Ziejewel ikzeihettoch

Het was alweer een tijdje geleden dat ik naar de film was gegaan. Ik had er anders gezegd lang op moeten wachten, maar over deze film had ik al zoveel gelezen, die mocht ik gewoon niet missen. Ik wist nog net dat het licht uit zou gaan, maar daar had Maxime Verhagen natuurlijk ook in zoveel woorden al voor gewaarschuwd.

‘Geen reclame!’ riepen we nog opgewonden met een mond vol popcorn toen de film begon, maar daarna kwam Fitna helaas wat traag op gang. Na vier seconden stond het beeld een halve minuut stil, na zeven seconden weer, en we wilden de zaal al bijna verlaten toen er eindelijk wat meer schot in kwam. Later begrepen we dat de man in de regiekamer de vertoning met een kalashnikov tegen zijn slaap had moeten regelen, dus het zij hem vergeven.

Toen een half uur later, door de vertraging duurde het wat langer, de lichten weer aan gingen (en bleven, Maxime), kon ook achteraf gesteld worden dat Fitna bepaald geen reclame is. De hele vertoning was een beetje gênant, en alle ophef vooraf daarmee ook. Toch hebben we wel het een en ander geleerd van de film. Bijvoorbeeld dat het een groot goed is dat hier in Nederland pas achteraf wordt beoordeeld, en dat achteraf alle pogingen om dit prutswerkje vooraf te verbieden een gotspe blijken. Of dat zelfs hele geleerde mensen geen onderscheid kunnen (of doen alsof ze dat niet kunnen) (of niet willen) maken tussen

  • deze gruweldaden worden gepleegd door alleen moslims; en
  • deze gruweldaden worden gepleegd door alle moslims.

Maar de belangrijkste les die we uit deze film kunnen trekken, is wel dat de mens niet in de wieg is gelegd om zijn ongelijk toe te geven. De vreselijke daden die Wilders aan elkaar ge-Ctrl-C’d en ge-Ctrl-V’d heeft, kunnen slechts voortkomen uit een overtuiging waarin geen enkele ruimte is voor twijfel. Wilders zelf zal geen moment geaarzeld hebben over nut en noodzaak van zijn borduurwerkje, en zal bij iedere narigheid in reactie op zijn film zijn gelijk kunnen claimen. En ikzelf zei al weken van tevoren, overigens in een van twijfel zwanger stukje, dat in reactie op de film de ziejewels en ikzeihettochs niet van de lucht zouden zijn. En ja hoor. Zie je wel? Ik zei het toch!

Zo’n Balkenende bijvoorbeeld moet een enorme zucht van verlichting geslaakt hebben (een zucht van Verlichting kan voor de islam ook geen kwaad, haha, o sorry) toen hij met Bianca naar Fitna zat te kijken. Toch had hij al van tevoren bedacht dat Wilders met zijn film geen ander doel had gehad dan het kwetsen van gevoelens, dus dat werd ook in de officiële verklaring van de minister-president sterk benadrukt. Volgens mij is er echter maar één persoon die kan aangeven welk doel hij met de film heeft gehad: de maker, en het lijkt mij sterk dat hij het met de lezing van Jan Peter eens is. De film legt een feitelijk verband tussen de islam en de misdaden tegen de menselijkheid die uit naam van dat geloof gepleegd worden – een verband dat moeilijk betwist kan worden omdat het bij geen enkele andere wereldgodsdienst op die schaal en zo meedogenloos plaatsvindt. De film is hooguit kwetsend voor degenen die die misdaden willen plegen (zij die ze pleegden hebben het aardse al verruild voor de geneugten van 72 maagden), en wanneer zij hun afschuwen erover uitspreken, lijkt me dat alleen maar winst. Betekent het immers niet dat ze zich distantiëren van het gebruik van geweld en het mishandelen van vrouwen en homo’s? Hoeft Ahmadinejad niet meer alle bergtoppen van de wereld te veroveren? Mooi! Niet dat wij ons daarover in ons vlakke landje zorgen hoefden te maken, maar toch.

