Bronnen

Op de middelbare school, en tijdens mijn studie Nederlands werd daar nog een schepje bovenop gedaan, werd mij heb ik altijd geleerd om lijdende zinnen zo veel mogelijk te vermijden. Daarom is het ook nooit iets geworden tussen de journalistiek en mij; koppen als Balkenende genoemd als EU-president zou ik rücksichtslos van een vette rode streep voorzien. Wie noemt immers Balkenende als EU-president?

Niet in alle gevallen is een lijdende vorm even erg. Als Barack Obama genoemd wordt als winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, dan is dat zo’n weinig opzienbarend gerucht dat het ook niet relevant is om te vermelden wie er de aanstichter van is; dat had immers de halve wereld kunnen bedenken. Wanneer iamzero.nl genoemd wordt als best geschreven Nederlandstalige blog idem dito. Maar wanneer de naam van Jan Peter Balkenende circuleert in verband met het presidentschap van de almachtige Europese Unie, dan wil je toch weten welke onverlaat dergelijke waanzin de wereld in geslingerd heeft.

‘Bronnen’, lees je dan vaak. Ja, dat lijkt me persoonlijk nogal wiedes. In wat voor wereld zouden we leven als geruchten niet afkomstig zijn van bronnen?

Bronnen zijn er in vele soorten en maten. Zo kunnen bronnen een sluimerend bestaan leiden, maar zijn zij soms in staat om dingen nadrukkelijk te noemen en toch gewoon bron te blijven. In een enkel geval kunnen ze zelfs zaken doen rondzoemen – in dat geval spreekt men eerder van brommen. In dit laatste voorbeeld is tevens te zien dat bronnen met enige regelmaat ‘welingelicht’ of ‘goed ingevoerd’ zijn. Ook dat lijkt mij in de meeste gevallen een open deur. Als je, bron zijnde, iets de wereld in brengt, mag ik hopen dat je weet dat je iets de wereld in brengt; alleen terminale alzheimerpatiënten zijn slecht ingelichte bronnen.

Minstens zo pleonastisch: de anonieme bron. I mean, like, duh!

Betrouwbaar, dat hoor je ook vaak over bronnen gezegd worden. Je hoort eigenlijk zelden iets over onbetrouwbare bronnen. Maar juist betrouwbare bronnen vertrouw ik voor geen cent. Wat mij betreft zijn betrouwbare bronnen juist enorme lafbekken, die zogenaamd de waarheid in pacht hebben maar die zich intussen wel angstvallig in een nikab hullen. Ook als ze complete onzin verkopen, worden ze de eerstvolgende keer gewoon weer als betrouwbare bron opgevoerd – terwijl de onbetrouwbare bronnen geen enkele kans op rehabilitatie wordt gegund.

Opvallend aan bronnen is voorts dat zij zelden alleen komen. Dat heeft vermoedelijk weinig te maken met het feit dat geruchten, en daarmee de bronnen, betrouwbaarder worden naarmate ze vaker genoemd worden, maar veeleer met het besmettelijke karakter van het bronschap. Vanmiddag vertelde ik aan iemand die het nog niet wist dat Jan Peter Balkenende genoemd werd als eerste EU-president – en verdomd, plotseling was ik ook een bron, een welingelichte en betrouwbare nog wel. En inderdaad, ook ik had Jan Peter weliswaar onbedoeld maar toch nadrukkelijk genoemd, net als de Nederlandse en Brusselse bronnen uit het bericht in de krant.

Wonderlijk toch hoe dat kan gaan. Helemaal als je bedenkt dat de hoofdpersoon in kwestie glashard ontkent dat hij genoemd wordt, terwijl iedereen inmiddels weet dat het wel zo is. Leest die man nooit een krant of zo?

Nee, dan prof. dr. ir. Akkermans. Zou hij al genoemd zijn? Nou, hierbij dan.

