Visit Rwanda

‘Visit Rwanda’ is de pakkende slogan die de komende jaren op de shirts van voetbalclub Arsenal komt te staan. De sponsordeal heeft tot grote kritiek geleid: fans van de club vinden de badge die op de mouwen van het shirt komt te staan namelijk foeilelijk. Maar ook vanuit Nederland is er commentaar: de regeringspartijen willen opheldering van minister Kaag van Ontwikkelingssamenwerking hoe het kan dat een land waar wij ontwikkelingshulp aan geven, 30 miljoen euro betaalt om op het shirt van een voetbalclub te staan.

Hier schiet de kennis van onze politici weer eens jammerlijk tekort. Als men zich ook maar enigszins in Arsenal had verdiept, dan had men geweten dat de Londense club onlangs afscheid heeft genomen van zijn iconische manager Arsène Wenger, die het elftal maar liefst 22 jaar gecoacht heeft. Hoe begrijpelijk is het in dat licht dat de clubleiding een deal sluit met Paul Kagame, president van Rwanda én fervent Arsenal-fan, die geregeld heeft dat hij tot 2034 aan de macht kan blijven dankzij een grondwetswijziging die door 98% van de bevolking hartstochtelijk omarmd is? Bij Arsenal houden ze gewoon van trouwe en betrouwbare leiders.

Los daarvan staan onze volksvertegenwoordigers niet stil bij wat Arsenal in ruil voor deze lucratieve deal allemaal teruggeeft aan Rwanda. Naar verluidt zal het centrale verdedigingsduo van The Gunners de komende jaren bestaan uit een Hutu én een Tutsi, een initiatief dat door de andere clubs uit de Premier League met instemming is begroet. Maar ook economisch kan Rwanda grote voorspoed verwachten. Het land lijkt de ultieme vakantiebestemming voor de Britse hooligans om even helemaal tot rust te komen: geen strand, geen lekkere wijven, alles is al kapot en een biertje kost omgerekend nog geen euro.

En sowieso: is het niet juist goed als voetbalclubs via de deals die zij sluiten duidelijk maken waar zij staan? Barcelona ontving geruime tijd 35 miljoen per jaar van Qatar Airways – u weet wel, van dat land dat slavenarbeid heeft ingevoerd om een paar stadions voor eenmalig gebruik uit de grond te stampen – en gaf daarvan steeds heel nobel 2 miljoen aan UNICEF om bijvoorbeeld kinderarbeid te bestrijden. Win-win!

Emirates is tegelijk sponsor van Arsenal, Real Madrid, Paris St. Germain en nog zo wat grootmachten – maar dat is dan ook de luchtvaartmaatschappij van de Verenigde Arabische Emiraten. Mooi!

Het is eigenlijk nog een wonder dat Ajax nog niet in het blauw-wit van Israël speelt. Feyenoord heeft de huisstijlkleuren van Palestina al: aan het rood-witte shirt en de zwarte broek hoeft alleen nog maar het groen van Rotterdam te worden toegevoegd. Scheidsrechter Bas Nijhuis er met legerlaarzen tussendoor marcherend en je hebt toch een heel ander schouwspel dan de suffe klassiekers die we nu hebben.

Als de politiek zich er niet te veel mee bemoeit liggen mooie verbondjes in het verschiet. VVV bijvoorbeeld lijkt mij de uitgelezen club om met een wekelijks wisselende shirtsponsor een impuls te geven aan soon to be stedentrips naar Raqqa, Aleppo of Mogadishu.

En misschien kan iamzero.nl iets betekenen voor Sparta :(

Visit Rwanda

AVG

Je kent het wel: je zoekt je online de tyfus naar een paar schoenen, en als je dan eindelijk een keuze hebt gemaakt en de transactie voltooid is, word je in de weken DAARNA tot in de diepste krochten van het internet achtervolgd door een advertentie van diezelfde winkel, met als stralend middelpunt de schoenen die je dus al hebt aangeschaft. Of je dit misschien leuke schoenen vindt.

Je zou toch hopen dat deze glitch in de internetmarketing voorbij is als vrijdag de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van kracht wordt, want wie geeft er bij het bezoeken van een website nu expliciet toestemming om tot in het oneindige gestalkt te worden door het betreffende bedrijf?

