Klimaat

Het is allemaal best leuk en aardig, zo’n publiek debat, maar met de hedendaagse stortvloed aan opinies zou een objectieve scheidsrechter die het vrijwel nutteloze van het echt volstrekt overbodige weet te scheiden geen overbodige luxe zijn. Aangezien een onpartijdige instantie ontbreekt om zo’n arbiter aan te stellen, neem ik die taak maar een keer op me – zo moeilijk is het namelijk niet, als je bijvoorbeeld kijkt naar de reacties op de massamoord in Noorwegen (schuld van rechts) in relatie tot eerdere zwarte bladzijden als de moord op Pim Fortuyn (schuld van links) en 9/11 (schuld van de islam). Voor het gemak laat ik de Tweede Wereldoorlog (schuld van rechts na schuld van links) buiten beschouwing, omdat objectief vastgesteld kan worden dat dat altijd een slechte vergelijking is.

Geert Wilders is niet direct verantwoordelijk voor de gruweldaden van Anders Behring Breivik. Dat is zo klaar als een klontje, dat is waar, dat is een feit. Ook Henk en Ingrid hebben het niet gedaan, net zo min als Ali en Fatima de Boeings bestuurden die door het World Trade Center vlogen, of Ad Melkert de kogels afvuurde op Pim Fortuyn. Het staat u vrij om het gesprek direct te beëindigen met eenieder die een of meer van bovenstaande waarheden ontkent. In het publieke debat gebeurt dit dan ook zelden.

Wel wordt er vaak gesproken over een indirecte verantwoordelijkheid, zulks meestal door middel van de braakneigingen veroorzakende zinsnede ‘bijgedragen aan een klimaat waarin een gek bepaalde daden kan rechtvaardigen’. Zo kun je dus vinden dat Geert Wilders indirect verantwoordelijk is voor ‘Noorwegen’ omdat hij in Breiviks 1500 pagina’s tellende manifest tientallen keren in lovende bewoordingen de revue passeert. Dat is dan een mening; niet een mening die uitblinkt in scherpzinnigheid, voeg ik daar direct aan toe, maar op zich een gepermitteerde opvatting.

Let er dan echter wel op, beste opiniemaker, dat wanneer je dit standpunt huldigt, je automatisch erkent dat politici überhaupt kunnen bijdragen aan zo’n verfoeid klimaat waarin mafkezen tot weerzinwekkende daden overgaan. Dan wordt de gedachte dat Ad Melkert en kornuiten hebben bijgedragen aan het klimaat waarin Volkert van der G. zijn trekker kon overhalen, die je eerder volkomen terecht ver van je afwierp (want evenmin bijster scherpzinnig), ineens een stuk minder ridicuul. Dus dan moet je even uitleggen waarom dat destijds een belachelijk idee was (niet zo moeilijk), maar waarom Wilders nu toch verantwoordelijkheid draagt (een stuk lastiger).

Andersom heeft Wilders iets uit te leggen als hij alle aantijgingen van klimaatverandering ten stelligste ontkent, terwijl hij in november 2009 nog zei (zinsnedetechnisch gezien overigens een pareltje):

“Als er ooit wat gewelddadigs gebeurt tegen mij of de PVV en haar aanhangers dan weet iedereen vanaf nu dat Van der Laan en Pechtold aan een klimaat hebben bijgedragen waarin dat voor sommige gekken mede op grond van hun demoniserende opmerkingen gerechtvaardigd leek.” (bron)

Naast de juridische verantwoordelijkheid (direct dan wel indirect) kun je het nog hebben over een ethische verantwoordelijkheid. Als morgen iemand een mes in de rug van Mart Smeets plant en dat rechtvaardigt met een citaat van mij waarin ik iets onaardigs over Marts seksleven of truiencollectie zeg, dan ben ik direct noch indirect verantwoordelijk, maar vind ik het wel afschuwelijk en voel ik een verantwoordelijkheid om er in ferme bewoordingen afstand van te nemen, hoezeer ik de tsunami van Smeetsialisering ook verafschuw. Lars von Trier heeft dat bijvoorbeeld gedaan omdat Breivik Dogville een leuke film schijnt te hebben gevonden.

