Maagdenhuis

Je vraagt je af waarom hij er überhaupt aan te pas moest komen, maar op donderdag 19 februari bepaalde de rechter wat Stevie Wonder met al zijn visuele en linguïstische beperkingen ook uit de Nederlandse wet had kunnen opmaken, namelijk dat de bezetters van het Bungehuis met een illegale actie bezig waren en het pand moesten verlaten, op straffe van een dwangsom die het College van Bestuur van de UvA overigens ietwat grotesk had ingezet.

In het daarop volgende weekend nam het CvB nog de moeite om in de ambtswoning van burgemeester Van der Laan met de bezetters in gesprek te gaan, teneinde een ontruiming te voorkomen. Ook eerder al had het College aangegeven in gesprek te willen, behalve dan in het bezette Bungehuis. Een begrijpelijk voorbehoud, te meer omdat de UvA de verwarming in het pand had uitgeschakeld – een daad van duurzaamheid die onmogelijk op verzet van de eco-types, veganisten en anti-fascisten kon stuiten. En inderdaad: capuchons en Arafat-sjaals waren ruimschoots voorradig, zodat dit het beeld werd van ‘vreedzaam’ protest anno 2015:

Bungehu IS
Bungehu IS

Het College had zich de moeite van het gesprek kunnen besparen, want het trof een groep radicalen die al vanaf dag 1 had aangegeven pas weg te gaan als hun volledige, niet al te realistische eisenpakket ingewilligd werd. In de tussentijd was daar nog de eis van aftreden bijgekomen; het was niet geheel duidelijk of dat dan voor of na de realisatie van de andere zes eisen zou moeten gebeuren. Hoe dan ook, het gesprek liep op niets uit, ondanks diverse concessies van CvB-zijde.

Wie schetste onze verbazing toen vervolgens twee dagen later de politie daadwerkelijk overging tot ontruiming. Nou ja! Raar! Een uitspraak van de rechter die gewoon wordt uitgevoerd! Het moet niet gekker worden.

Uiteindelijk werden 46, exact evenzoveel jaar te laat geboren bezetters gearresteerd. Die politieactie in opdracht van de burgemeester werd al snel uitgelegd als geweld (oordeel zelf) van het CvB tegen de eigen studenten. Dat is dan ook precies de van onrechtvaardigheid doordrenkte reden waarom het CvB nu de bezetters van het Maagdenhuis met rust moet laten: de beeldvorming.

Woensdagavond verschaften de bezetters zich toegang tot het bestuurscentrum van de universiteit; beveiligers werden daarbij geslagen en inmiddels kunnen de 200 medewerkers fluiten naar hun persoonlijke en werkmatige bezittingen. In de publieke opinie klinkt vooral ‘respect’ door voor de actie van de ‘vreedzame’ studenten; opportunistische parlementariërs van de SP menen wel deel te kunnen nemen aan de illegale actie, en in de media is het beeld van een activist met een bezem aantrekkelijker dan aandacht voor de vernielingen die worden aangericht.

Wat is er nu eigenlijk aan de hand? De klacht is dat de UvA wordt gerund als een commercieel bedrijf, waardoor onrendabele opleidingen het loodje leggen. Die discussie loopt al een jaar of driehonderd, maar is de laatste jaren in een stroomversnelling geraakt. Het geld is daadwerkelijk op, niet in de laatste plaats door teruglopende studentenaantallen bij de Faculteit der Geesteswetenschappen en de geldkraan uit Den Haag die mankementen vertoont. De kwestie is dus: handhaven we opleidingen die we eigenlijk niet meer kunnen betalen? Daarin kun je verschillende afwegingen maken, zoals een bijstandstrekker ervoor kan kiezen om te blijven roken. Stoppen met roken zou echter geen onredelijke overweging zijn. Welnu, over zo’n afweging kun je prima een debat voeren, en kun je de lijn van het huidige bestuur ter discussie stellen. Dat is dan ook precies wat de medezeggenschapsorganen al tijden aan het doen zijn.

Nu is er dus een kleine groep die met droge ogen beweert: die democratisch gekozen inspraakorganen krijgen niets voor elkaar, terwijl we wel gelijk hebben. We moeten het gelijk dus gaan halen. Weet je wat wij gaan doen? We bezetten een gebouw en eisen meer democratie! (…)

In die laatste eis – de samenhang met de rest is volstrekt onduidelijk – klikt een inmiddels salonfähig natuurlijk wantrouwen jegens bestuurders door: heb je een hoog salaris, dan ben je automatisch zakkenvuller tot het tegendeel bewezen is. Een flagrante miskenning van wat capabele, hardwerkende mensen 80 uur per week met hart voor hun organisatie doen; waren zij écht zakkenvullers, dan waren zij nooit op deze plek terechtgekomen.