Ja, je kunt cookies weigeren, adblockers installeren en wat al niet, maar in werkelijkheid zijn we natuurlijk gewoon te lui. Te lui om vinkjes uit te schakelen die standaard ingeschakeld staan, te lui om ons af te melden van alle reclame die dagelijks netjes in het afvoerputje van onze mailbox wordt gedeponeerd, en nu dus ook te lui om in te gaan op de smeekbedes van diezelfde adverteerders om alsjeblieft expliciet aan te geven dat je hun troep ook in de toekomst niet zal lezen maar wel bereid bent deze geheel klimaatneutraal af te voeren.

In theorie ontvang ik na vrijdag dus geen enkele reclame meer, maar ik ben bang dat de commercie er wel iets op weet te vinden, en dat mijn expliciete toestemming impliciet allang vergaard is. Hoe zou men ook anders kunnen voldoen aan de vereiste dat men moet kunnen aantonen dat de ontvanger willens en wetens die toestemming heeft gegeven? Ik bedoel, ik weet wel dat ik mijn vonnis teken als ik ergens een cookie accepteer (dat heeft mijn moeder me ooit nog geleerd), maar waren de Facebooks en Zalando’s van deze wereld werkelijk van plan om in kansarme wijken deur aan deur te gaan om onomstotelijk vast te stellen dat hun beoogde clientèle met een zekere mate van handelingsbekwaamheid en ondubbelzinnig instemt met de ontvangst van reclamemateriaal?

Hopelijk slaagt de AVG erin de grootste schoften in de handel van privégegevens voor commercieel gewin te beteugelen, maar intussen worden de onschuldigste bedrijven opgezadeld met hoge kosten om te voldoen aan een wet die in de praktijk vermoedelijk weinig verandering zal brengen. Over een paar jaar heb ik een algoritmetje draaien dat voor mij in de gaten houdt wanneer mijn schoenen aan vervanging toe zijn, tegen welke tijd het bovendien heeft uitgezocht waar ik voor de beste prijs mijn ideale nieuwe paar kan kopen – waarna ik, te lui om niet op akkoord te klikken, slechts beschaamd zal moeten erkennen dat ik altijd al witte cowboylaarzen met bloemmotief heb willen hebben.

Dat wil zeggen: als ik toesta dat mijn data gebruikt wordt. Discover Weekly van Spotify geeft nu al wekelijks een playlist van muziek die je waarschijnlijk leuk vindt op basis van wat je luistert. De charme van een miskleun aanschaffen in de boekwinkel mag wat mij betreft een relict van het verleden worden in ruil voor de zekerheid dat iedere aanschaf mij in de toekomst zal bevallen. En als ik nog eens ziek word, kan het verdomd goed uitkomen als een nimmer gemanifesteerde genetische afwijking in de familie meegenomen kon worden in de diagnose of behandeling. Het toekomstbeeld is niet altijd even plezierig, maar het heeft er alle schijn van dat vooruitgang afhankelijk is van de beschikbaarheid van data. In dat opzicht zou de EU met de AVG nog wel eens een historische vergissing kunnen begaan.

Intussen riskeren bedrijven grote boetes als zij niet voldoen, tot wel 4% van de wereldwijde omzet. Nu heb ik zelf alleen maar kosten aan het onderhoud van deze website, dus ik heb uitgerekend dat ik met mijn negatieve omzet toch al gauw een paar euro kan verdienen als ik me niet aan de AVG houd. Dus: wil je mijn nieuwsbrief ontvangen, meld je dan vooral niet aan!

AVG

Parkeerautomaat

In Haarlem zijn onlangs alle parkeerautomaten vervangen. Een van de grootste bronnen van inkomsten verzekerd voor de komende jaren: daar hoort natuurlijk een feestje bij, en daarom had de gemeente – geen grap – een heuse fanfare ingehuurd om de komst van de nieuwe automaten in te wijden. Hoe gepast! Volgend jaar komt Gaston van de Postcode Loterij hoogstpersoonlijk de ozb-beschikking langsbrengen.

