Femke

Het nieuws over het vertrek van Femke Halsema uit de Tweede Kamer is de laatste dagen wat ondergesneeuwd, maar daarom niet minder schokkend. Femke, wat flik je ons nu?

Een half jaar geleden was de keuze nog aan ons: we hadden kunnen aangeven dat we het na twaalf jaar aanhoren van die stem wel genoeg vonden. We besloten massaal anders, en hoewel ik niet tot de 577.126 voorkeurstemmers behoorde, zou ik hen desgevraagd uit volle overtuiging gedogen. Als Gerdi Verbeet van tijd tot tijd een stemvervormer op de interruptiemicrofoon zou kunnen activeren, dan was het helemaal perfect geweest, maar het gaat er natuurlijk om wát er gezegd wordt, en dat zat bij Halsema meestal wel goed.

Zes maanden na de verkiezingen is de keuze aan Halsema om het bijltje erbij neer te leggen. Ze heeft er twaalfenhalf jaar op zitten en vindt daarom dat het genoeg is geweest. Ze heeft GroenLinks niet in het centrum van de macht kunnen brengen en stapt daarom nu op. Of ze kan ’s ochtends niet meer op tijd in de Kamer zijn nu ze haar kinderen naar een andere school moet brengen, waar moeders zonder hoofddoek staan die – help – oeverloze verhalen ophangen. Kan allemaal en doet er ook niet toe: ze stopt ermee.

Laat ik vooropstellen dat het Kamerlidmaatschap mij een dusdanige hondenbaan lijkt dat ik het onvoorstelbaar vind dat er überhaupt lieden zijn die het voor zo’n relatief schamel loon langer dan vier jaar volhouden. Rancuneuze verwijten over kiezersbedrog of wachtgeld zijn grotesk en zult u mij dus niet horen maken. Het is ook niet zo dat ik Femke Halsema geen leven buiten de politiek gun. Zelfs het feit dat ik het meestal wel met haar eens was is niet de voornaamste reden waarom ik haar vertrek betreur. Mijn bezwaar is veel fundamenteler.

Van een buschauffeur verwacht ik dat hij zijn papieren heeft, niet dronken achter het stuur kruipt en mij veilig op de plek van bestemming aflevert. Er zijn er een heleboel die dat prima kunnen, dus als er eentje is die halverwege zijn werkzame leven besluit om zich toe te leggen op het bakken van brood, geen probleem, dan zoeken we een nieuwe buschauffeur. Misschien is er wel ergens een bakker die na twintig jaar deegrollen een keer iets anders wil: in een bus mensen rondbrengen bijvoorbeeld.

Zo’n bakker of buschauffeur is eenvoudig te vervangen, en daarom wordt loopbaanontwikkeling in de meeste sectoren alleen maar aangemoedigd. Maar een veelbelovende wetenschapper die plotseling zijn hersenen aan de wilgen hangt om brood te gaan bakken: niks ten nadele van het bakkersgilde, maar als we daardoor het medicijn tegen AIDS mislopen geeft dat toch een onbevredigend gevoel. En als Wesley Sneijder volgend jaar aankondigt meer tijd aan zijn gezin te willen besteden, dan zullen we nooit weten of (maar wel altijd zeggen dat) we met hem erbij wel Europees Kampioen 2012 waren geworden.

Als er één beroep is waarvan je wilt dat het door de beste mensen wordt uitgeoefend – ja, dat je dat als klant zelfs kunt eisen – dan is het wel Kamerlid. Feitelijk zou het uit eigen wil opstappen van een volksvertegenwoordiger een onmogelijkheid moeten zijn, een contradictio in terminis. Te allen tijde zou je wensen, nee, mogen verwachten, nee, mogen eisen dat alle partijen hun allerbeste spelers op de been brengen. De PVV doet dat bijvoorbeeld ook braaf en komt dus met kermisklanten en tweedehandsautohandelaren – hadden ook kinderverkrachters en huurmoordenaars kunnen zijn.

Van GroenLinks weten we nu dat ze niet in hun sterkste opstelling spelen, en dat geldt natuurlijk al langer voor andere partijen sinds het bon ton is om als politicus aan je gezin te denken. We worden vertegenwoordigd door de tweede, derde of misschien wel vierde keuze – en we weten het. Die wetenschap knaagt, hoezeer de vertrokken individuen ook hun rustige leven gegund is.

