Kaper op de kust

‘Jezus, Coco, ben jij dat?’
‘Ja skattie, ik moet je spreken, ik…’
‘Hoe haal je het in je kop om me thuis te bellen?’
‘Is die gast van je er of zo?’
‘Ja natuurlijk, wat dacht je? Die is in de slaapkamer de koffers aan het pakken.’
‘Luister baby, ik wil niet dat je met die gast op vakantie gaat.’
‘Nee honey, je weet toch, ik ook niet. Ik wil bij jou zijn, echt, maar het kan nu niet. Fatih mag er echt niet achterkomen wat er tussen ons is, echt nooit nooit nooit. Onthoud dat honey!’
‘Ja skattie, dat weet ik, en hij zal er ook niet achterkomen. Maar het is simpel: zorg gewoon dat je het vliegtuig mist, OK? Dan kan ik je morgenavond weer zien.’
‘lk weet niet hoor, honey… het is onze huwelijksreis, weet je. En wat als het niet lukt?’
‘Tuurlijk lukt het. Je kan altijd nog het contactslot van de auto saboteren.’
‘Ja, en wat dan als we een lift krijgen? Of als het vliegtuig enorme vertraging heeft?’
‘Dan bel ik je op, baby. Ik heb nog wel wat ideetjes voor het geval het niet lukt.’
‘Maar hoe kan ik nou met je praten als ik naast Fatih in het vliegtuig zit?’
‘Je hoeft alleen maar te luisteren, baby.’
‘Ja maar hoe… shit, daar komt F… ja, natuurlijk mama, natuurlijk zal ik voorzichtig doen. Maar doe jij ook geen gekke dingen he, je weet wat er kan gebeuren. Nou daaag!’
‘Je kent me toch skattie, ik doe nooit gekke dingen. Dag liefje, zie je morgen.’
‘Ja, dahag…’

(..)

‘Pff, wat een zeur kan dat toch zijn. Groetjes van je schoonmoeder. En een goeie reis.’

*****

‘Hallo?’
‘Hee skattie, waar ben je? Ik heb het bad al laten vollopen.’
‘O sorry meneer, u belt heel ongelegen, ik zit namelijk in het vliegtuig naar Turkije en we kunnen ieder moment opstijgen.’
‘Wat? Jezus baby, is het niet gelukt? Damn… maar luister skattie: ik zorg ervoor dat dat vliegtuig niet gaat opstijgen.’
‘Sorry, ik geloof ook niet dat ik daar interesse in heb.’
‘Honey, ik ga even een bommelding doen. Ik bel je strakjes nog wel terug.’
‘Ja hoor, u mag me later terugbellen, maar nu komt echt niet gelegen… ja, OK, dahag, dag meneer…’

(..)

‘Tsjonge jonge, sta je klaar om te vertrekken, belt de NUON!’

****

‘Nou ja zeg, daar zul je ze nog een keer hebben! Ja, hallo?’
‘Skattie, ik heb mijn mind veranderd. Ik heb tegen de politie gezegd dat jij en die gast van je het vliegtuig gaan kapen.’
‘Dat was ik echt niet van plan hoor!’
‘Ze komen je straks van boord halen. Je gaat niet naar Turkije, cool he?’
‘Ja, dat klinkt inderdaad interessant, maar dan moet ik eerst even met mijn man overleggen. U hoort nog van mij.’

(..)

‘Lieverd, ik moet je wat vertellen. We slapen vanavond in de cel.’

Honig

Misschien op de Douwe Egberts Aroma Rood na is er in de supermarkt geen product meer te vinden dat niet ten minste eens in de drie jaar, en dat is dan een ruime schatting, zijn verpakking pimpt. Zelfs de Heinz tomatenketchup is nu voorzien van een kek spuitmechanisme, dat de nostalgische, rond de dop aan de fleshals vastgekoekte ketchupklodders van weleer moet doen vergeten, die bacteriebroedplaatsen die altijd herinnerden aan het vorige gebruik van de fles, drie maanden tevoren, en die ook altijd het uitzicht op de ten-minste-houdbaar-tot-datum belemmerden.

De Honig vormt geen uitzondering op deze continue aanleidingsloze vernieuwingsdrang. Ik stel me zo voor dat er vergaderd is over Honig nieuwe stijl, en dat de vergadertafel uitsluitend door volwassenen werd bevolkt; mensen met stemrecht en zo. Ze waren ongetwijfeld met veel, want een nieuw uiterlijk voor een pakje nasimix bepaal je natuurlijk niet over één nacht ijs. Er is gewikt, er is gewogen, en uiteindelijk hebben deze volwassen mensen in meerderheid, of misschien zelfs unaniem, gekozen voor een viertrapsraket van experimentalisme.