Als je vindt dat Wilders de beschuldigingen van indirecte verantwoordelijkheid te gemakkelijk naast zich neerlegt, dan kun je hem daarop aanspreken. Ook weer niet bijzonder scherpzinnig, maar het kan, al wordt het wat grotesk als je de minister-president er ook op gaat aanspreken. Hoe dan ook wint je betoog nogal aan kracht als je de beschuldigingen aan je eigen adres niet net zo gemakkelijk naast je neerlegt, en als je je een paar jaar eerder ook enorm hebt opgewonden over het uitblijven van krachtige reacties door vertegenwoordigers van de islamitische gemeenschap na 9/11, Londen, Madrid of de moord op Theo van Gogh – daarbij geen genoegen nemend met uitspraken als ‘zij vertegenwoordigen een andere islam’, tenzij je op dit moment genoegen zou nemen met Wilders die zegt dat Breivik een andere Geert Wilders adoreert.

De impliciete maar soms ongemakkelijke standpunten die elke stellingname met zich meebrengt, worden helaas maar al te vaak verzwegen. Door uitsluitend te concentreren op het eigen, te maken punt ontstaat een eindeloze herhaling van zetten waarin iedereen gelijk heeft, en daarmee niemand. Zeer vermoeiend voor de consument die het allemaal bij moet houden.

Daarom samenvattend:

  • Geert Wilders, noch Henk, noch Ingrid zijn ooit op Utøya geweest;
  • Je mag vinden dat Geert Wilders bijdraagt aan een klimaat, maar moet dan wel accepteren dat iedereen op zijn manier bijdraagt aan een klimaat, een zienswijze die leidt tot een vermoeiende en uitzichtloze discussie en bovendien tot verhitting van het klimaat;
  • Je mag Wilders aanspreken op zijn morele verantwoordelijkheid om afstand te nemen van iemand die zegt hem te bewonderen, maar Wilders mag je desgevraagd de boom insturen, als hij dan tenminste stopt met soortgelijke verwijten aan het adres van anderen te maken;
  • Klimaatontkenners hebben meestal gelijk;
  • Alexander Pechtold moet wat vaker en wat langer met vakantie.

Product van het jaar

Spa Lemon Cactus is voor mij toch een beetje de Milli Vanilli onder de frisdranken. Al in de winkel ontstaat gerede twijfel of het eigenlijk wel zo lekker is, tijdens het drinken wordt dat bevestigd maar is het nog redelijk te verdragen, maar uren nadat je je glas geleegd hebt kom je er pas echt achter hoe ongemeen hard je in de maling bent genomen.

De eerste keer dat ik een fles Spa Lemon Cactus kocht, was het omdat mijn nieuwsgierigheid naar de smaak van cactus geprikkeld was. Voorheen had je immers Spa Lemon, zonder Cactus, en dat zag er ongeveer hetzelfde uit en was best te hachelen. Ik kwam bedrogen uit: Spa Lemon Cactus bestaat bijvoorbeeld voor 12,5% uit appelsap, maar voor slechts 0,1% (eenduizendste!) uit cactus – en dat is dan waarschijnlijk nog gewoon de prik. Nu begrijp ik dat ze het goedje liever niet in de markt zetten als Spa Lemon Ascorbinezuur of Spa Lemon Acesulfaan K, maar dat zou minstens zo veel recht doen aan de smaaksensatie die je beleeft als nu met Spa Lemon Cactus.

Enfin, ik ben er dus weer eens ingetuind.

Maar nu komt het: bij het inschenken van het eerste (achteraf inderdaad teleurstellende) glas ontwaar ik een logootje dat zegt dat ik hier het Product van het jaar 2011 in handen heb. We zijn nog niet eens halverwege, en dat durven ze nu dus al met zekerheid te stellen. Sterker nog, het gaat om het Gekozen Product van het jaar 2011, dus er moet ook nog een verkiezing aan vooraf zijn gegaan, en vervolgens moesten de etiketten nog aangepast worden – kortom, maanden geleden, misschien zelfs nog in 2010, moet Spa Lemon Cactus al voorgedragen zijn als potentieel product van het jaar 2011.

In Duitsland is zoiets ondenkbaar. Gelet op hun sportprestaties kijken onze oosterburen wel link uit om de EHEC-bacterie al in de Tagesschau van 31 december uit te roepen tot gevaarlijkste bacterie van 2011 – je weet immers nooit wat er nog allemaal kan gebeuren in die laatste vier uur. Ons echter kan geen tsunami op Tweede Kerstdag (2004), en geen einde van een wereldmacht op Eerste Kerstdag (1991) van het onzalige idee afbrengen om de eerste ruwe versie van onze jaaroverzichten al rond Sinterklaas te monteren.

