Klimaat

Het is allemaal best leuk en aardig, zo’n publiek debat, maar met de hedendaagse stortvloed aan opinies zou een objectieve scheidsrechter die het vrijwel nutteloze van het echt volstrekt overbodige weet te scheiden geen overbodige luxe zijn. Aangezien een onpartijdige instantie ontbreekt om zo’n arbiter aan te stellen, neem ik die taak maar een keer op me – zo moeilijk is het namelijk niet, als je bijvoorbeeld kijkt naar de reacties op de massamoord in Noorwegen (schuld van rechts) in relatie tot eerdere zwarte bladzijden als de moord op Pim Fortuyn (schuld van links) en 9/11 (schuld van de islam). Voor het gemak laat ik de Tweede Wereldoorlog (schuld van rechts na schuld van links) buiten beschouwing, omdat objectief vastgesteld kan worden dat dat altijd een slechte vergelijking is.

Geert Wilders is niet direct verantwoordelijk voor de gruweldaden van Anders Behring Breivik. Dat is zo klaar als een klontje, dat is waar, dat is een feit. Ook Henk en Ingrid hebben het niet gedaan, net zo min als Ali en Fatima de Boeings bestuurden die door het World Trade Center vlogen, of Ad Melkert de kogels afvuurde op Pim Fortuyn. Het staat u vrij om het gesprek direct te beëindigen met eenieder die een of meer van bovenstaande waarheden ontkent. In het publieke debat gebeurt dit dan ook zelden.

Wel wordt er vaak gesproken over een indirecte verantwoordelijkheid, zulks meestal door middel van de braakneigingen veroorzakende zinsnede ‘bijgedragen aan een klimaat waarin een gek bepaalde daden kan rechtvaardigen’. Zo kun je dus vinden dat Geert Wilders indirect verantwoordelijk is voor ‘Noorwegen’ omdat hij in Breiviks 1500 pagina’s tellende manifest tientallen keren in lovende bewoordingen de revue passeert. Dat is dan een mening; niet een mening die uitblinkt in scherpzinnigheid, voeg ik daar direct aan toe, maar op zich een gepermitteerde opvatting.

Let er dan echter wel op, beste opiniemaker, dat wanneer je dit standpunt huldigt, je automatisch erkent dat politici überhaupt kunnen bijdragen aan zo’n verfoeid klimaat waarin mafkezen tot weerzinwekkende daden overgaan. Dan wordt de gedachte dat Ad Melkert en kornuiten hebben bijgedragen aan het klimaat waarin Volkert van der G. zijn trekker kon overhalen, die je eerder volkomen terecht ver van je afwierp (want evenmin bijster scherpzinnig), ineens een stuk minder ridicuul. Dus dan moet je even uitleggen waarom dat destijds een belachelijk idee was (niet zo moeilijk), maar waarom Wilders nu toch verantwoordelijkheid draagt (een stuk lastiger).

Andersom heeft Wilders iets uit te leggen als hij alle aantijgingen van klimaatverandering ten stelligste ontkent, terwijl hij in november 2009 nog zei (zinsnedetechnisch gezien overigens een pareltje):

“Als er ooit wat gewelddadigs gebeurt tegen mij of de PVV en haar aanhangers dan weet iedereen vanaf nu dat Van der Laan en Pechtold aan een klimaat hebben bijgedragen waarin dat voor sommige gekken mede op grond van hun demoniserende opmerkingen gerechtvaardigd leek.” (bron)

Naast de juridische verantwoordelijkheid (direct dan wel indirect) kun je het nog hebben over een ethische verantwoordelijkheid. Als morgen iemand een mes in de rug van Mart Smeets plant en dat rechtvaardigt met een citaat van mij waarin ik iets onaardigs over Marts seksleven of truiencollectie zeg, dan ben ik direct noch indirect verantwoordelijk, maar vind ik het wel afschuwelijk en voel ik een verantwoordelijkheid om er in ferme bewoordingen afstand van te nemen, hoezeer ik de tsunami van Smeetsialisering ook verafschuw. Lars von Trier heeft dat bijvoorbeeld gedaan omdat Breivik Dogville een leuke film schijnt te hebben gevonden.