Feit is intussen dat de opkomst bij de laatste studentenraadsverkiezingen slechts 18,5% was. Er is dus alle aanleiding om te veronderstellen dat het gros van de studenten prima tevreden is, of in ieder geval geen enkele noodzaak voor meer inspraak ziet. Het argument dat studenten niet gaan stemmen omdat de raden ‘toch niets voor elkaar krijgen’ is ridicuul; omgekeerd zou het College (met meer recht) kunnen zeggen niet naar de raden te luisteren omdat die toch nauwelijks mandaat hebben. Raadsleden geven echter aan wel degelijk gehoord te worden, en studenten laten zelf ook weten de bezetting helemaal niet te steunen.

De grote vraag is dus namens wie de bezetters nu eigenlijk spreken, behalve zichzelf. Maar ook: waarom zou dit recht in eigen hand nemen bij zo veel buitenstaanders respect afdwingen? Wat is er respectvol aan het negeren van een gerechtelijke uitspraak? Aan het slaan van beveiligers en inbreken in kantoren? En vooral: hoe zuiver is het dat het CvB inmiddels door de knieën heeft moeten gaan en heeft ingestemd met voorstellen waarvan onduidelijk is hoe breed die eigenlijk gedragen worden?

Het is wel duidelijk: de bezetters, die het CvB betichten van machtsmisbruik, hebben macht en genieten daar intens van. Exemplarisch daarvoor was de wanvertoning in de ‘General Assembly’ woensdagavond, waar een snotneus van 24 de bestuursvoorzitter en de burgemeester schoffeerde door ze wel even te vertellen wanneer zij aan de beurt waren om iets te zeggen. Het dedain waarmee dat gebeurde was weerzinwekkend; de zelfingenomen blik van de student verried dat hij vermoedelijk drie uur lang met een harde plasser op het podium stond, en liet over zijn machtswellust in ieder geval weinig te raden over.

Wellicht zien we hem nog eens terug in een terugblik van Andere Tijden. Hopelijk zal hij tegen die tijd, als hij zijn zakken vult bij een groot commercieel bedrijf of een regentenpost in de publieke sector bekleedt, op zijn minst kunnen toegeven dat het wapperen met die handjes, overgenomen van de Occupy-beweging, toch wel heel erg gênant was.

Maagdenhuis

Verdacht pakketje

‘Maar Herman, is er dan ooit in de geschiedenis van het ganse universum ergens één enkel object tot ontploffing gekomen, nadat het door een daartoe bevoegde autoriteit tot verdacht pakketje was gebombardeerd bestempeld, daartoe aangezet door een bezorgde burger die een dienstdoende surveillant had geattendeerd op het voorwerp dat daar onder normale omstandigheden op dat moment op die plaats toch echt niet behoorde? Zodra je een pakketje verdacht noemt, staat toch vast dat het niet verdacht is?’

‘Kan wel zijn, maar je leest tegenwoordig ook om de haverklap over jihadi’s die toeslaan terwijl politie en justitie ze al jarenlang in het vizier hadden. Neem die broertjes Kouachi, twee vleesgeworden verdachte pakketjes als je het mij vraagt. Zou me niets verbazen als dat de tekst is die op die zwarte IS-vlaggen staat: Verdacht pakketje, inshallah. Nou, ik ga er niet met open ogen in lopen. Ik zie hier een verdacht pakketje, en dat is verdacht tot het tegendeel bewezen is. Ik bedoel, een vuilniszak op een paar meter hoogte aan een paal op station Leiden, dat is toch foute boel, dat kan toch niet missen?’

‘Als ik een aanslag zou willen plegen, zou ik niet zo snel op het idee komen om dat te doen met een vuilniszak op een paar meter hoogte aan een paal op station fucking Leiden.’

‘Dat is het hele punt! Als ze dat op Amsterdam CS of het Binnenhof zouden doen, zou iedereen het meteen doorhebben en op de vlucht slaan. Maar op Leiden valt niks te halen, iedereen blijft hier een beetje rond dat spoor staan te koukleumen. Er is helemaal geen aanleiding om hier een aanslag te plegen. Dat is dan toch juist verdacht?’