Als Spa Lemon Cactus het Product van het jaar is, zal 2011 frisdrankgewijs wel schraaltjes verlopen, concludeerde ik. De soda-sommeliers zouden wel unaniem geweest zijn in hun oordeel dat 2011 een slecht oranginajaar is. Echter, nergens stond vermeld dat Spa Lemon Cactus Product van het jaar in de categorie frisdranken was; misschien was het wel in de categorie Beste cactusproduct of Beste toepassing van natuurlijke citroen- en quassia-aroma’s. De website www.productenvanhetjaar.nl levert het ontnuchterende antwoord: er zijn helemaal geen categorieën, maar er zijn wel talloze Producten van het jaar; 24 in totaal. Dat hadden dus ook 24 verschillende frisdranken kunnen zijn. Sterker nog: niet Spa Lemon Cactus blijkt Product van het jaar te zijn, maar die hele fokking reeks Spa Fruit met wel zeven smaken.

Uit het juryrapport citeer ik:

De koolzuurhoudende producten zijn beschikbaar in 7 smaakvarianten variërend van breed bekende smaken als orange en apple alsook unieke combinaties als lemon-cactus en pink grapefruit.

Dat lemon-cactus met die 0,1% cactus als combinatie wordt gepresenteerd is dus al dubieus, maar wat ik niet wist, is dat Spa Pink Grapefruit (nieuw!) ook een mix van smaken is. Eigenlijk ook wel logisch: de drank is helemaal niet roze, maar neigt meer naar rood, en dat komt dus door de bloederige stukjes pink die erin verwerkt zijn. Ook al vormen de pinkresten maar 0,1% van het totaal, door mijn slokdarm komt geen druppel Spa Pink Grapefruit meer.

Ik zeg: boycotten die handel. Die tubes van Calvé lijken me sowieso geen lang leven beschoren; we moeten er toch wel voor kunnen zorgen dat ze als Product van het jaar 2011 niet eens het einde van het jaar 2011 halen?

(P.S. Ik riep al eens op tot het boycotten van Honig nieuwe stijl; dat lijkt ook gewerkt te hebben)

Teruggeven

Het is iets meer dan een jaar geleden dat Koningin Beatrix onbedoeld een nieuwe rage ontketende door u en mij op 30 april 2010 te bedanken voor het teruggeven van Koninginnedag aan volk en vaderland. Dat feest was een jaar tevoren met grote snelheid door een Suzuki Swift tegen De Naald in Apeldoorn geprakt, en daardoor op het oog onherstelbaar vernield. Namens het voltallige volk pulkten de resterende vrijwilligers van de Oranjeverenigingen het feest echter met de grootst mogelijke precisie van het monument, schakelden de nodige Polen in om het weer in elkaar te timmeren, en konden de gerestaureerde Koninginnedag zodoende vlak vóór 30 april weer teruggeven aan de koninklijke familie.

Heet van de naald, als het ware.

Een prachtig gebaar is het, teruggeven: je zorgt ervoor dat iets wat jou niet rechtens toebehoort na een bepaalde spanne tijds weer in het bezit komt van de rechtmatige eigenaar. In de regel gebeurt dat wanneer je een brave burger bent en je iets op straat aantreft (zoals de oranjevrijwilligers het Koninginnedagfeest op De Naald), of wanneer je iets van iemand in bruikleen hebt. Als Mark Rutte dus verkondigt dat zijn kabinet Nederland weer terug gaat geven aan de Nederlanders, dan zou dat kunnen betekenen dat er ooit een referendum is georganiseerd door de PvdA (wie anders?) met als vraag “Stemt u erin toe dat een aan het pluche vastgekoekte kliek van vertegenwoordigers van de linkse elite voor onbepaalde tijd het eigendom van uw land overneemt?”, waarop de bevolking dan massaal “Ja, graag!” heeft geantwoord.

