Mumbai

Tot ik over twee dagen de wekelijkse gang naar de papierbak aanvaard, ben ik in het bezit van een nadien dus nog zeldzamer exemplaar van de Volkskrant van afgelopen donderdag, met als headline Terreuraanslagen treffen Bombay. Het schijnt dat in het holst van de nacht een hysterische redacteur de drukkerij kwam binnengestormd om de persen te doen stoppen. Niet omdat het dodental dat reeds in duizendvoud was afgedrukt door nieuwe feiten achterhaald was, maar omdat er Bombay stond in plaats van Mumbai.

Een onvergeeflijke blunder. Waarschijnlijk was dat ook het eerste waar de onschuldige burgers op het centraal station van Mumbai aan dachten toen zwaarbewapende mannen in het rond begonnen te schieten: “als ze in Nederland nou maar wel Mumbai schrijven in plaats van Bombay”. En dan toch doen he.

Respectloos.

De redacteur van dienst ontdekte zijn fout, zag zijn vrouw en kinderen al verhongeren in een doemscenario van het zekere ontslag dat hem te wachten stond in combinatie met de kredietcrisis, wist in een ultieme poging nog net half Nederland te behoeden voor deze benedenmaatse nieuwsvoorziening, maar het was te laat voor de regio Haarlem, waar de krantenjongens, een spitsalarm ten spijt, al op hun brommertjes de kou trotseerden.

Kijk, als de Volkskrant op 12 september 2001 nou had bericht over aanslagen op Nieuw-Amsterdam, dan hadden ze een punt gehad, maar het verschil tussen Bombay en Mumbai komt op mij over als het verschil tussen een logopedist als burgemeester (Bommm-beejjj) of iemand met een hazenlip.

Ik wist het niet eens, dat Bombay van naam was veranderd. Het schijnt al in 1995 gebeurd te zijn, maar dat was bij de aanslagen in 2006 nog geen reden om Mumbai te gebruiken. Waarom nu dan ineens wel, zal altijd een raadsel blijven.

Maar ik houd er niet van, van dat gehannes met namen, nog afgezien van de onbeschrijflijke futiliteit ervan in vergelijking met de ernst van tweehonderd doden. Poenige familieleden die zeggen naar Ceylon op vakantie te gaan en dan uitleggen dat dat Sri Lanka is (alsof je niet minstens 50 IQ-punten meer hebt), of sportcommentatoren die het, ook al zo’n hazenlipgevalletje, over Beijing hebben in plaats van gewoon Peking: kriegel word ik ervan. Zo zielig, zo onnodig ook vooral.

En daarom houd ik ook maar vast aan die achterlijke naam van mijzelf. Aangeduid worden als ‘de voormalige zero’, dat staat toch gelijk aan een doodvonnis.

Captcha en de verhuftering

De mens heeft de van nature zo domme computer inmiddels zo slim gemaakt dat het irritant begint te worden. Dat merk je bijvoorbeeld in het schaken, dat door de alom aanwezige kille waarheid van de machine zijn belangrijkste charme – het gelijk van de grootste eigenwijs – verloren heeft. Maar ook op internet zien we steeds vaker de keerzijde van al het moois dat het digitale tijdperk ons te bieden heeft. Hartstikke leuk namelijk dat je je overal kunt registreren, tot het moment dat er scriptjes komen die honderd nepaccounts op een dag aanmaken.

Spam: zolang Amerika in Irak en Afghanistan zit en verwikkeld is in een War on Drugs zullen we ermee moeten leven.

Overal waar je je wilt registreren, zie je daarom al een tijdje captcha‘s: vervormde tekst waar een robot geen chocola van kan maken maar die jij als superieur wezen zonder problemen kunt herkennen. Althans: dat was de bedoeling. Omdat die kwade robots steeds ingenieuzer in elkaar zitten, moeten de captcha’s steeds onherkenbaarder gemaakt worden, waardoor ik me wel eens afvraag in welk schrift ik geacht word een tekst in te voeren. Gelukkig staat er tegenwoordig soms een knopje ‘Lees dit voor’ bij, maar het zal niet lang duren voordat de spambots dat weer kunnen afluisteren. De volgende stap is misschien om de tekst te laten sms’en, maar de volgende generatie spambots zal die berichten ongetwijfeld alras weer kunnen onderscheppen.

