Lekker puh!
Maandelijks archief: juli 2008
Blief jij TUC?
‘Weet je wat het is tegenwoordig,’ zei oma, ‘ze doen tegenwoordig net of je achterlijk bent. Laatst was hier een zuster en toen had ik van die pijnstillers, hoe heten die ook alweer…’
‘IBUPROFEN, OMA?’
‘Hè, wat zeg je?’
‘IBUPROFEN??’
‘Juist ja, paracetamol… en op een gegeven moment waren ze weg van mijn nachtkastje, dus ik zeg tegen die zuster Zuster, kunt u misschien in die kast kijken of de paracetamol daar misschien ligt, dus die zuster kijkt en die zegt Ja mevrouw, ze liggen hier op het tweede plankje, die zult u wel hier neergelegd hebben, ik zeg Nou ik weet wel wie die daar neergelegd heeft, dan hebt u zelf gedaan, Nee hoor, zei ze, dat heb ik niet gedaan, ik zeg Joh ik kan amper bij het eerste plankje, hoe kan ik het dan op het tweede plankje gelegd hebben… ja, ze doen net of je gek bent hoor, maar kan ik er wat aan doen dat ik nog bij mijn koppie ben… zeg, blief jij TUC?
Blief jij TUC. Ik geloof niet dat die vraag mij in de 31 jaar dat ik op deze aardkloot rondloop ooit is gesteld. Terwijl ik me nog afvraag hoe oma (97), die werkelijk stekeblind is, überhaupt weet dat haar kastje twee plankjes heeft, ratelt ze alweer verder:
‘Laatst ook, een maand of acht geleden, komt er een zuster binnen met een doosje pillen, ik zeg Wat zijn dat voor pillen, ze zegt Dat zijn kalktabletten met vitamine D, ik zeg Kalktabletten, waarom moet ik kalktabletten, ze zegt Dat heeft de chirurg voorgeschreven, ik zeg Welverdorie, ik ben helemaal niet bij de chirurg geweest, Jawel mevrouw, zegt ze, ze zegt Dat zult u dan wel vergeten zijn, ik zeg Voor de drommel niet! Ja want zo gaat het hoor, ze doen gewoon of je het vergeten bent, ik zeg Voor de drommel niet! Ik ben helemaal niet bij de chirurg geweest, welke chirurg was dat dan volgens u? En welke chirurg houdt zich nou bezig met kalktabletten, dat is toch idioot, nee hoor, ik hoef die dingen niet. Nou en toen hoefde ik ze niet te nemen, maar er zullen hier best mensen zijn die dan niks zeggen en dan gewoon die dingen krijgen.’
Ik zei dat ik dat laatste graag geloofde.
Iets over vijven werd het avondeten gebracht, een ideaal moment om ertussenuit te knijpen.
‘Het eten? Nu al? Goh, wat was het ook weer vandaag? Een runderlapje geloof ik.’
‘Kijk eens mevrouw Zero, een lekker bordje spaghetti.’
‘O ja, spaghetti. Hè wat jammer zeg, dat ze nou zo vroeg komen. Nu is het net of ik jullie wegjaag met dat eten. Normaal komen ze pas om half zes.’
En daar zat omaatje dan weer alleen, gebogen over de hap spaghetti die ze niet kon zien, het pakje TUC onaangeroerd op tafel.
Vermomd
Radovan Karadzic is gearresteerd terwijl hij een witte baard droeg, lang haar voorzien van een energievoorzienend knotje had en onder een valse naam als behoorlijk alternatief geneesheer werkzaam was. Als arts zal hij zich ongetwijfeld uitermate beschaafd gedragen hebben, omdat het anders te veel in de gaten zou gaan lopen. Wie weet hoe verdrietig sommige van zijn patiënten nu zijn omdat hun behandeling door de vriendelijke Dragan Dabic vroegtijdig beëindigd is.
Intussen vraag je je af hoe Geert Wilders zich ooit zou vermommen, mocht het nodig zijn. Of welke langgezochte misdadiger achter de vermomming Geert Wilders schuilgaat natuurlijk.
Het bericht over Karadzic’ aanhouding stemde mij hoopvol. Niet omdat een oorlogsmisdadiger die al vijftien jaar werd gezocht nu eindelijk gepakt is, maar juist omdat hij er door een simpele vermomming in slaagde jarenlang uit handen van de politie te blijven en uiteindelijk zelfs gewoon met de bus naar zijn werk kon gaan. Daarmee bedoel ik natuurlijk niet dat alle criminelen wat mij betreft hun berechting mogen ontlopen. Het gaat me erom dat er ook aan het belangrijkste nieuws ter wereld verhalen kleven waarvan je zou kunnen denken: nou, driehonderd jaar geleden misschien, maar in 2008 toch zeker niet meer.