De nieuwe parkeermeters zijn alle voorzien van een zonnepaneel. Een zonnepaneel op een automaat voor vieze stinkende auto’s die net een gat in de ozonlaag hebben gereden: dat is net zoiets als een glas water bij een biertje serveren of posters van Amnesty op de muren van Raqqa plakken – het lijkt te compenseren maar uiteindelijk gaan we gewoon toch naar de klote.

Ook voor mijn deur van mijn huis prijkt zo’n pontificale automaat, overigens op een plek waar ik zelf waarschijnlijk geen schone energie zou mogen opwekken ‘want beschermd stadsgezicht’. Ik vind het niet direct een mooi apparaat, maar ik ben uiteraard wel benieuwd naar de sensatie van het Nieuwe Parkeren en neem dus pal voor mijn voordeur plaats voor de automaat en druk op de groene knop om het proces te starten.

Ik word begroet met de zin ‘U wordt gevraagd uw kenteken in te voeren!’. Het enthousiasme dat vooral uit het uitroepteken spreekt, doet mij deugd. ‘Weest gerust burger,’ lees ik erin, ‘en verspilt niet uw geld door terstond munten in te werpen! Edoch, maant uzelf tot kalmte tot u wordt gevraagd uw kenteken in te voeren!’

Ik kijk schichtig om me heen: door mijn druk op de knop zal er toch hopelijk geen fanfare in gang gezet zijn richting Parklaan om mij zodirect te vragen mijn kenteken in te voeren? Nee, dat zou ik als bewoner toch wel eens gemerkt hebben.

In de verte komt een man mijn richting uit gelopen. Hij ziet eruit als een ambtenaar en zou dus wel eens de man kunnen zijn die mij gaat vragen mijn kenteken in te voeren. Als hij mij genaderd is, kijk ik hem verwachtingsvol aan, maar hij loopt door zonder mij een blik waardig te gunnen.

Ik vraag me intussen af hoe het kan dat ik tegelijk voor mijn voordeur én voor de parkeerautomaat kan staan, terwijl ik er in feite tussenin sta. Dit vraagstuk houdt me een minuut of tien bezig – ik kom er niet uit.

‘Doet-ie het weer eens niet?’, vraagt dan plotseling iemand aan me. Vermoedelijk een automobilist die ik niet aan heb zien komen.
‘Nou nee,’ antwoord ik, ‘je moet gevraagd worden naar je kenteken maar dat gebeurt maar niet.’
De man druipt onmiddellijk af. Hij heeft waarschijnlijk geen zin om te wachten, maar ik geef me niet zomaar gewonnen.

Toegegeven, mijn aanvankelijke enthousiasme heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een lichte irritatie. Voor die € 4,20 per uur mag je toch een betere service verwachten dan dit. Op zijn minst was het handig geweest als ze hadden vermeld DOOR WIE ik gevraagd ga worden mijn kenteken in te voeren, en WANNEER dan in vredesnaam.

De volgende passant vraag ik beleefd of ik hem mag vragen mij te vragen naar mijn kenteken. ‘Huh, wat, kenteken?’ reageert hij, en loopt in een wijde boog om mij heen. Ik kijk hoopvol op de automaat: was dit het dan misschien? Maar nee: ‘U wordt gevraagd uw kenteken in te voeren!’ – nog altijd met dat blije kut-uitroepteken.

We zijn inmiddels bijna een uur verder, en niemand die ook maar in de geringste mate geïnteresseerd is in mijn kenteken. De wanhoop nabij trek ik een meisje van haar fiets en smeek haar of ze mij godverdomme wil vragen of ik mijn kenteken bij haar mag invoeren.
Misschien verstond ze me verkeerd, maar ‘Laat me los, klootzak!’ is alles wat ze kwijt wil.

Hier schrik ik zelf ook wel een beetje van. Zou ik misschien net een hypo hebben gehad? Van al dat wachten heb ik in ieder geval flinke trek gekregen. Ik kán natuurlijk even naar binnen gaan om wat te eten, maar dan zul je net zien dat uitgerekend op dat moment de dienstdoende ambtenaar arriveert.

Ik troost mij in de gedachte dat ik inmiddels wel ruim 4 euro heb bespaard die ik anders aan parkeergeld kwijt was geweest, maar als de duisternis intreedt en de kou vat op mij krijgt, besluit ik het alsnog op te geven en met verkleumde vingers een tweet aan de gemeente Haarlem te tikken: ‘Ik was zo graag gevraagd mijn kenteken in te voeren’.