Femke, blijf toch gewoon in de Kamer. Het is zo glad als je naar buiten gaat.

Femke

Felicitaties

Gefeliciteerd, een stukje voor u, opdat de maand juli niet in het archief ontbreke, hetgeen ongepast zou zijn voor deze jubelmaand, waarin immers heel wat te vieren viel.

Allereerst was daar het Nederlands Elftal, dat door gans het volk – dat wil zeggen: er was plek voor 250.000, boze tongen beweren dat er 1,4 miljoen waren, maar de organisatie houdt het veiligheidshalve op 400.000 – gefeliciteerd met het niet winnen van het wereldkampioenschap voetbal. Geheel in de stijl van de finale en de rest van het toernooi een uitermate sportieve geste van de Nederlanders, aangezien de Spanjaarden het succes economisch veel harder nodig hadden.

De festiviteiten vonden, toevallig of niet, plaats op mijn verjaardag. Daarmee schonk de KNVB mij een bijzonder cadeau: gefeliciteerd met een nephuldiging.

Dat was allemaal half juli, het sportieve zwaartepunt van het jaar, maar toen moest, komkommertijd of niet, het politieke felicitatieseizoen nog goed en wel aanbreken. Geert Wilders nam er een flink voorschot op door Nederland, amper een week na het succesvolle WK, opnieuw te feliciteren, ditmaal met het mislukken van de Paars-plus-onderhandelingen. Hij was niet zomaar blij dat het dreigende onheil was afgewend, nee, hij feliciteerde de mensen er zelfs mee. Gefeliciteerd met een mislukte formatie.

Dat zal Nicolas Sarkozy geïnspireerd hebben. Hoewel de wijze waarop Les Bleus zich in Zuid-Afrika belachelijk hebben gemaakt op zich een felicitatie waard is (hierbij dan) zal de Franse president nachtenlang gepiekerd hebben over de vraag wie hij toch tijdens deze voor Frankrijk zo dramatisch verlopen felicitatiemaand in het zonnetje zou kunnen zetten. In arren moede en met lood in de schoenen bracht hij in godsnaam dan maar Desi Bouterse zijn gelukwensen over. Gefeliciteerd met een neppresident.

Maar de mooiste felicitaties kwamen toch nog uit onverwachte hoek, en opnieuw zijn wij de gelukkigen: de Taliban feliciteren ons namelijk met ons vertrek uit Afghanistan! Driewerf hoera! Meer in het bijzonder loven zij de moed en standvastigheid van de Partij van de Arbeid, u weet wel, die laffe draaikontenpartij met die joodse leider. De baarden volgen ons nieuws nauwgezet: de grotten rond Tora Bora schijnen vol te hangen met meertalige verkiezingsposters, en 20 februari, de dag waarop Balkenende IV viel, is uitgeroepen tot nationale feestdag waarop alle kalashnikovs buiten worden gezet. Op 1 mei wordt voortaan een rommelmarkt georganiseerd. Gefeliciteerd met een mislukte missie.

Daar heeft Wilders even niet van terug, zo’n islamitisch koekje van eigen, christelijk-joods deeg. Het vurige pleidooi van de Taliban voor een hernieuwde regeringsdeelname van de PvdA zal de koningin toch ook niet onberoerd laten – als Lubbers de boel niet vlot kan trekken ligt het dus voor de hand dat Talibanwoordvoerder Qari Yusuf Ahmadii de volgende informateur wordt.

Het belangrijkst van alles: we zijn weer een gevierd land! Ik feliciteer u nu alvast met de aanstaande nieuwe verkiezingen, na de mislukte van 9 juni.

Felicitaties

Menselijk

Het mooiste van dat conflict binnen de Partij voor de Dieren is nog wel dat het de partij van haar meest menselijke kant laat zien. Twee exemplaren van de vrouwelijke species die elkaar in de haren vliegen om de volgorde van een kandidatenlijst, in een twist met als belangrijkste ingrediënten wantrouwen, jaloezie, partijpolitieke belangen en natuurlijk geld: dat zie je in het dierenrijk niet zo snel gebeuren, laat staan in een voor journalisten hermetisch afgesloten congreszaaltje.

