Catlag

De media hadden hun huiswerk bijzonder ijverig gedaan dit jaar. Alsof de klok voor het eerst werd teruggedraaid, werd van alle kanten uitvoerig uit de doeken gedaan waarom niet de wintertijd van start ging, maar de zomertijd ten einde kwam. Want wintertijd bestaat niet: er is zomertijd en er is tijd, aldus hoogleraar Erwin Kroll in zijn college tijdens het 8 Uur Journaal.

Je reinste flauwekul natuurlijk. Ja, er is tijd, dat is een verdedigbaar standpunt, maar er is niets te bedenken waardoor de tijd die we tussen maart en oktober hanteren superieur zou zijn aan de tijd in de donkere helft van het jaar. Vermoedelijk heeft het alles te maken met het feit dat de klok teruggedraaid wordt; het zal een Belg geweest zijn die dit ooit begrepen heeft als ‘terug naar wat het oorspronkelijk was’.

Twee keer per jaar denk ik na over de tijd, en dat is net niet genoeg om me definitief in een gesticht te doen belanden. Knettergek word je ervan. Ik bedoel: moet je niet gewoon het lef hebben om de fout in te zien van degene die de klok ooit, helemaal in het begin, aan heeft gezet? Kunnen we het die man ook kwalijk nemen dat hij in al zijn enthousiasme die slinger een zwieper gaf toen hij zijn uurwerk na veel huisvlijt eindelijk, na vele, ehh ja, hoe lang eigenlijk, dat wist hij niet want er was nog geen tijd, enfin, na lange tijd gereed had, en het daarmee 12 uur was terwijl hij eigenlijk nog een uurtje had moeten wachten?

Met de kennis van vandaag zouden we de dag laten beginnen op het moment dat we nu 7.18 uur noemen, want dat schijnt het moment te zijn waarop we gemiddeld opstaan. En dan kan men voor de zomertijd aankomen met economische motieven, maar reken maar dat wanneer de dag om 7.18 uur begint er een stuk minder ambtenaren met een één-uur-tweeënveertig-tot-negen-uur-tweeënveertig-mentaliteit zijn.

En welke onbenul heeft verder bedacht dat het begin van de lente 21 maart heet, en de start van de winter 21 december? Je voelt gewoon aan je water dat er geen hout van zo’n telling klopt als je bij dat soort data uitkomt. Waarom begint het jaar niet gewoon met de kortste dag? Meteorologisch-astronomisch gezien kan ik zo snel geen onbenulliger moment bedenken om je jaar te beginnen dan op 1 januari. Dus hup, nieuwjaarsdag gewoon op wat nu 21 december is, en als we de mensen wijsmaken dat ze voortaan vrij zijn tussen oud en nieuw en kerst in plaats van andersom, krijgen we de handen daar best voor op elkaar.

Ik wil maar zeggen: ons mensen kun je alles wijsmaken, zelfs een onderscheid tussen zomertijd en wintertijd. Kom daar maar eens om bij je kat. Die weet wel beter. De wekkerradio moet een uurtje terug, de magnetron, de mobiele telefoon, de video, de thermostaat: het is een aardig ritueel, niet meer dan dat, en de computer en de iPod doen het al zelf voor je. De kat daarentegen is met geen mogelijkheid terug te draaien. Gemiddeld om 6.18 uur meldt hij zich het komende halfjaar voor zijn voer. Dat gaan dan ongeveer zo. Ziedaar het ultieme argument tegen de wintertijd.

Misschien moet ik mij de komende maanden maar een acht-tot-vier-mentaliteit aanmeten.

Rotkop (4)

Wat fijn dat u blijft tippen als ik zelf even geen tijd heb om iets spitsvondigs te bedenken!

Ook van een welhaast poëtische schoonheid is overigens dat kruimelpad. U bevindt zich hier: Algemeen > Economie > Kredietcrisis. Prachtig, hoe zo inzichtelijk wordt dat ook ik, argeloze bezoeker, me in een diepe crisis bevind.

Al zouden websites met een knop ‘Algemeen’ nog altijd verboden moeten worden, zeker als ze van een krant zijn.

(dank aan Jan)

Anoniem

Ik vulde vanavond een digitale enquête in. Nadat ik mijn hele hebben en houden, overigens geheel vrijwillig, op straat had gegooid, verscheen de volgende tekst:

Uw persoonlijke gegevens blijven anoniem.