Bloggers, ook niet van lotje getikt, pakken het slimmer aan: zij redeneren dat een computer dan misschien kan lezen, maar toch zeker niet kan begrijpen, en stellen daarom een vraag die alleen een mens van vlees en bloed kan beantwoorden. Alleen bij een correct antwoord op de vraag wordt je reactie gepubliceerd. Een onvervalst examen dus, waarbij de lat meestal helaas niet al te hoog wordt gelegd, maar goed, je kunt niet alles hebben.

Echter.

Een béétje serieus met je lezers moet je toch wel omgaan, en je moet er natuurlijk ook voor zorgen dat iedereen een eerlijke kans krijgt om voor zijn examen te slagen. Ik moet helaas vaststellen dat de meeste vragen hondsbrutaal zijn en de grootste hufterigheid in de hand werken.

Stroomopwaarts bijvoorbeeld vraagt ‘Wat zijn de eerste twee letters van het alfabet?’. Ik heb altijd geleerd om netjes met twee woorden te spreken, en zou daarom willen antwoorden ‘de a en de b, Jan’. Maar dat is dus fout. Ik krijg alleen een reactie geplaatst als ik botweg (botweg! ha!) ‘ab’ invul.
Ab. Dat is hooguit het antwoord op een vraag naar dat kutkonijn dat ranzige moppen op tv vertelde, maar toch niet de eerste twee letters van het alfabet.

Over tv gesproken: Verbal Jam vraagt naar de afkorting van televisie. Een lastige vraag, waar veel mensen misschien TV op antwoorden, of zelfs T.V. Dat is dan fout, maar dat is natuurlijk ook echt zo. Merkwaardig genoeg stelt VJ bij iedere keer herladen een andere vraag, een principe waarvan ik de diepere bedoeling (de spambot nog meer vernederen omdat hij geen enkele vraag goed weet te beantwoorden?) niet kan doorgronden. ‘Hoe spel je het woord ‘de’?', is een van die alternatieven vragen. Het logische antwoord ‘nou gewoon, dee ee’ wordt wederom fout gerekend; je moet ‘de’ invullen.
Stel je voor, je loopt over straat, je vraagt een willekeurige passant hoe je ‘de’ schrijft en die ploert reageert door alleen maar ‘de’ te papegaaien. Dan zou je toch de kop van zijn romp scheiden? Duh!

Beter wordt het al met ‘In mei leggen alle vogels een…’, waarbij je wel echt een ei moet zijn als je het gewenste antwoord niet invult – maar dit is natuurlijk geen vraag.

Geconcludeerd moet worden dat vrouwen een stuk duidelijker formuleren wat ze willen. Anna Denise bijvoorbeeld vraagt naar de eerste twee letters van Anna, en geeft daar zelf het antwoord al tussen haakjes bij (An). Als je je publiek dan toch als een debiel behandelt, doe het dan ook goed! Wel een beetje een egocentrische vraag misschien.

Absolute winnaar op dit gebied is dan ook Lijn, met haar onovertroffen vraag, die als ik me niet vergis ook al jaaaaaaaren meegaat: ““.

Bijvoorbeeld 5. Als wij hiermee de computers al in intelligentie verslaan, wacht de mensheid nog een zonnige toekomst. Wel jammer dat er nu uitgerekend bij Lijn niet zo veel te reageren valt.

Spitsalarm

Spitsalarm, dat is voor een supporter van de club die in de eredivisie zo’n beetje het vaakst gepasseerd wordt een wekelijks terugkerend fenomeen. Niets om je over op te winden terwijl je onder een strakblauwe hemel op een vredige maandagochtend richting werk wandelt, na een weekend waarin de schade tot drie tegentreffers beperkt bleef. Toch was in het de trein extra druk geweest vanwege de meereizende, door Spitsalarm® gewaarschuwde automobilisten, die bovendien voor twee telden.