Bart

Na een tumultueuze en emotionele hoorzitting heeft de rechtbank in Nunspeet vrijdagochtend alsnog Bakkerij Bart failliet verklaard. De rechter had de broodmakers uit het Westfriese Nibbixwoud tot vrijdag 9 uur ‘s ochtends gegeven om een partij te vinden die het bedrijf zou willen overnemen, maar daarin slaagde Bakkerij Bart ondanks verwoede pogingen dus niet.

Directeur IJsbrand Bart was na afloop van de hoorzitting uiterlijk onbewogen maar van binnen woedend: “We zijn niet failliet gegaan, we zijn leeggeroofd!” Daarmee verwees Bart naar de oproep van Dieter Bakermat, de voorzitter van Stichting Deegdeernis, die consumenten enkele weken geleden opriep om al het brood van de bakker weg te halen. Dat leidde tot rijen bij de bakker die zelfs in de voormalige Sovjet-Unie voor onmogelijk werden gehouden. Nadat op dinsdag 40.000 broden waren weggehaald en op woensdag nog eens 30.000, was duidelijk dat de bakker om zou vallen, al was het maar van de honger.

Enkele maanden geleden onthulde het televisieprogramma Radar dat Bakkerij Bart broden verkocht met enorme hoeveelheden zelfrijzend bakmeel. Door deze bereidingswijze werden tegen hoge prijzen gigantische broden op de markt gebracht die echter nauwelijks voedingswaarde bevatten. Consumenten staken zich diep in de schulden, maar raakten langzaam maar zeker ondervoed.

Minister van Landbouw, Milieu en Voedselkwaliteit Gerda Verburg geeft toe dat het toezicht op het bakkerswezen scherper moet om de verkoop van dit soort woekerbroden te voorkomen. Zij blijft echter resoluut in haar weigering om Bakkerij Bart de helpende hand toe te steken: “Een bakker die failliet gaat, gaat niet failliet omdat de mensen geen trek meer hebben, maar omdat zijn brood niet te vreten is.” Wel staat de overheid garant voor broden die houdbaar zijn tot en met 2012; alles wat langer houdbaar is, zijn de broodhamsteraars vermoedelijk kwijt.

Ondanks het faillissement werd Bart vrijdagmiddag bij aankomst op zijn kantoor in Nibbixwoud als een held ontvangen. Medewerkers wachtten hem buiten op en zongen hem toe met “IJsbrand bedankt!”, terwijl binnen de laatste tien beschikbare A4′tjes voor het raam werden gehangen met daarop de tekst G E R D A   BE D AN K T! Tweemaal dezelfde tekst met een andere naam, maar toch was Bart ontroerd door de steunbetuiging aan zijn adres, die hij als oprecht ervoer: “Wat wij hier hebben opgebouwd, is heel bijzonder. De mensen zijn me ook altijd gewoon IJsbrand blijven noemen.”

Behalve zijn bakkerij is Bart ook zijn korfbalvereniging Celeritas uit Alkmaar, zijn zwemploeg en het in aanbouw zijnde Bart Museum met een bijzondere collectie middeleeuwse spotprenten kwijt. Maar ook de supporters van Celeritas laten Bart niet vallen: tijdens het beladen duel tegen het sterrenteam van Ons Eibernest op vrijdagavond (21-21 dankzij een late gelijkmaker van wie anders dan Henk Brood) wordt regelmatig “IJsbrand bedankt” aangeheven, en zijn spandoeken te lezen met teksten als “Ook zonder brood op de plank zijn wij IJsbrand verschuldigd dank” en “Geef ons morgen ons dagelijks brood”.

Bart voelt zich door de steun gesterkt en klinkt dan ook strijdbaar: “Ik ben alles kwijt; het enige wat ik nog heb, zijn mijn vrouw en mijn oven. Maar ik geef niet op: ik heb twee paar hersenhelften en ik ga aan de slag. Ik denk dat ik een boek ga schrijven en een film ga maken. Ik heb al een titel: Broodroof.”