Guerrillastrijders in de regenwouden van Colombia die zich in de luren laten leggen door een witgeschilderde helikopter en zo Ingrid Betancourt laten bevrijden, Karadzic die met een gerust hart bus 73 pakt naar de alternatieve kliniek waar hij werkt en ja, toch ook de vrouw van wie halverwege de twintigste eeuw niet met zekerheid kan worden vastgesteld welk geslacht zij heeft: stuk voor stuk verhalen waarbij het nodige te fantaseren overblijft.
Ik had dokter Karadzic hierboven ook als een meedogenloze slager kunnen introduceren, en Foekje Dillema twee dagen terug als een brave huisvrouw. Feitelijk is het volslagen irrelevant. Het interesseert me werkelijk niet of Foekje een vrouw of een man was, of voor mijn part amorf of androgyn, en wie op mijn karakterisering van Karadzic als vriendelijke arts verontwaardigd reageert door te stellen dat ik wat al te makkelijk voorbijga aan ‘s mans misdaden tegen de menselijkheid, heeft er dan ook bar weinig van begrepen.
Ik verwonder mij slechts, en ben blij dat dat kan. Er komt misschien nog eens een tijd, als alles vanzelfsprekend is, dat we daar jaloers op terugkijken. Waarschijnlijk, gelukkig, niet.
Drie deurtjes
‘Stel nou eens’, zei de man met het triomfantelijke gezicht van een koele moordenaar die doet alsof hij zijn aanstaande slachtoffer nog enige hoop op overleven geeft maar die allang weet hoe deze scène gaat aflopen, ‘dat je in de finale van een spelshow staat en er zijn drie deurtjes, waar…’
‘Deurtje 1 natuurlijk!’, riep ik meteen, in de vaste overtuiging korte metten met dit ongetwijfeld stomme spelletje te maken. ‘Want de 1 is het eerste cijfer van mijn geboortedag én van mijn geboortejaar, en als ik vroeger bij gym als laatste werd gekozen moest ik altijd keepen en dan heb je ook altijd rugnummer 1.’
Ik weet niet veel van spelletjes op tv, maar ik weet wel dat je altijd een reden moet geven voor het getal dat je kiest. Als op het laatst het koffertje met de geboortedag van opa en dat met de sterfdag van de hond nog over zijn, wordt er een hulplijn ingeschakeld voor koortsachtig overleg.
‘Drie deurtjes dus. Achter een daarvan zit honderdduizend euro, en achter de andere twee een lege koffer. OK, dus jij zegt deurtje 1. Stel nu dat de presentator…’
‘Caroline Tensen?’
‘Voor mijn part.’
‘Gadver.’
‘Stel nu dat de presentator deurtje 3 opent, en daar zit een lege koffer achter. En stel dan dat je de gelegenheid krijgt om te switchen van deurtje, dus dat je ook voor deurtje 2 mag spelen. Wat moet je dan doen, switchen of niet?’
En nog steeds die triomfantelijke kop, die inmiddels wel enige argwaan begon te wekken.
‘Ik neem aan dat je ervan uitgaat dat ik liever die ton heb dan een lege koffer?’, vroeg ik, nooit verlegen om een kwinkslag uit onverwachte hoek. ‘Want ik ga wel binnenkort met vakantie.’
‘Van een ton kun je hele mooie koffers kopen.’ – nee, dat had ik zelf nog niet bedacht.
‘Nou, dan maakt het natuurlijk geen ene donder uit’, stelde ik vervolgens met de mij eigen overtuigingskracht, met een vanzelfsprekendheid die er normaal gesproken toe leidt dat de gesprekspartner wit wegtrekt en nederig zijn excuses aanbiedt voor het überhaupt stellen van zo’n domme vraag.
Maar de triomfantelijke tronie wist van geen wijken, integendeel.
‘Nee, dan kun je beter switchen, want dan is de kans veel groter dat je wint.’
Ik houd er niet van om in de maling genomen te worden, maar zoals Cruijff al zei: je gaat het pas zien als je het doorhebt. De vraag is dus of ik er wel van houd om u in de maling te nemen.
Foekje
Hendrik Dillema moet gedacht hebben dat zolang hij met zijn diepe bariton maar vaak genoeg ‘Ik heet Foekje’ zou zeggen, niemand zou kunnen bevroeden dat achter die gespierde harige torso met een bobbel in zijn broek een man zou kunnen schuilgaan. Als bij iemand al het geringste vermoeden zou rijzen, was daar altijd nog die naam. Foekje. Een man die zich Foekje noemt? Dat nooit.