De Partij voor de Dieren bestaat om onze geliefde medesoorten – twee- én viervoeters, acht- én duizendpotigen, evenhoevigen én onevenhoevigen, slurf- én knaagdieren, zoogdieren én reptielen, geleedpotigen en, ehh, niet geleedpotigen – een stem te geven. Omdat ze zelf te dom zijn om meer uit te kunnen brengen dan ‘miauw’, ‘boe’ of ‘ia’ (en dan hebben we het nog over de slimste van het stel), is Marianne Thieme naar het Binnenhof geroepen om de grootste visstanden misstanden aan de haak kaak te stellen.

Interessant is dan ook hoe in het dierenrijk wordt aangekeken tegen het conflict binnen de dierenpartij; uiteindelijk is het vooral in hun belang dat de juiste personen op een verkiesbare plek terechtkomen. Het is bekend dat de haringpopulatie in de Noordzee bepaald geen aanhanger is van Ouwehand, maar voor het overige tasten wij volledig in het duister – te meer omdat behalve journalisten ook dieren wonderlijk genoeg niet welkom waren op het partijcongres.

Het is dan ook hoog tijd voor een Metapartij voor de Dieren, die namens de dieren aangeeft hoe de Partij voor de Dieren zou moeten opereren. Liefst met een krachtige leider die zijn nek durft uit te steken (wij denken aan een giraffe-achtige) en als premierkandidaat (MP voor de Dieren) naar voren geschoven kan worden.

Intussen zou de PvdD haar interne conflicten op een voor de achterban geloofwaardiger manier moeten oplossen; met Jip en Janneke-taal dring je tot de gemiddelde amoebe nog niet door. Een conflict om macht en geld is misschien menselijk; een dierlijk gevecht op leven en dood, puur natuur, zou een voor de hand liggende en passende oplossing bieden. Al was het maar om indruk te maken op de mannetjes.

Menselijk

Geen van beide

Ik loop inmiddels aardig wat verkiezingen mee, en ik kan u zeggen dat ik steeds wijzer ben gaan stemmen. Dat wil zeggen: onafgebroken PvdA, en als steeds minder mensen dat doen en steeds meer overstappen naar SP, PVV en Trots op Nederland, is dat relatief gezien een stuk wijzer dan toen iedereen dat nog begreep. Toch vul ik braaf iedere keer even de Stemwijzer in, om te controleren of er niet toevallig een dwaze PvdA-kandidaat rondloopt die Marokkaanse criminelen wil kielhalen in het Spaarne of een klimaatneutrale busbaan door mijn voorkamer wil aanleggen.

Die Stemwijzer maakt een merkwaardige transformatie door. In den beginne was het simpel: je kreeg dertig stellingen voorgeschoteld en kon bij alle aangeven EENS / ONEENS / GEEN MENING. Klikte je dertig keer op ONEENS, dan moest je SP stemmen, zo eenvoudig was het. Het waren fijne tijden, waarin er nog enig vertrouwen bestond in de politiek. Op de stelling dat we oorlog moesten voeren in een of ander godvergeten oord kon je nog met goed fatsoen GEEN MENING antwoorden.

Toen kwam Web 2.0 ertussendoor fietsen, en moest de verdwaasd ronddolende kiezer niet alleen de mogelijkheid geboden worden om in te gaan op de stellingen, maar tevens kunnen aangeven welke onderwerpen hij het belangrijkst vond. Gevolg was dat je ergens geen mening over kon hebben, maar het wel van doorslaggevend belang vond voor de toekomst van je stad, land of werelddeel. Ik weet niet of het om die reden was, noch waarom dat iets zou oplossen, maar GEEN MENING is ooit een keer vervangen door WEET NIET. Er heeft zelfs een keer N.V.T. gestaan – moest half Nederland eerst opzoeken waar dat ook alweer voor stond.

In de laatste editie van de StemWijzer wordt plotseling GEEN VAN BEIDE als optie geboden. Dat is nogal een mening, ‘geen van beide’. Feitelijk geef je ermee aan dat er van de hele stelling niks deugt en dat het heel anders moet – terwijl je het met de stelling op zich dus helemaal niet oneens bent (en eens dus ook niet). Dat belooft nog wat voor de coalitieonderhandelingen straks. Neem bijvoorbeeld de eerste stelling uit de StemWijzer Haarlem: “In de binnenstad van Haarlem moet cameratoezicht komen.” Stel nu dat 80% van de kiezers daarop GEEN VAN BEIDE antwoordt en dus aangeeft dat er geen cameratoezicht moet komen, maar ook niet geen cameratoezicht; knappe wethouder die het volk dan tevreden weet te houden.