Zwaar

In de AOW-discussie is er nogal wat te doen over de zogenaamde zware beroepen. Heel veel mensen met een niet zo zwaar beroep zijn tegen verhoging van de AOW-leeftijd omdat er geen rekening zou worden gehouden met de zware beroepen. Solidariteit, heet dat dan.

Wat zijn dan zware beroepen? ‘Nou, wat dacht je van stratenmakers?’, krijg je dan als antwoord, en dan blijft het een tijdje stil.
Ik dacht altijd dat stratenmakers rond hun vijftigste al door en door versleten waren, en het dus niet zoveel uitmaakt of ze tot hun 65e of tot hun 67e arbeidsongeschikt zijn. Of misschien dat nog wel, maar dat ze dus in ieder geval ruim voor die tijd stoppen met werken.

Dat heb ik dus geheel verkeerd begrepen. Of een stratenmaker nu op zijn 15e of zijn 44e  is begonnen met knielen voor het Mekka van de Nederlandse wegenbouw, de handgelegde straat, zodra hij wakker wordt op zijn 65e verjaardag weet hij dat het niet meer gaat. En dan is daar de AOW, en dan dankt men Vadertje Drees op zijn versleten knieën. Precies op tijd, perfect geregeld. ‘Je kunt van iemand op zijn 66e toch niet verwachten dat hij nog steeds op zijn knieën straten moet leggen?’, las ik een tegenstandster (34, suffe kantoorbaan in Nunspeet) in de Volkskrant verklaren. De spijker op de kop: wat op 64 jaar nog prima kan, kan op 66 natuurlijk lang niet altijd meer.

Maar goed, dat zijn dan de zware beroepen, die toevalligerwijs allemaal exact op de 65e verjaardag tot onoverkomelijke fysieke problemen leiden. Maar dezelfde redenering volgend zou je moeten zeggen dat mensen met een licht beroep veel langer kunnen doorwerken. Ikzelf heb bijvoorbeeld een baan waarin ik vijf dagen per week achter een computer koffie zit te drinken en op vrijdagmiddag om half 5 de kroeg in vlucht. Vooral dat laatste aspect hoop ik tot ver na mijn 65e vol te kunnen houden.

Gek genoeg hoor je bijna nooit iemand over deze andere kant van de medaille. Ik kan iedereen aanraden gewoon eens om zich heen te kijken op zoek naar mensen die aan het werk zijn. Een eenvoudige treinreis levert al een schat aan informatie op.

Op het station koop ik een broodje. Nou, voor ouderen is het smeren van een broodje tegenwoordig een kwestie van overleven. Er is geen geld meer om het te laten doen, dus zolang je broodjes kunt smeren blijf je leven; daarna ga je vrij snel dood van de honger. In plaats van een vrolijke meneer die wil weten of ik nog wat leuks ga doen dit weekend (WTF? Ik wil een broodje!) kan daar dus best een oud omaatje staan. Die hebben bovendien nog leren hoofdrekenen, waardoor de kans op fouten bij het afrekenen een stuk kleiner wordt.

Dan wordt er omgeroepen dat de trein vertraagd is later vertrekt. Altijd maar weer is het een jonge stem. Wat is er mis met de dictie van een bejaarde? Zo’n gebroken stem, gecombineerd met Polygoonuitspraak, dat zou toch fantastisch zijn?
Kaartjes knippen? Zodra traplopen problematisch wordt de dubbeldekstreinen vermijden; verder geen probleem.
Als zwerver ongevraagd liedjes jengelen in de trein? Ha, dat zie je bijna nooit meer, hoera.

Maar dan.
Kom ik aan in de bouwput die Rotterdam Centraal heet. Niemand aan het werk in de bouwput; zeker te koud, zaterdag, bouwvakvakantie of een te zwaar beroep. Hoe dan ook, het blijft een bende en dus moet het verkeer geregeld worden. Bij ieder zebrapad staan ze drie man sterk: de een houdt de voetgangers tegen, de ander laat het verkeer door (of andersom) en de derde staat… tsja, bij te komen van de inspanning, denk ik.

De verkeers spatie regelaar.

