Eierflauwekul
Sacha de Boer doet nu al een week alsof ‘Eyjafjallajökull’ net zo makkelijk uit te spreken is als ‘Etna’, en dat irriteert me mateloos. Er is zo langzamerhand al meer troep over die hele eierflauwekul uitgespuwd dan door die vulkaan. Geen beter bewijs daarvoor dan het eerste vliegtuig dat vanavond weer opsteeg: dat betekende natuurlijk niet dat er nu ineens weer wel gevlogen kan worden, maar dat het klaarblijkelijk de hele tijd al had gekund – in de omstandigheden is althans niks veranderd.
Geleerde tongen beweren dat een eerdere eruptie van de Eyjafjallajökull in 1783 de aanzet vormde tot de Franse revolutie. In het inferno dat volgde mislukten namelijk jaren achtereen alle oogsten, maar dat weerhoudt ons er nu niet van om te beweren dat de boeren juist baat hebben bij de neerdalende as. In de achttiende eeuw echter stegen de prijzen, begon er onderhuids iets te borrelen bij het volk en kwam het zes jaar later tot een uitbarsting. Frankrijk zal dus wel weer Europees kampioen worden in 2016.
De enige reden waarom er nu een Europees vliegverbod is afgekondigd, is volgens mij omdat er in 1783 ook geen vliegverkeer was. En o ja, er was ook nog een hobbypiloot van de KLM die een jaar of dertig geleden een keer voor de lol door de krater van een vuurspuwende vulkaan meende te moeten vliegen, en zijn kist vervolgens ternauwernood weer aan de grond kreeg.
Conclusie: aswolken zijn eng, ook al kun je er gewoon omheen vliegen.
Had de wind deze maand iets anders gestaan, dan hadden we dichte mist uit het westen van Rusland heel eng gevonden, maar het lot viel op de aswolk. Dat weten we dan ook meteen: als er de komende tien jaar ook maar ergens een vulkaan uitbarst, wordt direct het vliegverkeer in de halve wereld lamgelegd – ongeveer zoals er nu alleen géén tsunamiwaarschuwing volgt als er een aardbeving in het centrum van Mongolië plaatsvindt, en dan nog alleen als het epicentrum zich een kilometertje of vijf onder de aardkorst bevindt.
Gelukkig hebben wij dan nog even Camiel Eurlings. Als een pauw zo trots kondigde hij aan dat wij nog veel eerder dan gepland onze intercontinentale vluchten zouden hervatten, zonder daar overigens bij te vermelden hoe we, eenmaal aanbeland boven Breda, Maastricht of Arnhem de nog potdicht zittende luchtruimen van onze buurlanden zouden omzeilen. Alleen voor Camiel ben ik blij dat we ons weer een week door angst hebben laten regeren; prachtig om hem zo te zien glunderen terwijl je weet dat hij de hele week al geen tijd aan zijn gezin heeft kunnen besteden.
Het ontbrak er nog maar aan of hij bood de gestrande reizigers in navolging van het zoutkaartje van de NS een lavakaartje van de KLM aan.
Supporters
Dit stukje over supporters zou volgens een handvol lezers die het voor de rest verpesten en helemaal niet komen om te lezen geen ‘Supporters’ moeten heten, maar ‘Een handvol relschoppers die het voor de rest verpesten en helemaal niet voor het voetbal komen’, omdat de supporters over wie het gaat, in hun optiek geen supporters zijn maar, juist, een handvol relschoppers die het voor de rest verpesten en helemaal niet voor het voetbal komen.
Ik ben, om het overzichtelijk te houden, geen aanhanger van deze theorie.
