Folder

Het was weer zo’n week waarin de folderbezorger eerst drie uur met zijn moeder aan de keukentafel had moeten staan vouwen alvorens hij aan zijn ronde kon beginnen, met als doel de enorme stapel papier over een paar honderd huishoudens te verspreiden, om daarvandaan via de knusse huiselijke papierbak veelal ongelezen, zinloos besteld zou je kunnen zeggen, weer herenigd te worden in de kille publieke papiercontainer, waarna er weer nieuwe reclamefoldertjes van gemaakt konden worden.

De treurige cyclus van reclamemateriaal: de zin van ons bestaan in een notendop.

Een groot pakket vol met leugens was het, dat ongetwijfeld met een doffe dreun op de deurmat was gecrasht geland. Bij de elektronicawinkel kon ik een gratis mobiele telefoon afhalen. De folderbezorger zocht iemand die zijn baantje kon inpikken. En van de kruidenier moest ik geloven dat 2 euro 29 voor een doosje pitloze witte druiven een uitermate schappelijke prijs is. Bij aankoop van vijf doosjes pitloze witte druiven werden bovendien voetbalplaatjes in het vooruitzicht gesteld, met als gevolg dat de pitloze witte druiven de rest van de week niet meer aan te slepen waren.

Mensen geloven die dingen, vandaar die troep iedere week.

Maar deze keer zat er ook iets om te lezen bij. BELANGRIJK en LEVENSBELANG, stond er op de voorkant van het blaadje; een leugentje dat ik de makers onmiddellijk vergaf toen ik begon met lezen. Zoals u weet ben ik dol op lezen, maar heb ik het niet zo op non-fictie. Dit boekje was weliswaar licht filosofisch van aard, maar de kern werd gevormd door een krankzinnig verhaal over een aarde waar de evolutie zoals we die dagelijks ervaren niet bestond, maar die bestuurd werd door een almachtig soort Superman – alleen dan een onzichtbare.

Dat kunnen alleen de allergrootste literatoren: de alledaagse werkelijkheid in een compleet ander daglicht plaatsen door één radertje van de machine te veranderen.

Eveneens literair zeer hoogstaand waren de vele interne verwijzingen die in de amper zes pagina’s van het boekje verpakt waren. In hoofdstuk 1 bijvoorbeeld, getiteld Onze gedachten bepalen wat we zien, wordt een klein jongetje aangerand door een boswachter, een gebeurtenis die symbool staat voor het feit dat de feiten waarvan wij denken dat we ze objectief waarnemen voor een belangrijk deel bepaald worden door onze eigen subjectieve gedachten. Een beetje een open deur, maar wel op een opvallende manier inzichtelijk gemaakt. Maar in hoofdstuk 5, Een paar feiten, komt de auteur dan plotseling met zogenaamd feitenmateriaal om zijn absurde Supermantheorie te onderbouwen. Wat zou de schrijver toch met deze paradox bedoelen?

Enfin, oordeelt u zelf.

Ik was in ieder geval bijzonder verguld met dit blaadje, en wie schetste dan ook mijn verbazing toen een gelegenheidsbloggerscollectief iedereen opriep om het terug te sturen naar de maker? Er werd zelfs een hele website voor ingericht. ‘Uitermate bezwaarlijk’ vonden ze het, dat iets wat niet waar was ‘opgedrongen wordt tot achter de voordeur’. Nee, dat geldt natuurlijk helemaal niet voor de Bonusfolder van Albert Heijn.

Ik heb er dus niet aan meegedaan. Iets met een ISBN-nummer gooi je gewoon niet zomaar weg, dat doe je niet.

Bovendien: wat nou spam? Jaargang 1, nr. 1 stond er op de voorkant. Of bestaat het blaadje misschien al honderd jaar en moeten we dit symbolisch opvatten?

Folder

Sinterklaas

In aanvulling op mijn bericht van eerder deze week zou ik u nog willen melden dat Sinterklaas momenteel niet in Nederland is. Want Sinterklaas bestaat niet, en wie niet bestaat, kan ook niet in Nederland zijn. Slogisch.

En toch draaft-ie ieder jaar weer op, die kloteklaas, in al zijn non-existentie. Elf maanden lang zit de schijnheilige slavendrijver op zijn beschimmelde achterwerk een potje te rentenieren (hebben ze zijn pc eigenlijk al eens doorzocht op kinderporno?), en in november komt hij dan even drie weken de goedheiligman uithangen. De loser, met zijn apenpak en zijn witte handschoentjes. Hij lag verdomme nog in de wieg toen het hier voor het laatst echt koud was.

Echt hoor mensen, zonder Sinterklaas had de wereld er een heel stuk beter uit gezien. Sinterklaas vergroot bijvoorbeeld ieder jaar willens en wetens de kloof tussen arm en rijk, want reken maar dat hij in Wassenaar meer cadeautjes aflevert dan in Slotervaart. Sinterklaas is schuldig aan het bestaan van pensionado’s. Sinterklaas kan hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor het feit dat een rijmelaar als Driek van Wissen zich dichter des vaderlands mag noemen. En Sinterklaas laat zijn ongeletterde seizoensarbeiders voor een schamel loon sisyfusarbeid (het dictee komt er weer aan) verrichten in loodzware omstandigheden. Wanneer komt er nou eindelijk eens op die pakjes te staan dat schoorsteenglijden slecht voor je sperma is?

