Pies

Terwijl mijn blaas op springen stond attendeerde een oplettende lezeres mij erop dat ik binnen een week zowel over zweet als over poep had geschreven, en dat het dus welhaast niet anders kon of een verhandeling over de diepere finesses van het urineren was aanstaande.

Nu zijn de talloze fijnzinnige facetten van het mannelijke plasplezier waarschijnlijk lastig uit te leggen aan een vrouw, maar feit is dat het een populaire bezigheid betreft, zeker in cafés, en het lijkt erop dat marketeers dit goudgele mijntje nu eindelijk ook ontdekt hebben.

Zo werd ik in café De Beiaard op het Spui in Amsterdam laatst op het toilet geconfronteerd met een genarrowcaste reclame voor Rabo SMS Betalen, waarmee je heel makkelijk, via sms (zonder hoofdletters dus), je vrienden terug kan betalen als je weer eens geen geld bij je hebt. OK, denk ik dan, handige plek om te adverteren, maar de slogan was niet zo gelukkig gekozen: “Met Rabo SMS Betalen deel je de pot”.

Toilet, pot, de pot delen: eureka, woordspeling, klaar, moet de bedenker hiervan gedacht hebben. Maar sorry hoor: als ik net Willem-Alexanders favoriete bezigheid aan het uitoefenen ben, is het delen van de pot wel het allerlaatste waar ik behoefte aan heb. Of bedoelen ze soms dat je met je hele vriendengroep op stap mag met Fatima Moreira de Melo, die dan vervolgens lesbisch blijkt te zijn?

In het etablissement waar ik op de storende omissie in mijn oeuvre werd gewezen, hadden ze het over een hele andere boeg gegooid. Hier geen reclame, maar des te meer aandacht voor de ultieme plassensatie, middels hangpotten van een metaalachtig materiaal dat hinderlijk gekletter tot een minimum leek te beperken. Het ledigen der blaas bleek er een grandioze ervaring, die passend werd afgesloten door een automatisch spoelmechanisme dat actief werd op het moment dat de laatste druppel geloosd was.

Nu heb ik het normaal gesproken niet zo op snufjes die onzindelijkheid als uitgangspunt hebben, zoals ook die richtvliegen en die richtduitsevlaggen die ervoor moeten zorgen dat je niet naast de pot pist. De veronderstelling alleen al dat ik niet zou kunnen richten of te bedonderd ben om door te trekken! Edoch, in het onderhavige geval sloot de automatische spoeling zo perfect aan op de urineerhandeling dat ik er niet over durfde te klagen.

Maar toen.

U weet hoe dat gaat als er behoorlijk wat bier wordt getak-tak-tak-tankinkt: dan moet je niet alleen vaker, maar ook langer per keer. En zo gebeurde het dat ik even later het metaal van dezelfde bak met mijn straal aan het teisteren was toen er halverwege ineens werd doorgetrokken TERWIJL IK NOG BEZIG WAS! Ik schrok me uiteraard een ongeluk en zal u de taferelen die zich vervolgens afspeelden besparen, uit angst dat de kosten voor het overwerk van de schoonmaakploeg alsnog op mij verhaald zullen worden.

Maar niks geen sensor dus die het einde van de plasbeurt detecteert; gewoon hopsakee na dertig seconden spoelen geblazen! En nu geef ik u op een briefje: nog geen week nadat de rokers op de knieën zijn gedwongen is de jacht op de drinkebroeders geopend. Het gaat nu nog subtiel met een indirecte hint, maar hoe lang zal het duren voordat er van die borden verschijnen met ‘U drinkt te veel’, zoals je die ook wel langs de weg ziet met ‘U rijdt te snel’?

Of natuurlijk ‘U plast te langzaam’, want ik word ook een jaartje ouder. Morgen om precies te zijn. En dan ben ik echt te oud voor dit soort onderwerpen hoor.

Tankink

Als je me dan tóch vraagt om één positief aspect aan de Tour de France te noemen, dan kom ik al snel uit bij de manier waarop Dione de Graaff de naam van Bram Tankink uitspreekt. Nu heeft Bram ook een achternaam die erom smeekt om met veel gevoel uitgesproken te worden, en ik stel me dan ook voor dat Dione, die ik verdenk van een Gilles de la Tourette-verleden, vlak voor de uitzending alvast haar tong en verhemelte teistert met een welgemeend takke-takke-takke-kut-kut-tankink!, tijdens de tune van Studio Sport vrolijk dooroefent (tudele duu-duu-duu tudelulele ták-ták-Tang-Kink!) en dan zodra ze in beeld verschijnt direct met de deur in huis valt, want is het u ook opgevallen dat die sportjournaals tegenwoordig niet meer beginnen met een vriendelijk ‘Goedenavond, dames en heren’, maar dat komt natuurlijk doordat Dione niet kan wachten: ‘Bram Tankink is in de vijfde etappe van de Tour de France…’ – en de rest hoor ik al niet eens meer.