Maar Hendrik had buiten de familie Blankers-Koen gerekend. Op instigatie van Fanny’s vader werd een seksetest voor vermeende atletes georganiseerd, waarvoor ook Foekje werd opgeroepen. Het schijnt een vernederende ervaring geweest te zijn, maar Foekje moest wel een paar weken op de uitslag wachten. Kortom, die is niet op het biljart gelegd of uit douchen gestuurd, want dan was het direct duidelijk geweest.
Het waren natuurlijk ook andere tijden, mensen.
Waar zou die schandalige seksetest dan uit bestaan hebben? Zouden ze haar hebben gevraagd wat buitenspel is en kon ze het glashelder uitleggen? Viel ze door de mand omdat ze prima kon kaartlezen en op de plek van bestemming aangekomen de auto vlekkeloos kon parkeren? Lieten ze haar een huis binnenwandelen en liep ze weliswaar direct naar de keuken, alleen niet naar het aanrecht maar naar de koelkast om een biertje te pakken?
We zullen het nooit weten, maar één ding weet ik wel: als ik er ooit van word beschuldigd dat ik een vrouw ben, dan heb ik, ehm, hoe zal ik dat eens zeggen, keihard en onomstotelijk bewijs om het tegendeel te bewijzen. Waarom heeft Foekje dan geen protest aangetekend en geroepen: “Jullie lullen maar wat! Ik pik dit niet!” – had ze meteen de lachers op haar hand gehad.
En zo heeft Foekje het mysterie mee zijn haar het graf in gedragen, vermoedelijk als maagd, want er is ook nooit een minnaar geweest die het bestbewaarde geheim van Burum heeft willen ontrafelen. Nooit is iemand op het idee gekomen om die broek eens naar beneden te trekken, zelfs postuum niet. Dat doen we wel met DNA, vonden ze bij de VPRO. Dat hebben we nu toch uitgevonden, dus laten we het maar eens gebruiken.
Een beetje omslachtig, als je het mij vraagt, en er is nu uitgekomen dat Foekje een vrouw was met xy-chromosomen. Ja, of een kerel met verdacht veel xx-chromosomen, denk ik dan. Hoe dan ook: ze ging er niet langzamer door lopen. Ik voorzie een gouden toekomst voor de embryoselectie.
Vierdaagse
Mensen klagen wel eens dat ik altijd zo negatief ben, dat ik nooit eens iets de hemel in zal prijzen. Misschien hebben zij een punt. Maar mensenlief, u kunt toch niet serieus van mij verwachten dat ik vol overgave de loftrompet ga steken over iets waar Fons de Poel dolenthousiast van wordt?
Begrijp me niet verkeerd: als je van wandelen houdt mag je van mij best een paar dagen lang door het betoverende Nederlandse landschap banjeren, maar ga nou niet doen alsof dat een prestatie is. Kinderen van 10 kunnen het, seniele bejaarden van 87 doen het al voor de zestigste keer en bierpenzen met de omtrek van een skippybal volbrengen hem: iedereen kan die Vierdaagse uitlopen, zoals iedereen zijn veters kan strikken en iedereen een boterham kan eten.
Blaren schijnen de grootste bedreiging voor een succesvolle Vierdaagse te zijn. Ik begrijp dat niet. Ik heb op mijn afgetrapte gympen al minstens drieduizend kilometer afgelegd en nooit ook maar een hint van blaarvorming ondervonden. Hooguit misschien helemaal in het begin, toen ze nog ingelopen moesten worden. Als organisatie zou ik dan ook zeggen: wie speciaal voor dit evenement nieuwe schoenen aanschaft, moet, jawel, maar op de blaren lopen.
Ik mag er natuurlijk geen grappen over maken, omdat er twee jaar geleden twee wandelaars in de hitte overleden. Hitte en wandelen, een dodelijke combinatie.
Ik zal die wandelaars eens wat vertellen. In Darfur is momenteel ook een wandelevenement gaande. Het programma is loodzwaar, en dan niet vier luizige daagjes achter elkaar met grote potten bier aan de finish in het vooruitzicht, maar uitzichtloos, continu of, in wandeltermen: doorlopend. De temperatuur schommelt er rond de 50 graden Celsius, maar het tempo ligt een stuk hoger dan in Nijmegen en omstreken – waarschijnlijk omdat de consequenties voor het niet op tijd afleggen van een etappe veel ernstiger zijn. Het aantal uitvallers is astronomisch, maar toch doen er steeds meer mensen mee aan deze Ontelbaardaagse. Maar dan komt het: de deelnemers leggen het gevaarlijke parcours met hun blote voeten in het brandende zand af, want schoeisel is er niet. Ze wegen gemiddeld een kilootje of 25, waarvan 18 kilo eelt onder de voeten.