Waarschijnlijker is dat Rutte doelt op de enige resterende manier van teruggeven, namelijk dat van gestolen waar. Van oorsprong is deze wijze van retourneren bedoeld voor de berouwvolle bandiet, de dief die inziet welk een onheil hij heeft aangericht en zijn slachtoffer schuldbewust in alle nederigheid schadeloos wil stellen. Anno 2011 zijn de teruggevers echter edelmoedige ridders, die als een soort omgekeerde Robin Hood door het land trekken om terug te geven aan de armen wat anderen, altijd anderen, gestolen hebben. Zij geven Nederland terug aan de Nederlanders, Limburg aan de Limburgers, de zorg aan de mensen, kennis aan de maatschappij en Dodenherdenking aan de nabestaanden.

Het is nu godbetert al zover dat Elegast Doekle Terpstra zijn ruïne van een hogeschool Inholland wil teruggeven aan de studenten en docenten – zij het dan wel onder een andere naam, zoals TUOASFKAI, The University of Applied Sciences Formerly Known As Inholland.

Doekle zoekt met die naamswijziging nadrukkelijk de grenzen van het 21e-eeuwse teruggeven op. Maar voor het overige loopt hij volkomen in de pas met de hype: iemand anders heeft iets afgepakt, en ik, dappere held, zal het u, arme burger, wel even terugbrengen – vanzelfsprekend zonder dat ik daar zelf beter van word. Wie die gemene boef is geweest die het u heeft afgepakt kan ik u niet vertellen, zoals ik evenmin bekend kan maken waarom en wanneer hij het waardevolle bezit weer heeft afgestaan, maar geef toe: het was ooit van u, dat Nederland, die zorg en die Dodenherdenking (ah, dat was trouwens die Damschreeuwer, die dat van u afpakte), en nu niet meer, nietwaar? Welnu, ik, hoort u, ik, niet dat het om mij gaat, maar ik dus, ga het u terugbezorgen. Helaas kan ik u alleen nog niet vertellen wanneer het moment van overdracht plaatsvindt, maar het is dan ook niet zo tastbaar wat ik u beloof.

Op dit punt aanbeland lijkt het mij verstandig dat ik dit stuk beëindig en mijzelf teruggeef aan mijzelf.

Foto

Als het aan de president van de Verenigde Staten ligt, belandt er in de mailbox van wijlen Bin Laden geen bericht met als onderwerp “You were tagged in a photo by Barack Obama”. Ik vind dat wel een mooi statement. Je kunt tegenwoordig geen glaasje bier meer drinken op Koninginnedag of een dag later kan de rest van de wereld zien dat je er veel te diep in hebt gekeken. Daar zit niemand (slachtoffer noch publiek) op te wachten, dus als je rustig een potje zit te klaverjassen met je buren en de Navy Seals komen op bezoek, dan wil je dat ook niet per se met iedereen delen. Meer nog dan dronkenschap is de dood een privé-aangelegenheid.

Met het (vooralsnog) niet publiceren van de foto’s van een doorzeefde Bin lost Obama een belangrijke verkiezingsbelofte in: change. Nu nog wat extra geld naar onderwijs om het volk ook zo volwassen te krijgen. De fanatici die in het holst van de nacht de straat op gingen om met vlaggen te wapperen en nationalistische leuzen te scanderen, zorgden er voor goed voor dat we nooit meer vervuld van afschuw kunnen kijken naar moslimfundamentalisten die westerse vlaggen verbranden. Sterker nog, in de Arabische wereld kun je je nog afvragen in welke supermarkt de demonstranten toch die Amerikaanse, of als het zo uitkomt Deense vlaggen – niet de meest populaire gebruiksvoorwerpen zou je zeggen – aangeschaft hebben; met andere woorden of de overheid niet een handje helpt. De Amerikanen stonden er vrijwel zeker uit vrije wil, en zijn wat dat betreft dus eigenlijk nog een slagje enger.

Het is jammer dat Obama, die net bezig was zijn herverkiezing veilig te stellen, dit primaire gedrag niet in de strengste bewoordingen kon veroordelen, met het oog op diezelfde herverkiezing.

De ironie wil nu dat het met name gelovigen zijn die vragen om het bewijs van de dood van Bin Laden. Dat bewijs zou dan moeten komen in de vorm van een foto, terwijl we enkele uren nadat het nieuws bekend werd gemaakt al hebben kunnen vaststellen dat een foto anno 2011 nooit meer iets onomstotelijk kan aantonen.

