Luxe

U hebt op deze plek nog helemaal niets kunnen lezen over de affaire Gregorius N. Dat was met opzet, want het leek mij tamelijk overbodig om hier nog eens te herhalen wat iedereen al weet en waar iedereen het over eens is: de arrestatie is een grof schandaal, de overmacht aan politiemannen die Gregorius van het bed lichtte al helemaal, de man mag toch tekenen wat hij wil en het CDA is een christelijke partij.

Binnen de veilige muren van de familie zero besloot ik het maar eens over een andere boeg te gooien. ‘Wat vind jij nou van die hele Nekschot-affaire?’, wilde broerlief op een goed, of eigenlijk niet zo goed, maar dat terzijde, moment weten, doelend op het bovengenoemde mantra van verontwaardiging. (Mijn broer is een stuk minder genuanceerd en noemt verdachten zonder pardon bij hun achternaam.)

‘Ik vind het een luxeprobleem’, zei ik toen.

Nou, dat heb ik geweten. Ik ben nog net niet geëxcommuniceerd, maar hoe ik dat toch kon zeggen! Een luxeprobleem? Het was  hartstikke griezelig! Een zorgvuldig georkestreerde politieke actie: het begon allemaal met de aanvallen op satirische programma’s als Kopspijkers en Egoland, daarna kregen we naar aanleiding van de moord op Van Gogh die idiote oproep van Donner om dat dode godslasteringsartikel af te stoffen, toen kwamen de pogingen om Fitna op voorhand te verbieden, en nu wordt een cartoonist afgevoerd alsof het een terrorist is.

Tsja.

Allemaal waar, maar ik krijg zo langzamerhand een beetje dunne poep van dat vrijheid-van-meningsfundamentalisme. Nu heb ik zelf niet zo’n hoge pet op van Jan Peter Balkenende, maar als die man nou echt een systematische campagne tegen de vrijheid van meningsuiting zou voeren, zoals een middelmatige kinderboekenschrijfster laatst suggereerde, alsof we om haar mening hadden gevraagd, dan had hij in zes jaar toch wel wat meer resultaat kunnen boeken dan dat summiere lijstje hierboven?

In andere landen geeft men zo’n cartoonist gewoon een nekschot, of maakt men op zijn minst aan einde aan zijn anonimiteit. Dichter bij huis, men neme Italië, zorgt de premier voor een ijzeren greep op de media. Dat doet JP allemaal niet, en bovendien: al die acties die wel gepleegd zijn, vormen een patroon in die zin dat ze geen van alle het beoogde resultaat hebben bereikt – integendeel, iedereen heeft alleen maar een grotere bek gekregen, en iedere vorm van censuur lokt een extremere volgende uiting uit. Een heel gezond mechanisme, dunkt me.

Die hele arrestatie van Gregorius N. is natuurlijk een uitermate betreurenswaardig verhaal, maar het valt heus wel mee met dat griezelige. Onschuldige Zimbabwanen die in Zuid-Afrika in de hens gestoken worden omdat ze de banen en vrouwen van de autochtone bevolking zouden inpikken, dat is griezelig. Als we dat hier met onze Polen gaan doen, praten we verder.

Mark Rutte, die is trouwens ook griezelig. Die krijgt ingefluisterd dat hij zijn fractieruimte ter beschikking moet stellen aan gecensureerde kunstenaars omdat de VVD zich meer moet profileren als voorvechter van het vrije woord, in de strijd tegen Wilders en Verdonk. Natuurlijk heeft die man dan gelijk, maar gadverdarrie, de onoprechtheid spat werkelijk van de inkt in de krant.

Het probleem is vrij overzichtelijk: het CDA zit al tig jaar in de regering, en als we dit naar onze maatstaven zo griezelig vinden, dan moeten we daar maar een keer iets aan gaan doen.

