Hinderlijk

Nu de politie de strijd om meer centjes definitief lijkt te hebben verloren – van een vrouw nog wel – kunnen we de bijnaam ‘de sterke arm’ wel gevoeglijk vervangen door ‘de slappe lul’. We weten allemaal dat een minister bij wie een glazen plafond ernstig tegen haar hersenpannetje drukt niet zo snel geneigd zal zijn om zonder meer extra geld op tafel te leggen, dus dan moet je met meer aankomen dan alleen maar praten, praten, praten en een beetje staken. Gooi zo’n mens in het cachot en zet haar op water en brood, ik bedoel: wie is hier nu de politie?

Deze week zou er dan toch eindelijk iets gaan gebeuren op het actiefront: oom agent ging ‘het verkeer hinderen’.

En ik vind ze normaal al zo irritant! Nu rijd ik zelf geen auto, maar het schijnt zo te zijn dat ze je in het holst van de nacht, als je snel naar huis wilt, in een fuik laten rijden, en als je dan al niet met je dronken kop alle pylonnetjes omver hebt gereden, moet je ook nog eens in een of ander apparaat blazen om te kijken of je niet uit je bek stinkt. Of als je een drukke winkelstraat op je fiets binnenrijdt en terwijl je al bezig bent met afstappen in je ooghoeken twee van die agentjes ontwaart die op hun mountainbikes in volle sprint door diezelfde drukke winkelstraat op je af komen racen zodat ze nog net voordat je ook je tweede voet van het pedaal hebt gehaald kunnen vragen waar of dat we soms mee bezig zijn en wat of dat er niet gebeuren zou als al die mensen hier zouden gaan fietsen.

(En die dan in staat zijn je een bekeuring te geven als je ze opdraagt om boeven te gaan vangen, wat hun baas die ochtend kennelijk in de dagbespreking vergeten is te vermelden.)

Als bovenstaande binnen de categorie ‘ongehinderde verkeersdeelname’ zou vallen, was ik wel eens benieuwd wat de politie dan wel onder verkeershinder zou verstaan, zeker nadat ik ergens had gelezen dat de agenten bij het etaleren van hun hinderingskunsten hun fantasie van de bonden vrijwel zonder enig voorbehoud mochten botvieren op de arme burger.

Die gaan bij het weeralarm de vangrails van de Afsluitdijk onklaar maken, dacht ik. Of ze laten alle stoplichten de hele dag op rood staan (of juist op groen). Straks steken ze me een gummiknuppel tussen mijn spaken, of gaan ze met scherp schieten op mijn achterwiel (nee, ze zullen je voorwiel kiezen, die is zo geplakt).

Ik zag voor me hoe ik door een strenge agente in de boeien werd geslagen en vervolgens met mijn handen werd vastgeketend aan mijn stuur, waarna ik altijd rechtdoor moest blijven fietsen omdat ik bij het afslaan mijn arm niet meer zou kunnen uitsteken.

En ik bedacht ten slotte dat het het Nederlandse volk enorm blij mocht zijn dat ik niet bij de politie werkte.

Hoe dan ook: ik was op alles voorbereid. En wat doen ze? Ze blazen de hele boel af.

Uitermate hinderlijk.

Fiets (2)

Er wordt wel eens gesteld dat de dreiging sterker is dan de uitvoering, en het is zeer te hopen dat men daar in fundamentalistische kringen goed van doordrongen is.

Ook mijn dreigement viel vandaag een beetje in het water, waardoor de ongetwijfeld talrijke begroetingen aan mijn adres al waren weggespoeld voordat ik goed en wel met de camera in de aanslag stond.

Niettemin presenteer ik u met gepaste trots de nieuwe huisstijl van de reinigingspolitie: (klik voor groter)

En ja, best treurig dat ik deze beknopte mededeling niet goed heb kunnen onthouden. Het blijkt gewoon een oproep om de reinigingspolitie nu alsjeblieft eens te verwijderen!

Fiets

Halverwege de Zeedijk staan een paar fietsen – dat wil zeggen: de hele Zeedijk staat vol met fietsen, maar halverwege staan er een paar die mij al wekenlang in hun greep houden. Op de zadels is namelijk een briefje geplakt met daarop de tekst Verwijderen svp Reinigingspolitie.