Ook bij stellingen die meer aanleiding geven tot het invullen HET ZAL ME EEN ROTZORG ZIJN of JA JEZUS, WEET IK VEEL – vrij vertaald EENS NOCH ONEENS dus GEEN VAN BEIDE – levert de uitleg problemen op. Neem stelling 23: “De gemeente mag gif gebruiken bij de bestrijding van onkruid” – en passant een mooi voorbeeld van waar het allemaal om draait hier in Haarlem. Ik gok GEEN VAN BEIDE en gelukkig maar; dat vindt de PvdA ook, als enige partij nota bene. Maar dan de toelichting: “Waar mogelijk wil de PvdA onkruid bestrijden zonder gif, maar soms is dat niet mogelijk.” Daar zou ik het volmondig mee eens zijn, ware het niet dat dat ten opzichte van de stelling niet GEEN VAN BEIDE is, maar ALLEBEI!

In de volgende StemWijzer dus graag een onderscheid tussen EENS, ONEENS en ALLEBEI – op het gevaar af dat het immer D66 dan wel heel groot gaat worden – en in godsnaam een rentree van GEEN MENING.
En dan mogen de heren en dames semantici nog even uitvechten of ten opzichte van ‘eens’ en ‘oneens’ de varianten ‘allebei’ en ‘geen van beide’ strikt genomen niet op hetzelfde neerkomen.

Geen van beide

Trainen

Er zit daar ergens in Den Haag een overijverige ambtenaar, ene Horatius Polder, schat ik zo in, die zo’n grote puzzelliefhebber is dat hij de moeilijkste vraagstukken van het land voorgeschoteld krijgt. Zijn favoriete opgaven beginnen met “We moeten de Amerikanen te vriend houden, maar…”, gevolgd door een schier onoplosbaar dilemma, zoals in 2003: “We moeten de Amerikanen te vriend houden, maar die beginnen nu zonder enig volkenrechtelijk mandaat een oorlog die wij vanzelfsprekend moeten steunen maar die we niet met goed fatsoen kunnen steunen omdat er dus geen volkenrechtelijk mandaat ligt en het volk massaal tegen is.”

Oplossing: geen militaire, maar wel politieke steun.
Briljant, in al zijn eenvoud. Daar kun je nu alle kanten mee op: hard en toch zacht.

“Maar wat dan als een onafhankelijke onderzoekscommissie over zeven jaar dat besluit compleet met de grond gelijk maakt?”, vroeg een ongelovige Balkenende naar verluidt nog.
“Dan zeg je gewoon dat je met de kennis van dan toen, nu dus, snap je, volg je me nog, nee zeker, je kijkt nogal wazig, maar dat maakt niet uit, dat komt dan wel weer, een andere afweging zou hebben gemaakt.”

Begin 2010 ligt er een nog veel gecompliceerder vraagstuk: “We moeten de Amerikanen te vriend houden, maar we hebben bij de vorige verlenging die ook al niet de bedoeling was afgesproken om eind 2010 uit Afghanistan te vertrekken, en de PvdA, die naar het zich laat aanzien nog heel 2010 in de regering zit, is mordicus tegen een nieuwe verlenging, en toch moeten en zullen we op een of andere manier blijven, dat staat vast; rara hoe verkopen we dat?”

Daar heeft onze ambtenaar het maar moeilijk mee, te meer omdat hij deze week ook eindelijk nog eens die brief aan de Kamer moet afschrijven, nu gebleken is dat de argumentatie waar hij zeven jaar geleden nog zo op vertrouwde toch niet zo overtuigend was. De oplossing diende zich dit weekend als bij toverslag, onder de douche vermoedelijk, aan: we gaan gewoon een potje trainen daar in Uruzgan! Amerikanen blij want we blijven, CDA blij want Amerikanen blij en PvdA blij want we blijven dan wel maar er wordt toch zeker niet meer gevochten.