Het gros van de moslims kan gewoon de schouders ophalen en stellen dat de islam die Wilders karikaturiseert niet de hunne is. En dan is er verder niks aan de hand, zoals ook Wilders zelf volledig in overeenstemming met eerdere uitspraken beaamt. Maar wat doet Balkenende? Die lacht schamper en spreekt van een historische dag waarop Wilders zijn bewondering voor moslims uitspreekt. Die man begrijpt er werkelijk helemaal niets van.

Of dan de mensen die Wilders er al eeuwen van beschuldigen niet met oplossingen te komen. Zit wat in natuurlijk, maar als ik zelfs Mark Rutte, die ik nog nooit op een oplossing voor welk vraagstuk dan ook heb kunnen betrappen, dit verwijt hoor maken, rijst bij mij toch de vraag welke alternatieve oplossingen ik in de voorbije periode gemist heb. De oplossing begint toch bij de duiding van het probleem, en wat dat betreft loopt Wilders (helaas) voor de troepen uit.

Maar de echte Ziejewel Ikzeihettoch Award 2008 gaat zonder enige twijfel naar Gerard Spong. Het was natuurlijk al een blamage voor de Nederlandse advocatuur dat deze man de film van tevoren al wilde verbieden. Kennelijk mag je wel van alles schrijven, maar zodra iets in filmvorm verschijnt, worden er plotseling allerlei grenzen overschreden. Waarschijnlijk was Spong ervan overtuigd dat er godslasterlijke passages in Fitna zouden zitten, zoals in Submission, of dat de koran wel door de plee gespoeld, verbrand en/of verscheurd zou worden. Het zal even slikken geweest zijn toen daarvan allemaal geen sprake bleek, maar dat ga je natuurlijk op nationale televisie niet toegeven. Nee, dan ga je op zoek naar het element in de film dat jouw gelijk onderstreept, en dat vond hij in het ene zinnetje dat tegen het eind in beeld verscheen over de islam die een ideologie zou zijn die streeft naar wereldheerschappij. Dat, in combinatie met die beelden, nou, poeh, dat was toch wel strafbaar.

Een stukje tekst! Die Wilders bovendien al tientallen malen in opiniestukken heeft gebruikt!

Direct uit het ambt ontheffen, die man. Dan is Fitna tenminste nog ergens goed voor geweest. Of is dat een strafbare mening?

Billenkoekzoeker

Ja, nu kunt u na twee jaar en een paar honderd stukjes in een almaar dalend weekmoyenne inmiddels wel uw bedenkingen bij schrijver dezes hebben, maar u bent zelf natuurlijk ook niet van onbesproken gedrag, zo leren mij de goede vrienden van de firma Google. Zo blijkt onder andere dat mijn doorgaans doorwrochte artikelen, die bol staan van op ingenieuze wijze geconstrueerde volzinnen, meestentijds toonbeelden van eloquentie, om niet te spreken van doodordinaire tangconstructies, hier komt er weer een aan, zo vrees ik, waarvan je zou verwachten dat ze bij een gemiddelde lezer volle aandacht en concentratie vereisen, door u een gemiddelde blik van nog geen twee minuten waardig worden gegund.

Het kost mij al tien minuten om de vorige zin terug te lezen, laat staan om hem te schrijven.

Maar er is meer: zo blijkt dat van alle mensen die via de al eerder genoemde firma Google op iamzero.nl belanden, de meeste hebben gezocht op het woord ‘billenkoek’. Iets meer dan een half jaar geleden heb ik mij bezondigd aan een billenkoekstukje, en sindsdien is de toestroom van billenkoekzoekers nauwelijks meer te stelpen.