Zweitausendundachteuropameisterschaftsmannschafts manager

In onze verderfelijke hedendaagse wereld waar alleen de kille cijfertjes nog tellen, is het hoog tijd voor een EK-pool die het menselijke aspect centraal stelt. Die EK-pool is Zweitausendundachteuropameisterschaftsmannschaftsmanager, de sequel van Zweitausendundsechsweltmeisterschaftsmannschaftsmanager, dat twee jaar geleden de beleving van het wereldkampioenschap voetbal in Duitsland voor menigeen grondig beïnvloedde.

Anders dan in andere pools hoeft u geen enkele uitslag te voorspellen, maar hoeft u slechts een elftal (Mannschaft, moet ik zeggen) samen te stellen en kunt u vervolgens drie weken achteroverleunen om te bekijken hoe uw sterrenensemble het ervan afbrengt. Wat zeg ik, achteroverleunen: u zit bij iedere wedstrijd aan de buis gekluisterd en heeft dan alleen oog voor die één of twee spelers uit uw Mannschaft; de andere twintig lopen er voor spek en bonen bij. Bidden zult u tot iedere scheidsrechter die door een grove charge van uw speler wordt getart om een kaart te trekken, hetgeen strafpunten zou betekenen. En lachen zult u door uw tranen heen wanneer Nederland wordt uitgeschakeld maar het uw Adrian Mutu was die het vonnis voltrok.

De regels zijn eenvoudig: stel uit ieder land één speler op, niet meer en niet minder, en kies daarnaast vier landen. Deze zestien spelers en vier landen bepalen uw score. Na de groepsfase worden de vijf reservespelers rücksichtslos naar huis gestuurd en resteert uw basiselftal, waarvan dan nog maximaal acht (en in het ergste geval nog maar drie) spelers in de strijd zijn.

Alle regels, de algemene voorwaarden en de puntentelling zijn te vinden op de speciale Zweitausendundachteuropameisterschaftsmannschaftsmanagerswebsite, waar u zich vanaf vrijdag 30 mei kunt inschrijven. De organisatie stelt het daarbij op prijs wanneer u uw Mannschaft een (liefst rammelend) Duitsige naam meegeeft.

Overigens is eeuwige roem het hoogst haalbare voor de trouwe lezers van iamzero.nl, maar een onvergetelijk toernooi is gegarandeerd. En uiteraard hoeft u als anonieme lezer uw ware naam niet prijs te geven; vult u bij Mannschaftskapitän gewoon de naam in waarmee u hier wel eens een reactie plaatst.

Val

Een week geleden dacht iemand dat hij niets anders meer kon doen dan van het dak springen van het gebouw waar ik mijn werkdagen doorbreng. Het is een hoog gebouw, en om echt op het dak te komen moet je nog flinke capriolen uithalen. Ik kan me dan ook weinig voorstellen bij iemand die denkt dat dat het enige is wat hij nog kan doen.

Uit een brandende Twin Tower waar je dreigt stikken, dat snap ik, maar vrijwillig van een gebouw in het drukke centrum van Amsterdam, dat gaat mijn verstand te boven.

Hij deed het toch, en hij deed het op het tijdstip dat ik meestal aan kom wandelen van het station. Was ik al gearriveerd, dan had ik vanuit het raam een prima uitzicht gehad op het gebeuren. Maar ik was er niet. Ik had een afspraak buiten de deur. Beginnersgeluk, denk ik dan maar.

Velen, dat wil zeggen meer dan nul mensen, waren er echter wel bij. Sommigen zagen het gebeuren, anderen waren getuige van de consternatie naderhand, en een enkeling schijnt zelfs bijna de val van de vliegende man op de vlucht gebroken te hebben omdat zij toevallig nietsvermoedend op de plek des onheils kwam aanfietsen.

Ik kan me nogmaals weinig voorstellen bij de gedachte dat zoiets het enige is wat je nog kunt doen.