Er waren tijden dat sneeuw gewoon neerslag was, net zoals regen en hagel, maar tegenwoordig zijn drie vlokjes voldoende om het hele land in rep en roer te brengen. Op Studio Sport zag ik zelfs dat bij diverse voetbalwedstrijden in allerijl de oranje ballen waren opgepompt, want ja, waarom heeft de KNVB die anders nog in haar assortiment? Het was lang geleden dat ik voetbal met een oranje bal had gezien, en het was mij niet direct duidelijk of dat nu kwam doordat

a. het in de Talpa- en RTL-jaren nooit gesneeuwd heeft;
b. dit wel degelijk gebeurd is maar ik gewoon niet gekeken heb; of
c. alleen een oranje bal mag worden ingezet bij wedstrijden die door Studio Sport worden uitgezonden.

Ik vermoed het laatste, en ik verdenk Tom Egbers en consorten er zelfs van dat ze de live-wedstrijd gewoon met een witte bal hebben laten spelen en, alles voor de kijker, de oranje bal alleen voor de samenvatting hebben gebruikt.

Enfin.

Er was dus voor het eerst ook een spitsalarm. Gevaar! Sneeuw! Storm! Gladheid! Tempeesten! Mensen pas op! Blijf thuis! U als nietsvermoedende automobilist op een maandagochtend tussen 7 en 9 zou in een file terecht kunnen komen!

Wat leven we toch in een gevaarlijke wereld. Nog een geluk dat het kleinzielige volk der Nederlanders zich ooit aan de Noordzee heeft gevestigd, en niet ergens in de velden rond Novosibirsk.

Vandaag, nadat de voorspelde apocalyps en de verwachte 500 kilometer aan files waren uitgebleven, kon de ANWB vol trots bekendmaken dat het spitsalarm ‘dus’ goed gewerkt had. Een klassiek voorbeeld van de al even klassieke drogreden post hoc ergo propter hoc, zoals er in Nederland ook nog geen grote aanslag is geweest doordat wij met z’n allen zo lekker alert zijn dankzij alarmcode geel.

Je vraagt je af of het spitsalarm wellicht het geheime wapen uit de koker van Rita Verdonk is. Zij heeft immers de oplossing voor alle ellende waar we mee kampen, want zij heeft de oplossing voor het fileprobleem, en het fileprobleem is de oorzaak van al het kwaad in de wereld. Kredietcrisis? Omdat we niet kunnen werken als we stilstaan op de snelweg. Milieucrisis? We stoten nogal wat uit iedere ochtend. War on terror? Kunnen we alleen winnen als onze tanks vrije doorgang hebben op de A27.

En Rita heeft de sleutel in handen, maar ze verdonkt verdomt het gewoon om het geheim prijs te geven. Ik zou zeggen: NOS Journaal, grijp het momentum, stuur Erwin Kroll naar huis en introduceer fileman Henk Stavast voor de dagelijkse spitsverwachting. Het weer, dat is zó 2007…

Uitgelezen (57)

Jan Siebelink – Suezkade (2008)
Vol walging over een inderdaad walgelijk boek van een Nederlandse auteur diskwalificeerde ik vorige week in één adem gans de vaderlandse literatuur, van Hebban olla vogala tot Ella Vogelaar. Dat was niet zo vriendelijk van mij tegenover al die welwillende amateurs die zo heel af en toe in die immer uitdijende hooiberg een speld achterlaten die de moeite van het opzoeken waard is. Bovendien was ik wat voorbarig omdat ik mijn korte uitstapje naar literair werk van Hollandse bodem nog niet voltooid had: de nieuwste Jan Siebelink stond nog op het programma.

