Gewoon

Het kan natuurlijk gewoon een stopwoordje van je zijn, maar gewoonlijk geven mensen die de gewoonte hebben om bij voortduring het woordje ‘gewoon’ te gebruiken niet buitengewoon veel blijk van ambitie om hun standpunt te verdedigen. Sterker nog, wanneer iemand zegt dat iets ‘gewoon fascistisch’ is – of het nu over Geert Wilders of over de Koran gaat – dan voel je gewoon al aan je water dat de argumentatie, if any, ongewoon teleurstellend zal zijn.

Mensen kunnen dan met verbazing kennis hebben genomen van het reclamebureau dat eerder deze maand 60.000 euro opstreek door het logo van de rijksoverheid gewoon te recyclen, maar het bedrijf dat voor ongetwijfeld eveneens een astronomisch bedrag met de nieuwe Albert Heijn-slogan “Gewoon bij Albert Heijn” op de proppen kwam, is pas echt buitengewoon fout bezig.

3 Euro 99 voor een bakje aardbeien, het is maar wat je gewoon noemt, vooral wanneer je bedenkt dat een deel van die 3 euro 89 winst per bakje gewoon in zo’n slogan wordt geïnvesteerd.

En het erge is dat Albert Heijn er gewoon mee wegkomt. Stel dat tuincentrum De Tulpenbol had geadverteerd met “Gewoon De Tulpenbol”, dan hadden we gewoon schuddebuikend over de grond gerold om zoveel kneuterigheid en amateurisme. Maar aan “Gewoon bij Albert Heijn” zitten we gewoon de komende vijf jaar vast. Als het woord ‘gewoon’ dan nog een betekenis had gehad, zoals in “Gewoon met VT Wonen” (of: “Buitengewoon Intratuin”), dan was het nog tot daar aan toe geweest, maar dit slaat gewoon nergens op. En toch werkt het gewoon! Dat kan ik gewoon niet uitstaan.

Gewoon boycotten, die handel, zou ik zeggen.

Tot overmaat van ramp werd vandaag bekend dat de nieuwe slogan van RTL4 vermoedelijk door hetzelfde bureau bedacht is: “Natuurlijk RTL4″.

De rest van het rijtje kunnen we nu uiteraard gewoon zelf wel invullen natuurlijk. Allicht!

Uiteraard van Shell.
Domweg de LOI.
Vanzelfsprekend de nieuwe Barbie (van Mattel!).
Allicht door Philips.
Evident met Elmex.
Onontkomelijk: de Belastingdienst.

Mag ik gewoon even vangen?

Groundhog Week

Neerlands meest ondergewaardeerde castingbureau heeft weer alle zeilen bij moeten zetten om voldoende acteurs en figuranten bijeen te sprokkelen voor de uitbeelding van iets wat in werkelijkheid een even absurd als levensgevaarlijk experiment zou zijn: een tiendaagse samenscholing van zeshonderdvijftig schakers en schaakliefhebbers in een sporthal, in een overigens zo goed als uitgestorven dorp aan de Noord-Hollandse kust. Het explosieve mengsel van schurftige douchekopmijders, gesjeesde wereldverbeteraars, autistische puistenkoppen en ander werkschuw tuig zou in het echte leven tot een slachting kunnen leiden; nu houden de Wijkaanzeeërs de luiken weliswaar angstvallig gesloten, maar is men in de veilige wetenschap dat het allemaal maar gespeeld is en dat zulke mensen in het echt natuurlijk niet bestaan, althans, in ieder geval niet in zulke groten getale.

Op de set zijn ieder jaar slechts kleine detailwijzigingen gepermitteerd. Zo is het deelnemersveld ieder jaar vrijwel hetzelfde, maar wordt er in de tafelschikking nog wel eens geschoven, waardoor ik nu voor het eerst niet door een touwtje van het publiek gescheiden word – een degradatie die ik volgend jaar graag niet herhaald zie. Op weg naar het hotel woont mevrouw Van der Aar nog steeds in hetzelfde huis, maar even verderop in het weilandje staat plotseling een pony: “NIET V. OERENSVP – BROOD WORDT HAAR DOOD”. In de snackbar waar op de eerste vrijdag de maaltijd genuttigd dient te worden staat ‘iamzero.nl’ nog altijd in de highscores van het photoplay-apparaat, maar de score dateert nu van 364 dagen terug. De collectieve zelfhaat onder de schakers heerst overal en altijd, maar de quotes worden zo nu en dan ververst (‘wij gaan nu even zelfmoord plegen, ik zie je morgen weer’).