Als je vindt dat Wilders de beschuldigingen van indirecte verantwoordelijkheid te gemakkelijk naast zich neerlegt, dan kun je hem daarop aanspreken. Ook weer niet bijzonder scherpzinnig, maar het kan, al wordt het wat grotesk als je de minister-president er ook op gaat aanspreken. Hoe dan ook wint je betoog nogal aan kracht als je de beschuldigingen aan je eigen adres niet net zo gemakkelijk naast je neerlegt, en als je je een paar jaar eerder ook enorm hebt opgewonden over het uitblijven van krachtige reacties door vertegenwoordigers van de islamitische gemeenschap na 9/11, Londen, Madrid of de moord op Theo van Gogh – daarbij geen genoegen nemend met uitspraken als ‘zij vertegenwoordigen een andere islam’, tenzij je op dit moment genoegen zou nemen met Wilders die zegt dat Breivik een andere Geert Wilders adoreert.

De impliciete maar soms ongemakkelijke standpunten die elke stellingname met zich meebrengt, worden helaas maar al te vaak verzwegen. Door uitsluitend te concentreren op het eigen, te maken punt ontstaat een eindeloze herhaling van zetten waarin iedereen gelijk heeft, en daarmee niemand. Zeer vermoeiend voor de consument die het allemaal bij moet houden.

Daarom samenvattend:

  • Geert Wilders, noch Henk, noch Ingrid zijn ooit op Utøya geweest;
  • Je mag vinden dat Geert Wilders bijdraagt aan een klimaat, maar moet dan wel accepteren dat iedereen op zijn manier bijdraagt aan een klimaat, een zienswijze die leidt tot een vermoeiende en uitzichtloze discussie en bovendien tot verhitting van het klimaat;
  • Je mag Wilders aanspreken op zijn morele verantwoordelijkheid om afstand te nemen van iemand die zegt hem te bewonderen, maar Wilders mag je desgevraagd de boom insturen, als hij dan tenminste stopt met soortgelijke verwijten aan het adres van anderen te maken;
  • Klimaatontkenners hebben meestal gelijk;
  • Alexander Pechtold moet wat vaker en wat langer met vakantie.
Klimaat

Hardleers

Stel je voor dat je een lezing moet houden over het liberalisme en dat je daar zo ontzettend weinig zin in hebt dat je besluit je tekst dusdanig krenkend te maken tegenover D66 en de VVD dat die partijen zich zullen beijveren om het uitspreken van de rede te verbieden. Wie dat probeert, kruipt onwillekeurig automatisch in de huid van een PVV’er, maar zelfs dan is moeilijk voorstelbaar welke aantijgingen nodig zijn om je doel te bereiken. Waarschijnlijk kun je gewoon je gang gaan en word je achteraf voor het gerecht gesleept als je hebt opgeroepen tot geweld; vrijheid van meningsuiting vinden ze namelijk een groot goed, daar bij de liberalen.

Thomas von der Dunk is het afgelopen week wel gelukt de PVV zodanig op stang te jagen dat het CDA en de VVD, want dat is de inmiddels geijkte constructie, zich genoodzaakt zagen die hele Arondéuslezing af te gelasten. Het moet gezegd dat Thomas er aardig zijn best voor gedaan heeft. Hij godwint er als vanouds op los, en rechtvaardigt dat met een fascinerende redenering: de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog is zo beladen geworden dat we hem ook niet meer durven te maken als hij terecht is – en nu is hij terecht, dus maakt hij hem. Dat is nog eens een makkelijke manier om recht te praten wat krom is; misschien kan Robert M. nog bepleiten dat de kinderen met wie hij seks had zo veel van hem hielden.

Hoewel het woord ‘censuur’ in de hele lezing niet voorkwam, menen velen dat de interventie van Hero Brinkman en kornuiten het gelijk van Von der Dunk niet minder dan perfect bewijst. Dat is niet helemaal terecht, omdat op dat punt de vergelijking dus niet gemaakt werd. Maar er is wel een ander argument waarmee Von der Dunk de spijker op de kop lijkt te hebben willen slaan, namelijk ‘het gemak waarmee door een deel van de maatschappelijke elite uit politiek opportunisme (..) basale uitgangspunten worden opgegeven en dingen aanvaardbaar, ‘nor­maal’ gevonden worden, die men even eerder nog volstrekt onacceptabel en ondenk­baar had geacht.’