En dan gebeurt het. De laatste auto rijdt voorbij; het wachtende voetgangersvolk maakt aanstalten om in beweging te komen. De voetgangersregelaar houdt zijn hand echter nog streng omhoog. Zijn collega, die een lamme arm heeft gekregen van het doorlaten van de auto’s, neemt nu langzaam dezelfde houding aan. Ja, hij blokkeert nu de doorgang voor de volgende auto, DIE ER HELEMAAL NIET IS, hij staat daar een beetje het luchtledige tegen te houden. Pas dan ziet de voetgangersregelaar dat het goed is en laat hij de ongeduldige meute passeren. De derde regelaar knikt instemmend.

Sjezus. Kunnen ze die mensen dat niet tot hun 93e laten doen? Allicht dat ze in de tussentijd een keertje hartstikke doodgereden worden.

Hector

Als je dan eenmaal genomineerd bent voor zo’n Bloggie moet je je plicht als blogger natuurlijk gewoon netjes vervullen. Voor sommigen wordt die plicht slechts in termen van kwantiteit gedefinieerd: zo las ik hier dat ik aardig mijn best doe maar met slechts vijf bijdragen in september natuurlijk nooit genomineerd had mogen worden. Mijn welgemeende excuses, maar ik weet dan ook nog steeds niet wie die nominatie op zijn kerfstok heeft.

De ware plicht voor de rechtgeaarde blogger ligt op een geheel ander terrein. Zijn raison d’être heeft hoegenaamd niets met schrijverij te maken, maar reikt niet verder dan het hebben van een kat. Een blogger zonder kat, dat is Bassie zonder Adriaan, Peppi zonder Kokki of, om in clowneske sferen te blijven, de DSB Bank zonder Dirk Scheringa.

Nu had ik er al een, maar met één kat win je tegenwoordig geen prijzen meer. Daarom presenteer ik u vol trots, maar ook een beetje omdat het moet, mijn nieuwste mascotte. Hector is de naam. Dat levert nu nog plagerige opmerkingen op als ‘Blaft-ie al?’, maar wacht u tot hij een jaartje of wat is, en u piept wel anders.

Hector

Het had weinig gescheeld of ik had mijn geheime wapen uit de strijd terug moeten trekken. Hedenmiddag namelijk bezocht Hector voor het eerst de dierenarts. Daar had hij vooraf bar weinig zin in, maar eenmaal op de dokterstafel liet hij zich gewillig onderzoeken.

‘Hoe oud zei u ook alweer dat hij was?’, vroeg de arts, met al iets neerbuigends in haar stem.
‘Achttien weken!’, antwoordde mijn vriendin. Ze had de vraag van tevoren verwacht en het antwoord goed ingeprent.
De dokter onderwierp het gebit van de kleine Hector aan een oppervlakkige inspectie door zijn bovenlip zo ongeveer over zijn linkeroor te trekken. Au, dacht ik, als hij nu maar geen kloofjes in zijn mondhoeken heeft.
‘Hij is ouder hoor!’, riep de arts triomfantelijk. ‘Zeker zes maanden! Kijk maar!’

Typisch een dierenarts. Als op dat gebit met koeienletters geschreven stond ‘ik ben ruimschoots voor de vijftiende van de maand april in het jaar des Heeren tweeduizendnegen ter aarde gekomen’, dan had ik dat zelf ook wel kunnen zien. Maar dat stond er niet, en nu keek ik naar een stel tanden dat mij in niets wees op een ouderdom van een half jaar.
Zeroïna veerde echter op: ‘Dat betekent dat-ie ook gecastreerd mag worden!’
Ook het gezicht van de dierenarts begon nu te stralen. ‘Ja hoor, u kunt zo een afspraak maken!’
De vrouwen hadden elkaar duidelijk gevonden in een geliefd onderwerp.
‘En hoe gaat dat dan, moet hij dan een paar dagen blijven?’
‘Welnee joh, je brengt hem ‘s ochtends en ‘s middags haal je hem weer op.’
‘Goh, dat wist ik helemaal niet, dat dat zo makkelijk ging!’