Het meest fascinerende van Groundhog Week is echter niet deze surrealistische setting met surrealistische supermarktdialogen als Fritz zei dat toren d3 meteen wint, Ach wat, Fritz snapt niks van dat soort stellingen, Nou het was anders meteen plus 6, Volgens mij was paard d6 veel sterker, Wedden van niet, Goed, dan krijg je een biertje van me als het niet zo is, Mag ik dan een straffe, Ja dat is goed, een straffe, Dat is makkelijk verdiend dan (want Fritz is in dit verband een computer, moet u weten).

Het meest fascinerende van het Corus Chess Tournament heeft hoegenaamd niets met schaken te maken en gaat zelfs aan de meeste schakers compleet voorbij.

Het meest fascinerende van Groundhog Week vindt plaats op de maandagavond, wanneer het Wijkaanzeese koor Vrijuit Zingen haar openbare repetitie in hotel Sonnevanck houdt. Zie ze daar staan, de zorgvuldig geselecteerde huisvrouwen, niet op zangkwaliteit maar op passendheid bij deze situatie, ze bladeren door hun keurige multomappen waarin ieder nummer zijn eigen insteekhoesje heeft, en hoewel de mappen goed gevuld zijn is het repertoire beperkt want ze zingen precies dezelfde nummers als vorig jaar, of dit zijn toevallig de nummers voor de derde maandag van januari, dat kan natuurlijk ook, minutenlang klinkt het eerst Oh Happy Days (oh happy days) When Jesus washed (when jesus washed) et cetera ad infinitum enzovoorts en zo verder, dan weer uitbundig en dan weer ingetogen, van voren af aan, en als het dan eindelijk volbracht is komt Something inside so strong met de weergaloze regel Aai nooooooo deddai ken mee-kit, de uitspraak is werkelijk abominabel maar wat maakt het uit, er zijn dit jaar voor het eerst ook twee mannen bij, schuldbewust kruisen hun blikken de onze, wij kunnen er ook niks aan doen dat we dit leuk vinden, lijken ze te zeggen, maar wij drinken tenminste gewoon bier terwijl die dozen hier om ons heen lurken aan hun zelf meegebrachte waterflesjes omdat ze te belazerd zijn om iets aan de bar te bestellen, maar geen onvertogen woord, want hier klinken de eerste tonen van Aan de Amsterdamse grachten, dus laten we elkaar omhelzen en uit volle borst verder zingen want hierna zit het er alweer op voor deze week.

En we zaten er weer bij en we keken ernaar. Ademloos. Wat was het weer mooi.

Voor de fans

Het is vreemd om te schaken op de dag dat het nieuws bekend wordt dat Bobby Fischer is overleden. Ik kan niet zeggen dat Fischer een held voor me is; hij was simpelweg van voor mijn tijd, maar aan de andere kant: met zijn match tegen Spassky bracht hij duizenden mensen aan het schaken, onder wie mijn vader, en als die er nooit mee was begonnen, was ik er wellicht nooit verslingerd aan geraakt. Maar dat is een causaliteit die ongeveer gelijkstaat aan wereldwijde rellen als gevolg van een film van een onbetekenend politicus.

Post hoc ergo propter hoc.

Zul je trouwens net zien, dat die film net uitkomt in de week dat ik er niet ben.

Hoe dan ook, de grootmeesters speelden gisteren in ieder geval alsof hun eigen leven ervan afhing, en zero kon niets anders dan in gepaste stijl zijn eerste punt aan te tekenen. Voor de fans hieronder de partij.

En u ziet het: er is internet op de hotelkamer, dus u bent deze week niet helemaal van mij af.