Ikzelf heb ooit een deskundoloog in 2003 of daaromtrent horen verkondigen dat Osama (staat er Osama en niet Obama? Ja, er staat Osama en niet Obama. Sure? Sure) op dat moment waarschijnlijk al zo plat was als een theezakje, na de bombardementen op het Tora Bora-gebergte. Zonder me al te veel in de materie te hebben verdiept, heb ik altijd veel geloof aan die theorie gehecht, te meer omdat de spaarzame zogenaamde boodschappen van Bin Laden nooit zo overtuigend waren qua actualiteit en authenticiteit.

De deskundoloog van weleer zal het misschien verkeerd hebben, maar veel verschil maakt het niet: Bin Laden is nu zeker dood. Osama is niet meer, hij is opgehouden te bestaan. Hij heeft de geest gegeven en is op weg gegaan naar zijn maker. Zijn metabole processen zijn geschiedenis. We hebben het hier over een ex-Bin.

Dood tot het tegendeel bewezen is toch op zijn minst, en dat zou een heel stuk minder lastig aan te tonen moeten zijn. Maar ik voorspel u: uit de mond van die hele Osama gaan we weinig meer horen. Die heeft zijn beste tijd gehad; die gaat echt het huwelijk van William en Kate niet meer op dvd terugzien. We kunnen hem met een gerust hart schrappen van de lijst met 6.916.653.983 wereldburgers die we op het moment van schrijven hebben. Geen complottheorie die daar iets aan verandert.

En tegen de gelovige sceptici zou ik willen zeggen: geloof pas dat God en Allah leven als je een foto hebt gezien.

Twee miljard

Goed, laten we het ruim inschatten en stellen dat de wereldbevolking op vrijdag 29 april 2011 om 13.25 uur Britse tijd precies 6.915.571.238 mens(achtig)en bedroeg. Afhankelijk van de ontwikkelingen in Syrië kunnen het er een paar meer of minder geweest zijn, maar daar willen we, net als Assad, van af zijn.

Van die 6.915.571.238 zijn er zo’n 624.000.000 in de leeftijd 0 tot en met 4. We vergeten dan gemakshalve de naar schatting 120.000.000 mensen die op dit moment 5 zijn en die traditiegetrouw ook nooit worden meegeteld bij de kijkcijfers – omdat die demografische cohorten nu eenmaal per vijf jaar gaan.

Van diezelfde 6.915.571.238 zijn er volgens de WHO wereldwijd 39 miljoen stekeblind en zijn er nog eens 245 miljoen die nauwelijks een hand voor ogen kunnen zien. Laten we daar, eerlijk is eerlijk, 10% van aftrekken omdat er ongetwijfeld ook veel blinde en slechtziende peuters zijn, dan houden we er toch een slordige 255,6 miljoen over.

Dan is nog eens 11% van de wereldbevolking verstoken van toegang tot televisie. Toegegeven, daar zullen een hoop baby’s en blinden tussen zitten, want waarom zouden die een tv aanschaffen, dus laten we er dan maar 8% maken: 553.245.699 mensen kunnen geen televisie kijken, ook niet bij de buren.

Van de inmiddels nog maar resterende 5.482.725.539 mensen liggen er op vrijdag 29 april 2011 om 13.25 uur Britse tijd een heleboel, toch wel een paar honderd miljoen schat ik in, op één oor. Nog eens een paar honderd miljoen zijn aan het werk of onderweg. De Arabische wereld is aan het bijkomen van het vrijdaggebed, in Staphorst wordt gerouwd op Rouvoet. En dan zwijg ik nog in alle toonaarden over de miljoenen Chinezen, Senegalezen, anarchisten, bosjesmannen (met tv) en gewone mensen die simpelweg geen donder geven om dat hele fokking koninklijke huwelijk.

We zijn dus zeer, zeer schappelijk aan het schatten als we stellen dat er überhaupt maar 5 miljard mensen in staat waren om eventueel, mochten zij het willen, op het moment van De Kus in te kunnen schakelen. Volgens de lokale Maurice Dog van de BBC zouden dat er 2 miljard gedaan hebben; sterker nog, dat wist hij een week van tevoren al. Twee miljard: dat is dus een slordige 40% van het totale kijkerspotentieel zoals hierboven becijferd. Voor Nederlandse begrippen een ruime 6 miljoen, wederom rekening houdend met de blinde televisieloze moslimpeuters van de Christenunie. Wij haalden ons quotum echter bij lange na niet: slechts een schamele 2,2 miljoen exemplaren werkschuw tuig schakelden in. Zelfs in Groot-Brittannië werd het percentage niet gehaald: daar keken ‘slechts’ 24 van de 62 miljoen (38,7%) zielen.