Het is niet geheel duidelijk waarom dit argument niet gewoon op zich kan staan en de NSB er per se met de haren bij gesleept moet worden, maar dat deze normvervaging van toepassing is op de omgang met de PVV moge wel blijken uit het volledig uitblijven van ook maar enige verontwaardiging in politiek Den Haag. Waar de heren en dames politici elkaar eerder deze week nog verdrongen rond de roze microfoon van PowNews om hun gal te spuwen over obligate negers en winstgenererende eskimo’s, schoten zij vrijdag schielijk een Naardense kerk in om zich urenlang onder te dompelen in de Matthäus Passion – om vervolgens via de achterdeur te ontsnappen. Geen overtogen woord over de vrijheid van meningsbeperking waarover de PVV kennelijk beschikt.

Minister Leers doet er nog een schepje bovenop door uitgerekend dit weekend in een interview met het AD te zeggen dat hij die hele Wilders bij nader inzien toch best een plezierige en betrouwbare vent vindt. Gerd heeft er nog eens een nachtje over geslapen en is tot inzicht gekomen. In plaats van naar paaseitjes speurt Gerd vandaag met zijn kinderen naar de asielzoekers voor wie hij destijds als burgemeester in de bres is gesprongen, maar die hij nu voor Geert graag alsnog het land uit knikkert: plezierig en betrouwbaar.

Dat ‘vent’ ook vooral. Het gaat hier om een politicus met, of je het nu leuk vindt of niet, een belangrijke positie. Die noem je een plezierige collega of een betrouwbare politicus, een aardige man desnoods, maar ‘een plezierige vent’ zeg je alleen als je met knikkende knieën over de grond kruipt, laag bij de grond, terwijl het dun langs je benen loopt en je je armen tot het uiterste moet strekken om nog een veer in het achterwerk te prikken bij de man die zo ver boven je staat, en die al zo veel veren in zijn achterste heeft dat je eindelijk begint te begrijpen waarom men het toch altijd over een blonde kuif heeft.

Het is voor Gerd Leers te hopen dat hij zijn interview heeft afgegeven vóór de afgelasting van de Arondéuslezing, en dat zijn voorlichter sindsdien geniet van een lang paasweekend (CDA, nietwaar). Het lijkt er echter meer op dat we het simpelweg nooit leren. We hoeven niet zozeer bang te zijn voor Geert Wilders, alswel voor de bangebroeken door wie hij wordt omringd.

Hardleers

Nigel

Zo langzamerhand is iedereen het er links en rechts wel over eens dat Nigel de Jong een tamelijk extreem rechterbeen heeft. Nu de schade bij de tegenstanders geraamd wordt op twee gebroken benen, een doorkliefd borstbeen en ettelijke ziekenhuisbezoeken heeft bondscoach Bert van Marwijk moeten besluiten zijn gedoogsteun voor de middenvelder van Manchester City in te trekken.

Niet alle leden van de door blessures tot 21 man gedecimeerde selectie van het Nederlands Elftal waren het met die beslissing eens. Twee dissidenten, onder wie Klaas ‘Wat kun jij toch goed Koppejan’ Huntelaar, zeggen nog altijd grote zorgen te hebben omtrent de stabiliteit van een elftal zonder De Jong. Maatschappelijke onrust is volgens hen niet uit te sluiten.

Op een emotionele bijeenkomst in Hoenderloo werd afgelopen weekend de stemming onder de (oud-)internationals gepeild. ’s Ochtends verklaarde een tot tranen toe geroerde Van Marwijk in het bomvolle perscentrum: ‘Ik houd van dit elftal en ik geloof in dit elftal’. Later kwamen diverse kritische oudgedienden aan het woord. Verdediger Ernst Faber verwoordde de angst van de tegenstanders als volgt: ‘Doe dit de spelers in het elftal niet aan, doe dit het elftal niet aan, doe dit het land niet aan.’

