Ziek

Ik dacht dat ik ziek was: terwijl uitwendig de koude rillingen me over het lijf liepen, werd inwendig (in de mond, om u gerust te stellen) de temperatuur vastgesteld op 39,43 graden Celsius.

(Vroeger stopte je een thermometer in je achterste en tuurde je je een kwartier lang scheel om te achterhalen tot hoe ver het kwik ongeveer gestegen was, met ‘ergens tussen de 35 en 40′ als meest nauwkeurige schatting; nu heeft men bedacht dat de koorts tot twee cijfers achter de komma moet worden uitgedrukt. Ik ben er in dit specifieke geval wel blij mee, anders had ik met slechts 39,4 kunnen pronken, maar nu weet ik dat het meer was, mensen. Ik was er veel erger aan toe dan 39,4.)

(Maar ik ken ook de keerzijde. Een dag later was het 38,98 en dat is dan niet eens 39 graden.)

(Enfin.)

Ik dacht dat ik ziek was omdat ik appelsap dronk en het lekker vond, terwijl voor de rest alles vies was, in plaats van andersom. Ik dacht dat ik ziek was omdat ik zestien keer hetzelfde inhoudsloze journaal bekeek, met zestien keer dezelfde verspreking van Rik van de Westelaken. Omdat ik vier dagen op een rij niet kon wegzappen van Omroep Max Geheugentrainer (OMG indeed), dat iedere dag werd afgesloten met een dijenkletser van een mop, die ik, o ziekte, helaas allemaal vergeten ben. Omdat ik ondanks de door Albert Heijn zorgvuldig georkestreerde massahypnose dagelijks om 15.00 uur oprecht genoot van de Smurfen.

Ik kon niet denken, ik kon niets doen. Niet lezen, niet schrijven; geen trek in bier, geen smaak voor koffie.

Kortom, ik dacht dat ík ziek was. Maar toen las ik van die meneer in Oostenrijk die zo graag vader én opa van dezelfde kinderen wilde zijn. Sindsdien doe ik maar gauw alsof ik aan de beterende hand ben. Vooralsnog met wisselend succes. Af en toe heb ik een terugval en lijkt het weer alsof ik aan het ijlen ben. En dan zie ik zomaar waanbeelden voor me van jongeren die een dode ree van een viaduct gooien.

Ik ben er nog niet helemaal.

Stoppen

Ik heb het altijd al een kleine sadist gevonden, dat miezerige kereltje op zijn roze wolk met pijl-en-boog van de Intertoys, dus het verbaast me met terugwerkende kracht helemaal niets dat Amor, over hem heb ik het natuurlijk, dat papzakje met zijn opgeplakte McDonald’s-vleugels, me uiteindelijk koppelde aan iemand die rookte én geen vlees at.

Dat heb ik weer.

Afgelopen week kondigde zij plotseling aan de minst hinderlijke van die twee gewoontes op te willen geven. Anders gezegd: zonder enige vorm van vooroverleg en geheel buiten mijn schuld om ben ik nu al een dag of zes gestopt met meeroken. Ik maak er geen punt van, want de kans is natuurlijk groot dat wanneer nu het reuk- en smaakvermogen langzaamaan terugkeert, de behoefte aan fatsoenlijk voedsel navenant zal toenemen.

Murw gebeukt door de jarenlange staatspropaganda over de schadelijke gevolgen van meeroken mocht ik bovendien reikhalzend uitkijken naar een enorme gezondheidsboost. In het begin zou ik dan wel het nodige slijm moeten ophoesten, en ook moest ik als notoir kettingmeeroker ernstig rekening houden met vervelende ontwenningverschijnselen, agressiviteit, angst en concentratieverlies, maar reeds twintig minuten na het stoppen zouden mijn bloeddruk en hartritme weer normaal zijn, en vervolgens zouden ook de luchtwegen zich allengs herstellen. Weldra zou ik weer bruisen van de energie.

Nou, ik kan u verzekeren: niets van dat al! Alleen de belofte van slapeloosheid werd gestand gedaan, maar dat had een hele andere oorzaak.

Aan de andere kant van het bed gaat het er namelijk een stuk heftiger aan toe. De stoppoging werd tactisch gepland vlak vóór een heftige griepaanval, waardoor de toch al welig tierende slijmfluimen (gemiddelde temperatuur rond de 39 graden Celsius) met dubbele kracht huize zero veroveren. Het kwaad heeft zich inmiddels zo diep in onze lichamen genesteld dat ik zelfs vrees dat ik mij een dezer dagen voor het eerst sinds 1624 moet ziekmelden.

Allemaal de schuld van de Stivoro-fascisten.

Mensen, begin er nooit mee, met stoppen. Wens ons sterkte.

