Darko

Nadat onze Wilbert ons, en daar bedoel ik u en mij mee, op zo tragische wijze was ontvallen, was de teloorgang van dit log even voorspelbaar als voorspoedig. Een stukjesschrijver kan nu eenmaal niet zonder kat, al was het maar voor de broodnodige en altijd onderschatte kopjes. Een log zonder waakpoes is als een kip zonder kop, als Bassie zonder Adriaan, als de Infernale Cherubijnen zonder Harley Davidson, als de eredivisie zonder Sparta, als Mulisch zonder pijp, tot het moment natuurlijk waar op hij deze aan de notoire verzamelaar Maarten overhandigt.

Enfin.

Het doet mij genoegen u voor te stellen aan de nieuwe bewaker van de goede zeden alhier:

En we noemen hem Darko, voluit Darko Tertuliano Maximo Afonso, en voor intimi ook wel Ronnie Darko.

Darko is een kritische geest, wars van opsmuk, die kwaliteit boven kwantiteit stelt. Nadat hij bij een bedrijfsongevalletje een gebroken bekken had opgelopen, belandde hij in de WIA en vroeg hij in Zandvoort asiel aan. Na een kort ziekbed wachtten alweer de verplichte sollicitaties teneinde een verblijfs- en werkvergunning te verkrijgen. Darko, nog altijd gedeeltelijk arbeidsongeschikt, is op tijdelijke basis tewerkgesteld, met uitzicht op een vaste aanstelling. Uitzending op detacheringsbasis behoort eveneens tot de mogelijkheden.

Acquisitie wordt niet op prijs gesteld.

Engeltjes

Onwillekeurig duikel je toch even de verzekeringspapieren op uit de kluis als je boven op het muurtje achter in de tuin een gelederde Hell’s Angel ontwaart die bezig is een spandoek ter verwelkoming van zijn vriendjes en vriendinnetjes op te hangen aan een lantaarnpaal. Zeker wanneer je de achterdeur op een kiertje zet, opvangt dat de buurvrouw die wél zo dapper is geweest om erop af te stappen te verstaan krijgt dat ‘we om 12 uur beginnen’ terwijl de klok op dat moment half 1 aanwijst, en je dus niet anders kan dan concluderen dat de apocalyps rond middernacht een aanvang zal nemen, waarna je nog eens in dat vermoeden gesterkt wordt wanneer blijkt dat auto’s de gebarricadeerde en door ZZ Top-achtigen bewaakte straat niet meer inkomen.

We hadden dus een evenement in onze achtertuin.

Even was ik gerustgesteld toen ik op internet ontdekte dat de Bike Show (met drinks & foods, live muziek én braderie) pas op zondagmiddag tussen 12 en 7 zou plaatsvinden, maar toen ik me ging afvragen waarom ze dan al een dag van tevoren de straat aan het afsluiten waren, werd het me opnieuw angstig te moede. Drinks en foods en dan op 7 uur ophouden, ja, ammehoela.

Maar goed, ook Hell’s Angels moet je het voordeel van de twijfel geven, al was het maar bij gebrek aan alternatieven.

Op de dag des oordeels moest ik de slaap goed uit de ogen wrijven toen ik meende een springkussen voor kinderen te zien op de plek waar de wildwesttaferelen op het punt van uitbreken stonden. Maar iets na twaalven brak conform afspraak toch de pleuris uit: de straat stond al zwart van de Harleys en de lucht was al zo blauw van de uitlaatgassen dat met drie teugen adem het jaarlijkse quotum fijne deeltjes alweer binnen was. Met Angel of Harlem werd de muziek nog braafjes opgestart, maar het betrof hier natuurlijk het Haarlemse clublied, en weldra zouden snerpende gitaren een aangenaam verblijf in de buitenlucht definitief onmogelijk maken.

In plaats daarvan werd eerst Hotel California ten gehore gebracht, en daarna, houdt u zich even goed vast, Are you ready for loving me, u weet wel, van Do you wanna have a good time en We’ll let our hearts run free (just you and me). Evengoed een reden om op de vlucht te slaan natuurlijk, en nog een geluk dat het niet live was, maar René Froger was wel de laatste die ik had verwacht op een partijtje van de infernale cherubijnen.

Mijn eigen trouwe tweewieler bracht me na een meter of 200 aan de andere kant van de wereld, namelijk bij een schaaktoernooi. Hier heersten de stilte, de concentratie, de beschaafdheid, de intelligentie, de rust, de tattooloosheid. Het zweet, het autisme, de wereldvreemdheid. De mannen die ‘sssssssst!!’ sisten als iemand te diep adem had gehaald. En toch ook het bier.