Als twee vrouwen zo enthousiast over de eenvoud van castratie beginnen te praten, is de tijd gekomen om met een gevatte opmerking het ijs te breken.
‘Daar is dus zogezegd geen zak aan!’

De dierenarts was echter niet meer te stuiten.
‘Hij hoeft alleen maar even uit te slapen, het is echt zo gepiept. Paar minuutjes, max. Anderhalve minuut, dat is het record, althans: mijn persoonlijke record. Toen ging de telefoon en toen zeg ik: ik zet je even in de wacht mevrouw, momentje, en toen anderhalve minuut later, dat zie ik dan op dat displaytje, zeg ik: zo, daar ben ik weer! Gewoon een kwestie van tsk tsk en het is gedaan!’

Ze maakte er een knipbeweging bij die een inwendige pijn veroorzaakte die ik sinds mijn laatste onfortuinlijke voetbaloptreden niet meer had ervaren.

‘Ik ben er de volgende keer waarschijnlijk niet bij, dokter’, kon ik nog net uitbrengen.
En zelfs Hector keek al een beetje angstig. Hij had het natuurlijk allemaal allang begrepen.

Nogmaals Hector

Belofte

Wie de stukken van iamzero een tijdje leest, ontdekt dat de vergelijking met Barack Obama zich vanzelf een keertje opdringt. Beiden zijn charismatische persoonlijkheden, die met hun ongeëvenaarde eloquentie bruggen weten te slaan waar het fundament lijkt te ontbreken; die vriend en vijand bij elkaar weten te brengen, ja zelfs bij elkaar in de armen doen vallen, met de tranen biggelend over de wangen, nadat zij ademloos kennis hebben genomen van wederom een onberispelijk betoog, waarin de woorden zo zorgvuldig gewogen leken maar tegelijkertijd zo natuurlijk tot één geheel versmolten, terwijl alle toehoorders overmand worden door heftige emoties van liefde en hoop op een betere toekomst. Nimmer kwetsend, nimmer cynisch, nimmer kort door de bocht, altijd oprecht en vooral altijd zo bescheiden: dat zijn zero en Obama ten voeten uit.

Tegelijkertijd betreft het talenten, om niet het verleidelijke woord ‘genieën’ te gebruiken, die weliswaar hun waarde voor de mensheid al dubbel en dwars bewezen hebben, maar die hun ware belofte nog lang niet hebben ingelost. Het is wel zo chic om hier bij de verdeling van de jaarlijkse prijzen rekenschap van te geven, zoals Usain Bolt na zijn fenomenale 100 meter de dubbele afstand ook nog echt moest lopen voordat hij zijn tweede gouden medaille omgehangen kreeg – terwijl iedereen natuurlijk al wist dat hij ook op de 200 een nieuw wereldrecord zou neerzetten.

Als je een dermate begenadigd figuur bent als Obama kan het verkeren dat je zonder noemenswaardige verdiensten belandt op een longlist van 205 kandidaten voor de Nobelprijs voor de Vrede, en dan nu al de meest geschikte kandidaat bent. Heb je dan terecht gewonnen? Aan de ene kant wel, maar het kan nauwelijks een stimulans zijn voor grootse daden in de toekomst. De enige uitdaging voor Obama is nu nog om die Nobelprijs tien jaar op rij te winnen, en wellicht om zich in de tussentijd nog een Aziatisch en Europees uiterlijk aan te meten, zich eerst te bekeren tot jood en daarna (weer) tot moslim, en dan tot slot samen met drag queen Michel Obama uit de kast te komen. Meestal blijft het echter bij één prijs, en dan is het wat sneu dat die wordt uitgereikt op het moment waarop je nog maar een fractie van je kunnen hebt laten zien.