Aan het eind van de dag volgde een chaotische stemming, waarbij voorzitter Jaap Uilenberg de controle even dreigde te verliezen (“Vindt u Nigel de Jong een meedogenloze schopper? Trek dan een gele kaart. Vindt u dat het wel meevalt? Steek dan uw rode kaart omhoog.”). Uiteindelijk stemde ruim tweederde vóór de verbanning van De Jong door een bal in het mandje te deponeren.

Nigel de Jong heeft altijd aangegeven pal te staan voor de vrijheid van beningsuiting. Volgens hem zijn er grote groepen spelers die al jaren aanslagen op hun ledematen moeten verduren, maar gewoon doorvoetballen. “Ik ga daar in mijn acties geen rekening mee houden. Dat zij er niet tegen kunnen, is hun probleem, maar ik heb gewoon recht op mijn eigen sliding. Als die je niet bevalt, ga je maar terug naar de tribune.”

Bij herhaling heeft De Jong ook aangegeven dat hij broze botten als een groot gevaar voor de samenleving beschouwt. “Daarom pleit ik ook voor een subsidie op calcium, ook wel een bottenbonus.”

Voor deze en andere uitspraken staat De Jong momenteel terecht voor de Amsterdamse rechtbank. Op de dag dat zijn verbanning uit het Nederlands Elftal een feit werd, deed de verdachte er in het beklaagdenbankje wijselijk het zwijgen toe.

Nigel

Bruin

Tussen de mensen die het nieuwe kabinet de even subtiele als chique bijnaam ‘Bruin I’ meegeven, zijn er ongetwijfeld die zich een paar jaar geleden uit historisch besef hebben ingezet voor het behoud van de Anne Frank-boom. Het zijn ook mensen die er graag op wijzen dat Geert Wilders er een dubbele moraal op nahoudt.

Tsja.

Links: vroeger was je dan kritisch en betrokken, tegenwoordig volstaat het om het eens te zijn met de vijanden van je vijand, die voor de overzichtelijkheid tot één gereduceerd is. Ab Klink bijvoorbeeld werd als een held omarmd toen hij de onderhandelingen verliet; niet vanwege een enkel argument in zijn zes pagina’s tellende brief, maar vanwege het simpele feit dat hij ineens niet meer met Wilders wilde samenwerken – welnu, dan moet je wel een held zijn. Als later blijkt dat Klink alleen maar in zijn wiek geschoten was omdat Wilders aan zijn rookverbod dreigde te tornen, dan deert dat niet: Klink stapte eruit en daarom is hij moedig.

Alle hoop was dit weekend gevestigd op een stel bejaarde prominente CDA’ers, die eigenlijk al tijden verguisd worden maar nu, als ware katholieken wier zonden vlak voor hun dood vergeven worden waardoor ze alsnog in de hemel komen, vurig bejubeld worden om hun standvastigheid en principiële standpunten. Beter dan Ernst Hirsch Ballin hadden we het niet kunnen zeggen: “doe dit de mensen niet aan, doe dit het land niet aan”. Wat een spreker!

En nog is het niet te laat, na dat potsierlijke congres: we hebben de fractieleden Koppejan en Ferrier nog, de twee resterende musketiers die ten strijde blijven trekken tegen de onrechtvaardigheid en nu als enigen de dreigende apocalyps nog kunnen afwenden. Hun beweegredenen doen er niet toe; zolang ze maar tegen de samenwerking met Wilders stemmen zijn we het roerend met ze eens.

Dat volautomatische stroomschema-engagement begint me zo langzamerhand een beetje de strot uit te komen. Wie ook maar een beetje oplet in de hele discussie, merkt al gauw dat er met geen woord gerept wordt over de inhoud van de akkoorden, maar dat het uitsluitend gaat over het gevoel dat men heeft bij de samenwerking met Wilders. Daar kun je prima over van gedachten wisselen, maar de vraag is dan wel waarom die discussie drie maanden na de verkiezingen moet plaatsvinden. Moeten we wel zo blij zijn met die dissidenten, of zijn het eerder slapjanussen die eerder hun mond niet open durfden te doen? Waar waren Hirsch Ballin en Klink vóór 9 juni met hun waarschuwingen?