Veertig

Als het aan de Partij voor de Arbeid ligt, moet een bedrijf zijn deuren in de toekomst sluiten als niet ten minste 40% van de topfuncties wordt bekleed door vrouwen. Je vraagt je bij het kennisnemen van dergelijke voorstellen af hoe dolend een partij kan worden.

Geert Wilders zou zo’n idee met verve kunnen lanceren, zijn pleidooi gelardeerd met krachttermen over een machtsbeluste kliek die elkaar baantjes toeschuift en vrouwen als minder dan varkens beschouwt, hooguit nuttig als potentiëntele maitresse. En bij voorkeur zou Geert natuurlijk niet pleiten voor meer participatie van vrouwen, maar eerder tegen het aandeel moslims of PvdA’ers. ‘De PVV zegt: meer dan 40% PvdA’ers in de top, deuren op slot.’

De volstrekte onhaalbaarheid van zo’n plan zal Geert niet deren, het gaat hem om het principe. Als hij 40 roept en 2 haalt, is hij een gelukkig man. Maar zo’n Mariëtte Hamer, die binnenkort de voorzitters- van Jacques Tichelaar overneemt, meent dit gewoon echt serieus (ook al waren de plannen vorig jaar nog over een veel langere termijn uitgesmeerd), en gaat zoiets dan ook nog op nationale secretaressedag verkondigen, met onherstelbare jeuk tot gevolg.

De PvdA had bij de laatste verkiezingen ook een kandidatenlijst van wel tachtig mensen waarin mannen en vrouwen steeds om en om stonden. Dat is een beetje hetzelfde als je klok stilzetten om ervoor te zorgen dat hij in ieder geval tweemaal per dag de juiste tijd aangeeft: heel correct maar je hebt er verder niks aan. In het Nederlands Elftal staan ook niet altijd vijf linkspoten en vijf rechtspoten (en een keeper) in het veld, en als het de opstelling ten goede komt om een keer een extra aanvaller in te zetten, dan zal het Gilde der Middenvelders daar hoogstwaarschijnlijk geen aanstoot aan nemen.

Ik voorzie dat het voorgenomen vrouwenquotum, een term overigens die afkomstig lijkt uit de veehouderij, de doodssteek betekent voor het fenomeen eenmansbedrijf, dat als het aan de PvdA ligt straks dus een exclusief voorrecht is voor de vrouw, en daarmee de facto omgedoopt kan worden tot eenvrouwsbedrijf. Tenzij er veel mannen zijn die voor minstens 40% vrouw zijn, maar of dat nu van die ondernemende types zijn, betwijfel ik.

Je zal straks maar 41,3% vrouwen in de top van je bedrijf hebben en er komt er eentje onder de tram. Ben je in overtreding! Of je heet Unilever en je komt ondanks verwoede pogingen niet verder dan 39,6%. Dan moeten er dus gedwongen ontslagen vallen, en sowieso: om dat percentage te halen zullen al die topmanagers die er nu zitten toch van hun plek moeten. Gaan die dan de wc’s schoonmaken, uiteraard met behoud van salaris? En gaan we dan daar weer over klagen?

En waarom eigenlijk 40%? Zijn vrouwen soms minder waard dan mannen? En waarom meer vrouwen, en niet meer allochtonen of meer vijftig-plussers? Of is dat de volgende stap, en wordt het vormen van een door de overheid goedgekeurde raad van commissarissen in de toekomst een ware legpuzzel?

Dat aantal van veertig is overigens wel fascinerend. Was het niet Peter R. de Vries die als voorwaarde voor zijn overstap naar de politiek stelde dat ten minste 40% van het volk hem een waardevolle aanvulling zou vinden? Legt Tonny Verdonk haar lat niet op ten minste veertig zetels? Kennelijk staat veertig symbool voor ‘veel’, en voor de ambitieuze politicus voor ‘genoeg’. Gelukkig voor ons komt men steeds niet in de buurt van de verwezenlijking van de ambitie.

Tibet

Het begrip ‘selectieve verontwaardiging’ is zo pleonastisch als witte sneeuw of groen gras. Onrecht is overal en altijd, en de tijd ontbeert ons simpelweg om ons overal druk om te maken.

Er moet bijvoorbeeld ook nog af en toe een stukje geschreven worden.

In 2008 geldt onze selectieve verontwaardiging Tibet. We weten niet helemaal wat er precies aan de hand is, iets met China en mensenrechten of zoiets, en we maken ons er nu druk om omdat de Olympische Spelen binnenkort in Peking gehouden worden. Je moet er maar opkomen.