‘Als je je verdachte pakketje zo in het zicht achterlaat, weet je één ding zeker, en dat is dat onmiddellijk het hele station geëvacueerd wordt, en je enige slachtoffer waarschijnlijk de robot van de EOD is.’

‘Dat is natuurlijk met opzet! Ze speculeren erop dat we de boel niet ontruimen omdat wij denken dat het zo amateuristisch gedaan is. Maar dan hebben ze buiten Herman van Koppen gerekend. Leer mij het verknipte brein van de terrorist kennen.’

‘Ja ja, en die camera hangt er zeker symbolisch bij om het bewijsmateriaal onmiddellijk te vernietigen?’

‘Niet zo naïef Gerard! Die gast heeft die zak opgehangen met behulp van een ZILVEREN TRAPPETJE! En hij droeg een spijkerbroek, een lange jas en sportschoenen met WITTE ZOLEN! En een gebreide muts MET EEN BOLLETJE EROP! Hoe duidelijk wil je het hebben?’

‘Don’t judge a pakketje by its bezorger, Herman. Les 1, weet je nog? Bovendien was het vanochtend -2 met een nogal gure wind op het perron.’

‘HIJ REED WEG IN EEN DONKERBLAUWE VOLVO!’

‘En dat zeg je nu pas? Ontruimen, en wel onmiddellijk!’

P.S. Check wat hier op het bankje ligt!
P.S. en wat ligt hier dan op het bankje?
Verdacht pakketje

Konijnen

Erg bijbelvast ben ik niet, maar van de eerste verzen van het eerste boek Genesis meen ik mij toch te herinneren dat de eerste woorden die onze lieve heer tot de eerste mensen sprak, neerkwamen op een niet mis te verstane opdracht om heen te gaan en zich te vermenigvuldigen. Niets ‘Ga rustig zitten, neem een kop koffie’, maar ‘Weest vruchtbaar en wordt talrijk’. Wie schetst dan ook mijn verbazing toen ik deze week de paus hoorde verkondigen dat katholieken zich niet als konijnen hoeven voort te planten. Quod erat demonstrandum: het kán dus wel, een gezaghebbende geestelijk leider die luid en duidelijk verkondigt dat je alle onzin in een heilig boek niet zo serieus moet nemen.

paus

Aangezien de kerk nog altijd stelselmatig alle vormen van anticonceptie afwijst, is Franciscus’ toch al opmerkelijke uitspraak niet anders te lezen dan als een verzoek of er godverdomme eindelijk eens wat minder geneukt kan worden. Het scheelde weinig of hij liet het vergezeld gaan van een kledingadvies aan de vrouwen, om de welig tierende masculiene lustgevoelens nog enigszins in toom te houden.

Konijnenfokkers – vooral die van de cuniculus frigidus – natuurlijk in rep en roer vanwege deze smadelijke degradatie van hun eerbare diertjes tot monomaan-nymfomane monsters. Maar ook de mensheid mag zich achter de oren krabben, want los van de nogal hinderlijke papale inmenging in het privé-domein dringt de vraag zich op welk probleem de paus hier eigenlijk tracht te adresseren. Zijn er soms te veel katholieken? Daar zou ik een eind in mee kunnen gaan, maar zolang de ene na de andere kerk wegens leegstand wordt omgebouwd tot luxe appartementencomplex of hippe koffiebar zal dat toch niet zijn waar de paus op doelde.

Uiteindelijk bleek dat de paus een vrouw had gesproken die na zeven keizersnedes voor de achtste keer zwanger was. Niet direct de persoon die ik naar voren zou schuiven als representant van mijn geloof, maar voor Franciscus ging het om iets anders: hij wilde duidelijk maken dat “geen enkel instituut van bovenaf moet bepalen welke omvang een gezin zou moeten hebben”.

Dus de hoogste leider van de katholieke kerk, een instituut met ruim een miljard volgelingen, zegt dat je je niet per se hoeft voort te planten om duidelijk te maken… dat geen enkel instituut van bovenaf moet bepalen welke omvang een gezin zou moeten hebben.

Gelukkig hoeft de kerk dat ook helemaal niet te doen. Het recept is namelijk allang bekend, en heet vooruitgang. Het is algemeen bekend: hoe ontwikkelder het land, hoe lager het geboortecijfer. Dat hangt samen met de positie van de vrouw, die in ontwikkelde landen het best is, niet in de laatste plaats omdat men daar massaal het geloof de rug toekeert. Het mag hier dan één groot goddeloos Sodom en Gomorra zijn, met talloze onzedige lieden die in alle vrijheid hun schoonheid etaleren en daarmee de hoofden van menigeen op hol brengen, maar we kijken wel link uit voordat we ons voortplanten, want dat is niet altijd handig voor de carrière.