Ik heb niet eens een auto.

O, en gemeente, als jullie dit toch lezen: ik juich het enorm toe, dat intermenselijke contact, beetje onthaasten en zo, maar zou het niet veel praktischer zijn als er parkeerautomaten waren waar de automobilist gewoon direct zelf zijn kenteken kan invoeren? Dan kun je volstaan met een tekst als ‘Voer uw kenteken in s.v.p.’ – vriendelijk doch doeltreffend.

Parkeerautomaat

Episch

Bezing mij de wrok, o muze, van de dochter van Harvey, Irma, die ongenadige wrok die de bovenwindse eilanders grenzeloos leed bracht, tal van krachtige zielen prijsgaf aan haar onbarmhartige oog en ten prooi liet vallen aan de onderwereld, zij nu waarlijk onderwereldfiguren – zo werd de wil van Aeolus vervuld – vanaf het moment dat de heilige Maarten, heerser der Antillen, en de goddelijke Irma ten eersten male als rivalen tegenover elkander stonden. Wie van de goden had in een apocalyptische vlaag van verstandsverbijstering beiden in zulk een twistzaak verwikkeld?

Negen uren teisterde de onwelriekende Irma met haar adem de huizen en de schepen der Antillianen. Maar in het tiende uur was het de blankarmige Rutte die het heldhaftige volk bijeenriep. Toen zij allen bijeen ter vergadering waren gekomen, rees van zijn plaats de dappere Rutte en bracht in het midden: “Heilige Maarten, ik vrees dat we, áls we de dood al ontsnappen, niet huiswaarts kunnen keren daar onze huizen door de machtige toorn van de goddelijke Irma uiteen zijn gereten. Laat ons daarom een waarzegger of priester vragen, dan wel een duider van dromen, die ons verklaart wat de woede van de blazende Irma gewekt kan hebben, en deze in de meest lyrische vormen te bezingen omdat wij waarlijk kunnen vaststellen dat deze toorn van epische proporties is.”

Zo sprak de vlugge Rutte, en ging toen weer zitten.

Episch

(vrij naar)

Episch

Complotgekkie

Veel mensen die met enige regelmaat smalend het woord ‘complotgekkies’ bezigen, kunnen nog altijd maar moeilijk bevatten, om niet te zeggen: verkroppen, dat de man die zaterdagavond inreed op publiek op Amsterdam CS, zijn gaspedaal te ver indrukte ten gevolge van een onwelwording, en niet omdat zijn TomTom dit als kortste route naar 72 maagden had aangegeven.

Om de semantische discussie nog even terzijde te schuiven of de politie straks, als zij alsnog schoorvoetend moet toegeven dat de man door Allah gezonden was, kan volhouden dat terroristen per definitie ten prooi zijn gevallen aan een soort permanente onwelwording, is het natuurlijk nogal een sterk verhaal dat midden in het islamitische botsautootjesseizoen een vergelijkbaar incident in een Europese hoofdstad zou plaatsvinden waarbij de bestuurder geen terroristisch oogmerk zou hebben. Ik bedoel, je kunt ook op de Dorpsstraat in Nibbixwoud je insuline vergeten.

Als de politie dan ook nog verklaart dat de automobilist én geen alcohol in zijn bloed had (op zaterdagavond om 21 uur!) én zo’n 16 uur na zonsopgang een lage bloedsuikerspiegel had, dan is het bewijs wel sluitend: hier moet een handlanger van IS ten tijde van de ramadan aan het stuur gezeten hebben. Het ontkennen hiervan door de politie(k) is derhalve een schoolvoorbeeld van een Complot ter Ontkenning van een Aanslag – het zal geen toeval zijn dat de afkorting hiervan gelijkstaat aan die van de organisatie die de instroom van vluchtelingen orkestreert.

Als beginnend complotdenker borrelde er onmiddellijk een enorme woede in mij op. Schandalig dat de overheid die ons moet beschermen deze zaak niet tot de bodem uitzoekt!