Als ik een handvol relschoppers zou zijn die helemaal niet voor het voetbal komt, en u denkt misschien wat een gekke metafoor maar vergelijk het aantal IQ-punten en u piept wel anders, als ik dus een handvol relschoppers zou zijn die helemaal niet voor het voetbal kwam, dan zou ik me door een burgemeester of voetbalbond die een wedstrijd verbiedt of zonder publiek laat spelen in het geheel niet spreekwoordelijk uit het spreekwoordelijke veld laten slaan. Ik kwam dan namelijk niet voor het voetbal maar om te knokken, en dat kan het best buiten het stadion, waar de bakstenen voor het oprapen liggen en de ME’ers als het een beetje meezit ook.
Het is niet meer dan usance, traditie ende folklore waarom die rellen altijd rondom een voetbalwedstrijd plaatsvinden; welbeschouwd is er in het digitale tijdperk geen enkele aanleiding meer nodig om een veldslag te beleggen. Maar als de ongeschreven wetten dan toch voorschrijven dat supportersbloed ritueel geplengd dient te worden rondom een beladen duel op de grasmat, dan zou het besluit om de bekerfinale in tweeën te splitsen natuurlijk alleen maar fantastisch nieuws moeten zijn voor de supporter die ik geen supporter mag noemen.
De werkelijkheid is echter dat het dat niet is: bij wedstrijden waar publiek van de bezoekende partij niet welkom is, vinden geen rellen plaats. Wetenschappelijk onderzoek toont het aan! Dat kan maar één ding betekenen: de hooligans zijn wel degelijk supporters, want als ze niet welkom zijn, zitten ze thuis bij moeder de vrouw met een bord aardappelen op schoot voor de tv.
Of… zouden ze dan werkelijk zo dom zijn dat ze niet begrijpen dat ze ook gewoon kunnen knokken als ze het stadion niet in mogen? Weten ze niet (of verdringen ze) dat er op niet-wedstrijddagen ook wel eens een trein naar Amsterdam rijdt? Denken ze werkelijk dat ze 45 euro voor een kaartje moeten neertellen alvorens ze de politie voor kutwouten mogen uitschelden en hun collega-supporters in elkaar mogen timmeren?
Dat laatste zou dan nog op het begin van beschaving kunnen duiden, maar dan trek ik wel mijn vergelijking met die handvol supporters in.
O ja, binnenkort verkiezingen. Misschien moeten we het uitpubliek daar ook maar eens weren.
Kurk
Het is een geruststellende gedachte dat ik, als ik het zelf tenminste haal, nog minstens vijfentwintig jaar van mijn oma kan genieten. Jammer is wel dat met het klimmen der jaren, ze is nu 95, de lichamelijke gebreken hand over hand toenemen. Het lichaam aanvaardt de wandeling naar het dorp nog maar enkele malen per week (volkomen terecht overigens, want het is een takkeneind) en tegen de broosheid der botten is boven een zekere leeftijd nu eenmaal geen kruid gewassen. Als oma dan een keer ongelukkig onderuit gaat, breekt het lichaamsdeel dat als eerste het plaveisel toucheert niet alleen de val, maar vooral ook onherroepelijk zichzelf.
Afgelopen jaar trof dit tragische lot oma’s rechterhand, dezelfde die niet al te lang geleden ook al eens in een wasmachine op centrifugestand terecht was gekomen. De pols zei in beide gevallen knak en dat was jammer, want oma’s rechterhand is, zoals zodirect zal blijken, van onschatbare waarde.
Gelukkig verliep het herstel naar omstandigheden wonderwel, maar als je tegen de honderd loopt valt er zelfs voor oma niet te spotten met de naijleffecten van een botbreuk. En zo pent zij nog altijd driftig oplossingen in haar cryptogrammenboekje, maar kan ze luttele dagen later lang niet altijd de met zwakke hand geschreven woorden herleiden, wat in combinatie met het kortetermijngeheugen, dat ook niet meer is wat het geweest is, nog wel eens tot confronterende situaties kan leiden.
