Vrij

Een lichte euforie moet zich meester hebben gemaakt van het Comité 4 en 5 mei toen de resultaten van het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2017 binnendruppelden. De 896 respondenten uit de database van TNS NIPO, die zo representatief is voor de gehele bevolking dat ondergetekende (gewone man, brave belastingbetaler, geen strafblad, gemiddeld postuur) er nog nooit voor benaderd is, bleken zich voorbeeldig gedragen te hebben en nóg sociaal wenselijker antwoorden gegeven te hebben dan de deelnemers van vorig jaar.

Het nieuws waarmee het Comité vooral naar buiten treedt – steeds meer Nederlanders vinden dat Bevrijdingsdag een nationale vrije dag moet worden – is, toevallig of niet, de enige onderzoeksuitkomst die in de verantwoording niet wordt behandeld. Toch schijnt dit jaar 70% te vinden dat 5 mei een vrije dag voor iedereen moet zijn, en vorig jaar nog maar 60%.

Er even van uitgaande dat deze wijziging niet verklaard wordt door de aanwas van nieuwe jonge respondenten die niet vaak genoeg stil kunnen staan bij de verschrikkingen van de oorlog, en het overlijden van oude die er een beetje klaar mee waren, moeten er dus mensen zijn die in een jaar tijd radicaal van mening zijn veranderd. Graag was ik meer te weten gekomen over de loutering die deze mensen het afgelopen jaar hebben doorgemaakt.

Ook de onderzoeksmethode intrigeert me mateloos, want hoe ontmoedigend moet de vraagstelling in vredesnaam zijn geweest als maar liefst 30% – en vorig jaar dus zelfs 40% – aangeeft géén prijs te stellen op een vrije dag? Een snelle rondgang langs mijn timmerman, financieel adviseur en huisdier leert dat een lobby voor een vrije dag op, pak hem beet, 24 juni (of 13 januari, maar dat heb ik niet onderzocht) net zo goed op de steun van ten minste tweederde kan rekenen (ik respecteer uiteraard de privacy van mijn respondenten).

Ondanks deze kanttekeningen is het Comité duidelijk in zijn nopjes met de uitkomsten van zijn eigen onderzoek en presenteert het deze met een zeker triomfantalisme. Als zeven op de tien Nederlanders vinden dat 5 mei een vrije dag moet zijn, waarom gebeurt het dan niet gewoon, politiek?

Welnu, wie werkelijk ziet hoe de vork in de steel zit, ontwaart een veel somberder beeld. Om te beginnen zijn weliswaar steeds minder, maar nog altijd ongeveer een half miljoen Nederlanders werkloos. Hun mening doet er in dezen met alle respect niet al te veel toe, maar als ze ergens belang bij hebben, is het wel dat iedereen zo veel mogelijk doorwerkt.

Zelf ben ik al sinds mijn geboorte vrij op Bevrijdingsdag. Gewoon, omdat ik in een vrij land woon, maar ook omdat ik samen met honderdduizenden anderen werk bij een (semi-)overheidsinstelling waar men bij het minste of geringste het werk neerlegt. Ook voor hen verandert er niets indien 5 mei een vrije dag voor iedereen wordt. Voeg daarbij de kinderen, jongeren, studenten, gezinnen die de hele meivakantie in het buitenland doorbrengen en de gepensioneerden, en de conclusie moet zijn dat verreweg de meeste Nederlanders al lang en breed niet hoeven te werken op Bevrijdingsdag.

Persoonlijk vind ik het wel prettig dat als ik dan toch niet hoef te werken, ik met het openbaar vervoer kan reizen, boodschappen kan doen of, mocht het echt nodig zijn, een openhartoperatie kan ondergaan. Maar sinds de Albert Heijn om de hoek alleen nog gesloten is tussen 2 en 4 uur ’s nachts als Orion en Mercurius in één lijn staan, zijn dat allemaal dingen die nu ook al kunnen op alle dagen die wél officieel als feestdag gelden.

Het onderzoek moet wel betrekking hebben op het deel van de beroepsbevolking dat deze verworvenheden van de welvaartsstaat mogelijk maken: behalve de treinconducteurs, vakkenvullers en chirurgen ook de winkeliers, de kappers en natuurlijk de mensen achter de bar. Uit onderzoek in opdracht van het Comité 4 en 5 mei blijkt dat steeds minder van hen het ook maar iets lijkt te kunnen schelen of de mensen die een welverdiende vrije dag hebben, daar al dan niet comfortabel van kunnen genieten.

Steeds meer Nederlanders willen dat Bevrijdingsdag een nationale vrije dag wordt? Nee: steeds minder Nederlanders zijn bereid om op Bevrijdingsdag hun handen uit de mouwen te steken om dit land uit de drek te trekken. Dat dit sentiment uitgerekend op een dag als 5 mei opborrelt, illustreert met een bittere symboliek hoe het met onze naastenliefde gesteld is.

Hè, heerlijk toch, zo’n meivakantie. Je komt weer eens toe aan het schrijven van een onzinnig stukje.

 

P.S. Gevraagd naar welke vrije dag zou moeten sneuvelen in het geval Bevrijdingsdag een nationale feestdag wordt, kiest drie op de tien de nationale feestdag genaamd Goede Vrijdag. Dat betekent óf dat er mensen bestaan, en veel ook, die wel vrij zijn op Goede Vrijdag maar niet op Bevrijdingsdag, óf dat de respondenten niet representatief zijn, óf dat ze volslagen imbeciel zijn, óf een combinatie van dit alles.

Vrij

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.