Welnu, een dag later vond huiszoeking plaats bij de bestuurder en verklaarde de politie dat er definitief geen sprake van opzet was. Eerlijk gezegd leek mij dit de doodssteek voor de complottheorie, maar niets bleek minder waar. Juist het feit dat de politie huiszoeking had gedaan, wat mij, o naïeveling, volkomen vanzelfsprekend, ja zelfs noodzakelijk had geleken wegens de bovenvermelde golf van roekeloos rijdende mohammedanen waar de Europese hoofdsteden recentelijk door worden geteisterd – stel je de volkswoede voor als ze de man naar huis hadden gestuurd zonder zijn doopceel te lichten – was hét ultieme bewijs dat de politie niet het hele verhaal vertelde. Want waarom doe je huiszoeking bij iemand die alleen maar acht mensen het ziekenhuis in reed omdat hij diabetes heeft?

Nou? Hè? Ha!

En waarom staat zijn naam nog niet in de krant? Nou? En wat is dit nu? Geen enkele camera op Amsterdam CS heeft het incident geregistreerd? Dat kan toch niet?

Ik ga iets zeggen wat niet zo salonfähig meer is: ik weet het niet. Alles bij elkaar vind ik het een vreemd verhaal, maar ik heb ook geen enkel bewijs dat de lezing van de politie niet klopt.

Wat rest, is de zelfgefabriceerde complottheorie-bullshit-detector: die werkt altijd (voor eigen gebruik) en bestaat uit twee simpele vragen:

1. is de vermeend achtergehouden waarheid wel geloofwaardig?
In dit geval concreet: stel dat je als IS-soldaat met je auto slachtoffers wilt maken in de mierenhoop die het stationsgebied van Amsterdam is, is slalommen tussen tram 2, 5 en 13 dan de meest doeltreffende manier om dat te doen, nota bene nadat je je eerst staande hebt laten houden en naar het zich laat aanzien zonder wapens?

2. welk belang hebben de autoriteiten bij het achterhouden van die waarheid?
Het bovenstaande schijnt een extreem naïeve vraag te zijn, omdat men nu eenmaal graag het volk moedwillig voorliegt. Er zijn inmiddels een hoop mensen die dit weten, en dus wellicht in het complot zitten, maar de naïeveling in mij ziet het almaar niet en blijft maar denken dat de politie morgen alsnog kan zeggen dat ze verdachte zaken hebben gevonden als dat zo is, of niet als dat niet zo is.

Het enige verdachte wat ik tot nu toe heb kunnen ontdekken, is dat ‘autoriteiten’ met ‘autorit’ begint.

Complotgekkie

Veilig

Beste Ralf Bodelier,

Als de misselijkmakende aanval op 22.000 concertbezoekers, grotendeels kinderen, überhaupt de geschiedenisboeken in zal gaan en dus niet vergeten zal worden tussen de tientallen mogelijk nog ziekmakender gevallen die nog zullen volgen, dan is het als een aanslag waarbij 22 doden vielen. Een relatief klein aantal, waarin jij een rechtvaardiging ziet om nog altijd, na Parijs, na Brussel, na Nice, na München, na Saint Etienne du Rouvray, na Berlijn, na Istanbul, na Londen, na Stockholm, na voor de zoveelste keer Parijs en na Manchester – met excuus voor mijn selectiviteit – een tijdsgewricht in de recente geschiedenis te vinden waarin het getalsmatig nóg erger was. Hiermee tracht je je dochter gerust te stellen: ‘kleiner dan ooit’ noem je de kans dat wij ‘door oorlog, terrorisme of moord getroffen worden’.

Het is mooi dat je spreekt over ‘getroffen worden door’ en in het vervolg van je betoog duidelijk maakt wat je daaronder verstaat, namelijk ‘omkomen bij’. Het aantal doden vormt immers het enige gegeven waarmee je beargumenteert dat het volgens jou in 1977 ‘veel gevaarlijker’ in Europa was dan nu. Ik moet concluderen dat je van mening bent dat uitsluitend de tweeëntwintig doden in Manchester ‘getroffen zijn door oorlog, terrorisme of moord’, maar niet de zestig gewonden en de tweeëntwintigduizend aanwezigen. Zij, grotendeeels dus kinderen met nog een heel leven voor zich, kunnen wat jou betreft rustig gaan slapen: er is relatief weinig aan de hand.