Update: Een demonstratie van ragfijne techniek in ronde 2. Compleet met professioneel tijdrekken rond de veertigste zet en vervolgens een soeverein uitgevoerd eindspelletje.

Update (2): De spectaculaire openingsvoorbereiding was succesvol, maar niet voldoende voor het volle punt.

Update (3): De doldwaze avonturen van de grote zero beginnen groteske vormen aan te nemen. In ronde 4 ontsnapte ik op miraculeuze wijze uit verloren stand. Vandaag de topper tegen de koploper.

Update (4): Het moest een keer fout gaan: in ronde 5 verloren van de computer. De rest van het toernooi is voor spek ende bonen.

Update (5): Na een lafhartig remiseaanbod van mijn tegenstander op zet 16 ging ik er eens goed voor zitten. De beloning: een vol punt voor zero en een zacht eitje voor de koploper. Met nog een punt achterstand is er plotseling weer hoop. Houd moed, zeroïsten!

Update (6) was er niet in verband met een rustdag.

Update (7): Een niet geheel reguliere overwinning, maar daar gaat het niet om: zero is nog altijd in de race! Wie op de hoogte wil blijven van updates (8) en (9), kijke het beste hier.

Update (8-9): De fabel van de spermatozoo in optima forma. Nadat ik in ronde 8 door een onoplettendheid in strategisch al bijna gewonnen stelling het toernooi voor de zoveelste keer verziekt had en er niets anders op zat dan des avonds grote hoeveelheden biers tot mij te nemen, kwam in de slotronde het enige scenario uit waarbij ik nog gedeeld groepswinnaar werd. Met mijn brakke hoofd was het zowaar de beste partij van de week.

Uitgelezen (50)

Kazuo Ishiguro – The Unconsoled (1995)

Mijn grondige aversie tegen sciencefiction en fantasy, die ik ondanks herhaalde reprimandes over net zoveel kammen blijf scheren als ik ze in adems noem, heb ik ontwikkeld toen ik ooit het personage van Jerommeke ging bestuderen.

OK, dat behoeft wellicht enige toelichting.

Jerom was altijd mijn favoriete stripheld: een echte levensgenieter, een bourgondiër pur sang en iemand die schijnbaar altijd met vakantie was. Een man van weinig woorden bovendien. Maar die vakanties deden mijn onwankelbare vertrouwen in de man uiteindelijk toch afbrokkelen. Zoals u weet: voor 3 gulden 95 had je zo’n Suske en Wiske van 58 pagina’s, en Jerom presteerde het om altijd op bladzijde 56 van vakantie terug te keren. Dan had hij aan iets minder dan een pagina voldoende om de rampspoed waarin die klotekoters van een Suske en een Wiske zich hadden gestort, daarbij niet echt geholpen door de ook bepaald niet nozele Lambik, te herstellen, en dan was er nog een bladzijdetje over voor tante Sidonia om een taart of iets dergelijks te bakken.

Jerom, de deus ex machina van de striptologie. Kon 300 kilometer per minuut rennen als het nodig was, maar wanneer zijn vrienden in gevaar waren was hij in geen velden of wegen te bekennen. Tót het eind van het avontuur in zicht kwam: dan had Willy Vandersteen hem ineens nodig, en dan maakte het ook niet uit in welke penariesoort men nu weer was beland, want Jerom kon altijd wel iets om het op te lossen. Maar ho maar dat hij een keer op pagina 5 opdraafde om korte metten met het kwaad te maken.

In de wereld van sciencefiction en fantasy gaat het natuurlijk net zo. Als de schrijver ook maar enigszins in de knoop komt met de wereld die hij gecreëerd heeft, dan – hopla! – voegt hij er iets aan toe waardoor het allemaal weer net klopt. Als lezer word je op die manier vreselijk in de maling genomen, omdat je van tevoren nooit weet wat er allemaal wel en niet kan – je bent als het ware overgeleverd aan de grillen van een god, en onaantrekkelijker dan dat kan ik het niet bedenken. Mensen die beweren dat het in de conventionele literatuur net zo toegaat, omdat ook daar de schrijver bepalend is voor de wereld waarin het verhaal zich afspeelt, begaan een grote vergissing. De werkelijkheid waarin wij leven en waar twee plus twee altijd vier is, legt een zodanige beperking op dat het vele malen meer fantasie vergt om daar iets zinnigs aan toe te voegen dan wanneer je iets compleet nieuws bedenkt waarbij je de regels van begin tot eind kunt manipuleren en waar the sky the limit is. Kortom, fantasy is fantasieloos en een volstrekt minderwaardig genre.