Het vorige werk van die man had ik ook al niet gelezen. Knielen op een bed violen is zo’n boek dat, net als De vliegeraar, een tijd lang minstens één keer per week tegenover je plaatsnam in de trein en dan steeds zulke exemplaren van de mensheid met zich meedroeg dat je zeker wist dat jij het in ieder geval niks zou vinden. De verkeerde mensen zeiden ook dat ze het ‘toch zo’n mooi boek’ vonden. Intussen is zo’n boek stiekem ongetwijfeld best goed, maar je kunt je dan beter vertonen met een ander werk van dezelfde auteur, als iedereen hem of haar allang weer is vergeten.

Suezkade leek aanvankelijk een schot in de roos. Het verhaal is vlot geschreven in een verzorgde klassieke vertelstijl, en speelt zich, hoezee, af op een middelbare school. In het boek wordt ergens opgemerkt dat veel te weinig literatuur zich op school afspeelt, en dat is een waarheid als een koe. Als alle vaderlandse boeken als Ivoren wachters waren, hadden we weinig te klagen gehad.

In Suezkade is niet een leerling, maar een leraar de hoofdpersoon. Marc Cordesius is een einzelgänger, die vanaf zijn eerste werkdag tegen de stroom in werkt, overigens niet zonder persoonlijke succesjes te boeken. Hij heeft echter weinig vrienden onder zijn collega’s, en de vriendschappen die hij opbouwt, zijn vooral met mensen die door de rest verfoeid worden. Cordesius herkent zich in het brugklasmeisje Najoua, die eveneens erg op zichzelf is en op school geen vriendinnetjes heeft. Als blijkt dat Najoua aan anorexia lijdt, stelt Marc alles in het werk om haar te redden, zowel op school als daarbuiten. De omgang tussen de twee zorgt op school uiteraard voor de nodige spanningen.

Ziedaar in een notendop de op zich weinig schokkende plot. Twee getroubleerde personen in de hoofdrol, maar nergens naargeestig beschreven. Een sympathiek boek dat niemand zonder plezier zal lezen, zo oordeelde ik halverwege, of zelfs nog op driekwart van het boek. Het wachten was op de catharsis; een ontwikkeling ten goede waarna de vriendelijke hoofdpersonen het strijdtoneel als helden zouden kunnen verlaten.

Nu ben ik voor mijn leesplezier heus niet afhankelijk van een happy end, maar zo inkt- en inktzwart als Siebelink het hier brouwt, hebben weinigen het hem voorgedaan. Vanaf het moment dat Cordesius zijn woede koelt op een collega gaat het snel bergafwaarts: met de hoofdpersoon, maar ook met het boek. Ik denk niet graag na over het wereldbeeld dat de schrijver met dit verhaal heeft willen schetsen. Zoals gezegd: inktzwart, deprimerend.

Lichtpuntje in de duisternis waarin de lezer na het dichtklappen van het boek wordt achtergelaten: deze man kan wel schrijven.

Albino

Michiel Romeyn kon dan ten tijde van de Amerikaanse verkiezingen nog zijn typetje Oboema als de blanke broer van Obama opvoeren, inmiddels is de lol daar wel vanaf nu in Burundi voor de vierde keer in korte tijd een albino vermoord is. De misdadigers namen haar armen en benen mee, meldt Sp!ts met veel gevoel voor eufemisme, alsof ze eigenlijk de Nintendo DS van het meisje buit hadden willen maken maar de batterijen leeg bleken.

Dan maar haar armen en benen.

Het is nogal laf van de bandieten om het slachtoffer zomaar zonder ledematen achter te laten; van Monty Python and the Holy Grail weten we allemaal hoe strijdlustig iemand dan nog kan zijn. Maar meer hadden ze nu eenmaal niet nodig om het gewenste magische albinodrankje te fabriceren waar mensen rijk van zullen worden – afgezien misschien van het hoofd vol toverhaar, dat dus voor de zekerheid ook maar werd afgehakt.

Nu zou ik als donkere man in donker Afrika ook raar op mijn donkere neus kijken als driekwart jaar na het bezoek van die zogenaamde ontwikkelingsmedewerkers mijn donkere vrouw plots, sapperdeflap, een wit kind ter wereld zou brengen, maar bij het lezen van dit soort berichten kan ik toch alleen denken aan Knudde in Afrika of Gargamel in de weer met smurfensoep. Ledematen afhakken om in een toverdrankje te stoppen, dat gebeurt toch alleen nog in stripverhalen.