Nu is het prijzenswaardig dat je je dochter een mooie toekomst in het vooruitzicht wilt stellen, maar stellen dat het in 1977 ‘veel gevaarlijker’ was in Europa, is ongeveer hetzelfde als er na de wereldwijde cyberaanval met Wannacry op wijzen dat er in 1999 veel meer computervirussen rondwaarden. De vergelijking is krom, getalsmatig zeer dubieus en bovenal volkomen irrelevant.

Waarom, beste Ralf, ga je zo angstvallig en opzichtig op zoek naar houvast om de dreiging van islamitisch terrorisme, waar je dochter nog jaren mee te maken zal hebben, te bagatelliseren? Waarom laat je, in een betoog over de veiligheid in Europa, de ‘huidige jihadistische terreurgolf’ niet beginnen bij de Bataclan in november 2015, maar in New York in 2001, overigens zonder de 3000 doden die daar vielen mee te nemen in je berekeningen? Vanwaar dat gegoochel met cijfers om maar de gewenste conclusie te kunnen trekken? Bij welk precieze aantal doden binnen welke periode en welke geografische grenzen concludeer jij dat het niet meevalt en dat het nu minder veilig is dan in 1977?

Maar vooral: waarom is dat van belang? Wat heeft je dochter eraan dat er decennia geleden in ons omringende landen interne conflicten woedden die levens eisten, als zij zelf in het hier en nu geconfronteerd wordt met extreme veiligheidsmaatregelen die ik me in ieder geval niet kan herinneren van, pak hem beet, de huldiging van het Nederlands Elftal in het zeer gevaarlijke jaar 1988? Als je dochter met een zware griep en hoge koorts op bed ligt, stel je haar toch ook niet gerust met de boodschap dat ze in ieder geval geen kanker heeft?

Beste Ralf, ik wil je geen angst aanpraten. Net zo min als jij kan ik in de toekomst kijken. Misschien heb je gelijk en waait de storm wel over, voor zover je daar nog van zou kunnen spreken. Maar misschien doet hij dat niet en blazen de aanhangers van het islamitische extremisme zelfs het meest bagatelliserende statistiekje aan diggelen. De ontwikkelingen in de afgelopen anderhalf jaar in ogenschouw nemend is dat niet een heel onwaarschijnlijk scenario. Je dochter hoeft er niet bij om te komen om er toch ongelooflijk bang voor te zijn.

Laat je dochter vooral positief in het leven staan en naar concerten en festivals gaan. Maar de drie rijen beveiliging waar zij doorheen moet, staan daar niet omdat Facebook en Twitter tien, twintig, dertig of veertig jaar geleden niet bestonden. Die staan er omdat er helaas een reële dreiging is die er eerst niet was en die nog altijd groeiende is. Met het relativeren van die dreiging is niet veel mis, maar als dat tegen beter weten in gebeurt wordt het bagatelliseren, en dat is pas echt gevaarlijk.

Veilig

Vrij

Een lichte euforie moet zich meester hebben gemaakt van het Comité 4 en 5 mei toen de resultaten van het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2017 binnendruppelden. De 896 respondenten uit de database van TNS NIPO, die zo representatief is voor de gehele bevolking dat ondergetekende (gewone man, brave belastingbetaler, geen strafblad, gemiddeld postuur) er nog nooit voor benaderd is, bleken zich voorbeeldig gedragen te hebben en nóg sociaal wenselijker antwoorden gegeven te hebben dan de deelnemers van vorig jaar.

Het nieuws waarmee het Comité vooral naar buiten treedt – steeds meer Nederlanders vinden dat Bevrijdingsdag een nationale vrije dag moet worden – is, toevallig of niet, de enige onderzoeksuitkomst die in de verantwoording niet wordt behandeld. Toch schijnt dit jaar 70% te vinden dat 5 mei een vrije dag voor iedereen moet zijn, en vorig jaar nog maar 60%.

Er even van uitgaande dat deze wijziging niet verklaard wordt door de aanwas van nieuwe jonge respondenten die niet vaak genoeg stil kunnen staan bij de verschrikkingen van de oorlog, en het overlijden van oude die er een beetje klaar mee waren, moeten er dus mensen zijn die in een jaar tijd radicaal van mening zijn veranderd. Graag was ik meer te weten gekomen over de loutering die deze mensen het afgelopen jaar hebben doorgemaakt.