Voor de goede orde: het Rode Leger viel Tibet al in 1950 binnen. We hebben er dus godbetert achtenvijftig jaar op moeten wachten voordat we in actie konden komen, omdat dat stomme IOC de Olympische Spelen niet eerder aan China gunde. Nog een geluk dat die eer niet aan Nederland te beurt viel, want hoe zouden de internationale reacties op Fitna dan geweest zijn?

Maar dat is gelukkig niet aan de orde: de Spelen zijn in China, China is fout en China is ver weg, kortom, ideale omstandigheden om het stoepje van ons geweten eens een flinke schoonmaakbeurt te geven. Dat begint dan natuurlijk met al dan niet geslaagde prominenten die zich ‘geheel belangeloos’ (uh huh) inzetten voor de goede zaak en bijvoorbeeld (tegen de zin van de dalai lama) oproepen tot een boycot van de Spelen of geld inzamelen, ook al zoiets waar je rechtgeaard boeddhist dolgelukkig mee maakt.

Ook de gewone burger stroopt de mouwen op en stapt bijvoorbeeld op de fiets voor Tibet. Fietsen: ik geloof niet dat er een plaats op deze wereld bestaat waar dat meer gedaan wordt dan in Peking. En een echte kerel stapt natuurlijk op de fiets in Tibet, waar de vlakste 100 meter een stijgingspercentage van 12,6% kennen, maar dat is te veel gevraagd: actievoeren moet wel een beetje leuk blijven, en liefst ook met een beetje mooi weer erbij. En na afloop gezellig met zijn allen naar de Chinees.

Natuurlijk heeft iedereen gelijk en is het goed dat er internationale aandacht voor het onderwerp komt, maar volgend jaar zijn we het weer compleet vergeten en gaan we, als het weer het tenminste toelaat, zwemmen voor een verkiezingsuitslag in Zimbabwe. Zo stuitend simplistisch en naïef is het westerse leunstoelactivisme wel. Over hypes gesproken.

Weet overigens ook voor wie u het doet. Die dalai lama is natuurlijk best een geschikte peer met zijn ontoombaar vredelievende inslag – en dan nemen we maar voor lief dat we het beestje, de lama dus, nooit bij de naam noemen, wat eigenlijk ronduit irritant is – maar wie dacht dat erfopvolging achterhaald was, kan nog een puntje zuigen aan de wijze waarop de dalai lama’s (lamae?) elkaar opvolgen:

Deze opvolging gebeurt niet, zoals bij de meeste andere leidersposities, door vererving of verkiezing, maar door wedergeboorte. Men gelooft dat elke Dalai Lama de wedergeboorte van de voorgaande Dalai Lama is. (Wikipedia)

Uh huh.

Jan

Als mensen wel eens aan mij vragen welke weblogs zij toch vooral moeten lezen, in de kennelijke veronderstelling dat ik er verstand van heb, wat ik dan maar als een compliment opvat, laat ik geen gelegenheid voorbijgaan om Stroomopwaarts te, ehh, hypen.

Stroomopwaarts is Jan, of beter eigenlijk jan, want zo reageert hij ook op iamzero.nl, en die kleine J past ook bij jan, want jan is een bescheiden man; een bescheiden man die schrijven kan. Zijn dagelijkse stukjes zijn puntig en gaaf, om niet te zeggen puntgaaf, wat al begint bij de titels, die, zoals dat hoort, zelden meer dan één woord omvatten. Mogelijk ontbeert stroomopwaarts het massale publiek dat het toekomt doordat de auteur al een stukje ouder is dan zijn meeste collega-loggers. De onmetelijke wijsheid die de gevorderde leeftijd klaarblijkelijk met zich meebrengt, zorgt ervoor dat jan, of zal ik maar weer gewoon Jan zeggen, zich anders dan, ahum, menig ander, nimmer laat verleiden tot een provocerende uitspraak, en dan kun je nog zo goed zijn: de mensen willen in deze tijden van polarisatie nu eenmaal sensatie. Wat dat betreft is het niet verwonderlijk dat Jan een PSV’er is: ook die club speelt goed op het saaie af, je hebt er geen hekel aan maar echt warm word je er ook niet van.

Ik dus wel van Jan. Bovendien lijkt Jan mij een geschikte vent om een potje bier mee te drinken, dus mocht het ooit tot een ontmoeting van zerolezers komen, een soort nulmeeting zeg maar, dan mag Jan zeker niet ontbreken.

Maar enkele weken geleden, rond Pasen, verscheen op stroomopwaarts ineens een bericht getiteld Zomaar weg. Twee woorden, niets voor Jan. Het stukje was ook vetgedrukt, en het ging over Jan, in de verleden tijd. “Hij was geen groot prater, maar elke zin was raak”, stond er bijvoorbeeld. En nu was Jan zomaar weg.