Het behoeft inmiddels geen betoog meer dat ik vaak wat moeite heb met literatuur waarin Kafka ook maar enigszins zijn staart roert, en het is dan ook een wonder dat Haruki Murakami uitgegroeid is tot een van mijn favoriete schrijvers. Goed, bij hem heten de personages niet Gnarf of Gnorp maar gewoon Johnny Walker, maar een vleesgeworden whiskymerk dat katten vermoordt: dat kan ik altijd wat moeilijk plaatsen. Ik krijg dan vaak de indruk dat ik iets mis, en dat de schrijver er vast iets mee bedoelt dat hij Johnny Walker opvoert, en niet bijvoorbeeld Ralph Lauren of Tommy Hilfiger in zo’n afschuwelijke mislukte Mondriaantrui.

Dergelijke vraagtekens had ik meer dan vijfhonderd pagina’s in Ishiguro’s The Unconsoled. Ik weet niet wat die Japanners in hun misosoepje mieteren, maar je wordt er wel creatief van. Hier zien we een gevierde pianist, meneer Ryder, die in een niet nader genoemde plaats ergens in centraal Europa arriveert; hij heeft alleen geen idee wat hij er komt doen. Van de mensen om hem heen komt hij mondjesmaat dingen te weten, onder andere dat het allemaal draait om ‘donderdagavond’ en dat er tot die tijd een propvol programma wacht. Je zou kunnen denken dat de hoofdpersoon iets aan zijn geheugen heeft, maar andere dingen herinnert hij zich juist heel erg goed. Zo vertelt hij gedetailleerd over zijn jeugd als hij erachter komt dat zijn hotelkamer (in centraal Europa dus) de kamer is waar hij, in Engeland, is opgegroeid. Nou, dan weet je als lezer wel dat je een zware dobber krijgt. Even later kijk je er al niet meer van op dat een gangkast in een hutje bovenop een heuvel toegang biedt tot het hotel, waarvandaan het eerder een half uur rijden was.

Wie de touwtjes van dit boek aan elkaar probeert te knopen, wordt stapelkrankzinnig. Wie chocola kan maken van de diepere betekenis erachter, verdient een standbeeld. Maar de laatste tweehonderd bladzijden heb ik wel met een bekaterd hoofd op nieuwjaarsdag tot half drie ‘s nachts in één ruk uitgelezen. Dat dan weer wel. Een heel, heel maf boek. Ik ben er twee weken later nog steeds niet uit of ik het u kan aanbevelen.

Geert (2)

Voordat ik mij vanaf het eind van deze week stort in de uitdaging van Tien dagen zonder een enkele gedachte aan seks – ik doe weer mee aan het Corus Chess Tournament – moet ik eerst even wat post afhandelen.

Te beginnen met meneer E. uit L.K.net, die mij toebeet dat ik in de valkuil was gestapt die Geert Wilders gegraven heeft. Dat is niet zo’n vriendelijke, om niet te zeggen: ronduit beledigende beeldspraak in het geval van iemand die al jaren ondergronds moet leven omdat hij met de dood wordt bedreigd, maar het bleek te gaan om een figuurlijke valkuil die zegt dat je ofwel voor, ofwel tegen Geert Wilders bent.

Deze meneer E. heeft het niet goed begrepen. De kern van mijn hele betoog was nu juist dat er een derde weg is, die je in de gelegenheid stelt om Geert Wilders enerzijds een gigantische mafkees te vinden, maar anderzijds zijn recht om een gigantische mafkees te zijn te vuur en te zwaard te verdedigen. De bedoelde valkuil is niet door Wilders zelf gegraven, maar door een politiek correcte elite die er vervolgens zelf massaal instapt (een selffulfilling pitfall, als het ware) door stelselmatig iedere verdediging van Wilders, op welk vlak dan ook, op te vatten als een inhoudelijke steunbetuiging aan zijn adres, die echter in mijn gehele artikel in geen velden of wegen, niet in of tussen de regels door, te vinden was. Ik begon nota bene met de opmerking dat ik het helemaal niet over Geert Wilders wilde hebben.