Als er nog eens een accent wordt uitgevonden om extra nadruk op de t en de k mee aan te geven, dan moet dat wat mij betreft naar links wijzen: een accent Graaff.

Afgezien van deze onmiskenbare meerwaarde vraag ik me wel eens af waarom Bram Tankink ieder jaar weer op de fiets klautert voor die letterlijk en figuurlijk, als u begrijpt wat ik bedoel, gigantische trip door Frankrijk. Bram wint nooit een etappe, Bram kan niet tijdrijden, Bram zit altijd in de bus want Bram kan ook al niet klimmen – ik betwijfel of Bram überhaupt wel kan fietsen. Het enige waar Bram goed in is, is knecht zijn: Bram is een waterdrager, wat in de wielrennerij ook wel een eufemisme is voor een drugskoerier.

Gelukkig maakt Dione een hoop goed, en misschien wordt Bram wel ieder jaar die Tour ingestuurd opdat Dione weer een paar keer ‘Bram Tankink’ kan zeggen.

Het leukste zou nu eigenlijk zijn als Dione dit stukje zou lezen, of dat iemand die haar kent het haar even doorstuurt, zodat ze het de volgende keer in een live-uitzending uitproest als Bram weer iets vermeldenswaardigs heeft gepresteerd – het liefst natuurlijk als Bram Tankink *proest* een ravijn in is gereden.

Maar wat ik eigenlijk via een omweggetje wilde zeggen, is dat ik er verder niet zo gek veel aan vind, aan die Tour.

Argwaan

Die hele bevrijding van Ingrid Betancourt kan natuurlijk linea recta de klassieke mythologie in. Geen schot gelost maar een sluwe list bedacht die gebruikmaakt van de domheid van de tegenstander: zo deden die Grieken dat ook altijd. Als die guerrilla’s in de bossen van Colombia ook maar enigszins klassiek geschoold waren geweest, hadden ze vast wel eens van het Paard van Troje gehoord, en waren ze die witgeverfde helikopter wel met wat meer argwaan tegemoet getreden.

Op mij komt het hele scenario anno 2008 nogal amateuristisch en achterhaald over. Als je bijvoorbeeld een witte helikopter nodig hebt, waarom zou je dan een zwarte kopen die je wit moet schilderen als je ook gewoon meteen een witte kunt nemen? Maar vooral de wijze waarop contact gelegd zou zijn met de rebellenleiders, van wie er een nota bene Cesar wordt genoemd, is natuurlijk zeer onwaarschijnlijk.

“Yo Cesar! Che hier!”
“Che?”
“Ja, je weet wel, van die bevriende hulporganisatie!”
“Ik weet niet waar je het over hebt. Heb je wel het goede nummer?”
“Doe niet zo gek Cesar! Natuurlijk ken je me, we zijn beste vrienden! Heb je gesnoven of zo?”
“Ehh… nou, ehh…”
“Luister Cesar, we willen even langskomen met een helikopter en dan jullie gevangenen meenemen. Wanneer schikt het?”
“Gevangenen meenemen met een helikopter? Maar daar komt niks van in!”
“Maar hij is wit, die helikopter! We zijn bevriend, hoe vaak moet ik het nog zeggen?”
“O, nee, dan is het goed. Nou, donderdag bijvoorbeeld? Gezellig!”
“Mooi. En dan nog één ding Cesar: zodra jij die helikopter binnenstapt, moet je meteen je pistool inleveren, OK?”
“Tuurlijk, dat spreekt voor zich, we zijn bevriend uiteindelijk.”
“Zo mag ik het horen. Tot donderdag, Cesar.”
“Tot donderdag, Che.”

En dus geen enkele argwaan bij die arme Cesar, omdat er een witte helikopter in het spel is. En wij maar weer klagen als bij de eerstvolgende oorlog een VN-konvooi wordt gebombardeerd.

Prachtig woord is dat toch, argwaan. Het moment waarop je wordt overvallen door de meestal terechte waan van argh, wat een fout type heb ik hier tegenover me. De Belastingdienst gaat er nu ook gebruik van maken door inspecteurs op pad te sturen die zich door onderbuikgevoel laten leiden. Met andere woorden: uitkeringstrekkers met een te dikke Mercedes onder hun kont, of zelfs maar met een te dikke onderbuik (‘Heb jij geen honger? Je hebt toch een uitkering? Hoe kom je aan die pens dan? Nou?’) krijgen het zwaar te verduren de komende tijd, evenals mensen die Harry Mens heten.

Een fantastisch initiatief van de Belastingdienst; ik heb direct een open sollicitatie geschreven, want het lijkt me geweldig werk waar ik ook uitermate geschikt voor ben. Ik heb daar oog voor. Mocht u zelf iets te verbergen hebben en er staat op een gegeven moment een vreemde kerel voor de deur: de belastinginspecteur is te herkennen aan het verkeerde formulier dat hij altijd bij zich heeft.