Anders gezegd, met de akkoorden op tafel: welk door Wilders verzilverd standpunt heeft bij Ab Klink geleid tot het voortschrijdend inzicht om hem eerst het voordeel van de twijfel te gunnen en later niet meer? Ik kom toch uit op het rookbeleid, want op het gebied van immigratie en integratie zie ik weinig veranderingen in Wilders’ opvattingen, of het moest zijn dat hij bijzonder veel water bij de wijn heeft gedaan.

Het regeer- en gedoogakkoord zijn eerlijk gezegd nogal slapjes, zeker wanneer je ze afzet tegen de groteske beelden die gedurende de onderhandelingen door de tegenstanders geschetst werden. Dat bevestigt dat de vrees voor Wilders vele malen groter is dan zijn dreiging. Symboolmaatregelen als een boerkaverbod hebben mijn zegen, maar ook als je het daar niet mee eens bent blijft iedere vergelijking tussen dit kabinet en de nazi’s natuurlijk weerzinwekkend.

Inhoudelijk was er ook voor het CDA genoeg op het akkoord aan te merken geweest. De kaasschaaf gaat natuurlijk nooit 18 miljard opleveren, en ik betwijfel of men er bij de doorrekening wel rekening mee heeft gehouden dat de verhoging van de maximum snelheid en het opheffen van het rookverbod beide tot minder inkomsten uit boetes zullen leiden. De drie boerka’s die per jaar gepakt gaan worden zullen elk de nodige miljoenen neer moeten tellen om dat te compenseren.

Donkerbruin is mijn vermoeden dat het allemaal wel los zal lopen de komende jaren.

Bruin

Ophef

Geef toe mensen: het is natuurlijk ook een beetje een mal idee, om uitgerekend op de plek waar een stel moslimfundamentalisten 3000 onschuldige burgers de dood in joegen een moskee uit de grond te gaan stampen. Je zou ook klein kunnen beginnen, denk ik dan: met een theehuis bijvoorbeeld, een Boerka 2 go of een geitenfokkerij desnoods.

Het idee alleen al om een moskee te bouwen bij Ground Zero kun je moeilijk niet als een provocatie zien: iemand moet toch zonder gewetensbezwaren die plek en dat object samengebracht hebben. De vergelijkingen die dan meteen van stal gehaald worden (alsof je een Biergarten bij Auschwitz bouwt) zijn nogal grotesk, maar we weten allemaal nog hoe Saddam Hoessein na jarenlange Amerikaanse dood en verderf in zijn land uitgerekend een Mars zat op te peuzelen in zijn hol onder de grond. Hoe respectloos was dat! En wat te denken van de vele McDonald’s-filialen in Hiroshima?

De voorstanders van de moskee, of beter: de tegenstanders van de tegenstanders, wijzen erop dat een islamitisch centrum op die plek juist ook tot verbroedering kan leiden. Dat zou in een wereld die de onze niet is tot de mogelijkheden behoren, en het zou fijn zijn als we zouden kunnen achterhalen of dat misschien ook de intentie is geweest van het hele plan. Een relevantere kanttekening bij alle ophef is het feit dat het centrum helemaal niet ‘op’ Ground Zero komt, maar 350 meter (!) verderop, en dat er op een halve kilometer al lang en breed een moskee staat. Je kunt je afvragen vanaf welke afstand van de rampplek de moslims dan wel iets voor zichzelf mogen gaan doen (waarop een enkele lolbroek wellicht de omtrek van de aarde zal noemen).

Beide kampen hebben natuurlijk volstrekt gelijk; vriend en vijand vinden elkaar hooguit in het feit dat een nieuwe aanslag op dezelfde plek een stuk minder waarschijnlijk is als om de hoek de geloofsgenoten liggen te bidden. Voor de rest is het tegelijkertijd een krankzinnig idee en zou het aan de andere kant een mooi symbool kunnen zijn van hoe tolerantie in onze beschaafde, door de extremisten zo gehate wereld altijd zegeviert. Daarom is het een volslagen zinloze discussie, en daarom voeren we die in Nederland ook helemaal niet; in Nederland hebben we het er alleen over dat Geert gaat spreken op 11 september.