Honig is niet meer zomaar Honig; Honig is nu bijvoorbeeld Honig Vertrouwd.
Of Honig Samen.
Of Honig Inspiratie.
Of Honig Speciaal.
Maar nooit meer gewoon Honig.

Beleef Honig nieuwe stijl: die slogan paste er natuurlijk helemaal bij. Bij Honig nieuwe stijl is het niet meer een kwestie van op het juiste moment je chilimix bij de bruine bonen mieteren: Honig nieuwe stijl moet je ervaren, iedere keer weer als je een fantasieloze pastasaus wilt fabriceren. Maar dan de uitleg van het concept!

Ik citeer: “Honig Vertrouwd staat vooral voor een makkelijke doordeweekse maaltijd” – dit natuurlijk in schril contrast met de culinaire hoogstandjes die vereist zijn bij de overige categorieën, die volgens de wetten der deductie kennelijk als niet vertrouwd moeten worden beschouwd.
“Want je kunt natuurlijk niet altijd uitgebreid uitpakken” – ik bedoel maar. Een tamelijk eufemistische manier om te vertellen dat het gerecht eigenlijk niet te vreten is. Maar dan:
“Maar je wilt toch snel en gemakkelijk een verantwoorde maaltijd op tafel zetten. Gewoon omdat je het belangrijk vindt dat ze elke dag goed eten.”

Ziet u dat, mensen? Wordt hier even op walgelijk patriarchale wijze een vooroorlogs rolmodel van de moeder als huisslaaf opgerakeld! ‘Ze’, dat kunnen natuurlijk alleen de kindertjes zijn, en jij, moedertje in je natuurlijke habitat genaamd aanrecht, wilt natuurlijk dat ze goed eten, want dat is jouw verantwoordelijkheid. Ja, en dat ze op school de hele klas bij elkaar ruften zal je een spreekwoordelijke Unox-worst wezen, dus je kunt ze gerust iedere doordeweekse dag goulash en chili con carne voorschotelen.

Honig Samen is “net even afwisselender” – voor de goede orde, we hebben het dan bijvoorbeeld over lasagne en junglepasta. Dat de doelgroep van voedsel uit pakjes voor 90% uit alleenstaanden bestaat, hindert niet: Honig Samen is “een lekker moment voor iedereen. Zo kom je er eindelijk weer even aan toe om echt gezellig bij te praten.” Nadat je elkaar de hele week verrot hebt gescholden vanwege al het smerigs van Honig Vertrouwd.

Gezellig bijpraten is er bij Honig Inspiratie niet bij. Daar is de combinatie van ingrediënten veel te spannend voor. Je moet wel een echte waaghals zijn om je vingers aan een Italiaanse pastamaaltijdsalade te wagen. Italiaanse pasta, je moet maar durven. Maar dat is nog niets vergeleken bij Honig Speciaal, waar ineens weer de chili con carne opduikt. Maar waar bij Honig Vertrouwd nog de resten uit de vuilnisbak waren gebruikt, zie, voel en ruik je hier dat het vers bereid is. En toch houdbaar tot 2011!

Nu wil het geval dat u als consument de keuze heeft. Knorr biedt exact dezelfde zakjes aan. Meer woorden hoef ik er niet aan vuil te maken. Boycotten die handel. Honig Failliet.

Altijd gelijk

De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans werd in 1952 vervolgd omdat een van zijn romanpersonages de bevolkingsgroep der rooms-katholieken ernstig zou hebben beledigd in het boek Ik heb altijd gelijk – een titel overigens die mij om voor u begrijpelijke redenen bijzonder aanspreekt. Nu moet ik zeggen dat ik bij het lezen van de eerste bladzijden van dat boek voor mijzelf vaststelde dat die Hermans eigenlijk best een grote muil had voor een nog beginnend schrijver, maar als ik die rechtszaak niet toevallig een keer in een of ander hoorcollege de revue had horen passeren, was het aanstootgevende gehalte van de bewuste fragmenten me geheel ontgaan.

Opmerkelijke passages waren het wel. Bijvoorbeeld:

‘Over twintig jaar is heel Nederland katholiek’, zei Lodewijk.
(..)
‘Nederland is overbevolkt’, zei Lodewijk. Elk kind dat geboren wordt, zet het peil van de beschaving achteruit en maakt ons armer. Nog tien jaar en we zijn failliet. Nederland is gebalkaniseerd, de ratten zullen over de straten lopen, de huizen die nu worden gebouwd zijn tot krotten vervallen. (..) Daar gaat het naartoe in Nederland. Maar de katholieken planten zich voort omdat ze de meerderheid willen hebben.’