Dat stelde me niet helemaal gerust. Maar het is een prachtige zin waar je uren over na kunt denken.

Halverwege de avond (dit is een hyperbool) kwam ik op het idee om de Wikipedia-pagina over de paradox te verrijken met dit schoolvoorbeeld. Daar las ik echter de tekst:

Help de toekomst van Wikipedia vorm te geven door deel te nemen aan onze mondiale enquête.

Toen vond ik het eng worden.

Drank

Het is algemeen bekend dat het KNMI, opgericht in 1854, sinds 1706 het weer meet. In vroeger tijden vielen de pterodactyli hier ‘s zomers dood van het dak c.q. de hunebedden, en tussen november en februari was het een en al yeti wat hier de klok sloeg, maar dat werd niet officieel geregistreerd. Vandaar dat we tegenwoordig na een beetje wolkbreuk rustig durven te stellen dat augustus nooit eerder zo nat was.

Minder bekend is dat het Centraal Bureau voor de Statistiek, opgericht in 1899, al sinds het begin van de negentiende eeuw ons alcoholgebruik in de smiezen houdt. Dat vind ik een zorgwekkend gegeven. Ik bedoel, dat weer is van ons allemaal, daar is niks geheimzinnigs aan. Maar dat er bij ieder blikje shandy dat ik koop via mijn bonuskaart een waarschuwing naar het CBS wordt uitgedaan dat zero het vanavond weer op een zuipen gaat zetten, vind ik minder aantrekkelijk.

Toch ben ik verzot op dit soort statistiekjes, vooral omdat ze meestal meer vragen oproepen dan beantwoorden. Neem nu het grafiekje van het CBS (bron):

Alcohol in Nederland

Conclusie van het journaille: Nederlanders zijn nooit grote drinkers geweest. Nooit: dat is nogal een definitief oordeel voor het zandkorreltje in de woestijn der geschiedenis dat hier onderzocht is. Volgens mij lustte Willem van Oranje er bijvoorbeeld ook wel pap van, en sowieso hadden ze het zogenaamde conflict dat we destijds met de Spanjaarden hadden beter het Tachtigjarig Bacchanaal kunnen noemen. Bonifatius in 754 bij Dokkum vermoord? Van een terp gelazerd na een avondje comazuipen met zijn drinkebroeders zul je bedoelen!

Maar zelfs in de luttele twee eeuwen waarover wel gegevens beschikbaar zijn prijkt een gapend gat tussen 1940 en 1945. En nu zijn de trends die zich over tientallen jaren aftekenen best aardig, maar het is natuurlijk juist interessant om te zien wat er in dit soort periodes gebeurt – wie weet hielden we er in de oorlogsjaren wel de moed in door collectief naar de fles te grijpen. De statistici van het CBS kunnen een voorbeeld nemen aan de weermannen van het KNMI, die in de oorlog registreerden wat er te registreren viel, op weergebied dan, zodat we nu tenminste zeker weten dat we ons echt niet aanstelden in de Hongerwinter. Maar of het ook een Dorstwinter was? We zullen het wel nooit weten.

Gelukkig laten andere historische gebeurtenissen wel hun sporen achter in de grafiek. Zo belandt de bierconsumptie overduidelijk op een historisch dieptepunt na de onafhankelijkheid van België in 1830, en wordt er een tijdje helemaal geen wijn meer gedronken nadat Napoleon zijn Waterloo had gevonden. Het was al geen populair drankje onder de Franse overheersing.

Maar met afstand het mooiste gegeven uit bovenstaande statistiek is wel dat het ons gelukt is om tussen 1800 en 1820 (en misschien al tientallen jaren daarvoor ook) ieder jaar gemiddeld exact 33,3 liter bier per hoofd van de bevolking te drinken. Het was altijd een heel gereken aan het eind van het jaar: soms was het quotum begin december al zo goed als bereikt en moest het hele land rond kerst en oud en nieuw drooggelegd worden, maar als een dodelijke ziekte een hoop slachtoffers had gemaakt was het groot feest, want dat betekende dat er stevig doorgetankt mocht en moest worden.

Overigens ben ik wel blij dat ook weer tijdig met deze goede traditie gebroken is. Want 33,3 liter, mijn hemel, dat zijn 111 flesjes, oftewel amper vijf armzalige kratjes per jaar!

Zouden we over tweehonderd jaar nog begrijpen waarom de bierconsumptie na 2008 zo drastisch afnam?