Nou vooruit, misschien geeft hij dan nog het goede voorbeeld door geheel klimaatneutraal per schimmel te reizen. Maar vind je het gek dat de jeugd collectief in de war raakt als hun wordt aangeleerd dat het een straf is om met de grote weldoener mee te moeten naar een land waar het hele jaar door de zon schijnt, ver weg van die vervelende ouders, ver weg van die ellendige school?

Doodsbang zijn voor degene die je aanbidt: wat dat betreft doet het kinderlijke geloof in Sinterklaas wel heel sterk denken aan het volwassen geloof in die andere hoogbejaarde langbebaarde. Waarbij aangetekend moet worden dat de kinderen dan tenminste nog iets voor hun geloof terugkrijgen.

Wat een geluk dat het publiek in de finale van Idols: The Almighty massaal op God stemde, en niet op Sinterklaas. “SMS God naar 0666” is dan ook een stuk makkelijker dan “SMS Sinterklaas naar 0512”, dat zal het wel geweest zijn, maar stel je toch voor dat het andersom had uitgepakt. Dan hadden we moeten zeggen dat kinderen God verafsinterklazen, en hadden we sinterklaasverdomme! moeten roepen als we koffie over ons toetsenbord morsten.

En dan hadden al die Chinese restaurants “De Chinese pasinterklaze” geheten.

Blij toe dus dat God heeft gewonnen. Bovendien laat die zich, zoals iemand die niet bestaat betaamt, ook gewoon nooit zien. Sterker nog: hij heeft zich nog nooit vertoond, en hij zal dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook nooit doen. Sinterklaas verhoede het.

Sinterklaas

An Inconvenient Truth

Je weet pas echt zeker dat het komkommertijd is wanneer zelfs het gristenfundamentalisme weer belangrijk genoeg is voor de nieuwspagina’s. Het hele jaar door is het ondergesneeuwd, behalve in de zomer – denkelijk omdat het dan, hoe slecht de zomer ook is, nooit sneeuwt – ondergesneeuwd dus, door het Oud-Hollandsch moslimbashen dat tegenwoordig continu de klok, of moet ik zeggen de minaret slaat, maar ’s zomers is er dan plotseling weer plek voor de excessen van wat sommigen graag onze dominante cultuur noemen, uitwassen die we de rest van het jaar begrijpelijkerwijs maar al te graag verdoezelen. Deze week was het zelfs twee keer raak.

Eerst was er de jongen die, geef de naïeve knul in deze rokjesloze zomer eens ongelijk, dolgraag naar een school wilde waar alle meisjes in rokken rondliepen, maar het in eerste instantie niet mocht omdat hij wel eens in de etalage van een BCC, Block of Expert, daar wil ik van af zijn, een televisie had zien staan, en, alsof dat nog niet zondig genoeg was, de nicht van een goede vriend van zijn oudtante in een grijs verleden wel eens een lange broek had gedragen bij het witten van een plafonnetje. We worden doodgegooid met geweigerde handen, verplichte sluiers en antisemitische lessen op islamitische scholen waar wij als zelfverklaarde buitenstaanders vooral zelf problemen mee hebben, maar de absurditeiten in het autochtone bijzonder onderwijs komen pas aan het licht wanneer een lid van de gemeenschap de kont tegen de kribbe gooit.

Ik vraag me dan altijd af wat iemand bezielt om nog naar zo’n school te willen, zoals ik me ook altijd verwonderd heb over die vrouwen die zo graag lid wilden worden van de SGP. Maar waarschijnlijk hebben we hier te maken met mensen die niet willen kunnen geloven dat ze naast die van de Heer upstairs ook nog een wil van zichzelf hebben. Ze hebben geen keus, met andere woorden.

Wat ik me ook altijd afvraag, is waar nou eigenlijk in de bijbel staat dat je geen televisie mag kijken of mag internetten. En waarom de SGP dan toch een website heeft. En wie dan heeft voorgeschreven dat deze op zondag gesloten moet zijn.
Het antwoord op die vragen volgde indirect later in de week: je zou op tv of internet maar eens een natuurfilm kunnen tegenkomen waarin schokkende feiten worden onthuld over onze afstamming van de apen en de almaar voortdurende evolutie van de Birmaanse boktor. Reden voor de EO om net zo lang te knippen in dit soort shockdocs tot alleen de fraaie plaatjes van Gods wonderschone creatie overblijven.

Het zijn niet de eerste natuurfilms waar de gristenfundi’s bezwaar tegen maken. Maar ja, de waarheid kan soms wat ongemakkelijk zijn.

Aldus Zero op Zondag.

An Inconvenient Truth