Het is op zijn minst fascinerend hoe de nederlagen van weleer schaamteloos worden ingezet voor de overwinningen van de toekomst. Zijn we immers niet ooit in dat godvergeten land verzeild geraakt door de belofte dat er niet gevochten maar uitsluitend opgebouwd zou worden? En bleven we vervolgens niet wat langer omdat er van dat opbouwen weinig terecht was gekomen en we nu maar rustig moesten gaan afbouwen?
Nu wordt het idee van een trainingsmissie ineens van links tot rechts omarmd omdat het geen vechtmissie meer is, terwijl we die officieel nooit gehad hebben. We waren immers aan het opbouwen; we schoten alleen af en toe terug als we bij het monteren van een schoolbord of het slaan van een waterput onder vuur genomen werden. Dat zal die trainers echter niet gebeuren; voor hen is er geen veiliger plek op aarde dan Uruzgan. Het lijkt me geen toeval dat korpschef Meijboom uitgerekend na de bekendmaking van dit nieuws zijn functie in Rotterdam neerlegde; die gaat het helemaal maken daar in Tarin Kowt.

“Het is goed als er meer blauw op straat komt”, hoorde ik iemand het plan vanavond op tv nog verdedigen. Er zijn in heel Afghanistan ongeveer drie straten en de agenten dragen hoogstwaarschijnlijk groene pakjes – en die moeten wij dan gaan opleiden.

Als over twee jaar de trainingsmissie ten einde loopt en er ongetwijfeld een nieuwe storm van kritiek losbarst omdat er geen enkele agent klaargestoomd is voor de weerbarstige Afghaanse politiepraktijk, kunnen we ons verblijf in Uruzgan altijd nog verlengen met een bezorgmissie om de krant en pizza’s op tijd rond te brengen, een poldermissie om de politiek op een hoger plan te brengen, een TON-missie om de files te bestrijden of een klimaatmissie om de zeespiegelstijging te beteugelen. Ook dat moet immers allemaal nog gebeuren in dat arme land.

Maar als er dan toch zo nodig een trainingsmissie moet komen en we willen de Afghanen écht helpen, waarom maken we dan niet gewoon Guus Hiddink bondscoach van Afghanistan? Me dunkt dat Obama dat meer kan waarderen dan wanneer hij naar Noord-Korea vertrekt.

Trainen

Blijven

President Obama heeft afgelopen week besloten dat de Nederlandse missie in Afghanistan ook na 2010 nog zal voortduren. Deze verrassende wending lijkt volkomen in strijd met eerdere afspraken van de Nederlandse regering, maar die dateren uit een tijd dat Obama nog niet de baas over ons was. We blijven dus gewoon nog even.

Verhagen en Balkenende zijn als kinderen zo blij dat ze weer iets voor de Amerikanen mogen doen. Dat kunnen ze nauwelijks verhullen, maar om hun vermeende geloofwaardigheid niet direct te verliezen, mogen ze natuurlijk niet al te gretig toehappen. Deze week wilde Verhagen niet eens ingaan op speculaasjes. Maar intussen zie je die twinkeling in hun ogen: dat wordt binnenkort weer tea for us two in Washington.

Defensieminister Van Middelkoop ergert zich zogenaamd groen en geel aan het enthousiasme van het CDA en hamert op zorgvuldigheid bij het nemen van een besluit. Dat klinkt al heel anders dan vorig jaar rond deze tijd, toen de missie nog in augustus 2010 zou eindigen, ook al zou Obama ‘tien keer bellen’. Nu blijkt één televisietoespraak in de VS al voldoende. De adrenaline giert dus ook bij Van Middelkoop door het lijf, en zijn ergernis betreft natuurlijk vooral de PvdA. Want wat doet die ineens? Die houdt vast aan gemaakte afspraken! Het moet niet gekker worden.

Zo’n woordvoerder neemt dan plaats bij De wereld draait door en in plaats van Matthijs van Nieuwkerk direct te onderbreken zodra hij een vraag begint met ‘Dus na 2010…’ en geduldig uit te leggen ‘NEEEEEHEEEEEEEE! SJEZUS, HOE VAAK MOET IK NOU NOG ZEGGEN DAT DIE MISSIE IN AUGUSTUS 2010 EINDIGT? STEL EENS EEN NORMALE VRAAG MAN, TSJONGEJONGE, IK BEN TOCH GEEN POLITICUS OM ELKE KEER MAAR WEER TE HERHALEN WAT WE AL JAREN GELEDEN HEBBEN AFGESPROKEN? WE GINGEN WEG, WE GAAN WEG, WE ZULLEN WEGGAAN. KLAAR. FINITO. BASTA. SJEZUS, IK DACHT WE HET OVER MIJN NIEUWE BOEK ZOUDEN HEBBEN’ laat zo iemand Matthijs zijn vraag formuleren en volgt er een wollig antwoord waaruit naar voren zou moeten komen dat de PvdA heel standvastig tegen is, maar intussen zie je diegene al nadenken: hoe ga ik me hier volgend jaar in vredesnaam weer uitlullen?