Groot internationaal nieuws en een Nederlander gaat spreken: normaal gesproken iets wat onze harten met trots zou moeten vervullen. Het is echter Geert die gaat spreken, en dan ontkennen we het liefst dat het een landgenoot betreft. Geert zegt ook vaak dingen onaangekondigd en dan loopt het meestal met een sisser af, maar als Geert van tevoren aankondigt dat hij iets gaat zeggen of doen, gaan we elkaar altijd heerlijk een paar weken lang de stuipen op het lijf jagen. Die billenknijphype was er voor het eerst in de weken vóór Fitna, en kan nu opnieuw de kop opsteken. We weten immers niet wat Geert precies gaat zeggen: misschien wel iets wat onze nationale veiligheid in gevaar brengt! De spanning, de suspense!

Intussen heeft Geert al een paar maanden niets aanstootgevends meer gezegd; wat hij zegt is louter aanstootgevend omdat het uit zijn mond komt – men luistert allang niet meer naar wat hij nou eigenlijk zegt. Zo staat nu al vast dat hij verwerpelijke dingen zal zeggen op 11 september, terwijl het waarschijnlijk – in lijn met de afgelopen maanden – blijft bij een herhaling van zetten op gematigder toon. Geert heeft ook al zijn complete verkiezingsprogramma in de uitverkoop gedaan in ruil voor de belofte dat hij tegen de islam tekeer mag blijven gaan – wat er dus feitelijk op neerkomt dat hij op allerlei onderwerpen gaat meeregeren behalve op zijn geliefde onderwerp, waarmee hij dus accepteert dat hij ook op dit terrein helemaal niets voor elkaar gaat krijgen.

Ik denk stiekem dat Geert tegen een burn-out aanzit, zo koest houdt hij zich de laatste tijd. Laat die man dus lekker een uitje naar New York maken en ongestoord zijn praatje houden voor een groep rancuneuze toehoorders. Maar er is wel iets wat Rutte en Verhagen kunnen doen om de zoveelste paniek-om-niks in de kiem te smoren: Geert uit het nieuws houden door op 11 september met hun ministersploeg op het bordes te staan bij Bea.

Ophef

Hart en nieren

Om zijn pleidooi voor meer democratie binnen de PVV kracht bij te zetten, benadrukte Hero Brinkman de afgelopen week nog maar een paar keer dat hij niet zomaar een democraat is, maar een democraat in hart en nieren. En hij niet alleen: volgens Brinkman is de democratie bij zijn grote leider Geert Wilders zelfs voelbaar tot in zijn kleine teen. Ik weet niet bij welke erotisch getinte partijbijeenkomst Hero tot dit inzicht is gekomen – al sabbelend aan Geerts kleine teen, ook wel liefkozend Winston genoemd – maar ergens wringt het toch wel dat uitgerekend bij de partij met de grootste democratiefetisjisten een absolute dictatuur heerst.

Is het zoals de loodgieter bij wie de kraan altijd lekt? Zoals de mensen van Trots die zich doodergeren aan Nederland? Of valt het wel mee met die kleine teen?

Democratie is voor mij niet veel meer dan een onregelmatige gang naar een troosteloos schoolgebouw waar ik als een schooljongen een vakje mag inkleuren in ruil voor de vage belofte dat dit enige invloed heeft op het bestuur van het land. Bij de PVV bevroed ik geen diepere filosofische beschouwingen omtrent dit principe, maar dat doet wel de vraag rijzen hoe je dan democraat in hart en nieren kunt zijn. In welk opzicht draagt een PVV’er de democratie een warmer hart toe dan, laten we zeggen, een D66’er? Blijft hij de hele dag op zo’n stembureau hangen? Hanteert hij het potlood zo fanatiek dat de punt breekt of het stembiljet scheurt?