Iets soortgelijks geldt nu voor zero, die geheel tegen zijn wil beland is op de longlist voor een Dutch Bloggie. Allicht is hij de beste van de 300 genomineerden in de categorie Meest populaire blog, een prijs die hij sowieso pas in ontvangst zou nemen als die gewoon Populairste blog zou heten, maar die hij zomaar zou kunnen krijgen omdat iedereen die nu nog niet in katzwijm gevallen is gewoon kan stemmen.

Echter, de nominatie is bijzonder prematuur gezien alle kwaliteiten die zero uit complete minachting voor zijn publiek onbenut laat. Natuurlijk, bij winst zal hij comme il faut verklaren dat hij verrast is, dat de prijs geen erkenning is voor zijn prestaties maar een aansporing tot actie. Maar intussen is er dus wel iemand die vindt dat hij de prijs nu al verdient; er is ten minste één onverlaat die het in zijn botte hersens heeft gehaald om www.iamzero.nl al in 2009 op de longlist te doen belanden. Misschien is het wel dezelfde die ook zero’s twitter-account zo graag wilde reanimeren.

Diegene heeft dan nog een paar dagen om zich bekend te maken en te ontsnappen met een blauw oog in de vorm van een IP-ban.

Maan

Op dezelfde dag dat de Nobelprijs voor de Vrede werd toegekend aan Barack Obama, president der Amerikanen, voerden diezelfde Amerikanen een bombardement uit op de zich van de prins geen kwaad bewuste maan. Onze maan, de maan van alle mensen, zonder aanleiding aangevallen door twee kamikazetoestellen. Kortom: ik weet het zo net nog niet met die Nobelprijs. De enige vooruitgang die ik bespeur is dat waar men in Irak nog geheimzinnig deed over het feit dat men eigenlijk op zoek was naar olie, nu in het geval van de maan zonneklaar is dat men water zoekt.

Dat kun je nauwelijks een verdienste van Obama noemen. Op de maan geen brute dictator met een vermeende zucht naar massavernietigingswapens die als afleiding kan dienen – al moet ik nu oppassen dat ik de Amerikanen niet op ideeën breng; het zou niet voor het eerst zijn dat ze ergens een marionet neerzetten als excuus om een latere oorlog te kunnen rechtvaardigen. Misschien zijn ze nu wel zo naarstig op zoek naar een kleine hoeveelheid water om ervoor te zorgen dat die het nog net overleeft tot de eerste bommen vallen.

De kersverse Nobelprijswinnaar verdedigde het barbaarse geweld tegen het onschuldige hemellichaam door te verklaren dat ‘anders dan Bagdad, het Afghaanse volk of onze eigen troepen, de maan niet naar de maan kan’. Maar geeft dat een land het recht om de maan dan maar lukraak te bombarderen? Wat zegt de Conventie van Genève hierover? Van wie is de maan? Ligt er een mandaat van de Verenigde Naties ten grondslag aan deze anders onrechtmatige aanval? Welke resolutie heeft de maan naast zich neergelegd? Hebben de partijen zich wel voldoende ingespand ingespannen om tot een diplomatieke oplossing te komen? En wat is het standpunt van de Nederlandse regering? Verlenen we weer wel politieke, maar geen militaire steun?

Van een oorlog anno 2009 verwacht ik shock and awe. Infraroodbeelden met live afweergeschut en dan BOEM! – waarna je als kijker de toto kunt invullen: was het een bruiloft of een voedselkonvooi dat daar opgeblazen werd? De CNN-verslaggever op het dak van zijn hotel, naar wie we spoorslags overschakelen, weet het nog niet, maar kan wel vertellen dat de burgers van de hoofdstad hun best doen om overdag zo goed en zo kwaad als het gaat hun dagelijkse leven op te pakken alsof er niets – BOEM! – en daar gaat weer een school of een ministerie.

Niets van dat al op de maan. Spannend gaat het echt niet meer worden, dus kom er maar in met die grondtroepen en let’s get it over with.

Het had Obama gesierd als hij de aanval een puntbombardement had laten zijn op die Amerikaanse vlag die daar nog steeds ergens moet staan te wapperen.

