Drukker

…en zelfs thuisblijven helpt niet.

Gelukkig zit het werk er bijna op en kan alles naar de drukker.

Intussen maak ik natuurlijk ook geen pest mee, nog minder dan normaal zelfs. Of het moest die gekke kat zijn die mijn thuisblijven beloonde met een op zich stoere, mannelijke braakactie: vol overgave gooide hij zijn hele maaginhoud eruit, alsof hij zojuist twintig bier achterover had geslagen. Het jammere was alleen dat er in Darko’s hoopje ellende, dat qua onsmakelijkheid overigens weinig onderdeed voor de muizenlijkjes van voorganger Wilbert, heuse spoelwormen te ontwaren vielen, een schouwspel dat mij noopte tot een fietstochtje richting dierendokter, dwars door de barre koude die ik als winters zou willen kwalificeren, en al bij al een hinderlijke onderbreking van de werkzaamheden die er mede de oorzaak van is dat ik u wederom niet heb kunnen vergasten op datgene waar u nu al bijna een week naar smacht.

Of nu dan toch een beetje.

Urgent

‘Urgent – Jan Wolkers overleden’, mailde de Volkskrant me eerder vandaag.

Dat vond ik vreemd. ‘Urgent – Jan Wolkers heeft nog een paar uur te leven’ had ik nog kunnen begrijpen, maar ‘Urgent – hij is dood’, dat was nergens voor nodig. Urgent is het nieuws dat zich nog aan het ontrafelen is maar niet kan wachten tot het zijn weg tot de onwetende menigte vindt. Urgent is het excuus voor de onvolledig geïnformeerde journalist die zich voor één keer mag vergrijpen aan spelfouten en speculaties omdat de tijd voor zorgvuldigheid ontbreekt.

Maar over de dood vált niets te speculeren. Je bent geïnformeerd of niet; niets zo definitief, zo volledig kraakhelder, zo onomkeerbaar en vooral zo onurgent als de dood.

Hoewel.

Vannacht droomde ik over mijn eigen dood, en als er een psycholoog in de zaal is die het onderstaande kan verklaren, dan houd ik mij aanbevolen, mits u dat verstandig acht.

Het was een vage oude kennis (vraag me niet wie, dat soort details vergeet ik altijd) die eerst een naaste van me (vraag wederom niet wie) overhoop knalde, en vervolgens was ik zelf aan de beurt. Het deed geen pijn hoor, het was uiteindelijk een droom, en in dromen schijn je volgens mij nooit pijn te hebben, maar ik legde dus wel mooi het loodje. En ergens was ik daar wel blij mee, want ik heb altijd al willen weten wat er daarna eigenlijk gaat gebeuren.

Urgent – zero tot niets gereduceerd.

Welnu, mijn leven bleek even later gewoon door te gaan, maar dan in de wetenschap dat ik dood was. Alle acteurs die tijdens mijn leven hun best hadden gedaan om voor mij verborgen te houden dat ze één groot toneelstuk opvoerden (en daar met uitzondering van de foute oom met verve in waren geslaagd), speelden vrolijk verder rondom mijn aangepaste rol. Mijn collega’s kwamen me bijvoorbeeld opzoeken om te vertellen hoe vervelend ze het vonden dat ik niet meer kwam werken. Maar een dode werkt niet, dat begrepen zij ook wel.

Toch klopte er iets niet. De twijfels over de dood na het leven groeiden, en uiteindelijk vielen alle stukjes op hun plaats toen ik bedacht dat ik helemaal niet dood maar aan het dromen was. Vervolgens moest ik alleen nog bedenken wat ik gedroomd had en wat echt was gebeurd.

Maar daar liep mijn processor vast; ik had immers alles gedroomd, er was helemaal geen onderscheid tussen werkelijkheid en droom. En toen werd ik wakker.

U kunt zich voorstellen dat ik even een beetje in verwarring was toen ik in leven en welzijn moest concluderen dat ik gedroomd had dat ik gedroomd had dat ik dood was.

En nu is ook Jan Wolkers nog eens urgent en onherstelbaar overleden.

Het is dat ik hier een weblog te onderhouden heb.

Trots op Zero

Weet u het nog? Het was ongeveer een jaar geleden, en onze minister-president zei het: “Laatw totszij opkaar! Die VOC-mentiteit!”

Misschien heeft u de ingeslikte essentie van deze boodschap gemist, maar dit is wat Balkenende zei: “Laten we in dit steeds verder richting afgrond glijdende land waar ik al veel te lang de scepter zwaai toch eindelijk weer eens trots zijn op elkaar! Die VOC-mensen hadden het lang zo slecht nog niet in die tijd!”

De sneue houten klaas die hier appelleerde aan ‘s mensen gevoel van trots verspreidde een penetrante geur van stof- en muffigheid, ergens tussen schimmel en spruitjes in. Het pleidooi kon rekenen op een warm onthaal in huizen met koekoeksklokken, en in zaaltjes waar bejaarden zich aan de sherry laven. Toch vreemd dat wanneer Rita Verdonk dezelfde woorden bezigt, de eerste gedachten uitgaan naar bruinhemden en verkoolde lichamen van vluchtelingen.

Trots op Nederland.

Als ik die chagrijnige breedbeeldvullende plofkop van Cipirita ontwaar en het monotone gedrein dat uit haar mond komt beluister, ben ik allesbehalve trots op Nederland. Sterker nog, ik ben überhaupt, ik ga er spontaan Duits van praten, niet trots op Nederland.

Ja, zal Rita’s riposte zijn, dat bewijst alleen maar dat het hard nodig is dat we weer trots worden. Maar nee. Laten we ons eerst maar eens rekenschap geven van het feit dat we in de afgelopen vijf jaar hoegenaamd niets hebben gepresteerd om enig gevoel van trots voor te koesteren, of het moest die 1-0 tegen Slovenië zijn die we toch vast moeten kunnen houden. Het wordt tijd om de waarheid onder ogen te zien, en vooral om enige bescheidenheid te betrachten.

Dus roept u mij maar na:

IK BEN NIET RECHTS!
IK BEN NIET RECHT-DOOR-ZEE!
IK BEN LINKS!

IK BEN NIET TROTS OP NEDERLAND!
IK KOTS OP NEDERLAND!

IK BEN NERGENS TROTS OP!
IK BEN TROTS OP NIKS!
IK BEN TROTS OP ZERO!