Kan dat nog beschouwd worden als een manier om het leven spannend te houden, nu was er iets aan de hand wat van levens-, zo niet van landsbelang was. In blinde paniek belde oma haar zoon, mijn oom, en verordonneerde hem, zoals alleen moeders dat kunnen, om spoorslags haar kant uit te komen. Mijn oom schatte de ernst van de situatie direct goed in en vertrok met gierende banden, om een stief halfuurtje later het huis van een intussen in shock verkerende oma te bestormen.
Oma kreeg namelijk de kurk niet uit de sherryfles.
U moet twee dingen goed begrijpen: ten eerste dat oma al een jaar of tachtig op sherry leeft, en ten tweede dat troep met een schroefdop oma’s huis niet binnenkomt. Oma eist kwaliteit en kwaliteit zit onder een kurk, maar de kracht om de dop uit de fles te trekken was er nu dus even niet. Het lukte niet met haar handen, maar ook niet met een tang. Na drie kwartier wrikken en wroeten had ze, terwijl het zweet over haar hele lijf gutste, met haar laatste krachten naar de telefoon gegrepen.
Dat is dus de reden waarom mensen kinderen nemen. Even geroutineerd als liefdevol opende zoonlief uit voorzorg een fles of zeven, voldoende om het uit te kunnen zingen tot het geplande volgende bezoek, vijf dagen later.
Inmiddels is de auto van mijn oom uitgerust met zwaailicht en sirene, zodat hij in het zeer onwaarschijnlijke geval dat oma nogmaals in een soortgelijke situatie belandt, wat God overigens verhoede, op gepaste wijze kan uitrukken. En ik durf er wel iets om te verwedden dat de rietjes al klaarliggen voor het moment waarop de rechterarm weigert nog langer het glas te heffen.
H-woord
Het lijkt erop dat de Nederlandse politiek eindelijk bij zinnen is gekomen en nu ook de enige overheidshobby die Geert Wilders altijd vergeet als hij het over bodemloze verkwisting van belastinggeld heeft, eindelijk eens kritisch gaat beschouwen. Als de leden van Vereniging Eigen Huis nu net zo onverwacht redelijk blijken te zijn als die van de ANWB, kan het nog eens iets worden met de afschaffing van die krankzinnige hypotheekrenteaftrek. Ik heb daar overigens een hard hoofd in, maar heb als woningbezitter mijn steentje inmiddels bijgedragen door politiek zeer ongewenste antwoorden te geven in de ledenenquête.
Nu de politiek eindelijk gezwicht is, wordt het hoog tijd dat ook in de voetballerij de discussie over het H-woord weer openlijk gevoerd wordt.
Het H-woord werd ooit geïntroduceerd om startende scheidsrechters op weg te helpen, en was erop gericht om veelal jonge supporters op de voetbalmarkt te betrekken. Duizenden liefhebbers vonden door de jaren heen dankzij het H-woord hun weg naar het stadion, zonder overigens dat hier enige vorm van subsidie voor nodig was.
Niemand weet precies wanneer het H-woord in de voetballerij taboe is verklaard. Boze tongen leggen een verband met de modetrend van de afgelopen twintig jaar, waarin de ultrakorte sportbroekjes vervangen werden door halve tenten. Anderen wijzen op de spellingshervorming van 1995, waarin het H-woord plotseling met een tussen-n geschreven zou moeten worden.
Hoe het ook zij, sinds het H-woord uit de stadions is verbannen, vieren openbare geweldpleging en spreekkoren de boventoon. Inmiddels wordt er iedere week wel een wedstrijd in het betaald voetbal stilgelegd als de supporters het na een onjuiste beslissing gemunt hebben op een verre achterneef van de arbiter, die naar verluidt verwekt is door een dame van dubieus allooi – of wanneer de grensrechter na een vermeend incorrecte waarneming wordt uitgescholden voor iemand met het syndroom van Down die te veel is blootgesteld aan carcinogenen (ook wel het K-woord).