Meneer E. beschreef voorts op ostentatieve wijze de mate waarin hij rekening houdt met gelovigen, en hij zei dat het goed was. Meneer E. verdient voor deze invulling van zijn burgerschap alle lof en misschien ooit wel een lintje, vooral voor het feit dat hij in zijn hele verhaal slechts eenmaal het woord ‘respect’ nodig had. Het spijt mij echter te moeten constateren dat ook hier volledig voorbijgegaan werd aan de kern van mijn betoog. We weten natuurlijk allemaal wel hoe we ons fatsoenlijk moeten gedragen, we doen ook allemaal ons best, met wisselend succes, en als we vergeten zijn hoe het ook alweer moest, legt oom Doekle het gewoon nog een keer uit.

Maar als we dan hebben vastgesteld hoe we idealiter met elkaar omgaan, dan kunnen we wel iemand gaan bewieroken die in de tram opstaat voor een bejaarde, maar het is natuurlijk veel interessanter om te kijken wat er gebeurt als iemand zich niet aan die omgangsvormen houdt, en geen rekening houdt met de gevoelens van anderen, of nog extremer: deze moedwillig krenkt. Daar ging mijn stukje natuurlijk over, maar dit werd in de reacties zorgvuldig vermeden.

Volgens mij zijn de opties beperkt. Je kunt zo’n beledigende uitspraak inhoudelijk afkeuren. Je kunt hem op ethische gronden afkeuren. Je kunt de betreffende mafkees verzoeken het in het vervolg wat rustiger aan te doen. Je kunt iets naars terugzeggen. En je kunt zo iemand voor de rechter dagen. Maar alleen als die rechter oordeelt dat de mafkees schuldig is, kun je stellen dat deze zijn uitspraken niet had mogen doen; in alle andere gevallen is de uitspraak rechtmatig, en iedere afkeuring ervan subjectief.

Om mijn punt nog duidelijker te maken, wil ik het u nog sterker vertellen, maar dan moet u wel beloven dat u mij niet verkeerd begrijpt. Denk dus eens na voor u verder leest.

Stel nu eens dat Geert Wilders een bijzonder sterk ontwikkeld fatsoensbesef heeft en daarnaast beschikt over een uitzonderlijk visionair vermogen. Kortom, hij heeft gelijk, en als wij niets doen, nemen de subversieve elementen (wier bestaan hopelijk niet ontkend wordt) het van ons over. Misschien doet Geert Wilders dan wel het fatsoenlijkst denkbare door nu als een bezetene tekeer te gaan. Ik zeg er voor de zekerheid maar even bij dat ik persoonlijk niet denk dat het zo’n vaart zal lopen, ik zie de boze reacties alweer binnenstromen, maar ik vraag me wel af op welke objectieve, en vergeet u dat woord niet als u straks in de comments uw gelijk probeert aan te tonen, gronden men nu kan zeggen dat Geert Wilders zijn toon moet matigen. Ik zou me nog iets kunnen voorstellen bij een stellingname dat het ‘beter of constructiever zou zijn als…’, maar de idiootste reden om idiote uitspraken af te keuren is wel de angst voor nog idiotere reacties (daarom schrijf ik deze stukjes ook gewoon).

En daarom zie ik in Doekle Terpstra ook eerder een doodsbenauwd wezeltje dan een autoritaire schoolmeester die de kiftende partijen tot de orde roept, zoals mevrouw Z.Z. uit A. voor ogen heeft. Als we die vergelijking doortrekken, dan zou dat betekenen dat meester Doekle gezag heeft, en zijn leerlingen naar hem luisteren. Ik zie ze al voor me, twee moslimfundi’s, de een met een plattegrond van Schiphol op schoot, de ander driftig in de weer met rode en blauwe kabeltjes en de montagehandleiding, en dan *plof*, daar valt de Trouw op de deurmat, Moet je nu eens zien, zegt de een, een interessant artikel van Doekle Terpstra van wel twee pagina’s lang, Zoveel tijd hebben we niet, zegt de ander, Ons vliegtuig gaat al om kwart over acht, en de handleiding is nogal onduidelijk, Maar hij heeft zinvolle dingen te melden, die Doekle, laten we verdraagzaam zijn en de boel af- in plaats van opblazen, Goed, dat doen we.