Kortom, dat de paus de voortplanting van katholieken ontmoedigt is mooi meegenomen, maar echt nodig was het niet. Zorgwekkender zijn zijn uitspraken over wat hij de ‘ideologische kolonisatie van het gezin’ noemt, daarmee doelend op opvattingen over onder andere homorechten die het Westen zou opleggen aan ontwikkelingslanden. De paus trekt hier wel een hele grote jurk aan – niet alleen is de uitspraak nogal stuitend uit de mond van de leider van een godsdienst die, als alle godsdiensten, behoorlijk wat voorschrijft aan zijn aanhangers; hij claimt hier ook het monopolie op de enig juiste opvatting, die hij dus wenst op te leggen aan iedereen.

De enig juiste opvatting is de ene die niets oplegt, zodat wij zelf onze eigen achterlijke of briljante waarheid kunnen fabriceren – of besluiten mee te gaan in die van de paus. De ideologie van vrijheid (van meningsuiting, godsdienst, geaardheid of whatever) kent geen strijd vóór die vrijheden, als wel een strijd tegen alles wat die belemmert. De kolonisatie van deze ideologie kan moeilijk veroordeeld worden, omdat deze intrinsiek in ons allen aanwezig is, van Saudi-Arabië tot Noord-Korea. Uiteindelijk willen wij allemaal konijnen zijn, al dan niet met dezelfde onbezorgde dagbesteding.

Konijnen

Vrijheid van inzeping

In Pakistan, Niger, Sudan, Algerije, Somalië, Tsjetsjenië en nog zo wat oorden zijn opnieuw te verwaarlozen groepen mensen de straat op gegaan uit protest tegen badartikelenproducent Ombia en vóór degenen die vorige week een aanslag op de zeepfabrikant pleegden. Volgens de betogers hebben die een noodzakelijke boodschap aan het Westen afgegeven. Behalve kerken, hotels, cafés, weeshuizen en scholen werden Duitse vlaggen en foto’s van bondskanselier Merkel in brand gestoken.

De aanslag op Ombia, dat honderden berichten van boze moslims ontving vanwege een werkelijk onsmakelijke en uiterst grievende afbeelding van een moskee op een zeepflesje, werd eerder deze week in een videoboodschap opgeëist door Al Qa’ida op het Arabisch Schiereiland. Eerder al liet een van de briefschrijvers weten dat zijn postzegels gefinancierd waren vanuit Jemen. Experts twijfelen echter aan de authenticiteit van de video’s en vermoeden eerder een actie van de CIA om moslims in een kwaad daglicht te stellen.

Intussen is ook in Nederland de discussie weer in alle hevigheid opgelaaid. Critici, die op Twitter masaal de hashtag #ikwasmijnhelelichaaminonschuld gebruiken, wijzen op het gevaar van het overgeleverd zijn aan de grillen van gekwetsten, die, afhankelijk van hoe hun keppeltje of tulband staat, met de hand op het ene of andere heilige boek altijd wel ergens aanstoot aan kunnen nemen. Praktisch onuitvoerbaar en principieel onjuist, noemen zij de regelmatig uitgesproken verwachting om telkenmale te anticiperen op het mogelijk krenken van anderen.

De tegenstanders in het debat vinden het juist tijd om respect voor elkaar op te brengen. Een politicus die liever anoniem wil blijven, zegt: ‘Laten we niet vergeten dat het feit dat dit flesje niet meer in de schappen ligt, het werk van extremisten is, en niet van de massa. Ik praat dit niet goed, maar het lijkt wel alsof je tegenwoordig zomaar ongebreideld moet kunnen kwetsen op je verpakking. Denk na voor je iets in de handel brengt! Een moskee op een verpakking, waar haal je de brutaliteit vandaan? Straks komt nog iemand op het idee om een schaars geklede mevrouw op een doucheproduct te zetten. Terwijl je wéét dat je daarmee mensen tegen de borst stuit.’