Als ik bij Peijnenburg zou werken, zou ik het wel weten: er is onmiskenbaar een markt voor billenkoek. Maar waar ik bij andere populaire zoekopdrachten als gootsteen ontstoppen en heerst er griep prima begrijp wat men te weten wil komen (en iets minder waarom men dan bij mij uitkomt), tast ik vooralsnog in het duister omtrent de informatiebehoefte van de billenkoekzoeker. Dat die behoefte er is en kennelijk niet bevredigd wordt, of is dit nu een voorbeeld van een bewust onhandige woordkeuze die leidt tot de vele bezoekers die alhier belanden via de zoekterm woordgrappen, en die natuurlijk wel direct op het juiste adres terecht zijn gekomen, een betere plek voor woordgrappen dan iamzero.nl is er niet, dat die billenkoekbehoefte niet bevredigd wordt, was ik begonnen te zeggen, bewijst wel het feit dat ik pas op pagina 5 van de billenkoekzoekresultaten sta, en hele billenkoekzoekende volksstammen dus na ten minste 40 kliks nog altijd niet gevonden hebben wat ze zochten.

Nu wijst een andere statistiek uit dat zo’n 25 procent van u deze site de afgelopen maand negen keer of vaker bezocht heeft. Theoretisch kunnen dat natuurlijk net die andere mensen zijn, dus wetenschappelijk zal ik een slag om de arm moeten houden, maar ik ben ook Malle Eppie niet en ik wéét dus gewoon dat zich onder u notoire billenkoekzoekers bevinden.

Ik vind het waarlijk een fascinerend fenomeen, de mens die googelt op billenkoek, want bij alle vunzigheden waar een mens naar op zoek kan zijn, kan ik me niet voorstellen dat je het over je hart kunt verkrijgen om in dat zoekvakje ‘billenkoek’ te typen. Het moet dus iets anders zijn: misschien wil men weten of je het met of zonder tussen-n schrijft (met), of heeft het toch iets met Peijnenburg te maken; die hebben per slot van rekening ook oude wijven koek (SOS!) in hun assortiment. Ik hoor het graag, zodat ik wellicht mijn informatievoorziening kan aanpassen voor het geval ik straks boven aan de zoekresultaten kom te staan en men hier terechtkomt als men ‘billenkoek’ intypt en op ‘Ik doe een gok’ klikt – wat niet eens zo onwaarschijnlijk is omdat ik in dit stukje al een paar keer het woord ‘billenkoek’ heb gebruikt, en hoe vaker je ‘billenkoek’ gebruikt, hoe hoger je in Google komt als men op ‘billenkoek’ zoekt, dus misschien kunt u in de reacties ook nog een paar keer ‘billenkoek’ schrijven.

Aan de andere kant: vind je wel wat je zoekt als je googelt op ‘neuscorrectie’ en klikt op ‘Ik doe een gok’? Jammer dat dat niet vertaald is met ‘Ik neem een gok’, maar dit geheel terzijde.

Ik dacht, ik doe nog even een luchtig stukje voordat de Film van Geert en de Boot van Rita arriveren.

3-2

Met de topografisch kennis van de Nederlander is het inmiddels zo erbarmelijk gesteld dat men de voetbalclubs Sparta Rotterdam en Feyenoord zodanig met elkaar in verband heeft gebracht dat er sprake zou zijn van een derby wanneer de twee elkaar treffen. Nu kunt u zich ongetwijfeld nog les 1 van de topografie herinneren, die leerde dat de meeste grenzen langs natuurlijke weg tot stand zijn gekomen. In Rotterdam is dat niet anders. U kent de stad wellicht als de Maasstad; welnu, deze brede rivier begrenst de stad op volstrekt logische wijze. Ten noorden ervan heet het Rotterdam, ten zuiden ervan heet het, ehh, nou, Zuid bijvoorbeeld, het doet er ook niet zoveel toe, maar in ieder geval geen Rotterdam.

De ellende is begonnen met de onverlaten die verbindingswegen naar het geboefte ten zuiden van de stad gingen maken: Maastunnels, Willemsbruggen, Erasmusbruggen en wat al niet meer. Reuze handig als je naar Antwerpen of Parijs moet, maar laat het stedelijk gebied ten zuiden van de Maas in geen geval het eindstation van je reis zijn. Daar huist namelijk de Grote Broer van Zuid, ofwel de club met de kale voormalige voorzitter, met hun betonbak die op warme dagen een broedplaats is voor wel 50.000 amoebes en insecten.