Maar denk erom, mensen, dat we nu niet gaan denken in termen van ‘achterlijke cultuur’; hooguit is hier sprake van een ándere cultuur.

Het is ook maar de vraag of wij een spat beter zijn. Stel je toch voor dat hier blanken zouden rondlopen die er als negers uit zouden zien, maar dan niet echt – laten we zeggen alsof ze geschminkt zijn en rode lippenstift dragen, en rare kleding, en neppig kroeshaar, en om dat te verbloemen een stom kleurig baretje. En dat ze bovenal heel dom zouden zijn, of althans zouden doen alsof. En dat die engerds ondanks dat onze kinderen zouden betoveren met vies oudbakken snoep, en ons zouden laten opdraaien voor de tandartsrekening. En dat ze ‘s nachts met een wit paard net zo lang over het dak van je huis zouden marcheren tot onherstelbare lekkage een feit was. En dat ze over de mysterieuze gave zouden beschikken om via de schoorsteen in te breken, ook als je helemaal geen schoorsteen had, zonder een spoor van braak, zodat je machteloos stond tegenover je verzekeraar. En dat tot overmaat van ramp de kinderen ‘s ochtends door het dolle heen zouden zijn omdat ze weer een of ander lullig cadeautje hadden gekregen, vergezeld van een flutrijm vol spelfouten, terwijl in de tussentijd jouw portemonnee is leeggeroofd, evenals de groentela met je voorraad winterpenen.

Nou, ik zou het wel weten.

Ella

‘Zeg zero, heb je heel even? Wat is nu jouw mening over het aftreden van Ella Vogelaar?’
 
 
‘Zero, je kunt toch wel netjes antwoord geven… NU?’
 

‘Zero?’
‘Zal ik dat zelf beslissen?’
‘Waarom wil je daar niet op ingaan? Waarom wil je daar niks over zeggen? We
vragen ons namelijk af of je het niet als gênant ervaart om geen mening
te geven als blogger.’
 

‘Je geeft daar geen antwoord op? Daar kunnen we toch wel netjes over praten?’
 

‘Het zou anders goed overkomen op het publiek, want je laat dan zien dat je
erover nagedacht hebt en dan zouden de mensen ook een beetje zien dat je goed
kan schrijven…’

‘…en nu schrijf je gewoon niks?’
 
 

‘Je bent toch blogger??’
 
 

‘We blijven gewoon aandringen hoor.’
 

‘Waarom schrijf je niks, wat is dat voor iets geks?’
‘Omdat ik op onbeschofte verzoeken niet inga.’
‘Dit is toch geen onbeschoft verzoek? Het is alom bekend dat je overal een mening
over hebt, dan kun je die toch gewoon geven?’

 

‘Dit is toch geen onbeschoft verzoek? Wat is er nou een onbeschoft verzoek?’
 

‘Jij bent blogger, wij zijn publiek, en wij vragen gewoon naar je mening. Die
kun je toch gewoon geven?’
‘En ik beslis wanneer ik wel of niet mijn mening geef. En ik zou graag willen
dat dit stukje nu beëindigd wordt. Ja?’

‘Maar waarom is dat?’
 

‘Dit is weer niet zo’n goed stukje, he zero?’
 

‘Vind je dat zelf niet? Als je nou gewoon een prachtstukje had geschreven waarin
je aangeeft hoe het zit en wat je ervan vindt, nou, klaar, maar jij gaat zo
tekeer.’

‘Dat is toch gek?’
 
 

‘Ja, wij wachten wel…’
‘Ik ook.’
‘Maar snap je het dan niet, heb je het niet in de gaten?’
 
 

‘Nee dus.’
 

‘We krijgen bijna medelijden met je.’
 

‘Dat je niet gewoon een stukje kan schrijven. Dat is toch gek?’

 
 

‘Zullen wij je dan maar in bescherming nemen?’

‘Dan zetten wij er een punt achter.’