Of begrijp ik het verkeerd en wordt alleen van Geert Wilders verwacht dat hij zich verdraagzamer opstelt?

Zo blijkt maar weer eens hoe relevant het zou zijn als iemand zich bij zijn aanval op Wilders wel zou uitspreken voor diens recht op domme en beledigende meningen en tegen de nog veel dommere en bedreigender reacties van beledigde gelovigen. Het stelselmatige stilzwijgen op dit punt heeft toch iets vergoelijkends. Zou het zo kunnen zijn dat Terpstra c.s. stiekem nog veel banger zijn en denken dat we de dans ontspringen als we iedereen maar te vriend houden? En geef toe, sluiten we niet allemaal af en toe onze ogen voor dreigingen waar we liever niet aan denken, in de hoop dat het dan wel overwaait?

Ik durf dat best toe te geven, en ik kan me zelfs voorstellen dat publieke figuren het verstandig achten om bepaalde opvattingen niet naar buiten te brengen. Maar laten we wel even vaststellen dat er dan iets grondig mis is, en niet zozeer met degene die zo’n kwalijke opvatting toch openlijk uitspreekt, alswel met de waanzinnige types die daar niet mee om kunnen gaan. Als iamzero.nl dus binnenkort weer gehackt wordt, wat ik gelet op gebrekkige beveiliging zeker niet uitsluit, dan mag ik toch hopen dat mij geen enkele blaam treft. Ook in dit stukje ben ik eigenlijk weer heel vriendelijk geweest.

Veertig dagen

Het nieuwste tv-format, Veertig dagen zonder seks, is zoals de naam al suggereert bepaald geen hoogtepunt, maar bevestigt wel voor de zoveelste keer mijn absolute en ontwijfelbare ongeschiktheid voor welk format dan ook. Zet mij in zo’n programma en ik ga gewoon veertig dagen lezen en schaken, en zo kom ik mijn tijd prima door. Zet mij in de Gouden Kooi en ik ga de hele dag met Jaap schaken en ‘s avonds op de bank een boek lezen. Zet mij in Expeditie Robinson en ik zit de godganse dag te lezen in mijn eigen paalwoning (oei, laten de makers van Veertig dagen zonder seks het niet horen).

Zero is de doodssteek voor iedere programmamaker.

Veertig dagen zonder seks: afgezien van de volslagen nutteloosheid ervan ontgaat de noemenswaardigheid van die prestatie mij volledig. Alsof het besef dat je in een EO-programma zit je de lust niet voor nog veel langere tijd ontneemt (sorry, Jan). Bovendien heb ik al eens een jaar of zeventien zonder seks gedaan, hoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat je daar, als je masturbatie ook als seks ziet, en dat doen onze evangelische broeders, wel een paar jaar van… en houdt u zich nu goed vast, want daar komt-ie dan, nu al de grap van het jaar: moet aftrekken.

Nee, veertig dagen zonder seks: dan trek ik wel dat trek ik wel!

(voor de goede orde: dat u naar aanleiding van mijn vorige stukje niet denkt dat ik in 2008 plotseling een serieuze weg ben ingeslagen)

Hoewel ik zelf niet heb gekeken (ik doe mee aan Veertig jaren zonder EO) heb ik vernomen dat de programmamakers erin geslaagd zijn een aantal jongeren te vinden voor wie de opdracht wel degelijk een hele opgave was; net zoals de redacties van programma’s als Undercover Lover ook altijd bronstige heerschappen weten te vinden voor wie zelfs Erica Terpstra en Caroline Terpstra Tensen nog nauwelijks te weerstaan zijn. Wat jammer toch dat ze voor dat soort programma’s nou nooit putten uit de pool van That’s the question- en Lingo-kandidaten, of nog helazer: dat er nooit kandidaten zijn die doelbewust het hele format onderuit schoffelen.

