Ziekjes

Je hebt van die bloggers die stilstaan bij iedere klodder griepslijm die hun lichaam verlaat, al blijft het soms bij de mededeling dat er niet geschreven kan worden wegens hypergrieperig. Ik behoor ook tot die groep manische aandachttrekkers; ik ben alleen vrijwel nooit ziek. Wie de annalen van iamzero.nl erop napluist, ontdekt dat de oprispingen in zero’s blakende gezondheid in de afgelopen jaren op één hand te tellen zijn.

Nu moet ik daarbij aantekenen dat ik zo iemand ben die alleen in de weekenden en tijdens vakanties ziek is, en dan is het toch anders. Je hoeft bijvoorbeeld helemaal niet ziek te zijn (ik althans niet) om de godganse zondag apathisch op de bank naar de tv te liggen kijken, en bovendien schitteren de programma’s die je dat authentieke zieke gevoel geven, ik noem een As the world turns, door afwezigheid. Nee, de ware vertroeteling waar je als zieke recht op hebt, vindt pas plaats als je niet naar je werk gaat; als je malheur met andere woorden een officiële status heeft gekregen. In het weekend sta je als je niet oppast met je zieke hoofd gewoon de plee te schrobben in de vaste zekerheid dat enkele momenten later het glazuur opnieuw geteisterd zal worden door een nieuwe lading diarree; de teller moet toch wel minstens op 39,43 staan om op enige compassie te mogen rekenen.

Ik heb daar overigens niet zo gek veel moeite mee, want ik vind ziekte een zwaar overschat begrip. Driekwart van de wereldbevolking zou zich waarschijnlijk permanent ziek laten verklaren als men mijn lichaam zou moeten rondtorsen, als er al enige drang tot voortleven zou blijven bestaan, maar ik heb ermee leren leven en kom tot de conclusie dat de mens nog tot van alles in staat is als hij zich even wat minder voelt. Een fatsoenlijke schaakpartij bijvoorbeeld, om maar iets te noemen.

Toch ben ik er nu weer eens beroerd aan toe. Gisteravond, en dat wilde ik toch even met u delen, heb ik twee koppen thee gedronken. Niets bijzonders, zult u wellicht denken, tot ik erbij vermeld dat ik het voor het eerst in exact 31 jaar en 5 maanden niet eens heel smerig vond. Een bijzonder zorgwekkend gegeven. Nog een geluk dat er geen appelsap in huis was.

Goed, morgen weer lekker werken.

Gloeilamp

Als Wouter Bos al Nederlander van het jaar wordt vanwege zijn aanpak van de kredietcrisis, dan zal Jaqueline Jacqueline Kramer Cramer op zijn minst Nederlander van het decennium worden. Zij gaat er namelijk voor zorgen dat over vier jaar de gloeilamp is verdwenen.

Nu kun je de Twin Towers doen verdwijnen door ze met een vliegtuig te doorboren, en de diamanten schedel van Damien Hirst kun je per ongeluk uit je handen laten vallen, opdat hij niet meer bestaë. Bij fenomenen en begrippen ligt dat doorgaans een stuk ingewikkelder. Volstrekt onzinnige bezigheden als bungeejumpen en fierljeppen bestaan bij gratie van het feit dat ze mogelijk zijn, en zodra de mogelijkheid van iets is aangetoond, is het onmogelijk dat het ooit nog onmogelijk wordt.

Onze minister van VROM denkt daar heel anders over. Op het moment dat wij elkander een gelukkig 2012 wensen, worden als bij toverslag alle nog overgebleven gloeilampen van hun fittingen verlost zonder een spoor van hun bestaan achter te laten. Vragen we op 2 januari 2012 in de supermarkt waar toch ook alweer de gloeilampen lagen, dan worden we aangestaard alsof we groene marsmannetjes zijn die zo uit een UFO komen wandelen. Glojlmp? Sorry, wij spreken geen Russisch.

Het einde van de gloeilamp: Plato zou zich omdraaien in zijn grot.

In 2012 bestaat alleen de spaarlamp nog, maar die zal dan wel gewoon ‘lamp’ gaan heten, omdat er geen gloeilamp meer is ten opzichte waarvan hij iets bespaart.