Als je een echte Rotterdammer bent, dan ben je voor Sparta. En Zero is een echte Rotterdammer, althans, van oorsprong, dus Zero is voor Sparta. Modus ponens, kind kan de was doen.

Bovenstaande verklaart ook goed waarom de amoebe van zuid nog wel sympathiek tegenover Sparta staat, als zijn beperkte herseninhoud het hem al niet belemmert kan hij immers moeilijk ontkennen dat Sparta een Rotterdamse club is, terwijl de Spartaan een diepe haat koestert tegenover de twintig jaar jongere grote broer die ook zo graag met Rotterdam geassocieerd wil worden, en daar verdomme nog aardig in slaagt ook. Iedere Nederlandse club mag Europese triomfen boeken, maar als Feyenoord tegen UT Arad speelt, om maar een dwarsstraat te noemen, dan zijn we voor UT Arad.

Het vervelende is nu dat de successen in de onderlinge duels dun gezaaid zijn met een begroting die zeven keer zo laag ligt. Dat is een fact of life waarmee je je na verloop van tijd moet verzoenen, maar als het dan een keer wel lukt, zoals in de legendarische halve finale van de KNVB-beker op eerste paasdag 1996, na het sudden-death-doelpunt van Dennis de Nooijer, is de vreugde ook extra groot. Helemaal mooi is het wanneer de overwinning volkomen onverdiend is. Zo kan ik me een wedstrijd in de Kuip herinneren, in de stromende regen ook nog, de gifbeker kan niet vol genoeg, waarin het Spartaanse doel negentig minuten lang belegerd werd maar Nourdin Boukhari in de slotminuut uit een luizige counter de winnende treffer maakte.

Diezelfde Boukhari gebruikte gisteren de hand van Allah op weg naar zijn eerste doelpunt. De scheidsrechter meende het wel gezien te hebben, maar floot niet. Hij floot om onduidelijke redenen wel toen er een glaszuivere goal aan de andere kant viel. Even later gleed er nog een zuiderling op zijn snufferd toen hij, de keeper al omspeeld, de bal voor het intikken had. En pas ver in blessuretijd schoot de held van de dag, Marvin Emnes, Sparta naar een verdiende, want als je van Feyenoord wint is het altijd verdiend, overwinning: 3-2.

Het was op voetbalgebied een vrolijk Pasen. Misschien kan de KNVB regelen dat Sparta-Feyenoord voortaan altijd op eerste paasdag wordt gespeeld.

Uitgelezen (52-53)

Ik kan natuurlijk niet tippen aan de uitvoerige bespiegelingen over de Boekenweek bij de genomineerden voor een Dutch Bloggie in de categorie Literatuur – en ocharme, dan gaat ook Hugo Claus nog eens dood, wat een drukke week moeten die mensen beleven – maar een kleine aanbeveling kan er nog wel van af.

U zou bijvoorbeeld Het verslag van Brodeck, de nieuwste roman van Philippe Claudel kunnen aanschaffen om in het bezit te komen van een gegeven paard waarvan je ook altijd nog maar moet afwachten of je het nou wel of niet in de kont mag kijken. Philippe Claudel is een Fransman die zijn boeken niet in het Nederlands schrijft, maar de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (wat een merkwaardige woordkeuze eigenlijk, als het nu nog tot een vlot bekkende afkorting zou leiden dan was het nog tot daaraantoe, maar wat is CPNB nou helemaal, en moet het trouwens niet ‘voor’ zijn in plaats van ‘van’) heeft zich erbij neergelegd dat de gemiddelde Nederlander, en zelfs de bovengemiddelde, te lui is om na de middelbare school zijn kennis van de Franse taal op peil te houden, en honoreert derhalve ook de vertaling met een geschenk.