Kortom, het wordt hoog tijd dat het op zijn minst bespreekbaar wordt om vertegenwoordigers van het scheids- en grensrechtersgilde als vanouds weer uit te kunnen maken voor hi-ha-hondelul.
Perpetuum mobile
Afgezien van moslimfundamentalisten moeten we tegenwoordig ook rekening houden met moslimfundamentalistes: godsdienstfanates die zich kunnen ontwikkelen tot zelfmoordterroristes. Vonden we de islam al eng omdat zij haar aanhangers brengt tot daden waartoe wij niet in staat zijn – wanneer zelfs vrouwen al zelfmoordaanslagen gaan plegen, is iedere poging een dergelijke daad te rijmen met een redelijk wereldbeeld gedoemd te mislukken.
Onszelf opblazen, dat kúnnen wij simpelweg niet in het westen; de eerste tuinbroek (of geitenwollen sok, for that matter) die ook maar op de gedachte komt om zichzelf op te offeren teneinde Femke Halsema minister-president te maken, moet nog genaaid worden.
Er is ook geen enkele reden om ons met de dwaasheid van politieke levensberoving in te laten. We hebben immers al rijkdom en macht, waarmee we tanks kopen en landkaarten tekenen. Dat kunnen ze in Fundamentalistenland dan weer niet. Dat vinden we oprecht jammer, want ook in Fundamentalistenland heeft men recht op onze manier van leven, en daarom willen we die met graagte brengen.
Daarbij vallen helaas af en toe wat slachtoffers. De rebellen, zoals ze hier heten, laten het leven, hun vrouwen blijven achter. Zwarte weduwen, noemen we ze. Ze trekken naar de stad in een bomgordelboerka en laten zich in een druk metrostation opbellen op hun telefoon, die als ontstekingsmechanisme dient. Het leven was immers zinloos geworden, opgehouden als het ware, nadat hun man hun ontvallen was.
Er vallen onschuldige slachtoffers: mannen en vrouwen die een plek in de krant verdienen. Het leven van hun partners is niet voorbij. Natuurlijk, zij torsen een trauma mee, maar zij kunnen rekenen op professionele hulp en vinden over een paar jaar een nieuwe levensgezel met wie ze opnieuw gelukkig worden. Het leven gaat door, uiteindelijk.
Om de paar jaar kiezen ze nieuwe machthebbers. Ze zijn trots op hun democratie, dat prachtige goed waaraan ze hun superioriteit ontlenen. Jazeker, elk volk krijgt de machthebbers die het mandaat verdienen om nieuwe slachtoffers, en daarmee nieuwe daders te maken.
En zo herhaalt niet alleen de geschiedenis, maar ook de toekomst zich, steeds maar weer opnieuw.
Stukje
Voor al die arme trouwe bezoekers voor wie God de rss-feed heeft uitgevonden maar die hier desondanks nog iedere dag langs blijven komen in afwachting van een nieuw stukje: even dit stukje om te vertellen dat er nog geen stukje is.
Misschien komt het er weer van als straks www.sokkerploegbaas.nl echt klaar is.
Of als ik me te veel opwind over die vreselijke Grunberg op de voorpagina van de vernieuwde Volkskrant, waarbij ik overigens direct al na de eerste editie worstel met de vraag of het nu gevoelens van boosheid zijn die overheersen omdat men de spaarzame ruimte aan zo iemand heeft toevertrouwd, of gevoelens van opluchting vanwege het feit dat hij maar zo weinig ruimte tot zijn beschikking heeft – de beantwoording van welke vraag in zo’n kaboutercolumn dus al niet aan bod zou kunnen komen omdat de teller na beëindiging van deze zin staat op het maximum van 150 woorden.