Op zich is het al opmerkelijk genoeg dat de fietsen zo lang hebben overleefd. Behalve het gevaar van de fietsendieven (ben ik door dit stukje nu verantwoordelijk voor een eventuele diefstal, Maxime?) zijn er de middenstanders van de Zeedijk, die ik met enige regelmaat ‘s ochtends bij het openen van de zaak een fiets die de ingang belemmert zie verplaatsen naar de collega één portiek verder, die dan ongetwijfeld hetzelfde doet, wie wil er nu geen vrije doortocht naar zijn winkel, en eigenlijk is het dus een godswonder dat er halverwege de Zeedijk überhaupt nog fietsen staan, en niet alleen aan het begin en het eind.

Maar dan dat briefje. Iedere dag kijk ik vertwijfeld in het rond van welke gevel of stoeptegel het reinigen onmogelijk wordt gemaakt door de aanwezigheid van de fietsen, maar afgezien van de enigszins aan het zicht onttrokken amsterdammertjes waar de fietsen tegenaan leunen, lijkt niets in aanmerking te komen. Maar wat het ook kan zijn: waarom verplaatsen de ongetwijfeld respect afdwingende heerschappen van de reinigingspolitie de fietsen niet óók gewoon tijdelijk, om ze weer terug te zetten nadat ze hun grootste reinigingsaandrang hebben gelenigd door deze te botvieren op het beoogde object van onreinheid? Daar zouden de eigenaars, die hun tweewieler nu al wekenlang hebben afgezworen, toch moeilijk bezwaar tegen maken? Zou de reinigingspolitie deze bevoegdheid soms niet hebben?

Ik moet eerlijk zeggen dat ik enigszins op het verkeerde been gezet ben door het amateuristisch ogende briefje: een simpel vierkant wit blaadje op dat onmogelijke formaat van blocnotes waar dan aan de zijkant het logo van de sponsor zichtbaar is als er nog bijna geen blaadjes uit zijn gescheurd, wat gelet op de eerder gememoreerde onmogelijkheid van het formaat ook zelden gebeurt, waardoor het sponsorlogo altijd zichtbaar blijft, ook daar zal wel over nagedacht zijn: hoe geef ik een relatiegeschenk dat sympathiek overkomt maar waar niemand vervolgens gebruik van maakt zodat de naam van mijn bedrijf zichtbaar blijft, nou, zo’n papiertje dus, en dan met rode (dat wel) pen daarop geschreven Verwijderen svp Reinigingspolitie, en vervolgens simpelweg vastgetapet met plakband op een manier waarvan je denkt dat het bij de eerste de beste regenbui los zal laten, maar die inmiddels dus reeds drie strenge winterweken standhoudt.

Ik denk dan eerder aan een nieuw SBS-programma naast die geweldige kerel van de Smaakpolitie (“je had bijna het keurmerk, maar nu zie ik hier een kruimel op je aanrecht, en dat kan natuurlijk niet”) en die Karla Peijs en zus van de Schoonmaakpolitie dan aan een officieel onderdeel van stadsdeel Amsterdam Centrum. De reinigingspolitie blijkt hier helemaal niks te willen reinigen, maar ziet de betreffende fietsen, om overigens onbegrijpelijke en ook niet nader beargumenteerde redenen, aan voor achtergelaten fietswrakken. Welnu, dat valt reuze mee en past mijns inziens ook niet in het beleid van de reinigingspolitie: “In principe is het stadsdeel zeer tolerant naar het parkeren van (brom)fietsen toe.”

Geweldig proza. Zo ook: “Voor het beantwoorden van de vraag of het rijtuig op rendabele wijze weer in rijtechnisch voldoende staat van onderhoud te brengen is, wordt uitgegaan van de dagwaarde van het rijtuig.”

Hoe dan ook, ook met deze nieuwe wetenschap blijven de fietsen mijn gemoederen dus bezighouden. Waarom heeft de reinigingspolitie niet gewoon eigen briefjes met voorbedrukt logo en de tekst Verplaatsen (sympathieker dan verwijderen) s.v.p.? Iedere debiel kan nu zo’n briefje op een willekeurige fiets plakken – best een leuk idee trouwens. En wanneer gaat de reinigingspolitie eigenlijk tot actie over? Wanneer is het geduld op en worden de fietsen (‘desnoods met geweld’) verwijderd?