Philippe Claudel is ook de schrijver van Grijze zielen, of Les Ames Grises zo u wilt, een prachtig geschreven, prachtig vertaald althans, verhaal over ‘de zaak’ rond het lijk van een jong meisje, in een klein dorp tegen het decor van de Eerste Wereldoorlog, die overigens verder niet storend aanwezig is. De parallellen met Het verslag van Brodeck zijn eenvoudig te trekken: ook hier een van de buitenwereld afgesloten dorp, ook hier een moord, te weten op ‘de Anderer’, en dan weet u wel waar het naartoe gaat als ik erbij vertel dat de verwijzingen naar die andere grote wereldoorlog weinig subtiel in het boek verweven zijn. Een ‘parabel op de Shoah’, noemt Claudel het zelf.

En tsja, die Tweede Wereldoorlog en ik, die gaan gewoon geen vrienden worden. Ook Het verslag van Brodeck is fraai verteld en opgebouwd, maar die boodschap, hoe relevant die zestig jaar later misschien nog steeds is, ken ik nu persoonlijk wel, en hij ligt er in dit boek wel erg dik bovenop. Van mij mag er een verbod komen op boeken waarin de Tweede Wereldoorlog zo prominent aanwezig is, of liever gezegd op boeken over de Tweede Wereldoorlog waarin niks nieuws of origineels wordt toegevoegd, wat feitelijk op hetzelfde neerkomt maar een hoop zere benen ontloopt.

Nee, koopt u dan Het kleine meisje van meneer Linh, volgens het omslag ‘een prachtig, verstild stukje kamermuziek’, en daar is geen woord van gelogen. Het is maar een novelle, een niemendalletje, een vingeroefening misschien, maar wel een novelle zoals een novelle hoort te zijn: kort natuurlijk, maar vooral ook krachtig en in dit geval ontroerend en meeslepend. Meneer Linh is een asielzoeker, een oudere man al, die in het westen arriveert en daar als enige houvast zijn kleine meisje heeft – letterlijk, want hij laat haar geen moment los. Nadat hij zijn eerste angstige schreden in het nieuwe land heeft gezet, ontmoet hij in het park een man met wie hij vriendschap sluit, ook al verstaan ze geen woord van elkaar. Maar ook dit kleine geluk is hem niet zomaar gegund.

Het kleine meisje van meneer Linh kost nu tien euro. Dat is belachelijkerwijs niet genoeg voor een geschenk, en dat terwijl er boeken van Arnon Grunberg worden verkocht waar je het wel bij krijgt. U zult er dus nog iets bij moeten kopen. Wellicht Troje brandt, de nieuwe roman van Sandro Veronesi, maar daar kan ik nog geen oordeel over vellen.

Oude mannen

De pensioengerechtigde leeftijd van popmuzikanten mag wat mij betreft gerust verlaagd worden naar een jaar of veertig, en als er dan behalve van een recht ook nog sprake is van enige zachte dwang, hoort u mij niet klagen. Het valt moeilijk te ontkennen dat het knap is als je over de zestig bent en nog steeds vrolijk over het podium rondhuppelt en daarmee de grootste stadions volkrijgt, zoals de Rolling Stones al jaren doen, maar ja, er is zoveel knap. Het inzien van het nut van het voor ettelijke duizenden euro’s laten plaatsen van de zin ‘Als Wilders hetzelfde over Joden (en het Oude Testament) gezegd zou hebben als wat hij nu over Moslims (en de Koran) uitkraamt, dan was hij allang afgeserveerd en veroordeeld wegens antisemitisme’ op de voorpagina van de Volkskrant, om maar iets te noemen.

Zo’n Neil Young bijvoorbeeld, die zijn naam steeds minder eer aan doet maar voor wie je intussen wel een halve hypotheek moet afsluiten om een luizig optreden te mogen bijwonen, mag wat mij betreft regelrecht het museum in. Nog een slag erger zijn de types die ooit wel de kunst van het tijdig stoppen hebben verstaan, maar deze op zich lovenswaardige besluitvaardigheid nu uitbetaald willen zien door middel van reünieconcerten waarmee ze in één klap meer willen verdienen dan in hun hele voorgaande carrière bij elkaar, onder welke categorie nu naast The Police helaas ook Led Zeppelin geschaard moet worden.