Nu vraag ik u: heeft ooit iemand iets opgevangen over vluchtelingen die mekkeren over blaren op hun voeten? Is er een roep om VN-ingrijpen met Compeed-droppings? Nou dan.
Toch waren er na twee dagen Vierdaagse al ruim zestienhonderd uitvallers. Zijn dat dan allemaal jankebalken? Welnee, het zijn helden! Wat zou jij doen als je vier dagen in de buurt van een fanfarekorps zou moeten lopen waarvan de leden allemaal op zoek zijn naar de wielewaal? Ik zou op dag één al opgedudeljood zijn.
Kredietcrisis
Net zoals voor de Duitse taal miste ik op de middelbare school het Fingerspitzengefühl voor economie. Op mijn achtste verjaardag werd Live Aid gehouden, en het moet ongeveer toen geweest zijn dat ik bedacht dat het met persen van wat extra geld de armoede snel de wereld uit zou moeten zijn. Sindsdien ben ik nog nooit iemand tegengekomen die me echt goed heeft kunnen uitleggen waarom dat in al zijn eenvoud niet gewoon een briljant idee is.
Ja, wordt er dan gezegd, als er meer geld in omloop komt, wordt het minder waard en dan wordt alles duurder. Ik op mijn beurt denk dan: dat is maar net wat je met zijn allen afspreekt. Als Albert Heijn de prijs voor een bakje aardbeien gewoon op die alleszins schappelijke 3 euro 49 handhaaft (in de bonus, mind you) en er zijn meer mensen die dat kunnen betalen, is niet iedereen dan enorm blij? Die prijzen zullen toch niet vanzelf stijgen? Iemand moet het toch doen?
Daar lijkt de schoen te wringen, want kennelijk gaat het wel degelijk vanzelf. Ik ging er altijd van uit dat die hele geldhandel door ons mensen zelf bedacht is, maar in dezelfde woestijn in de Verenigde Staten waar ooit de atoombom werd getest, zetelt een geheim concilie van geldgoden die de wereldwijde economie bestieren. Op hun moderne Olympus, berg van geld, spelen ze met ons lot, de god van de olie, de god van de hypotheek, de god van de rente en natuurlijk de oppergod, Beurs, de god van de aandelenkoersen, en zijn vrouw Inphlatos.
Meestal zijn ze ons gunstig gezind, maar ze kunnen ook in toorn ontvlammen en dan bijvoorbeeld mensen veranderen in hongerige wolven. Wanneer de toorn der goden gewekt is, haasten de mensen zich tot het brengen van welhaast rituele offers. Meestal verkondigt de baas van de bank dan met veel aplomb dat hij de rente heeft verlaagd ‘om het vertrouwen in de economie te herstellen’. Ik weet niet hoe dat bij u zit, maar ik vertrouw het meestal voor geen cent als iemand zegt dat hij iets doet om vertrouwen te wekken. De goden echter zien dat het goed is en herstellen bij iedere renteverlaging opnieuw het consumentenvertrouwen.
Je vraagt je af waarom er überhaupt ooit problemen zijn als het echt zo makkelijk is om dit soort wetmatigheden in gang te zetten, maar zo eenvoudig schijnt het dan ook weer niet te zijn. Zo zijn deze week de twee grootste hypotheekverstrekkers van Amerika kopje onder gegaan. Ik zou een gat in de lucht springen als het bedrijf waar ik iedere maand honderden euro’s aan kwijt ben er ineens niet meer is, maar dat schijn ik ook al verkeerd te begrijpen. Het is een grote ramp waardoor de hele wereldeconomie kan instorten, behálve wanneer de Amerikaanse regering het komische duo Freddie Mac en Fannie Mae (aan zulke namen kunnen de oude Grieken nog een puntje zuigen) redt. En dat doen ze dan maar, schoorvoetend.
U begrijpt dat ik wel lichtelijk in paniek ben geraakt door de ontdekking dat de wereldeconomie als los zand aan elkaar hangt en afhankelijk is van de nukken van een stel naïeve opperwezens – we weten allemaal hoeveel ellende een gemiddelde god kan veroorzaken. Maar als ik de krant goed heb gelezen, moet ik daar niet te veel van laten merken, want dat is slecht voor de economie. Gaat u dus s.v.p. vertrouwelijk met deze informatie om.