Want die macht heb je natuurlijk als kandidaat: het succes van het programma staat of valt bij de worsteling van de deelnemers met het centraal staande thema. Geweldig lijkt het me, als het Temptation Island-publiek ineens wekelijks geconfronteerd wordt met volslagen frigide deelnemers die op hun zwoele bounty-eiland bij zonsondergang niets liever doen dan diepzinnig filosoferen over de categorische imperatief bij Kant.

Spijtig genoeg heb ik zoiets nog nooit gezien. En zolang van de kandidaten wordt verwacht wordt dat ze een positieve bijdrage leveren aan het welslagen van het programma, of althans de opzet daarvan, kan ik alleen maar dromen van een rolletje in Temptation Bierland: met vijftien andere zuipschuiten op een eiland gebouwd van kratten bier waarvan de flesjes met geen mogelijkheid open te krijgen zijn, op een rantsoen van Brinta en karnemelk. Dat zou ik geen veertig dagen volhouden.

Geert

Lieve mensen, ik wil het dit jaar niet met u over Geert Wilders hebben, dat doen al genoeg anderen, maar over de strijdwijze van zijn tegenstanders. Want Wilders mag dan af en toe idiote ideeën verkondigen, de manier waarop er doorgaans op hem gereageerd wordt, is pas echt staatsgevaarlijk.

Allereerst is daar natuurlijk Doekle Terpstra. In mijn vorige stukje probeerde ik zijn zaaddodend naïef-vredelievende aanval op Wilders nog te ridiculiseren door een willekeurig kamerlid met een nog dommer idee op dezelfde manier te beschimpen. Dat ging natuurlijk over Terpstra, en helemaal niet over Atsma, maar uw reacties beperkten zich tot het weer, en dat is toch wel tekenend.

De aanpak van Terpstra is die van het jongetje op de lagere school dat gepest wordt en dan in een hoek gaat zitten janken dat het niet éérlijk is, dat je niet mág pesten. Daar kun je dan gelijk in hebben, je hebt verdomd weinig aan die constatering, en de aanstichter van het kwaad zal er eerder een schepje bovenop doen dan dat hij in het vervolg wat meer rekening met je zal houden. De oproep van Terpstra leidt dus in het geheel nergens toe, behalve dan tot een weeë zemelsmaak in je mond. En de krant die twee hele pagina’s voor zoiets futiels uittrekt, de eerste twee zelfs, is trouwens misschien toch wel niet de beste van Nederland.

Een andere krant meldt al drie weken lang dat er misschien wel rellen en wereldwijde boycots gaan komen na de uitzending van Wilders’ film over de Koran. Ik weet niet wat de redactie bezielt om dit bericht iedere dag opnieuw te plaatsen, maar het lijkt mij dat degene die het nu nog waagt om stampij te gaan schoppen, echt tuig van de richel is. Ze hoeven echt niet te wachten tot die film uitgezonden is om te weten dat Wilders hun vriend niet is, en de film zal heus geen zoetsappig romantisch drama worden.

Geen enkele aanleiding dus om na de vertoning van dat YouTube-filmpje de straat op te gaan. Toch zal het gebeuren, en de reactie van de terpstraristen zal dan niet zijn dat stokslagen en handafhakkingen op hun plaats zijn, maar vooral dat Wilders wel echt heel erg provocerend bezig is geweest.

‘Je mag zeggen wat je wilt, MAAR…’, dat soort geneuzel, en we weten allemaal dat wat op ‘maar’ volgt, altijd zwaarder weegt. Onzin! Je mag zeggen wat je wilt PUNT. Al tientallen jaren worden de christenen, ik kan ze ook gerust gristenhonden noemen, geen haan die ernaar kraait, op de meest respectloze wijze geschoffeerd, en dat wordt volkomen geaccepteerd, doorgaans óók door de lijdende voorwerpen. Hoe kunnen we dan toch tegelijkertijd blijven volhouden dat Wilders zijn toon moet matigen en dat er met de islam niets aan de hand is?