Radio-dj en opiniemaker Giel Beelen is vooral verbaasd over alle ophef die is ontstaan. ‘Ik begrijp die hele Ich bin Unrein-hype niet zo. Die mensen hadden nog nooit van Ombia gehoord, en nu staan ze allemaal met zo’n bord te zwaaien en moeten ze zich zo nodig met dat spul wassen.’ Hoofdredacteur van Vrij Nederland Frits van Exter sluit zich daarbij aan: ‘Laten we nu niet doen alsof dit zeepje van een, laten we zeggen, Palmolive-achtig niveau was.’

Dat moge zo zijn, van Ombia’s nieuwe shampoolijn met bierextract, die maandag in een oplage van vijf miljoen stuks op de markt kwam, was in heel Duitsland na een kwartier geen exemplaar meer te krijgen.

Vrijheid van inzeping

Omdat het kennelijk relevant is

Nou, daar gaan we dan:

1. de christenen
Och ja, de christenen. Domineren al ruim negenhonderd jaar het nieuws met hun Kruistochten, immer actueel. Iedere dag maar weer dat Journaal dat opent met de een of andere barbaarse slachting die uit naam van dat geloof is uitgevoerd. Mijn naïeve vrienden beweren dat de overgrote meerderheid van de christenen goedwillende burgers zijn, maar ik weet wel beter. Naar verluidt zijn in de gemeente Staphorst en in delen van Zeeland cellen actief die zwaar oorlogsgeschut in hun kelders hebben liggen. Ze zouden het Nationaal Monument op de Dam omver willen duwen. Wie het onderdrukken en publiekelijk executeren van vrouwen erg vindt, moet hier maar eens kijken. Bij één partij met maar liefst 30.000 leden mogen de vrouwen zich zelfs niet verkiesbaar stellen! Om van de kledingvoorschriften nog maar te zwijgen. Van de aanhangers van dit geloof gaat waarlijk een grote bedreiging voor de wereldvrede uit, en ik wil dan ook geen moment onbenut laten om me er luid en duidelijk van te distantiëren. Hierbij!
Overigens ben ik zelf geen christen.

2. Hitler
Mijn vader droeg lange tijd een snor en mijn vriendin is vegetariër, dus logisch dat je mij vraagt om een stellingname ten aanzien van deze fameuze oosterbuur. Te meer omdat hij in onze samenleving zo onvoorstelbaar, hoe zal ik het zeggen, salonfähig is. Als onze kinderen de middelbare school verlaten, weten zij van de jaren dertig en veertig toch voornamelijk dat de treinen in Duitsland en Italië op tijd reden. Er is eigenlijk helemaal niemand in onze maatschappij die vraagtekens plaatst bij de daden van Hitler, terwijl er, dat moet ik je nageven, toch het nodige op hem aan te merken viel. Laat ik daarom een verrassend standpunt innemen: ik verafschuw Hitler! Het uitroeien van een volk puur vanwege een geloof of opvatting is onverkwikkelijk! Zo!
Overigens ben ik zelf geen nationaal-socialist. Geen Duitser ook trouwens.

3. Anders Breivik
Schoot op een zomermiddag tientallen jongeren dood, en liet in het manifest dat hij achterliet wel drie keer de naam van Geert Wilders vallen. Alle aanleiding natuurlijk voor mij, die – foei! – ook wel eens kritisch is over een geloof, en die ook nog eens een vader heeft die kapper was en daarom wel eens met waterstofperoxide werkte, om ferm afstand te nemen van deze daad. Vooral omdat er hordes volgelingen klaar bleken te staan die sinds 2011 dood en verderf zaaien uit naam van de beweging waarvan de naam mij even is ontschoten, maar waar ik overigens niet toe behoor. Ik begrijp de verwarring, maar voor de duidelijkheid: #ikbennietanders.
Overigens ben ik ook geen aanhanger van Wilders.

4. Tristan van der V.
Kouachi avant la lettre. Schoot de goede reputatie van de blanke man met twee benen, twee armen, twee ogen, twee oren en een neus aan flarden. Ja, ik heb ook een bonuskaart, maar dit ging echt veel te ver. Overigens heb ik voor zover bekend zelf geen psychische problemen.

5. Charlie Hebdo
Voor hen hoef ik mij niet te verantwoorden. Zij hebben niets verkeerds gedaan.
Overigens heb ik, net als jij, het blaadje nog nooit gelezen.

