Sie Sind Helden

U heeft iets gemist vrijdagavond. Daar was u zich waarschijnlijk totaal niet van bewust, maar ik ben de beroerdste niet en strooi graag wat zout in de wonden.

Vrijdagavond was er een concert van Wir Sind Helden in Paradiso. Daar was u zeer waarschijnlijk niet bij, en in het uitzonderlijke geval dat u er wel bij was, heeft u zonder het te weten een ontmoeting met schrijver dezes misgelopen, wat natuurlijk nog veel vervelender is.

Wir Sind Was?, vraagt u zich wellicht af. Welnu, Wir Sind Helden, Duitsers inderdaad, maar hun enthousiasme zou zelfs bij Cisca Dresselhuys en Louis van Gaal aanstekelijk kunnen werken.

Van deze briljante single zou u ze kunnen kennen:

En vooruit, een stukje Paradiso dan maar (en in het echt was het geluid ook nog eens goed):

Lust

Nadat Jan Peter Balkenende in New York de Verenigde Naties had toegesproken in het houtenklaasengels dat kennelijk hoort bij het beroep premier der Nederlanden – zijn dappere ‘we shoot help Myanmarformerlyknownasbirma’ zou door het militaire regime opgevat kunnen worden als een legitimatie voor het geweld tegen de monniken en burgers – moest hij met het eerste vliegtuig weer terug naar Nederland voor spoedoverleg met zijn ministers.

Nee, het ging niet over het europareferendum, en ook niet over de versoepeling van het ontslagrecht. Nee, het ging over de vrouw. Is zij nu wel of geen lustobject?, vroeg een van de kabinetsleden zich af.

In de islamitische wereld, nog wel eens gekarakteriseerd als mijlenver achterlopend op de onze, is deze discussie al eeuwenlang beslecht. Ja, natuurlijk is de vrouw een lustobject, dus hup, een zak over haar kop of zelfs een hele tent en de man kan zich weer concentreren op zijn werk in plaats van likkebaardend, wat een leuk woord is dat trouwens in de moslimcontext, over straat lopen.

Het kabinet heeft zich gisteravond tot in de diepe uurtjes over de vraag gebogen, terwijl op de achtergrond de eloquente 2Babes de nacht tussen de seksadvertenties door aan elkaar praatten. De uitslag van het overleg is even verrassend als schrikbarend: de vrouw is geen lustobject!

Nog een geluk dat ik dit bericht pas las na het overigens fantastische concert van Wir Sind Helden, dat ik gisteravond anders met hele andere ogen had bekeken, maar: godverdomme nog aan toe! Kijk, als Boris Dittrich had gezegd dat de vrouw geen lustobject is, dan had ik dat nog begrepen, maar wie zijn Jan Peter Balkenende, Piet Hein Donner en pak ‘m beet, of liever niet eerlijk gezegd, André Rouvoet nu om te oordelen over deze netelige kwestie?

En wat is de vrouw dan nog wel, als ze geen lustobject meer is? Wat moet ik nou straks zeggen als mijn vriendin terugkomt van de kapper, als die tenminste van overheidswege niet al gesloten is? “Ga maar weer naar je aanrecht”?

Het komt natuurlijk allemaal door die documentaire Beperkt houdbaar van Sunny Bergman over de schoonheidsidealen die worden opgedrongen. Maar ja, denk ik dan, hadden we een jaar of dertig geleden niet bedacht dat ook vrouwen voorzien zijn van een goed stel hersens? Dus óf ze zijn gewoon toch dom dat ze aan dat anorexia-ideaal willen voldoen, in welk geval we ze inderdaad in bescherming genomen moeten worden tegen zichzelf, maar dan wil ik ook geen gezeur meer over gelijke rechten of glazen plafonds horen; óf ze zijn wel slim, maar dan kiezen ze er willens en wetens zelf voor om als lustobject in onze vrije samenleving rond te flaneren, en dan moeten we daar verder ook niet moeilijk over (en ons voordeel mee) doen.