Vervang de katholiek door de moslim en ziedaar, de hypermoderne one issue-onderbuikpopulisticus waarvan er dertien in een dozijn rondlopen. Maar in de jaren vijftig werd je ervoor vervolgd als nota bene een door jou bedacht romanpersonage dergelijke taal in de mond nam, hoewel daar eerlijkheidshalve aan toegevoegd moet worden dat het fictieve karakter van de uitspraken uiteindelijk ook de reden was waarom Hermans werd vrijgesproken.

Anders gezegd: als hij het zelf had gevonden, was het foute boel geweest.

Je zou kunnen zeggen dat er een hoop ten goede is veranderd, de afgelopen vijftig jaar. Als je je oren spitst en goed luistert kun je heel af en toe nog een jammerklacht van ongetwijfeld een CDA’er horen over de belediging van een of andere minderheidsgroep, en ook met badmintonners schijn je nog enorm te moeten uitkijken, maar echt serieus wordt al dat gejeremieer natuurlijk allang niet meer genomen, en dat lijkt me vooruitgang.

Aan de andere kant kun je je afvragen wat er zou gebeuren als een schrijver anno 2008 zijn romanpersonage iets soortgelijks in de mond zou leggen over bijvoorbeeld moslims, zonder zich daar zelf overduidelijk van te distantiëren. Goed, van de rechterlijke macht zal hij weinig te duchten hebben, maar tegenwoordig hebben we ook nog zoiets als een beeldvormende macht, die de schrijver voorgoed als een populistische nitwit zou kunnen wegzetten. Zuig dan tien jaar later nog maar eens een bestseller uit je duim.

Hermans had daar kennelijk weinig last van. Enkele jaren later kon hij ons verblijden met meesterwerken als De donkere kamer van Damokles en Nooit meer slapen, schijnbaar ongeschonden door de controverse rond Ik heb altijd gelijk. Dat hele gedoe heeft de critici ook altijd weerhouden van een literaire beschouwing van dat boek, en dat is eigenlijk maar goed ook voor Hermans, want het behoort zeker niet tot zijn sterkste werken.

Ach ja, ik heb altijd gezeik.

Tikfoutdomein

Eigenlijk had deze website www.kroonprinswillemalexanderheefteendikkeplofkop.nl als adres moeten hebben. Maar zoals die dingen gaan: ik was er even met mijn gedachten niet bij, en voor ik het in de gaten had, had ik een aanvraag voor www.iamzero.nl ingediend. Shit happens.

Een tikfoutje kan de beste overkomen, zou je zeggen, maar als het aan CDA-parlementariër Mirjam Sterk ligt, ben ik binnenkort in overtreding. “Dit is echt ziek”, aldus het opgewonden Kamerlid over het bestaan van www.sesamstaat.nl zonder r, daarin natuurlijk gesteund door minister Rouvoet. “Je kind wil een tekening downloaden op Sesamstraat.nl, en hij zit opeens op een site waar hij nog lang niet aan toe is.”

Nou heb ik de godganse dag op www.sesamstaat.nl zitten doorklikken tot ik er blaren van op mijn vingers kreeg (niet veroorzaakt, o ranzige lezer, door overige activiteiten) en ik kan maar tot één conclusie komen, en dat is dat Mirjam Sterk gewoon zelf heel graag wil dat ze op sites komt waar ze nog lang niet aan toe is – want ik heb ze niet kunnen vinden.

Nog afgezien van de vraag of de kinderen van tegenwoordig nog wel blijer worden van Pino dan van porno is het zeer twijfelachtig of deze actie tegen tikfoutdomeinen educatief en pedagogisch wel zo verantwoord is. Wat wil de overheid doen? Alle mogelijke tikfoutdomeinen opeisen? En waar ligt dan de grens? Sesamstaat.nl OK, dat snap ik, maar ik las dat Sterk en Rouvoet zich ook druk maken over jeugjournaal.nl, nikkelodeon.nl en bobthebiulder.com – en die lijken niet eens op sesamstraat.nl!

En dan zijn we er nog niet, want dan moet er op al die domeinen natuurlijk nog een stichtelijke boodschap komen te staan, waarin wordt uitgelegd dat de bezoeker helaas een typfoutje heeft gemaakt, en dat dan liefst in zulke kekke filmpjes dat die sites straks nog populairder worden dan heel sesamstraat.nl.