Achteraf bleek het te gaan om iemand die enige bekendheid genoot. De Telegraaf wilde daarom van mij weten waarom hij uitgerekend dit gebouw had uitgekozen. Daar schijnt de Telegraaf volgens de journalistieke code helemaal niet over te mogen schrijven, en daarom onthulde ik maar niet dat het balkon op de eerste verdieping thuis waarschijnlijk niet hoog genoeg was geweest. Toen de journaliste zonder iets wijzer geworden te zijn ophing, wenste ze me sterkte. Dat vond ik vreemd.

Buiten was inmiddels een monumentje aan het ontstaan. Verdrietige mensen legden bloemen, foto’s en gedichten neer. Ik was nog steeds vooral boos en kon slechts met moeite accepteren dat die mensen recht hadden op hun verdriet, en pas nog later dat het natuurlijk onzin is om hun het verdriet te ontzeggen.

Inmiddels herinnert alleen nog een enkel verwelkt rozenblaadje aan het voorval. Iemand haalt dan op een gegeven moment zo’n bloemenperkje ook weer weg.

Loktiener

Na het daverende succes van de lokhoer zijn er in het afgelopen jaar allerhande soorten lokkertjes ingezet om mensen van dubieus allooi op heterdaad te kunnen betrappen. Of het nu ging om lokfietsen of lokwoningen, steeds kwam het er eigenlijk op neer dat de politie niet meer in staat is om boeven te vangen, en daarom maar een boobytrap gebruikt, wat in het kader van de lokhoer overigens best nog een leuke woordspeling is.

Er kwamen lokhomo’s, lokauto’s, lokvuilniszakken en zelfs lokoma’s – Ralph Inbar zou zich omdraaien in zijn graf als hij het had meegemaakt. Maar zoals dat gaat met taalhypes: op een goed moment plakt iedereen overal maar lokraak ‘lok’ voor, zonder dat men eigenlok nog begrijpt waar het voor staat.

Het meest schrijnende geval in dat verband is de hele betenhype van enkele jaren terug, naar aanleiding van het afschuwelijke woord ‘digibeet’, verzonnen door een of andere ongeletterde die dacht dat ‘analfabeet’ bestond uit een deel ‘beet’, wat Latijns (sic) was voor ‘ikke niet snappe’, en ‘analfa’, wat dan wel iets met lezen te maken zou hebben.

En nu wil de PvdA dus loktieners gaan inzetten om supermarkten te betrappen op de verkoop van alcohol aan jongeren. Dat lijkt me nou weer typisch zo’n voorstel van übermoraalridder* Jeroen Dijsselbloem, maar daar gaat het nu niet om: ze bedoelen hier natuurlijk helemaal geen loktieners, maar jaagtieners, waarschijnlijk ook nog van die wijsneuzerige kutkoters die direct met hun vingertje staan te wapperen als ze ook maar één druppel alcohol meekrijgen, terwijl de verkoper gewoon goed van vertrouwen was omdat hij al van tien kilometer afstand zag dat de kinders tot geen enkele probleemgroep behoren.

Als de PvdA had willen lokken, dan had de partij met lokbreezers moeten komen die al bijna over de datum waren, zodat de verleiding groot zou zijn om ze snel en dus ook maar aan jongeren onder de 16 te verkopen. Of nog beter: met lokbreezersletjes die in de winkel ronddartelen in een t-shirt met daarop de tekst ‘ik pijp 15-jarigen voor een breezer’.

Of is het de bedoeling dat de puber in kwestie in de hoek van de Gall & Gall op zijn uitgedroogde strotje gaat zitten wijzen, al ‘Dorst! Dorst!’ prevelend, waarna de verkoper niet anders kan dan het arme wicht iets te drinken aanbieden? Ja, dan is het wel een loktiener.

Loktieners… what’s next? Ik ben als de dood dat ik morgen op mijn werk beboet word omdat ik in de vijftien meter tussen mijn kamer en het koffieapparaat door een inpandig rood lokstoplicht loop.