Tabloid
Recht praten wat krom is: behalve politici heb je daar ook communicatieadviseurs of redacteuren voor. Het leugentje om bestwil tot kunst verheffen en zo het meest afschuwelijke nieuws brengen alsof er een olympische medaille is gehaald: er zijn weinig dingen die meer voldoening geven. Zo was ik afgelopen week een verklaring schuldig aan een paar duizend studenten en medewerkers over de installatie van een gloednieuw geavanceerd printersysteem dat als voornaamste verdienste had dat het printen zo goed als onmogelijk maakte. Ik redde me eruit met een lulverhaal over duurzaamheid (we hadden toevallig net een convenant ondertekend) en verdomd, mijn eigen aversie tegen het systeem verdween als sneeuw voor de zon.
Maar dan was er die arme ziel die op de voorpagina van de Volkskrant moest uitleggen dat de krant voortaan op tabloidformaat verschijnt. Dat was overduidelijk slecht nieuws, want de keren dat de Volkskrant in de afgelopen jaren vernieuwde en bewust niet koos voor tabloid, lagen nog vers in het geheugen. Zelfs bij de introductie van het achterlijke tabloidkatern ’2′ was er nog alle reden om niet geheel op tabloid over te gaan. Tabloid was minderwaardig, tabloid was inferieur; tabloid was voor losers en bij de overgang naar tabloid diende het woord ‘tabloid’ dan ook zo veel mogelijk vermeden te worden.
Gelukkig is daar dan de trouwe vriend waar je in dit soort situaties altijd op kunt terugvallen: het eufemisme. ‘De Volkskrant verschijnt vanaf 29 maart als compacte krant‘, was dan ook de kop. Prachtig. Wie wil er nu geen compacte krant? Maar ook de rest van het artikeltje was van een goedpraterij waar de gemiddelde KGB-propagandist steil van achterover zou slaan:
AMSTERDAM – De Volkskrant zal vanaf 29 maart verschijnen op het handzame halfformaat. Een deel van de krant, het katern 2, heeft sinds bijna een jaar die verschijningsvorm al. Sindsdien heeft de redactie er aan [sic] gewerkt om de volledige krant op halfformaat te maken. Het besluit past in een internationale en nationale trend. Steeds meer kranten kiezen voor ‘tabloid’, onder meer vanwege het gebruiksgemak. Ook heeft een kleiner formaat een grotere aantrekkingskracht op jongeren. De nieuwe compacte krant zal de ziel van de Volkskrant niet aantasten, zegt de hoofdredactie.
Het woordje ‘tabloid’ kon natuurlijk niet geheel achterwege blijven; de lezers zouden niet begrijpen waar het over ging. Maar door het subtiel tussen aanhalingstekens te plaatsen maakt de redactie duidelijk dat de Volkskrant absoluut niet geassocieerd wenst te worden met welke (vorm van) tabloid dan ook. Verder geen enkel woord over drukkerijen die wegens geldgebrek moeten sluiten, geen mea culpa voor het feit dat collega-kranten deze afweging al jaaaaren eerder maakten, maar wel Noord-Koreaanse taferelen over de ziel van de krant. Hulde aan de schrijver van dit stukje dus.
Echter. Er volgde nog één zinnetje:
De redactionele ruimte wordt uitgebreid.
Pardon? Verhuist de redactie van de bezemkast naar een voormalig toilet? Wordt de harde schijf ten behoeve van het archief vervangen? Natuurlijk wordt de redactionele ruimte niet uitgebreid; die zal gewoon, zoals we allemaal weten, worden ingeperkt, en verder ingeperkt en verder ingeperkt. Hier wordt niet iets mooier voorgesteld dan het is, hier wordt gewoon gejokt. Waardoor ik op de valreep toch niet blij ben met het nieuwe formaat.
Eén voordeel: in de nieuwe, compacte, niet ontzielde halfformaatsvolkskrant zou er voor zo’n laatste funest zinnetje waarschijnlijk net geen ruimte meer zijn.

maandag 19 april 2010, 22:22 uur 