Gelukkig had ik een argument om toch gewoon naar het concert van mijn (overigens nooit gestopte) jeugdhelden van The Cure te gaan: de karikatuur van zichzelf waartoe de meeste bejaardenbands verworden, waren zij altijd al, dus wat dat betreft viel er weinig te vrezen, al kun je natuurlijk je vraagtekens plaatsen bij mannen van bijna vijftig van wie er een denkt dat hakken van een centimeter of 20 zijn gitaarspel ten goede komen en een ander met een vogelnestje op zijn van zware mascara en rode lippenstift voorziene plofkop rondloopt. Aan de andere kant: je moet er toch niet aan denken dat de ouderdom van Robert Smith niet tot uitdrukking was gekomen in de onvermijdelijke bierpens maar in onverhullende kaalheid; dan was er letterlijk en figuurlijk geen Cure meer geweest.

Ik vraag me af: wat bezielt mannen van die leeftijd nog om maanden op toernee te gaan, de ochtendkrant aan de keukentafel de ochtendkrant aan de keukentafel te laten en de voorkeur te geven aan een slopend schema van reizen, geluidschecks en optredens, die ze dan ook nog eens drie uur laten duren, een lengte niet veroorzaakt doordat het wisselen van de gitaren niet zo vlot meer verloopt, integendeel, ik zou zelfs willen stellen dat de 38 nummers in een moordend tempo voorbijkwamen, zeker in de adembenemende toegiften, wat bezielt die mannen om dit te doen terwijl ik (30, met slechts een beginnend en ogenschijnlijk herstelbaar buikje) het al een hele opgave vind om op een doordeweekse avond naar Ahoy af te reizen als ik ook gewoon op de bank kan hangen?

Ik kan het me ook niet afvragen. Want imposant en groots was het, en ik moet ondanks mijn aversie tegen de pensioenplichtige popster (die ik heus zal behouden, maakt u zich geen zorgen) toegeven dat ik ze graag nog eens terug zie komen. Respect.

Opsporing verzocht

De politie vraagt uw aandacht voor het volgende:

Sinds woensdag 12 maart jl. worden in het centrum van Amsterdam twee roestige fietsen vermist. Het betreft een goudkleurige van het merk Gazelle en een zilverkleurige van een onbekend merk. Beide fietsen zijn op dinsdagochtend rond 9.15 uur voor het laatst gesignaleerd op de Zeedijk in het centrum van Amsterdam. De zilverkleurige fiets was bij die regenachtige gelegenheid slechts gehuld in een zwarte tas met een zilveren rand; de goudkleurige had zelfs helemaal niets aan. Wel was op beide zadels een briefje geplakt met daarop de tekst reinigingspolitie svp verwijderen of Verwijderen svp Reinigingspolitie. De geschatte bandenmaat van beide is 25 x 1 5/8 x 1 3/8.

Op grond van deze summiere gegevens hebben wij een compositiefoto van de slachtoffers gemaakt, die wij in het belang van het onderzoek aan u tonen. Het beeld kan als schokkend worden ervaren.

Betrokkenen melden de politie dat de slachtoffers al wekenlang ‘zeer met elkaar verbonden’ en ‘bijzonder op hun plek’ waren, en achten een vrijwillige verdwijning daarom weinig waarschijnlijk. De politie sluit een misdrijf derhalve niet uit, maar tast nog in het duister over het mogelijke motief daarvan.

Opvallend is wel wat daags voordat de slachtoffers voor het laatst gezien zijn een lofzang over de twee verscheen op de alom geprezen website www.iamzero.nl. De politie is een uitgebreid onderzoek gestart naar het mogelijke verband tussen dit artikel en de verdwijning. Ook wordt rekening gehouden met een wraakactie uit de hoek van de reinigingspolitie.

Herkent u deze fietsen, heeft u ze na dinsdag 11 maart om 9.15 uur nog gezien of heeft u andere relevante informatie inzake deze vermissing, neemt u dan contact op met de Politie Zerolanden via 0800 – 0000. U kunt ook anoniem reageren.