Wilders zegt dan dat de islam een fascistisch geloof is dat ons bedreigt en dat bestreden dient te worden. De subtiliteit en ook de noodzaak van die woordkeuze is ver te zoeken, maar als je er de weinig smakelijke en door Wilders wat overdreven gedoseerde saus van het populisme afschraapt, blijft over dat zich in onze samenleving enkele subversieve elementen bevinden die de islam als grootste gemene deler hebben. En dat is ineens een analyse die zelfs gedeeld zou kunnen worden door dragers van sokken gemaakt van dieren die men wel op de kinderboerderij aantreft en waar al dan niet mee gecopuleerd is.

Maar daar gaat het dus om: dat Wilders het niet zo mag zeggen. Zijn collega’s die door hem gepest worden, gaan massaal in de hoek zitten janke-balkenende-pruillip-opzetten: ‘Zo praat een politicus niet’. ‘Een kamerlid maakt een minister niet uit voor ‘knettergek”.

Nou, wel dus. Ik bedoel, mijn stijl is het ook niet, maar het valt moeilijk te ontkennen dat we het hier hebben over een democratisch gekozen volksvertegenwoordiger die dus helaas wél zo praat en de minister wél voor knettergek uitmaakt. Dus: deal with it, of zoek een andere baan.

Het gevolg van de oververhitte reacties op iedere scheet van Wilders is inmiddels zelfs dat mensen hun meningen gaan bijstellen uit angst de verdenking op zich te laden dat ze het misschien wel met het Kwaad (© Doekle 2007) eens zijn. Neem nu Geerts mislukte proefballonnetje over het uit de regering zetten van Beatrix na haar mierzoete kersttoespraak. Van de PvdA weten we al een tijdje dat zij uit electorale overwegingen het koningshuis met rust laat, maar dit pleidooi zou normaal gesproken toch op warme belangstelling van verklaarde republikeinen van D66- en SP-huize mogen rekenen. Nee hoor, Geerts uitspraken werden kamerbreed verworpen.

En wie staat er, nu het dreigende zwaard van een internationale boycot boven ons hoofd bungelt, vast op om vol vuur en ondubbelzinnig te verklaren dat hoe verwerpelijk Geerts boodschap ook is, hij wel de vrijheid heeft om deze te verkondigen? Dat wij in Nederland abjecte ideeën verkiezen boven fundamentalistisch geweld van godsdienstwaanzinnigen? Niemand! Een levensgevaarlijke knieval.

Balkenende, maar ja, moeten we het daar dan van hebben, was nog de enige die deed wat je moet doen: de man compleet negeren of, beter, uitnodigen voor een goed gesprek. Jamaar, wordt er dan gepiept vanuit de jank- en pruilhoek, dat heeft toch geen zin want daar gaat hij toch nooit op in. Nee, vind je het gek als er geen enkele sanctie op staat; je hoort er simpelweg niks meer over en Wilders komt er keer op keer mee weg.

Ik weet nog wel een goed plekje op pagina 3 van de Volkskrant, waar nu dagelijks wordt bericht over relletjes die in de toekomst wellicht ooit zouden kunnen gaan plaatsvinden, in plaats waarvan onze minister-president ons er ook dagelijks aan zou kunnen herinneren dat Wilders nog steeds niet heeft gereageerd op zijn uitnodiging. En als Wilders dan over een tijdje weer met een voorstel komt – laten we zeggen dat alle moskeeën in Saoedische olie gedrenkt moeten worden en vervolgens het rookverbod in het huis van Allah moet worden opgeheven – en Balkenende wordt om een reactie gevraagd, dan moet hij dat gewoon niet doen en zeggen: ‘Geert Wilders? Dat is toch die man met die grote mond die altijd weigert om te praten?’

Of zet voor mijn part Geert Wilders op marktplaats.nl (maar dan wel https, in verband met een beveiligde omgeving). Maar in ieder geval, om Rita Verdonk in incorrect Nederlands te citeren: doe wat! – grijp ook eens het initiatief, doe eens iets terug (en niet meteen zo verongelijkt) en laat je niet als een mak schaap onverdoofd naar de slachtbank leiden.