Mijn werk begint er inmiddels onder te lijden. Collega’s suggereren een andere route en beweren daarbij met een stalen gezicht dat die nog sneller is ook. Kortom, de fietsen moeten weg, óf de briefjes, en een beetje snel graag. Daarom hierbij het dreigement dat ik ze maandagochtend rond 9.15 uur op de foto zal zetten; dan weet ik tenminste zeker dat ze weg zijn.

Mochten ze er nog staan en je bent toevallig in de buurt: zet er even een persoonlijke groet aan de grote nul op.

School

Maxime Verhagen voor de klas: ik kan zo snel geen beter pleidooi voor hogere lerarensalarissen bedenken. Te vrezen valt dan ook dat zijn klasje van dertig ambassadeurs uit islamitische landen, wier resultaten bij de Cito-toets reeds als erbarmelijk bestempeld moeten worden, straks ook bij het eindexamen genadeloos door het ijs zal zakken.

Het rekenen ging nog aardig, althans, nadat Verhagen nederig zijn excuses had aangeboden voor de rekensom ‘Hoeveel is 3 varkens plus 2 varkens?’, en ook de anatomie van de geit werd feilloos blootgelegd. Op het onderdeel staatsinrichting gingen de scholieren echter opzichtig de mist in.

‘Hoe wordt Wilders straks eigenlijk geëxecuteerd?’, wilde een leergierige pupil uit Pakistan weten.
‘Nou,’ antwoordde Verhagen, ‘ik begrijp je vraag, maar helaas is dat nogal lastig in Nederland. Wij, ehh, kennen geen doodstraf’, voegde hij er licht blozend aan toe.
‘Maar hij kan toch op zijn minst gestenigd worden?’
‘Nou [Verhagen begint altijd al zijn antwoorden met 'nou'] nee, zelfs dat niet: de heer Wilders mag volgens de Nederlandse wet zijn film maken, omdat hier vrijheid van meningsuiting is.’

Zestig glazige ogen in de richting van de meester.

‘Nou, ehh, kijk,’ stamelde Verhagen, terwijl de eerste zweetdruppels richting wenkbrauwen parelden, ‘het is natuurlijk een onding, die vrijheid van meningsuiting, maar als je hem hebt, en wij hebben hem nu eenmaal, dan mag iedereen zeggen wat hij vindt.’
‘Maar dan kun je toch ook vinden dat hij geëxecuteerd moet worden?’, merkte het slimste jongetje van de klas scherp op.
‘Nou, dat dan weer niet. Want dat zou aanzetten tot geweld zijn, en dat mag dan weer niet.’
‘Huh?! Dus je mag alles vinden, behalve dat iemand dood moet? Ik snap er niks meer van, meester. Hij beledigt de profeet! En wat doen jullie daar zelf dan tegen? U bent toch de baas van het land, dan kunnen jullie de mensen toch vlaggen geven om te verbranden en dat soort dingen?’
‘Meester! Meester! Mag ik naar de w.c.?’
‘Nou, alleen als je twee vingers opsteekt. En wat wij doen? Nou, niks. Het enige wat je kunt doen, is naar de rechter stappen.’
‘Ah, de rechter! Maar die hebben wij ook. Dan zeg je toch gewoon tegen die rechter dat Wilders geëxecuteerd moet worden?’
‘Nou nee, dat zal niet gaan, want die rechters zijn bij ons onafhankelijk.’

Gelukkig heeft Verhagen nog even om zijn lessen wat overtuigender voor het voetlicht te brengen, en bijvoorbeeld eens te dreigen met wat strafwerk wanneer er niet geluisterd wordt; ik denk aan stopzetting van studiefinanciering of een algeheel verbod op apekooien op 11 september. Maar hoewel het eindexamen naar het zich laat aanzien verplaatst wordt tot 28 maart, zijn die drie weken lang niet genoeg, zo vrees ik, om aan de 1040-urennorm te voldoen.

