Episch

Bezing mij de wrok, o muze, van de dochter van Harvey, Irma, die ongenadige wrok die de bovenwindse eilanders grenzeloos leed bracht, tal van krachtige zielen prijsgaf aan haar onbarmhartige oog en ten prooi liet vallen aan de onderwereld, zij nu waarlijk onderwereldfiguren – zo werd de wil van Aeolus vervuld – vanaf het moment dat de heilige Maarten, heerser der Antillen, en de goddelijke Irma ten eersten male als rivalen tegenover elkander stonden. Wie van de goden had in een apocalyptische vlaag van verstandsverbijstering beiden in zulk een twistzaak verwikkeld?

Negen uren teisterde de onwelriekende Irma met haar adem de huizen en de schepen der Antillianen. Maar in het tiende uur was het de blankarmige Rutte die het heldhaftige volk bijeenriep. Toen zij allen bijeen ter vergadering waren gekomen, rees van zijn plaats de dappere Rutte en bracht in het midden: “Heilige Maarten, ik vrees dat we, ├íls we de dood al ontsnappen, niet huiswaarts kunnen keren daar onze huizen door de machtige toorn van de goddelijke Irma uiteen zijn gereten. Laat ons daarom een waarzegger of priester vragen, dan wel een duider van dromen, die ons verklaart wat de woede van de blazende Irma gewekt kan hebben, en deze in de meest lyrische vormen te bezingen omdat wij waarlijk kunnen vaststellen dat deze toorn van epische proporties is.”

Zo sprak de vlugge Rutte, en ging toen weer zitten.

Episch

(vrij naar)

Episch

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.