Als ik dan toch mee moet gaan in de beeldspraak van Brinkman, dan zou ik mezelf een democraat in mijn rechterhand noemen: die gebruik ik immers om mijn stempas af te geven, mijn identiteitskaart te tonen, het juiste rondje rood te maken en het biljet in de melkbus of kliko te deponeren. In mijn hart, nieren en kleine teen ben ik een uitgesproken aristocraat, omdat ik vind dat de burger, mijzelf inbegrepen, zijn grote muil moet houden over allerlei zaken waar hij veel te weinig van afweet. In mijn hoofd ben ik dan uiteindelijk toch maar weer een democraat, omdat er helaas geen zinvol alternatief bestaat.

Democraat in hart en nieren zul je dan wel zijn als je te pas en te onpas de wil van het volk wilt toepassen. En zo kom je dan toch uit bij de populisten, die niet prediken wat goed is voor het volk, maar prediken wat het volk wil horen. Dat verklaart ook direct hun afschuw van politici, want in hun optiek behoren dat niet meer te zijn dan marionetten van het volk die, als ze hun taak een beetje serieus opvatten, met alle winden meewaaien.

Het ironische van al die democratieknuffelaars is dat ze steevast een hooguit verlichte despoot aan het roer hebben staan, als het geen nietsontziende tiran is. Het is allemaal leuk en aardig, dat democratische gedoe, maar als je er zelf aan mee moet gaan doen is het de nagel aan je doodskist. Als ik Wilders was, zou ik voor het te laat is die Brinkman linea recta de fractie uit mieteren en de overige leden ondubbelzinnig een oude Tina Turner-wijsheid inpeperen: We don’t need another Hero.

Hart en nieren

Extreem

Uit vervolgonderzoek van de wetenschappers die eerder aantoonden dat Geert Wilders’ PVV een extreem-rechtse partij is, is gebleken dat het D66 van Alexander Pechtold extreem genuanceerd is. In een artikel dat volgende week in het tijdschrift Nature verschijnt, worden de democraten ‘het opinieblad van de Nederlandse politiek’ genoemd, dat ‘uitsluitend vragen stelt en zelden stelling neemt’.

Pechtold noemt de onderzoeksresultaten in een eerste, voorlopige reactie ‘waarschijnlijk prematuur’. Volgens hem is nader onderzoek nodig: ‘Enerzijds zijn we trots op onze genuanceerdheid, anderzijds zou het best zo kunnen zijn dat wij soms in staat zijn om in geval van eventualiteiten af en toe keihard te zeggen dat het misschien niet altijd zo zwart-wit is als de mensen wel eens denken. Dan geeft het geen pas om ons zomaar in het hokje ‘extreem genuanceerd’ weg te zetten.’

De wetenschappers betrokken ook andere partijen in hun onderzoek. Zo wordt de PvdA bestempeld als extreem deplorabel. De wetenschappers baseren zich hierbij op een eerder verricht maar weinig serieus genomen onderzoek van Kamerlid Diederik Samsom. De publicatie hiervan, in een oplage van slechts 33 exemplaren, werd door de partijtop direct onder het tapijt geveegd, waardoor een tweede druk van vermoedelijk niet meer dan 14 exemplaren intussen onder druk staat. Volgens de onderzoekers bestaat er over de conclusies van Samsom echter geen enkele twijfel en getuigt het gedrag van de partijtop juist van de deplora- en debiliteit die de PvdA momenteel kenmerkt.

De resultaten wijzen voorts uit dat de VVD extreem afwezig is. Fractievoorzitter Mark Rutte is al de hele week onbereikbaar voor commentaar op deze uitslag.

De SP is extreem tegen. Agnes Kant kant zich hier fel tegen.

Trots op Nederland ten slotte is volgens het onderzoek extreem opportunistisch. Als onderbouwing voor dit standpunt presenteren de wetenschappers slechts een foto van eerder deze week, waarin Rita Verdonk te zien is op de herdenkingsbijeenkomst ter gelegenheid van de vijfde sterfdag van Theo van Gogh.

Ach ja, extreem: bestaat dat niet slechts bij gratie van het gebrek aan iets extremers?

Extreem