Woordenboek

Van Dale gaat een woordenboek uitbrengen speciaal gericht op het taalgebruik van vmbo’ers. Van aardbeienbreezer tot zwangerschapstest: het staat er allemaal in.

Het woordenboek is tot stand gekomen nadat medewerkers die vroeger de lemma’s (dat is vmbo’s voor lemmata) inklopten door de digitalisering overbodig waren geworden. Drie jaar lang zaten ze uit pure verveling sms’jes te sturen, en alle woorden die hun T9-woordenboek in al die tijd suggereerde, hebben ze nu eindelijk gebundeld.

Het boek bevat geen moeilijke woorden (‘woordenboek’ was met drie lettergrepen al een twijfelgeval), en de indeling in homo, slet en manwijf in plaats van mannelijk, vrouwelijk en onzijdig moet ervoor zorgen dat de verwijzingen naar zelfstandige naamwoorden door de scholieren ordentelijk worden gevormd (de homo die, de slet die en het manwijf dat).

Daarnaast zijn de definities kort en in begrijpelijke taal geschreven. Dat doet het ergste vermoeden voor de nuance die in de semantiek zo belangrijk is. Er bestaan geen makkelijke woorden, en definities zijn zo ingewikkeld als nodig – anders waren ze in de gewone Van Dale (de havo+-versie, zullen we maar zeggen) ook wel simpeler opgeschreven.

Neem nu een gemiddeld onschuldig woord als ‘islam’:

islam (m.)
1. monotheïstische godsdienst die naast alle profeten uit het jodendom en christendom ook Mohammed als zodanig erkent

Dat is natuurlijk veel te ingewikkeld om achter op de scooter uit te leggen of om in zijn geheel op te slaan in je door wiet aangetaste brein. Dus in de vmbo-versie wordt het dan:

islam (h.)
kudtgeloof van geitenneuqers

Ik zou denken dat een vmbo’er die zo’n woordenboek aanschaft er ook iets van wil opsteken, maar in plaats daarvan wordt hij dus dom gehouden met definities die per definitie niet kloppen. Tot overmaat van ramp staan er bij de moeilijkste woorden ook nog plaatjes en gebruikt Van Dale ‘voor meer leescomfort‘ een groter lettertype. Ik dacht altijd dat die gasten gewoon een hele slechte smaak hadden, maar nu blijkt het aan hun beperkte gezichtsvermogen te liggen dat ze die BrEeZaH-sletjes zo geil vinden!

Hoe het ook zij, ik zou als vmbo’er behoorlijk beledigd zijn door de badinerende toon waarmee Van Dale een hele bevolkingsgroep als dom en achterlijk in de hoek zet, ook al heb ik nog geen woord van het hele boek gezien. Ik zou Van Dale bijna willen oproepen tot het niet uitbrengen van dit boek. Om onze minister-president te parafraseren: Van Dale heeft de verantwoordelijkheid de consequenties van zijn of haar woordenboek continu te wegen.

vAn DaLe WoRdEbOeK dEr VmBoTaAl
Uitgeverij !!***de GeKsTe***!! • 15 pagina’s • € 4,95

D(himm)ilemma

Herinnert u zich de barre hongerwinter van 1986 nog? IJzige Elfstedenkoude en geen brood op de plank nadat maandenlange boycots vanuit de katholieke wereld de Nederlandse economie nagenoeg lam hadden gelegd. Hadden we ook maar niet herhaaldelijk en wekenlang de hoogste geestelijke macht moeten beschimpen:

De film Fitna, die als je het mij vraagt niet meer zal doen dan een paar open deuren over de waanzin van een fundamentalistisch geloof in eerwraak en vrouwenonderdrukking intrappen, heeft zijn gelijk al aangetoond nog voordat er ook maar een seconde van wereldkundig is geworden. Katholieken kun je zo belachelijk maken als je zelf wilt, maar een kritische noot over de mohammedaanse medemens ligt altijd een stuk zwaarder op de maag. Daar kun je miljoenen keurig geïntegreerde moslimburgers met de baarden bijslepen – het blijft een onweerlegbaar gegeven.