De spaarlamp heet enorm goed voor het milieu te zijn. Zo werden eerder ook de filtersigaret, de katalysator en klimaatneutraal vliegen uitgevonden, met als onderliggende boodschap aan de consument dat hoe meer filtersigaretten hij rookte, hoe schoner zijn longen, en hoe meer ‘schone’ auto- en vliegtuigkilometers, hoe groener de bossen.

In de supermarkt zijn sinds kort alle koelschappen met deurtjes afgesloten. ‘Eerst kiezen, dan pakken. Voor een beter milieu’, staat er op de deurtjes, in smeltende ijsletters nota bene. Maar ik kan u verzekeren dat als Albert Heijn hierdoor bespaart op de (kosten voor) koeling, die deurtjes er al in 1887 waren geweest.

Met die spaarlampen is het niet veel anders: een druppel op een brandende gloeilamp. De terroristen van de Nuon zenden ongetwijfeld weer die reclame uit van dat gezin dat een waterkrachtcentrale in de tuin heeft moeten aanleggen om te kunnen voorzien in de elektriciteitsbehoefte rond de kerst – maar dat geeft niks, want ze gebruiken spaarlampen. Ja, en hun energierekening is zeker ook een spaarrekening.

Intussen gaan we met 7 miljard spaarlampgebruikers natuurlijk net zo hard naar de klote als met 6 miljard gloeilampers, alleen duurt het misschien iets langer. Het enige wat echt een beetje zou helpen, is om die hele verdomde klotekerst collectief in het donker door te brengen. Ik ben voor.

Bericht aan de abonnees

, u weet wel, die bloedzuigende rss-lezers die zich overal op abonneren zolang het maar gratis is, de profiteurs die slechts kennisnemen van nieuwe bijdragen via hun van alle opsmuk ontdane Google readertje en daardoor de bloed, zweet en tranen die de gemiddelde goedwillende amateur in zijn virtuele uiterlijk steekt geen blik waardig gunnen, welnu, aan dat gemakzuchtige lurkvolkje, waartoe ik mijzelf overigens ook mag rekenen, moet ik langs deze in hun geval onsympathieke weg kenbaar maken dat ik een kleine knip-, was- en scheerbeurt heb ondergaan en er daardoor als het goed is iets minder groezelig uitzie.

Of het de kwaliteit van de berichtgeving ten goede komt, valt zeer te betwijfelen (om over de kwantiteit nog maar te zwijgen), maar uw abonnement is voor de komende periode in ieder geval weer stilzwijgend verlengd.

Wegens

Helemaal leuk natuurlijk, creabea met taal spelen, maar soms moet je het gewoon even laten wegens stom.
Het zal ergens in de jaren negentig geweest zijn dat een of andere zelfverklaarde taalvirtuoos moe werd van het altijd maar weer moeten uitspreken van een volledige hoofdzin na het gebruiken van het woordje ‘want’. Het werd dus:

  • Ik gebruik geen hoofdzin meer want lui.

Dat kon natuurlijk helemaal niet, want een nevenschikkend voegwoord als ‘want’ vereist nu eenmaal een nieuwe hoofdzin, maar goed, moet de woordkunstenaar bedacht hebben, ‘want’ geeft ook per definitie een reden aan, dus kan ik me net zo goed tot de essentie daarvan beperken. Dat kon van alles zijn:

  • Ik kom vandaag niet werken, want ziek.
  • Ik ga niet naar dat café, want Grolsch.
  • Doe een dikke jas aan, want brrr.

Meestal ging het echter, zoals in het eerste voorbeeld, om een bepaalde gemoedstoestand van de spreker, die dan alleen ‘ik ben’ wegliet – wat zowaar nog correct is als dat al in de eerste hoofdzin staat: ‘ik ben blij want geslaagd voor mijn examen’.

Welnu, de (of waarschijnlijk: het) luie want was een periode razend populair, maar raakte na een tijdje toch weer in onbruik (want uiteindelijk incorrect en soms verwarrend), en tegenwoordig wordt het nog slechts gehanteerd door sms’ende jongmensen en dertigers die de want-evolutie bewust hebben beleefd.

Opgeruimd staat netjes, zou je denken, maar dan zijn er altijd wel lieden die bedenken dat het Nederlands ongetwijfeld nog meer redengevende woordjes rijk is die voor mishandeling in aanmerking komen. En ja hoor, daar dient, onschuldig als het is, het woordje ‘wegens’ zich al aan om hulpeloos naar de slachtbank geleid te worden.