6. de PvdA
Het moge bekend zijn dat alles altijd de schuld van de PvdA is, zo ook de mondiale crisis waar wij ons nu in bevinden. Ik heb hier geen goed verhaal bij; het is verschrikkelijk wat er gebeurt uit naam van de partij waartoe ik behoor. Ik zou kunnen verwijzen naar een paar burgemeesters die het goede voorbeeld geven. Of naar een paar ingezonden brieven in de krant. Of naar de hashtag #nietmijnpvda, overigens voornamelijk gebruikt door politiek correcte PvdA-critici die dit initiatief toejuichen. Gelukkig, er wordt op redelijk grote schaal afstand genomen.
Maar er zijn er ook – en ik vrees dat hun aantal groter is dan mij lief is – die ik in de nasleep van de gebeurtenissen alweer heb horen zeggen dat je toch vooral rekening met elkaar moet houden, daarmee de kiem zaaiend voor begrip voor wat de tekenaars is overkomen. Die ‘pal staan voor de vrijheid van meningsuiting’, en dat doodleuk laten volgen door het woordje ‘maar’. De naam van de partij wordt hierdoor bezoedeld, en mijn geloof erin sterk op de proef gesteld. Ik snap de (soms zelfs gezaghebbende) klootzakken die dat doen niet, maar ik kan niet ontkennen dat ze tot dezelfde club behoren waar ik ook deel van uitmaak. Dus ja, vanzelfsprekend heb ik er behoefte aan om mijn positie te bepalen – niet omdat het van jou moet, maar vanuit een intrinsieke behoefte. Welnu, ik twijfel er serieus aan of ik nog wel bij deze club wil horen. Eén ding weet ik wel: dit is niet mijn PvdA.

Zo. Als er nou nog eens iets gebeurt uit naam van een groepering waar ik niet toe behoor, roep me dan gerust weer ter verantwoording. Nu jij?

Omdat het kennelijk relevant is

Catharsis 15:1

1 En Barack, de zoon van George, die de zoon was van Bill, die de zoon was van George, die een verre nazaat was van Johannes F., die een afstammeling was van Theodorus, Hij belaadde zijn kameel met zijn machtige zwaard en wapentuig en trok de woestenij in. Zijn gevolg bestond uit Fransoos van Nederland, die de zoon was van Nikolaas, die de zoon was van Jacobus; uit Angela, die de dochter was van Gerardus, die de zoon was van Helmut, die de zoon was van Helmut, die een verre nakomeling van de kwade Adolfus was; en uit David, de zoon van Gordon, die de zoon was Antonius, die een slechte jeugd had omdat hij opgroeide bij zijn oma Margareta.

2 Op gepaste afstand van de karavaan volgde Marcus, die de zoon was van Johannes Petrus, die de zoon was van Willem. Franciscus, de broer van Marcus, was er bij een bijeenkomst in Babel niet in geslaagd om Marcus bij de karavaan van Barack aan te laten sluiten. Er was simpelweg geen ruimte, verklaarde Franciscus in alle talen van zijn toehoorders.

3 En zo trok de karavaan van Barack, die de zoon was van George, die de zoon was van Bill, door de woestenij. En Angela sprak: “Verdomd nogmaals, wat is het hier ja godvergeten heet! Ik zou moorden voor een pot bier!” Waarop Marcus, die de taal van Angela goed verstond, vanuit de verte riep: “Buurvrouw, de tijd van bier heb ik achter mij gelaten, maar hier, drink uit mijn waterpistool”. En aldus geschiedde. En allen laafden zich aan het wapentuig van Marcus.

4 En Barack zeide: “U hebt zich een trouwe vriend betoond, Marcus. Kom, sluit aan bij mijn karavaan.” En Marcus vertelde zijn volk dat hij was aangesloten bij de karavaan van Barack.

5 Op de vijftiende dag van de eerste maand van het zestiende jaar van de eenentwintigste eeuw bereikten Barack en zijn gevolg het doel van hun reis: het paradijselijke kalifaat van Al-Baghdati. En Barack sprak tot Al-Baghdati: “Al-Baghdati, ik zie dat wij u treffen op een ongelegen moment. Het was niet onze bedoeling u te storen tijdens het bezitten van uw geit, en al helemaal niet om de geringe omvang van uw geslacht te ontwaren. Maar wij zijn hier voor een belangrijke zaak. U weet dat de mensheid voor grote conflicten staat die ons boven het hoofd groeien. U veracht ons; wij verachten u.”

