Hangoudere
De ongebreidelde hoeveelheid kennis die mijn brein bij elkaar moet zien te houden, werd gisteren aangevuld met de wetenswaardigheid dat het aantal hangouderen groeit, maar dat er een gigantisch tekort aan geschikte hangplekken aan het ontstaan is. Dat wordt, voor de goede orde, dus als probleem gezien. Hangjongeren staan synoniem voor probleemjongeren die we zo snel mogelijk aan een baan moeten helpen, maar hangouderen hebben het volste recht op hangen, en wee je gebeente als je het idee oppert dat ze misschien ook een jaar of twee langer hadden kunnen doorwerken.
“Het vinden van een hangplek is voor ouderen niet zo eenvoudig”, aldus het bericht. Nee, maar dat is eenvoudig te verklaren: dat komt doordat ze veelal blind of slechtziend zijn en zich zo tergend langzaam voortbewegen. En als ze dan eindelijk een hangplek hebben gevonden, dan is die vaak “niet ingericht op hun behoeften”. Dat klopt; we weten allemaal wat hangouderen het liefst doen – elkaar insmeren met hun ontlasting of hun gepureerde avondmaal (wat ongeveer op hetzelfde neerkomt) – en dat is bij een temperatuur van min vijf op een onverwarmde hangplek echt geen pretje.
De hangouderen blijken de dupe van de huidige bouwtrends. Muurtjes krijgen schuine randen zodat er niet op gezeten kan worden, en bankjes zijn van harde en ongemakkelijke materialen gemaakt, zoals beton en staal. Het is natuurlijk bij de beesten af, bankjes van beton en staal, en tot overmaat van ramp staan ze ook nog eens ver uit elkaar. Dit alles natuurlijk met het oog op die vermaledijde hangjongeren, maar onze gerespecteerde hangouderen, van onbesproken gedrag, zijn er mooi mee in de aap gelogeerd: een deel van de groep moet blijven staan of moet zelfs IN DE SCOOTMOBIEL BLIJVEN ZITTEN.
Ja mensen, dit zijn dus die mannen en vrouwen die op een ontbijtje van bloembollen ons land na de oorlog weer hebben opgebouwd. Respect! Maar nu vraag ik je, hebben die mensen tegenwoordig werkelijk niks beters te doen dan de hele dag te proberen hun scootmobiel tegen een schuine rand van een muur op te rijden? En wat voor hangoudere ben je (of moet ik ‘u’ zeggen?) in godsnaam als je, veroordeeld tot een scootmobiel (uitgerust met rugleuning, armleuning, handvatten, zitvlakverwarming, boodschappenmandje, vierwielaandrijving, rembekrachtiging, airbag en, met alle liefde, daar niet van, ongetwijfeld gefinancierd van uw en mijn belastingcenten) gaat klagen als er in de publieke ruimte geen gecapitonneerde Gispen-fauteuil voor je klaar blijkt te staan? Waarom dan niet meteen verzocht om een geluidsinstallatie die het mogelijk maakt om je collega-hangouderen ook te verstaan, en jonge blonde dames voor de dagelijkse wekelijkse douchebeurt?
Tsja, ik kan wel proberen er een grappig stukje over te schrijven, maar het origineel blijft toch onovertroffen. “Van hangouderen als maatschappelijk probleem is volgens het rapport geen sprake”, zeggen ze dan nog.
Welnee.
4 reacties:
| ivo victoria 14-02-2008, 11:23 uur | 1 |
laat ons constructief denken: er ligt hier een mooie kans om hangjongeren wat nuttigs te doen te geven.
| jan 14-02-2008, 12:53 uur | 2 |
Vroeger zaten ze gewoon op een bankje op de Markt. Waarom kan dat tegenwoordig niet meer?
| Zoot 15-02-2008, 19:01 uur | 3 |
Hahahaha, goeie.
In de Baarsjes zijn geen hangouderen. Misschien één, maar zij hangt meer op een stoel vlak voor haar eigen deuropening, zonder andere bejaarden in zicht (nou ja, één, die af en toe langs crosst in scootmobiel).
Ik ga toch eens op zoek naar een hangouderenplek. Lijkt me reuze gezellig.
| karin 16-02-2008, 22:59 uur | 4 |
Het valt hier in Nederland nog mee. In Frankrijk hangen alle oudjes.
De meeste Nederlanders hangen nog altijd in de vensterbank.

woensdag 13 februari 2008, 23:09 uur 