* über… dat is ook zoiets wat men überhaupt veel te vaak gebruikt

Atsmania

Kan iemand mij in heldere bewoordingen uitleggen waarom vier maanden na dato mijn stukje Stop de AtsmaAanval! zich plotseling al dagenlang mag verheugen in internationale belangstelling vanuit onder andere Spanje, Jordanië, Vietnam, Tunesië en China? En dat allemaal zonder enige vermelding van een pagina waarvandaan wordt doorgeklikt, hetgeen suggereert dat half Zuid-Oost-Azië en de Mediterranee dit berichtje in de favorieten heeft staan.

Is er een nieuwe hackpoging op til, net nu ik me zo op mijn gemak voel in mijn nieuwe onderkomen?
Is het CDA niet langer gediend van mijn heidense opvattingen?
Is het een listige truc, compleet met afleidingsmanoeuvres, om mij mijzelf te laten afvragen waarom er eigenlijk geen trema staat op de e in ‘Vietnam’?

Roept de burgerplicht mij om Kamerlid Joop Atsma met het mes op de keel te dwingen om toch vooral weer eens een idioot wetsvoorstel in te dienen, omdat er anders doden zouden kunnen vallen?

De beste inzending wordt beloond met een nieuw logje. De slechtste hoogstwaarschijnlijk ook.

Respect

Je kunt er niet zekerder van zijn dat iemand je het liefst vierentwintig jaar lang (dat zijn zes EK’s) in een kelder onder zijn huis zou willen martelen, het daarbij opgevangen bloed zou kunnen drinken, je aansluitend aan het kruis zou willen nagelen en je tot slot met kruis en al achter het behang zou willen plakken, dan wanneer iemand zegt dat hij respect voor je heeft.

Toen Clarence Seedorf de bondscoach belde om zich af te melden voor het komende EK, was Marco van Basten er dan ook als de kippen bij om nog in hetzelfde telefoongesprek zijn respect voor Clarence te betuigen.

Hoe gáát zo’n gesprek in vredesnaam?

Clarence is op weg naar een modeshow in Milaan als hij probeert de bondscoach te bereiken op zijn speciale bondscoachnummer. Die ligt echter samen met John van ‘t Schip op het strand van Noordwijk te genieten van het mooie weer en de tactiek tegen de Italianen uit te stippelen. Op de bondscoachmobiel hebben ze een ringtone van een jankend kind geïnstalleerd voor wanneer Seedorf belt, dus afgezien van een luid lachsalvo wordt er niet op de oproep gereageerd. Pas als Clarence het met een ander toestel probeert, komt de verbinding tot stand.

“Met San Marco.”
“Hallo, met Clarence spreekt u.”
“Clarence?”
“Seedorf.”
“O, Clarence! Hoe gaat het met je! Lang niet gezien jongen! Dat is toch zeker wel een paar wedstrijden geleden! Wat is er?”
“Bondscoach, ik wilde u laten weten dat ik het EK aan me voorbij laat gaan.”
“O.”
“Ja, ik heb er lang over na moeten denken, maar uiteindel…”
“Dat was het?”
“Ja, dat was het.”
“…”
“…”
“Clarence?”
“Ja?”
“Eén ding Clarence: als mens heb ik respect voor je.”
“Ik als mens of u als mens?”
“Huh?”
“Heeft u als mens respect voor Clarence Seedorf, maar niet als bondscoach, of heeft u respect voor de mens Clarence Seedorf en niet voor de voetballer?”
“Hee Clarence, ik moet hangen, ik krijg net een wisselgesprek binnen van Boulahrouz. Later!”

Mijn eerste muis (een gastbijdrage)

Ik zit hier nu bijna een jaar en o o o, wat hebben ze een lol om me gehad. Mijn zieligheid was dan ook zo’n beetje de enige reden waarom ze me toen uit dat gezellige huis hebben gehaald waar ik tientallen vrienden had gemaakt.