‘Wegens’ is een doodgewoon voorzetsel, dat in de regel iets zelfstandigs met zich meekrijgt: wegens verbouwing, wegens ziekte of zelfs wegens te hard rijden. Maar nee! Net als ‘want’ geeft ‘wegens’ een reden aan, dus we kunnen die twee, zo redeneert dezelfde dertiger met de geschiedenis van want nog vers in het geheugen, als volstrekte synoniemen gebruiken, zodat we toch weer iets nieuws hebben zonder op dat oude want terug te hoeven vallen. Aldus:

  • Ik kom vandaag niet werken wegens ziek.
  • Die man is ongeschikt als leidinggevende wegens incompetent.
  • Ik ga toch naar dat café wegens dorstig.

Whaaaaah! ‘Wegens’ met een bijvoeglijk naamwoord: een oprukkend fenomeen wegens steeds vaker gebruikt.

Tegen de mensen die zich hieraan bezondigen zou ik willen zeggen: kap er alsjeblieft snel mee wegens strontirritant.
Heid.

Klakkeloos

Kay van der Linde liet zich tijdens een gastcollege aan de Universiteit van Amsterdam ontvallen dat Rita Verdonks hele ToN niets dan gebakken lucht was, hoorde die gewraakte uitspraak enkele dagen later op internet terug toen bleek dat zijn hele verhaal opgenomen was door een student, verdedigde zichzelf vervolgens door te stellen dat het citaat uit zijn verband was gerukt, maar zag zich even later toch gedwongen om zijn samenwerking met Rita te beëindigen.

Een merkwaardige opeenvolging van gebeurtenissen, zeker als je bedenkt dat

a. er geen enkele context te bedenken valt waarin de uitspraak ‘ToN is gebakken lucht’ niet waar zou zijn;
b. Kay helemaal niets van zijn woorden heeft teruggenomen, waardoor we dus mogen aannemen dat zelfs in zijn universum een context bestaat waarin ToN nog steeds gebakken lucht is;
c. Kay en Rita blijkens hun optreden in Pauw & Witteman nog altijd de beste vrienden zijn;
d. we dus misschien zelfs wel kunnen veronderstellen dat ook in het overzichtelijke eendimensionale universumpje van Rita Verdonk een context bestaat waarin haar ToN gebakken lucht is.

Natuurlijk hebben Kay en Rita inmiddels een zondebok gevonden voor hun twist die geen twist is, en dat is, of zijn, hoe kan het ook anders, de media. Het heet dan dat die alles ‘klakkeloos van elkaar overnemen’: een zienswijze die er wat mij betreft wat al te klakkeloos op na wordt gehouden. Zonder erbij na te denken bestempelt men klakkeloos een bepaalde gang zaken maar als klakkeloos.

Klakkeloos, klakkeloos, klakkeloos, waar zou dat eigenlijk vandaan komen?  ‘Loos’ is zonder, zoveel is wel duidelijk, maar klakken: dat doet het paard van Sinterklaas. Hier zal het wel iets als ‘nadenken’ betekenen:

‘Klak nou toch eens voordat je dronken achter het stuur kruipt!’
‘Denk erom kinderen: goed klakken voor je een antwoord invult!’

Of misschien is het toch meer iets als ‘controleren’, aangezien het vaak journalisten zijn die van klakkeloosheid beticht worden omdat ze hun bronnen onvoldoende zouden hebben geverifieerd.

‘Geachte heer zero, het is weer tijd voor uw jaarlijkse gebitsklak! Belt u s.v.p. voor een afspraak.’
‘Goedenavond meneer, we voeren een snelheidsklak uit en u hebt over de afgelopen kilometers veel te hard gereden. Het viel ons bovendien op dat u ook nogal ongeklakt over de weg slingerde. We willen u daarom ook even klakken op alcoholgebruik.’

Nou goed, we weten allemaal wel wat klakkeloos betekent. Maar als ik een prototype klakkeloosheid zou moeten definiëren, dan zouden mijn gedachten in de eerste plaats uitgaan naar een politica die een eigen beweging start, haar achterban via een wiki over veel te ingewikkelde kwesties laat meedenken, daar op televisie met een stalen ijzeren gezicht over beweert dat het een revolutionair concept betreft waar Barack Obama nog een puntje aan kan zuigen, en vervolgens de ijzingwekkende ideeënleegheid van haar achterban zonder enige gêne en met nog minder aanpassingen in al haar pleidooien overneemt. Klakkeloos.