Het bericht maakte me verdrietig. Ik had Jan nooit ontmoet, maar kwam toch vaak bij hem over de vloer. Het was een nieuw soort verdriet waar we ongetwijfeld vaker mee te maken gaan krijgen. Er bestaan ontelbaar meer doden dan levenden, en dat zal op internet binnenkort niet anders zijn. Sterker nog: een immens kerkhof, waarop niets hoeft te vergaan en alles kan blijven bestaan, is in de maak.

Dit soort overdenksels hielden mij nog altijd bezig toen alweer de volgende stukjes op stroomopwaarts verschenen. Het was onmiskenbaar Jan. Het eerdere stukje ging over een andere Jan. Dat maakt het verdriet om een overledene niet minder, maar ik haalde toch opgelucht adem.

Gisteren schreef ik een stukje getiteld Hype. Het was geen goed stukje, ik was moe en had er eigenlijk geen puf voor. Dat komt vaker voor, en soms, heel soms, gebeurt het dan dat Jan een stukje schrijft, of op dat moment al geschreven heeft, over het onderwerp dat ik in gedachten had. Ik heb wel eens een stukje niet geschreven omdat Jan het al beter had gedaan.

Vandaag schreef Jan een stukje getiteld Hypes. Het ging over hetzelfde onderwerp: Tjeenk Willink die klaagt dat de Tweede Kamer zich te veel door hypes laat leiden. Ik schreef: “Vroeger, toen Tjeenk nog een Hermannetje was, hadden de politici, en nog eerder de kerkvaders, dat allemaal onder controle en konden zij bepalen wat de mensen zoal bezighield.” Jan schreef: “Er was een tijd, jongens en meisjes, dat de overheid en de kerk bepaalden wat goed voor ons was.”

Zijn er nog psychologen in de zaal?

Hype

Volgens vice-voorzitter Tjeenk Willink van de Raad van State laat de Tweede Kamer veel grote maatschappelijke problemen liggen en houdt men zich te veel bezig met hypes.

Het schijnt dat de Partij voor de Dieren haar ontelbare kamervragen inmiddels per sms stelt, met teksten als ‘kan de mini* ff op papier zz wat ze m@ die w@ wil? grtz M’. Minister Donner, tegenwoordig gekleed in zo’n homoësk sjaaltje (waarom lopen ijdele mannen tegenwoordig BINNEN met een sjaal om, ook al vallen de mussen dood van het dak?) kon geen knopen doorhakken over het ontslagrecht omdat hij De Da Vinci Code nog moest lezen, en toen het Fitna-debat vorige week gestaakt moest worden omdat Balkenende net een nieuw record op zijn Wii bij elkaar aan het tennissen was, liep er in huize Tjeenk Willink een emmer over.

Volgens hem staan er nu te vaak dingen op de agenda die de aandacht eigenlijk niet waard zijn – waarvan akte, denk ik dan.

Maar wat nu eens als de Kamer zich niet met hypes zou bezighouden? Als men zou zeggen: ach, dat hele Tibet-verhaal waar tegenwoordig iedereen zo zijn mond over vol heeft, daar doen wij gewoon niet aan mee? En van al die reclamespotjes waarin aandacht wordt gevraagd voor het klimaat, daar zijn wij behalve groen nu vooral ook zo geel van geworden dat we ons er verder niet mee wensen te bemoeien?

Wat er dan zou gebeuren, is met een beetje geluk dat die onderwerpen geen hype meer worden. Waarschijnlijker is echter dat we in de 21e eeuw leven (misschien heeft ome Tjeenk een internethype of drie gemist), dat de dingen buiten onze macht om van zichzelf al een hype worden, en onze kamerleden door weer een andere mediahype gedwongen zijn zo nu en dan acte de présence te geven op de beeldbuis, waar ze onherroepelijk gevraagd worden naar een waardeloze mening over allerlei dito onderwerpen, zodoende ongewild bijdragend aan de vergroting van de hype.

Vroeger, toen Tjeenk nog een Tjeenkje Hermannetje was, hadden de politici, en nog eerder de kerkvaders, dat allemaal onder controle en konden zij bepalen wat de mensen zoal bezighield. Natuurlijk kun je nu met enig recht stellen dat onze volksvertegenwoordigers lang niet altijd de juiste prioriteit stellen, maar zeg nu zelf: gebeurt dat bij u op de werkvloer dan wel?

Tjeenk Willink bedoelt niets anders te zeggen dan dat vroeger alles beter was, maar ja, dat mag dan zo zijn, vroeger was het ook al zo.

Ik houd het er voorlopig op dat ik vind dat de Kamer zich te veel bezighoudt met Hyves. Maar dat is al snel het geval.