Kortom: we blijven dus gewoon nog even.

Het meest hilarisch is nog wel: er is helemaal niemand die durft te zeggen dat Obama een fantastisch plan heeft ontvouwen en dat het met deze nieuwe informatie slechts een eer is om de Afghanen te mogen dienen. Feitelijk is dat de enige uitweg om een verlenging van de missie te rechtvaardigen: ruiterlijk erkennen dat we door de grootsheid van Obama niet anders kunnen. Maar nee, nu we gevraagd worden, moeten we ook onze eigen argumenten hebben om te blijven.

Om te beginnen is er dan natuurlijk het argument dat ook bij de eerdere verlenging werd gebruikt, en dat komende kabinetten tot sint-juttemis kunnen gebruiken: de Afghanen hebben ons nodig. Dat zeiden we de vorige keer ook, en toen zeiden we erbij dat Nederland na vier jaar wel zijn steentje had bijgedragen. Nieuw is deze keer dat we bij een verlenging van de missie eindelijk kunnen gaan oogsten wat we gezaaid hebben. Kennelijk was de opzet van de eerdere missies slechts dat we de weg zouden plaveien, waarna Luxemburg nog tien troepen zou sturen die dan alle lof zouden gaan opstrijken. Die eer komt ons toe en dus moeten we blijven.

Daarom stuurt Obama ook nog 30.000 troepen: om te oogsten. We kunnen maar beter flink wat extra manschappen sturen voordat de Amerikanen weer alle oogst inpikken.

En wat denken Balkenende en Verhagen eigenlijk precies te gaan oogsten? Ik zou zeggen: hoon. Hoon, heel veel hoon.

Blijven

Extreem

Uit vervolgonderzoek van de wetenschappers die eerder aantoonden dat Geert Wilders’ PVV een extreem-rechtse partij is, is gebleken dat het D66 van Alexander Pechtold extreem genuanceerd is. In een artikel dat volgende week in het tijdschrift Nature verschijnt, worden de democraten ‘het opinieblad van de Nederlandse politiek’ genoemd, dat ‘uitsluitend vragen stelt en zelden stelling neemt’.

Pechtold noemt de onderzoeksresultaten in een eerste, voorlopige reactie ‘waarschijnlijk prematuur’. Volgens hem is nader onderzoek nodig: ‘Enerzijds zijn we trots op onze genuanceerdheid, anderzijds zou het best zo kunnen zijn dat wij soms in staat zijn om in geval van eventualiteiten af en toe keihard te zeggen dat het misschien niet altijd zo zwart-wit is als de mensen wel eens denken. Dan geeft het geen pas om ons zomaar in het hokje ‘extreem genuanceerd’ weg te zetten.’

De wetenschappers betrokken ook andere partijen in hun onderzoek. Zo wordt de PvdA bestempeld als extreem deplorabel. De wetenschappers baseren zich hierbij op een eerder verricht maar weinig serieus genomen onderzoek van Kamerlid Diederik Samsom. De publicatie hiervan, in een oplage van slechts 33 exemplaren, werd door de partijtop direct onder het tapijt geveegd, waardoor een tweede druk van vermoedelijk niet meer dan 14 exemplaren intussen onder druk staat. Volgens de onderzoekers bestaat er over de conclusies van Samsom echter geen enkele twijfel en getuigt het gedrag van de partijtop juist van de deplora- en debiliteit die de PvdA momenteel kenmerkt.

De resultaten wijzen voorts uit dat de VVD extreem afwezig is. Fractievoorzitter Mark Rutte is al de hele week onbereikbaar voor commentaar op deze uitslag.

De SP is extreem tegen. Agnes Kant kant zich hier fel tegen.

Trots op Nederland ten slotte is volgens het onderzoek extreem opportunistisch. Als onderbouwing voor dit standpunt presenteren de wetenschappers slechts een foto van eerder deze week, waarin Rita Verdonk te zien is op de herdenkingsbijeenkomst ter gelegenheid van de vijfde sterfdag van Theo van Gogh.

Ach ja, extreem: bestaat dat niet slechts bij gratie van het gebrek aan iets extremers?

Extreem