Bovendien: ik ben in geen enkel verkiezingsprogramma het standpunt tegengekomen dat de vrouw geen lustobject is. Het is je reinste kiezersbedrog, en natuurlijk een kolfje naar Geerts hand: eerst verhoogden ze al de accijnzen op het bier, en nu ontnemen ze de mannen ook nog eens hun andere pleziertje, terwijl die eerste maatregel wellicht al zorgde voor een enorme afname van het aantal ongewenste intimiteiten.

Ik laat het er niet bij zitten en overweeg een nieuwe partij. De Partij voor de Lust bijvoorbeeld (PvdL, die hadden we nog niet). Of Lijst Lust. Lust 1. Lijst 69. Daar komen we wel uit. Nu alleen nog een rondborstige, schaars geklede lijstduwster.

Monniken en burgers

Ik weet echt helemaal niets over Birma, behalve dan dat je het land al een tijdje Myanmar moet noemen. “Myanmar-het-voormalige-Birma”, zegt Philip Freriks dan meestal, en ik begrijp ook wel dat dat te ingewikkeld is voor een pakkende kop op de voorpagina. Maar bij het openslaan van de krant hedenochtend werd ik op een of andere manier toch minder gefascineerd door de demonstraties in Rangoon dan door het feit dat die stad klaarblijkelijk weer in het verdwenen gewaande Birma blijkt te liggen – volgens de Volkskrant althans; de NOS houdt het op Myanmar.

Nu wil ik absoluut niet de suggestie wekken dat ik ongevoelig zou zijn voor de dappere mannen en vrouwen die, met een wisse dood in het vooruitzicht, op durven te staan tegen een dictatoriaal bewind. Integendeel. Vooral de vreedzaamheid waartoe mensen die van binnen moeten koken zich kunnen beperken, vaak nog onder barre omstandigheden ook, wekt bewondering. Ik kan me van een paar jaar terug een foto herinneren van een studente die een roos in het schild van een zwaarbewapende militair plantte, die diepe indruk op me maakte. Als het daar op een veldslag was uitgelopen, had die man (als een ware boeddhist) geen mier meer kwaad durven doen.

Maar laten we eerlijk wezen: u mag me hartstikke doodslaan, ik weet bij god niet meer of dat nu in Oekraïne of Georgië was.

Hadden we in Oekraïne een oranje en in Georgië een rozenrevolutie, in Myanmarhetvoormaligebirma voltrekt zich momenteel een monniken- en burgersrevolutie. Het aardige van nieuws uit streken waarvan we het bestaan vergeten zijn, is dat je weer eens kennismaakt met een andere correspondent. Deze overtrad met zijn “monniken en burgers” wel tot drie keer toe de Gesetz der wachsende Glieder, die voorschrijft dat in opsommingen de onderdelen met het minste aantal lettergrepen als eerste genoemd worden, en de langste onderdelen als laatst. Ga maar na: Adriaan en Bassie, Cloppenburg en Peek, Dreesmann en Vroom, Heineken helder heerlijk.

Monniken en burgers. Alsof monniken ook geen burgers zijn, trouwens.

Ze deden ook nog een kunstje, de monniken en de burgers.

Terwijl monniken door de straten van Rangoon trokken, hielden burgers elkaar bij de hand en vormden een menselijke ketting om de monniken te beschermen tegen eventuele aanvallen. Tienduizenden burgers stonden langs de kant van de weg en applaudisseerden.

Moet je eens proberen, met zijn allen een menselijke ketting vormen en onderwijl klappen.

U ziet het: schaamteloos fixeer ik mij op taalkundige onbenulligheden in plaats van op de wereldgeschiedenis die wellicht geschreven wordt. Ik vorm voor het gemak een mening, die nogal voor de hand ligt omdat je wel echt tuig van richel moet zijn als je boeddhistische monniken tot protest weet te drijven, en dat is dan dat.

Wat zijn we toch slechte wezens.