‘Lief’ vonden ze het, hoe mijn achterste sinds de aanrijding scheef achter mijn lijvige lijf aanbungelt, waardoor ik de sprongkracht van een nijlpaard heb en ik ren, voor zover mogelijk, als een op hol geslagen tuinslang. Bulderen van het lachen deden ze, toen ze voor het eerst merkten dat ik geen ‘miauw’ kan zeggen maar alleen ‘mbauw’. Vertederd zijn ze als ze me weer eens een dag in de steek hebben gelaten en bij thuiskomst ontdekken dat het me zelfs niet is gelukt de tuin te verlaten als de tuintafel tegen het muurtje staat.

Ik zit hier nu bijna een jaar opgesloten, en ik kan u melden dat het als kat niet meevalt om een hondenleven te hebben.

Ach, zij gaat ook nog wel. Ik vlij mij graag tegen haar boezem, en ze borstelt van tijd tot tijd mijn haren; weliswaar tot vervelens toe, maar het komt mijn uiterlijk doorgaans wel ten goede.

Maar hij! Die arrogante kwast die zich zo graag mijn baas noemt maar op dat vlak hoegenaamd niets onderneemt! Die luiwammes die mij liever gedehydrateerd bij het grof vuil zet dan een bakje water voor me klaarzet! Hij is nota bene een weblogger en respecteert zichzelf als zodanig, maar volkomen ten onrechte, want hij heeft nog nooit een stukje aan me gewijd, behalve dan die badinerende introductie.

Ik zal ze wel krijgen. Mijn ochtendlijke mbauw-offensief, iedere dag iets eerder en iedere dag gepaard met iets meer decibellen, begint al de eerste vruchten van ergernis af te werpen. Maar het absolute hoogtepunt tot op heden was mijn eerste muis.

Uitgestrekt lag ik op de bank, mijn zegeningen te tellen of iets dergelijks, toen hij plotseling in mijn gezichtsveld verscheen en zich aandiende met een air van ‘hallo, ik ben er ook nog!’. Ja, sinds het heengaan van Wilbert laat de aandacht voor de muizenpopulatie te wensen over, en ik geef ruiterlijk toe dat ik dit exemplaar nooit had kunnen vangen als het niet zó mijn bek was ingewandeld.

Dit moet ik aan mijn zelfverklaarde baasje laten zien!, dacht ik onmiddellijk, en dus toog ik, niet gehinderd door het tijdstip in het holst van de nacht, richting slaapkamer, al mbauwend, want in tegenstelling tot miauwen kun je mbauwen ook met een muis in je bek.

Ik had al vlot zijn aandacht, maar het duurde even voor het gebruikelijke chagrijn op zijn gezicht plaatsmaakte voor angst. Kostelijk! ‘Huuuu, hij heeft een muis!’, schreeuwde hij uit richting het stug doorslapende bazinnetje. Onhandig bewoog hij zich om mij heen, opende de deur naar de tuin en ging me daarvandaan proberen te lokken. Ho maar dat hij me even optilde en met muis en al naar buiten gooide, de angsthaas.

Om hem de stuipen nog meer op het lijf te jagen wierp ik de muis nog enkele keren zonder veel aandacht door de huiskamer, maar hij zag er zo sneu uit, daar in zijn onderbroek in de tuin, dat ik uiteindelijk maar naar hem toeging. Als een speer verdween hij weer naar binnen, waar alle ramen en deuren prompt gesloten werden.

Het kattenluik kwam ik nog net door; de deur naar de slaapkamer was inmiddels helaas dicht. Ik heb de muis daarom maar op de gang opgepeuzeld. Ik had namelijk ergens gelezen dat hij niet zo hield van het geluid van vermalen muizenbotjes.

Mbauw.