6 En Barack vervolgde: “Wij zijn hier met een voorstel. U weet dat ik met één enkele slag van mijn machtige zwaard, dat ik geërfd heb van mijn voorvaders, gans uw volk kan extermineren, zo God het wil of niet. Ik geef u de kans om dit onheil af te wenden. Laat ons allen inzien dat wij, nietige aardbewoners, deze geschillen niet zelf kunnen oplossen, en laat ons daarom de hulp van het Opperwezen inroepen – zij het het uwe, dan wel het mijne, of dat van de joden dan wel dat van welk ander volk dan ook. Voorwaar zal Hij zich toch wel als barmhartige rechter over Zijn onderdanen ontfermen wanneer die daarom smeken? En dan, wanneer wij Hem in Zijn ware gedaante aanschouwd hebben, dan zullen wij ons onderwerpen aan Zijn regels.”

7 En Al-Baghdati antwoordde: “Natuurlijk zal Hij verschijnen, want Allah is geit! Ik bedoel: Allah is groot en overal.” En Barack, de zoon van George, die de zoon was van Bill, die de zoon was van George, vroeg: “Is Hij een druk bezet man, of zal Hij binnenkort een vrij moment hebben om helderheid te verschaffen?” Waarop Al-Baghdati getergd reageerde: “Spot niet met de Almachtige! Want Hij is groot en Hij zal u reeds morgen bezoeken om u te straffen voor uw onwetendheid!” En Barack vroeg: “Kunnen wij dan afspreken dat wanneer uw God zich niet binnen twee jaar openbaart, we ervan uit kunnen gaan dat Hij niet bestaat?”. En Al-Baghdati antwoordde: “U bent een overmoedig mens. U zult het bestaan van de Almachtige sneller ondervinden dan u lief is.” Waarop Barack de afspraak bezegelde met de woorden: “Akkoord, laat ons dan de wapens neerleggen en de komst van het opperwezen afwachten. Over twee jaar zal mijn dochter u aan uw beloften herinneren.”

8 Een dag later openbaarde het opperwezen zich niet, en evenmin deed het dat op alle volgende dagen. Twee jaren later, op de vijftiende dag van de eerste maand van het achttiende jaar van de eenentwintigste eeuw trok Hilaria, de dochter van Barack, die de zoon was van George, die de zoon was van Bill, die de zoon was van George, met haar gevolg, zij het zonder Marcus, naar het kalifaat. En zij sprak: “Waar is Al-Baghdati?” Waarop de aanwezigen antwoordden: “Wij hebben de afvallige Al-Baghdati daags na zijn misdadige afspraak met de zondaars afgeslacht zoals ons heilige boek ons voorschrijft. Onze kinderen hebben voetbal gespeeld met zijn hoofd. Het werd 12-0 voor de winnaars.” En Hilaria sprak: “Maar u moet erkennen dat Allah zich niet geopenbaard heeft, noch aan u, noch aan ons.” En zij antwoordden: “Dat moeten wij.”

9 En Hilaria ging verder: “Ook onze God heeft zich niet aan ons getoond, noch aan u. Wij hebben ons laten leiden door blindheid. Reeds zestig jaren geleden onderzochten wij de hemel, en het binnenste der aarde kende al langere tijd geen geheimen meer voor ons. De eerlijkheid gebiedt ons toe te geven dat wij nimmer aanwijzingen voor het bestaan van een godheid hebben kunnen ontwaren. Laat ons dan vanaf nu de zaken omdraaien en ervan uitgaan dat God niet bestaat, tenzij hij zich alsnog openbaart. Laten wij onszelf verlossen: drink van mijn wijn, proef van mijn varkensvlees en heb mij lief als gelijke zolang uw God zich niet vertoont.”

10 Een dag later openbaarde het opperwezen zich niet, en evenmin deed het dat op alle volgende dagen. Allen dronken, lachten, dreven de spot met elkaar en bedreven de liefde met elkaar. Waarlijk waren zij verlost, voor eeuwig. En iedereen zag dat het goed was.

Catharsis 15:1

Je suis zéro

Van apologetische moslimknuffelaar tot rabiate islamcriticus: sinds woensdag zijn we allemaal Charlie. Dat zal die terroristen leren, moeten Petra uit Bunnik en Gerard uit Landsmeer gedacht hebben toen ze hun profielfoto op Facebook veranderden in een afbeelding van de slogan die inmiddels ruim 3 miljoen keer gebruikt is op Twitter. Moslims mogen dan een beperkt aantal voornamen hebben waar ze uit kunnen kiezen; dat kunnen wij nog veel beter!