Een kijkcijfer van 2 miljard, daar heb je gewoon 500 miljoen Chinezen voor nodig, anders kom je er niet aan, terwijl je amper aan de 100 miljoen komt als ze net zo veel interesse zouden tonen als de gemiddelde Nederlander. Hoewel De Kus daar strategisch genoeg op prime-time gepland was (20.25 uur in Peking) geloof ik nooit dat die half miljard er waren. Of ze moeten in Syrië en Libië aan de buis gekluisterd hebben gezeten natuurlijk.

Zou de BBC dan bedoelen dat 2 miljard mensen De Kus vroeg of laat een keer gaan zien? Ook daar heb ik mijn twijfels bij; het hele moment duurde niet langer dan 0,8 seconde, en je moest je verdomd goed concentreren om te kunnen vaststellen dat er van een kus sprake was.

Zou ik misschien op de verkeerde kus gelet hebben?

De kus

 

Lustrum

Het is de nieuwste rage in de immer innovatieve blogosfeer: jezelf (laten) feliciteren met je zoveelste bestaansjaar. Wetenschappers buigen zich momenteel over de vraag waarom eind april toch de beste tijd van het jaar is om een weblog te starten, maar dat dat een feit is, lijkt nauwelijks meer ter discussie te staan. Ga maar na: het Raarlems Dagklad bestaat op 24 april zes jaar, Merel Roze maakt drie dagen later een decennium vol.

Felicitaties alom, en terecht, maar nu ben ik aan de beurt.

Vandaag is het precies vijf jaar geleden dat ik mij verwonderde over een citaat van de heer Ahmadinejad, op dat moment nog geen jaar president van Iran. Volgens de krant gaf de president geen moer om de VN-sancties die hem en zijn land boven het hoofd hingen. Daar kon je op dat moment van alles van vinden, en dat deed iedereen, mijzelf incluis, dan ook. Maar wat mij opviel en waar ik dus iets over opschreef: ‘geen moer’ tussen aanhalingstekens. Ahmadinejad had ‘geen moer’ gezegd, dus niet ‘geen bal’, ‘geen zier’, ‘geen sikkepit’, ‘geen mallemoer’ of zelfs maar ‘niks’.

Ziedaar de essentie van vijf jaar iamzero.nl: bij voorkeur geen futiele mening toegevoegd aan de kakofonie van opinies waardoor wij al tijden geteisterd worden, maar verbazing over zaken die menigeen als voldongen feit accepteert, in dit geval de vertaling van een enkel woord.

Die verwondering is natuurlijk niet minder nietszeggend dan al die meningen, maar als we dan met zijn allen toch niks te melden hebben, dan liever iets minder voor de hand liggends eruitgelicht. Soms gebeurt dat op een onschuldige manier (zoals bij de trek van de vale gier), regelmatig mondt het uit in ergernis (waarom Dr. Oetker ineens Dr. Utker heet) of woede en onbegrip (waarom mensen iPhones hebben, waarom mensen denken de wereld te verbeteren door hun avatar groen te maken), en helaas leidt het ook wel eens tot een heuse mening (voorbeelden te over, vrees ik). Van die laatste stukjes heb ik achteraf meestal al snel spijt; vandaar ook de schrikbarende daling van de berichtenfrequentie in de afgelopen anderhalf jaar.

Maar: zolang er af en toe iets verbazingwekkends gebeurt, kunt u hier sporadisch nieuwe bijdragen blijven verwachten. Het lijkt me duidelijk dat ik die tien jaar van Merel nooit, en trouwens ook te nimmer, zal halen. Hoe dan ook: na vandaag bestaan er nooit meer weblogs twee keer zo lang als het mijne, en dat heb ik toch maar mooi gehaald.

