooijen, Chantal Uljee, Sonja Kagie.

In de categorie Hoe bestrijden we de economische crisis?: Kristine Leenman, Helga Koper, Fer Daalderop, T.A. van Offeren en topfavoriet Paultje Eetgerink. Extra nominatie, met dank aan Verbal Jam: Sibel Özogul.

In de categorie Dierenvoer: Bernard Felix en Lard van der Pal. Afgevallen na de longlist: de heer Brokken en mevrouw Eukanuba, wegens het niet halen van de kandidatenlijst.

In de categorie Kleur bekennen: René Wit, José Groen. Gediskwalificeerd: Henk Bruines.

In de categorie Rare vogels: Huub Vink, Wil Schrama-Vogel, Pieter Postmus.

In de categorie Daar zit muziek in: Remko Trompetter, Has Oushoorn, Peter Ruigrok van der Werven, Rita Poppe.

In de categorie Europa JA: Frans Zanoli, Mo Rusch, Goos Finnema. Te klein bevonden: A.P. Marselje, Harold van der Spree.

In de categorie Onmogelijke combinaties binnen één lijst: Merijn Snoek en Jur Visser (CDA), Helga Koper en Kristine Leenman (PvdA), John Brewster en Stefan Hikspoors (VVD), Rita Poppe (ChristenUnie).

In de felbegeerde categorie Beste naam: Pea Piek, Nanne Wams, Otto Ruff, Cor Lippus, Sibel Özogul-Özen en natuurlijk weer Paultje Eetgerink.

In de categorie Overig: Ed van der Rest.

Dat worden weer spannende verkiezingen. De winnaars zijn bekend op 3 maart a.s.!

[zie ook: Dichter bij de kiezer, Dichter bij de kiezer (2), Dichter bij de kiezer (3)]

Dichter bij de kiezer (4)

Rotkop (17 en 18)

De verzoekjes stromen weer binnen. Feitelijk komt het erop neer dat ik deze rubriek heb terwijl ik zelf nooit een rotkop zie, en dat u driftig op zoek gaat en mij nederig op de hoogte stelt zodra u iets gevonden heeft. Dat geeft een machtig gevoel, alsof ik er een dik belegde boterham mee zou kunnen verdienen.

Dat (die belegde boterham) brengt me op de eerste rotkop van vandaag, ingezonden door Baarsje. Een weinig tactvolle combinatie van rotkop en rotfoto levert, tsja, een rotgezicht op:

Wat een rotgezicht

De tweede is ingestuurd door Lijn en toont ragfijn het gevoel voor humor van de gemiddelde persoon die in Joop.nl een aanwinst voor het publieke debat ziet.

Wat een rotkop

Ik vond die Vegan Streaker zelf trouwens ook al een behoorlijke rotkop hebben.

Rotkop (17 en 18)