Ze hebben het eerder gedaan, Petra en Gerard: een groen filter over hun avatar uit solidariteit voor de opstand in Iran (huh, opstand in Iran? Anyone?), een kruis tegen de bezuinigingen op cultuur, en deze zomer nog een zwart vlak nadat de MH17 uit de lucht was geschoten. Die laatste was lekker makkelijk, die kon je gewoon in Paint maken. En nu is het helemaal mooi: sinds de nieuwe privacyregels van Facebook van kracht zijn, maak je nog kans op een cameo met je avatargument in een willekeurige commercial waar ook ter wereld.

Maar over een week of twee zal Petra haar statement weer verruilen voor een kiekje met haar tweejarige dochter, en zien we Gerard weer vertrouwd met een biertje op de tribune bij Ajax. Wat zal er door hen heen gaan als ze hun JE SUIS CHARLIE opdoeken? Toch een ongemakkelijk moment, me dunkt. Want wanneer ben je weer gewoon Petra of Gerard, en niet langer Charlie?

Natuurlijk, ik ben blij, dankbaar en misschien zelfs trots dat ik leef in een samenleving (of beschaving) die in staat is om zo eensgezind en in relatieve kalmte te reageren. Mensen die dat kracht willen bijzetten door hun avatar te veranderen moeten dat vooral doen. Solidair zijn, dat mogen we – dat moeten we. Massale betogingen: prima, prachtig. Maar ik, een eenvoudige brave, bange, belasting betalende burger, ik voel me geen Charlie. Ik heb niets te verdedigen, en ik heb niets te rechtvaardigen. Je suis zéro.

Want: tegen wie hebben we het, als we met zijn allen op een plein bijeenkomen om de vrijheid van meningsuiting te verdedigen? Wie ben ik aan het overtuigen? En waarvan precies? Van iets waaraan getwijfeld wordt? Wat ter discussie staat? Wat gevaar loopt? Geen van dat al.

Is er ook maar enige aanleiding om te denken dat deze aanslag de vrijheid van meningsuiting aantast? Integendeel, die wordt er alleen maar door versterkt. Dat moge al blijken uit het feit dat Petra, die destijds de cartoons in Jyllands-Posten wel erg onnodig kwetsend vond – die Kurt Westergaard had het toch ook een beetje over zichzelf afgeroepen – nu op het marktplein van Bunnik met een bord met #JeSuisCharlie staat te zwaaien. Kranten hebben (grotendeels) de censuur afgeworpen en nieuwe grenzen zullen worden opgezocht. Een steuntje in de rug uit onverwachte hoek, zegt de optimist in mij.

Twijfelt er dan iemand aan of ik de vrijheid van meningsuiting, inclusief het recht op kwetsen, het grootste goed vind? Welnee, dat is in mijn heilige boek, de grondwet, verankerd. Moet ik dat dus nu rechtvaardigen? Welnu, ik kan wel een groep bedenken die zich ergens voor zou kunnen rechtvaardigen. Voor wie het omarmen van de vrije meningsuiting niet hemeltergend stating the obvious is, namelijk die overgrote meerderheid van goedwillenden waarvan je altijd maar moet aannemen dat die er is.

Hoe mooi zou het zijn: iedereen blijft thuis behalve zij, de Dam is exclusief voor hen gereserveerd. Nous sommes Charlie, allemaal; dát zou tenminste een statement zijn. Wat we vanavond zagen in alle grote steden was allemaal mooi en prachtig, maar het was ook obligaat en leeg. Dit zou verschil maken, dit zou indruk maken, dit zou de mensheid verder helpen. De goede intenties lijken er te zijn, nu nog even dat bord voor de kop verwijderen (of liever: oefen wat zelfspot in een cartoon). Want dan lees ik bijvoorbeeld: “Velen nemen afstand van jihadisten en radicalisering in persoonlijke gesprekken, op het werk, in de huiskamer. Maar als je dat publiekelijk doet, lijkt het net of je jezelf moet vrijpleiten.”

Ja jongens, dat lijkt niet alleen zo, dat is zo. Als je het echt een probleem vindt dat exclusief uit naam van jouw religie deze barbaarse daden worden verricht, dan dien je jezelf vrij te pleiten. Als je dat vervelender vindt dan de moeite die het kost om aan alle misverstanden een einde te maken, dan vind je het probleem kennelijk niet groot genoeg. Zie het als de pech dat nu net jouw religie dergelijke uitwassen kent. En accepteer dat ik dat heel anders zie.

Maar doe het. Massaal. In godsnaam (om je goede wil te tonen).

Je suis zéro