Hardleers

Stel je voor dat je een lezing moet houden over het liberalisme en dat je daar zo ontzettend weinig zin in hebt dat je besluit je tekst dusdanig krenkend te maken tegenover D66 en de VVD dat die partijen zich zullen beijveren om het uitspreken van de rede te verbieden. Wie dat probeert, kruipt onwillekeurig automatisch in de huid van een PVV’er, maar zelfs dan is moeilijk voorstelbaar welke aantijgingen nodig zijn om je doel te bereiken. Waarschijnlijk kun je gewoon je gang gaan en word je achteraf voor het gerecht gesleept als je hebt opgeroepen tot geweld; vrijheid van meningsuiting vinden ze namelijk een groot goed, daar bij de liberalen.

Thomas von der Dunk is het afgelopen week wel gelukt de PVV zodanig op stang te jagen dat het CDA en de VVD, want dat is de inmiddels geijkte constructie, zich genoodzaakt zagen die hele Arondéuslezing af te gelasten. Het moet gezegd dat Thomas er aardig zijn best voor gedaan heeft. Hij godwint er als vanouds op los, en rechtvaardigt dat met een fascinerende redenering: de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog is zo beladen geworden dat we hem ook niet meer durven te maken als hij terecht is – en nu is hij terecht, dus maakt hij hem. Dat is nog eens een makkelijke manier om recht te praten wat krom is; misschien kan Robert M. nog bepleiten dat de kinderen met wie hij seks had zo veel van hem hielden.

Hoewel het woord ‘censuur’ in de hele lezing niet voorkwam, menen velen dat de interventie van Hero Brinkman en kornuiten het gelijk van Von der Dunk niet minder dan perfect bewijst. Dat is niet helemaal terecht, omdat op dat punt de vergelijking dus niet gemaakt werd. Maar er is wel een ander argument waarmee Von der Dunk de spijker op de kop lijkt te hebben willen slaan, namelijk ‘het gemak waarmee door een deel van de maatschappelijke elite uit politiek opportunisme (..) basale uitgangspunten worden opgegeven en dingen aanvaardbaar, ‘nor­maal’ gevonden worden, die men even eerder nog volstrekt onacceptabel en ondenk­baar had geacht.’

Het is niet geheel duidelijk waarom dit argument niet gewoon op zich kan staan en de NSB er per se met de haren bij gesleept moet worden, maar dat deze normvervaging van toepassing is op de omgang met de PVV moge wel blijken uit het volledig uitblijven van ook maar enige verontwaardiging in politiek Den Haag. Waar de heren en dames politici elkaar eerder deze week nog verdrongen rond de roze microfoon van PowNews om hun gal te spuwen over obligate negers en winstgenererende eskimo’s, schoten zij vrijdag schielijk een Naardense kerk in om zich urenlang onder te dompelen in de Matthäus Passion – om vervolgens via de achterdeur te ontsnappen. Geen overtogen woord over de vrijheid van meningsbeperking waarover de PVV kennelijk beschikt.

Minister Leers doet er nog een schepje bovenop door uitgerekend dit weekend in een interview met het AD te zeggen dat hij die hele Wilders bij nader inzien toch best een plezierige en betrouwbare vent vindt. Gerd heeft er nog eens een nachtje over geslapen en is tot inzicht gekomen. In plaats van naar paaseitjes speurt Gerd vandaag met zijn kinderen naar de asielzoekers voor wie hij destijds als burgemeester in de bres is gesprongen, maar die hij nu voor Geert graag alsnog het land uit knikkert: plezierig en betrouwbaar.

Dat ‘vent’ ook vooral. Het gaat hier om een politicus met, of je het nu leuk vindt of niet, een belangrijke positie. Die noem je een plezierige collega of een betrouwbare politicus, een aardige man desnoods, maar ‘een plezierige vent’ zeg je alleen als je met knikkende knieën over de grond kruipt, laag bij de grond, terwijl het dun langs je benen loopt en je je armen tot het uiterste moet strekken om nog een veer in het achterwerk te prikken bij de man die zo ver boven je staat, en die al zo veel veren in zijn achterste heeft dat je eindelijk begint te begrijpen waarom men het toch altijd over een blonde kuif heeft.

Het is voor Gerd Leers te hopen dat hij zijn interview heeft afgegeven vóór de afgelasting van de Arondéuslezing, en dat zijn voorlichter sindsdien geniet van een lang paasweekend (CDA, nietwaar). Het lijkt er echter meer op dat we het simpelweg nooit leren. We hoeven niet zozeer bang te zijn voor Geert Wilders, alswel voor de bangebroeken door wie hij wordt omringd.