Een regering die de verheffing van het volk ook maar enigszins in het vaandel zou hebben staan, zou zich realiseren dat een beleid waarin spelfouten aangemoedigd worden de totale ondergang inleidt. Kinderen moeten opgevoed worden om goed te leren spellen, en er is maar één manier om dat te realiseren, namelijk door domme fouten genadeloos af te straffen. Ik bedoel, hoe moeilijk is het? Laat ze maar lekker schrikken op sesamstaat.nl, en plaats er als het kan nog wat hippe filmpjes op van Midnight Meat Train op, zodat ze ‘s nachts nog eens terugdenken aan hun miserabele prestaties op spellingsgebied.

Als onze landbestuurders zich dan toch druk willen maken over de digitale presentatie van Sesamstraat, laten ze hun kind dan werkelijk eens een tekening downloaden. Dat gaat dan gepaard met teksten als Download file, print file en kleuren maar!

Of, als je het dan toch over tikfoutdomeinen hebt: dat het adres van de Stichting Dyslexie Fonds exact www.dyslexie.nl is, en niets anders, is natuurlijk pas echt misdadig.

En sesamstaat, dat is weer eens wat anders dan een bananenrepubliek.

Olympisch (2)

Wanneer Usain Bolt de 100 meter met twee vingers in de neus in 9.69 aflegt, kun je er wel gevoeglijk van uitgaan dat er geen mens op aarde is die dat sneller had gekund. Als, met de nadruk op het hypothetische karakter van dat woordje, als dus ik naar het snelwandelen zit te kijken, ben ik daar veel minder van overtuigd. Sterker nog, ik denk dat Usain Bolt geblinddoekt en met een loden bal om zijn beide enkels nog zou winnen, als hij zich maar zou verlagen tot de beoefening van de snelwandelsport.

Dat doet natuurlijk geen weldenkend mens. Het niveau van de sport ligt op zo’n bedroevend niveau dat alle deelnemers strompelend over de eindstreep komen, als ze die al halen. En dat heeft heus niets te maken met de vermeende zwaarte van de inspanning (ja, waarom ook 50 kilometer als 100 meter ook kan, dat kun je je inderdaad afvragen), maar alles met het feit dat de deelnemers geen van allen fatsoenlijk zijn voorbereid. Of heeft u in het Vondelpark soms wel eens een snelwandelaar zien trainen?

Er zijn overigens nog treuriger types dan de snelwandelaars, en dat zijn de scheidsrechters bij het snelwandelen. Die staan de godganse dag naar de grond te turen om te controleren of er niet toevallig één deelnemer is die midden in het peloton met twee voetjes van de vloer gaat – om zich na het constateren van deze doodzonde een weg door het deelnemersveld te banen om de delinquent een geel bordje voor te houden. Het zal je werk maar zijn.

Tsja, er worden ons deze weken nogal wat inferieure disciplines door de strot geduwd. En ik ga hier in de familiegelederen geen vrienden mee maken, maar ik reken het badminton hier ook toe.

Badminton, dat doe je op de camping met ome Piet die nog wel een setje in zijn caravan heeft liggen, door zijn vader gewonnen bij de bingo in 1960. Ome Piet kan er natuurlijk geen pepernoot van. Als de shuttle hem ter hoogte van zijn knie bereikt, probeert hij nog bovenhands terug te slaan. En omdat hij er niks van kan, word jij opgescheept met het racket waarvan het uiteinde van het tape heeft losgelaten, wat niet alleen heel onhandig vasthouden is, maar waardoor ook nog eens het zweet van de vader van ome Piet uit 1960 rechtstreeks je handen in loopt. Buiten is het druilerig weer, hoe kan het ook anders, want anders was je natuurlijk ook nooit gaan badmintonnen. Een veer blijft steken in je racket. Je verstuikt je enkel over een uitstekende boomwortel. Het spel eindigt wanneer ome Piet met een onbeholpen slag de shuttle tussen twee takken hoog in de boom heeft doen belanden.

Badminton. Of, zoals de beoefenaars ervan plegen te zeggen: een bed mínten. Als ik het op tv zie, denk ik ook wel eens dat die sporters doen alsof ze op de camping staan. Zo lang mogelijk overslaan, dat lijkt het devies, want zelfs Stevie Wonder ziet van 10 kilometer afstand dat negen van de tien slagen uit zouden gaan. En dat gaat dan eindeloos zo door, want in die hal staan natuurlijk geen bomen. Vreselijk.

Ach ja, het had erger kunnen zijn. Stel je toch eens voor dat het fenomeen ‘balsport’ niet had bestaan en we in een omgekeerde wereld alles met shuttles zouden doen. Hoe zou de wereld er dan uitzien, als Cristiano Ronaldo iedere week achter een verzwaarde baal kippenveren zou moeten aanrennen?