Alternatieven voor de AOW

De Partij voor de Vrijheid wil van Eberhard van der Laan tot op zes cijfers achter de komma weten wat de kosten van massa-immigratie zijn, en indien de minister volhardt in zijn weigering, die overigens neerkomt op een misdrijf, zullen Wilders, Drinkman en hun vriendjes het onderzoek eigenhandig uitvoeren. Als de uitkomst daarvan is dat die kosten ‘schandalig hoog’ zijn en wij allochtonenknuffelaars allemaal knettergek, wat we trouwens voetstoots mogen aannemen, dan ligt het voor de hand dat de AOW-leeftijd, waarvan we inmiddels hebben moeten slikken dat die naar 67 gaat, weer teruggeschroefd kan worden tot 65.

Mocht deze opzet slagen, dan zal de PVV voorts een onderzoek entameren naar de kosten van massalinksehobby’s. Minister Plasterk van OCW zal iedere belastingcent die uitgegeven wordt aan subsidies voor kunst of culturele, laat staan multiculturele activiteiten moeten verantwoorden. De verwachte uitkomst van deze exercitie is dat de AOW-leeftijd verder omlaag kan naar 61.

Wij van Lijst Nul nemen met dit gerommel in de marge geen genoegen. Zonder nog aan de hypotheekrenteaftrek te willen tornen menen wij dat aanvullende maatregelen de rust in ons land kunnen terugbrengen.

Van de minister van Volksgezondheid vragen wij een diepgravend onderzoek naar de kosten van het anti-rookbeleid van het kabinet. Wij pleiten voor enerzijds hogere tabaksaccijnzen, maar anderzijds riante subsidies voor fabrikanten en reclamemakers. Daarmee denken wij de staatsinkomsten zodanig te kunnen verhogen dat een verdere daling van de AOW-leeftijd tot 52 mogelijk is. Het bijkomende, veel grotere effect is dat potentiële AOW’ers sneller hun pijp of andere rookwaar aan Maarten zullen geven, waardoor minder premie uitgekeerd hoeft te worden en bovendien de vraag naar gesubsidieerde bejaardenhobby’s als rollators, nieuwe heupen en vervoer op maat enorm zal afnemen. Volgens eerste ramingen kan daardoor de AOW-leeftijd verder teruggebracht worden tot 37, en waarschijnlijk zelfs tot 34 als de verkoop van alcohol weer gewoon wordt toegestaan aan kinderen van 6 jaar en ouder.

De minister van Verkeer en Waterstaat roepen wij op om eindelijk eens gemene zaak te maken met het spekken van de staatskas uit de zakken van automobilisten. In navolging van het Kwartje van Kok pleiten wij voor de Euro van Eurlings. Het aanlengen van de brandstof met water is niet alleen goed voor het milieu maar zal ook de vraag naar benzine doen groeien. Dankzij de extra inkomsten kan de AOW-leeftijd tot onder de 30 zakken; zelfs tot 26 wanneer de automobilisten zich solidair opstellen door bij elke flitspaal gemiddeld een luttele 4 kilometer per uur harder te rijden.

Zijn wij tot deze rekensom gekomen, waarbij wij uiteraard niet zullen nalaten de minister van Justitie aan te spreken op zijn behandeling van criminelen als betrof het gasten van een vijfsterrenhotel, dan vragen wij Ronald Plasterk om een grondig onderzoek naar de kosten van ons onderwijsstelsel. Wij zijn ervan overtuigd dat een fractie van dit bedrag zou kunnen volstaan wanneer blijkt dat leden van de beroepsbevolking, die gemiddeld rond hun 25e hun eerste volledige baan hebben, op hun 26e reeds met pensioen kunnen. Deze besparing op de onderwijskosten zou de AOW-leeftijd ver beneden de 20 kunnen brengen.

Van de minister-president willen wij ten slotte weten waarom we in vredesnaam nog dure regelingen als WIA, WW, Wajong en wat dies meer zij hebben als kennelijk helemaal niemand überhaupt hoeft te werken.