Gek eigenlijk: heb je net de idiotie van geweld uit onverdraagzaamheid breed uitgemeten, en wat doen ze? Steken ze de ambassade van je land in de hens omdat ze het met die analyse niet eens zijn. Quod erat demonstrandum, zeg ik dan.

Dat gezegd hebbende kun je je afvragen wat Fitna nog gaat toevoegen. We weten nu dat er bepaalde lieden zijn die bereid zijn om onze ambassades in de fik te steken, onze militairen overhoop te knallen of de forenzentrein Haarlem-Amsterdam (en daarmee iamzero.nl) op te blazen, en de vraag is of je dat dan ook nog moet laten gebeuren. Oog in oog met een Hell’s Angel die gewapend is met een honkbalknuppel (of niet, dat maakt eigenlijk niet zo gek veel uit) ga je ook niet zeggen ‘Jezus, wat heb jij een rotkop zeg!’, ook al is het je diepste overtuiging.

Wat ik maar wil zeggen: we worden zo vaak door angst geregeerd, en misschien moeten we gewoon maar eens uitspreken dat we bang zijn. Niet dat we, zoals in 1986, vierentwintig uur per dag rillend en bevend door het leven gaan, maar dat we ergens deep down een unheimisch gevoel hebben waar we nog zo aan moeten wennen dat er nog niet eens een fatsoenlijk Nederlands woord voor bestaat.

Wat een triomftocht zou Geert Wilders kunnen houden als hij nu, of pas over een paar weken, als de master of suspense de spanning nog verder op heeft weten te voeren, alsnog afziet van de film, uit bescherming voor de Nederlandse belangen en omdat zijn boodschap, die hij in een vlammend betoog nog eens zou kunnen onderstrepen, al is overgekomen. Nog mooier zou het zijn als hij het zwaard van de boycots en de bijbehorende kapmessen van woedende burgers (heeft u die ook in uw keukenla klaarliggen?) tevoorschijn heeft gekregen zonder dat hij ooit een seconde film op tape heeft gezet.

Hij is er de man niet naar. En gelijk heeft hij natuurlijk als hij zegt dat iedereen die hem enige verantwoordelijkheid voor de gevolgen in de schoenen wil schuiven de pot op kan – dat is nog mild uitgedrukt. In plaats van ons te beklagen over het gemak waarmee hij vanuit zijn eigen beveiligde omgeving kwetsende dingen kan roepen waarmee hij gewone burgers in gevaar brengt, zouden we ook eens stil kunnen staan bij het feit dat hij datgene waar hij voor zegt te strijden – vrijheid – voor zichzelf compleet heeft moeten opgeven, misschien wel voor de rest van zijn leven. In andere situaties werd zo iemand nog wel eens als een heldhaftige vrijheidsstrijder vereerd.

Andersom heeft het kabinet óók gelijk als het stelt dat het voor Nederland op dit moment misschien beter zou zijn als die film niet uit zou komen, vooral als ze erbij vermelden dat het een knieval is die ze op zich verafschuwen maar verkiezen boven de ellendige gevolgen die ons anders boven het hoofd hangen – zoals we die Hell’s Angel ook vriendelijk zouden groeten.

Aangezien een individueel pak slaag van een motorrijder van een andere orde is dan een wereldwijd conflict ben ik geneigd me principiëler op te stellen en eerder op te komen voor de rechten van Wilders dan voor het morele appèl van het kabinet, maar je zou dat net zo goed kunnen omdraaien en stellen dat gezien de ernst van de situatie enige terughoudendheid aan te bevelen is. We weten het simpelweg niet. De film komt er normaal gesproken, Wilders staat te allen tijde in zijn volste recht en de verantwoordelijkheid voor de gevolgen zijn volledig voor rekening van degenen die reageren – zoveel weten we. Maar wat nu het verstandigst is, kunnen we achteraf pas beoordelen, en dan nóg…

Iedereen die dat nu al denkt te kunnen, althans met de stelligheid waarmee dat her en der op internet wel gebeurt, maakt zich schuldig aan een flagrante simplificatie van een hels en complex dilemma. De ziejewels en de ikzeihettochs zullen de komende weken niet van de lucht zijn.