Ook de onderzoeksmethode intrigeert me mateloos, want hoe ontmoedigend moet de vraagstelling in vredesnaam zijn geweest als maar liefst 30% – en vorig jaar dus zelfs 40% – aangeeft géén prijs te stellen op een vrije dag? Een snelle rondgang langs mijn timmerman, financieel adviseur en huisdier leert dat een lobby voor een vrije dag op, pak hem beet, 24 juni (of 13 januari, maar dat heb ik niet onderzocht) net zo goed op de steun van ten minste tweederde kan rekenen (ik respecteer uiteraard de privacy van mijn respondenten).

Ondanks deze kanttekeningen is het Comité duidelijk in zijn nopjes met de uitkomsten van zijn eigen onderzoek en presenteert het deze met een zeker triomfantalisme. Als zeven op de tien Nederlanders vinden dat 5 mei een vrije dag moet zijn, waarom gebeurt het dan niet gewoon, politiek?

Welnu, wie werkelijk ziet hoe de vork in de steel zit, ontwaart een veel somberder beeld. Om te beginnen zijn weliswaar steeds minder, maar nog altijd ongeveer een half miljoen Nederlanders werkloos. Hun mening doet er in dezen met alle respect niet al te veel toe, maar als ze ergens belang bij hebben, is het wel dat iedereen zo veel mogelijk doorwerkt.

Zelf ben ik al sinds mijn geboorte vrij op Bevrijdingsdag. Gewoon, omdat ik in een vrij land woon, maar ook omdat ik samen met honderdduizenden anderen werk bij een (semi-)overheidsinstelling waar men bij het minste of geringste het werk neerlegt. Ook voor hen verandert er niets indien 5 mei een vrije dag voor iedereen wordt. Voeg daarbij de kinderen, jongeren, studenten, gezinnen die de hele meivakantie in het buitenland doorbrengen en de gepensioneerden, en de conclusie moet zijn dat verreweg de meeste Nederlanders al lang en breed niet hoeven te werken op Bevrijdingsdag.

Persoonlijk vind ik het wel prettig dat als ik dan toch niet hoef te werken, ik met het openbaar vervoer kan reizen, boodschappen kan doen of, mocht het echt nodig zijn, een openhartoperatie kan ondergaan. Maar sinds de Albert Heijn om de hoek alleen nog gesloten is tussen 2 en 4 uur ’s nachts als Orion en Mercurius in één lijn staan, zijn dat allemaal dingen die nu ook al kunnen op alle dagen die wél officieel als feestdag gelden.

Het onderzoek moet wel betrekking hebben op het deel van de beroepsbevolking dat deze verworvenheden van de welvaartsstaat mogelijk maken: behalve de treinconducteurs, vakkenvullers en chirurgen ook de winkeliers, de kappers en natuurlijk de mensen achter de bar. Uit onderzoek in opdracht van het Comité 4 en 5 mei blijkt dat steeds minder van hen het ook maar iets lijkt te kunnen schelen of de mensen die een welverdiende vrije dag hebben, daar al dan niet comfortabel van kunnen genieten.

Steeds meer Nederlanders willen dat Bevrijdingsdag een nationale vrije dag wordt? Nee: steeds minder Nederlanders zijn bereid om op Bevrijdingsdag hun handen uit de mouwen te steken om dit land uit de drek te trekken. Dat dit sentiment uitgerekend op een dag als 5 mei opborrelt, illustreert met een bittere symboliek hoe het met onze naastenliefde gesteld is.

Hè, heerlijk toch, zo’n meivakantie. Je komt weer eens toe aan het schrijven van een onzinnig stukje.

 

P.S. Gevraagd naar welke vrije dag zou moeten sneuvelen in het geval Bevrijdingsdag een nationale feestdag wordt, kiest drie op de tien de nationale feestdag genaamd Goede Vrijdag. Dat betekent óf dat er mensen bestaan, en veel ook, die wel vrij zijn op Goede Vrijdag maar niet op Bevrijdingsdag, óf dat de respondenten niet representatief zijn, óf dat ze volslagen imbeciel zijn, óf een combinatie van dit alles.

Vrij