Mijn trouwe tweewieler bracht me om half 7 ook weer terug. Het feestje bleek al voorbij. De boel werd afgebroken. Stoere mannen met een bezem. Om 7 uur lag de straat erbij alsof er net een uitzending van de Schoonmaakpolitie was opgenomen. De mannen met het bord op schoot voor de buis, en morgen weer lekker werken.

Jongens waren het, maar aardige jongens. Engelachtig haast.

Ramp

Nederland is niet voorbereid op rampen, is de conclusie van het rapport Nationale Veiligheid. Overstromingen, terror, drie dagen geen bericht op iamzero.nl, kippenhoest en Dries Roelvink op 1: het kan ons zomaar overkomen zonder dat we er erg in hebben.

Nederland is niet rampenproof. En dat is een ramp. En geef toe, we waren er niet op voorbereid. Geen sirene gehoord toen het schokkende nieuws bekend werd, geen sms’je van de overheid ontvangen; ik moest er zegge en schrijve een dag later zelf achterkomen via de krant, terwijl we het hier toch over mijn bloedeigen veiligheid hebben.

Vierhonderd ambtenaren die al zestien kabinetten lang op de lijst ‘te elimineren’ staan, hebben een jaar lang een ‘kritisch onderzoek’ uitgevoerd, waaruit ‘knelpunten’ en ‘blinde vlekken’ naar voren kwamen. Dat zijn dus 400.000 manuren die besteed hadden kunnen worden aan dijkverzwaringen, terrorbestrijding, schrijfcursussen voor zero, ophokplichten en cultureel besef voor gans het volk – als we maar hadden geweten welk onheil ons boven het hoofd hangt.

Maar dat wisten we dus niet.

Nu weten we het gelukkig wel: wanneer je constateert dat je niet voorbereid was, betekent dat de facto en ook een beetje qualitate qua dat je vanaf dat moment wel voorbereid bent. Ik bedoel, als het morgen gaat plenzen en de straten worden nat, dan kunnen we moeilijk volhouden dat we niet gewaarschuwd waren. Het staat er allemaal, in het rapport Nationale Veiligheid.

Kortom, het rapport Nationale Veiligheid zegt wel dat we niet voorbereid zijn, maar dat is helemaal niet zo. Het rapport Nationale Veiligheid is het levende bewijs dat wij op alles voorbereid zijn en strijdbaar als oranje leeuwen. Het is goddomme te belachelijk voor woorden dat uitgerekend in dit rapport te lezen valt dat we geen flauw benul zouden hebben van de donderwolken die zich boven ons samenpakken. Een gotspe, zeg ik u! Wat een cynisme huist er in die ministeries van ons, bah!

Maar waar ik me dan zorgen over maak, is wat we nu eigenlijk gaan doen met die fantastische voorbereiding als zo’n ramp zich daadwerkelijk voordoet. Gewoon je vinger in de dijk stoppen op de plek waar-ie gaat lekken, dacht ik altijd, maar doordat we nu voorbereid zijn, weten we eindelijk dat er veel meer bij komt kijken. In november is er dus (volgens hetzelfde bericht) een heuse overstromingsoefening in mijn geliefde geboortestad Rotterdam. Doe dat in Spijkenisse, denk ik dan, of in Urk. Of in Brabant tijdens carnaval. Maar nee: in 2008 volgt er zelfs een landelijke oefening. Waar moeten we dan heen met z’n allen? Naar het EK voetbal? Ik dacht het niet.

Kortom, de voorbereiding is weer eens piekfijn in orde, maar het resultaat is uiteindelijk een ramp.

Bereidt u zich intussen maar weer voor een paar dagen stilte alhier. En denk maar eens goed na over wat u dan gaat doen.

Uitgelezen (42)

Had ik u al eens gezegd dat u met gezwinde spoed het verzameld werk van José Saramago tot u moet nemen? Aan de berichten in de inbox af te lezen wel. Onder de lezers van iamzero.nl lijkt het hysterische rage ontketend – volgens mij zouden ze nog Yvonne Kroonenberg gaan lezen ook, als ik het zou aanprijzen. Maar dat doe ik natuurlijk niet.

Gadver, Yvonne Kroonenberg in één logje met Saramago.

Goed.

Aan de schier eindeloze lijst met saramagotips kan ik inmiddels ook Het schijnbestaan toevoegen. Het boek is een van de meest filosofische van Saramago, en alleen al de Nederlandse vertaling van de titel vormt stof tot nadenken, wat mijn vermoeden bevestigt dat er achter vertaalster Maartje de Kort net zo goed een groot literair talent schuilgaat. Het blijft natuurlijk de vraag waarom het boek niet gewoon De grot kan heten, zoals het origineel, maar Het schijnbestaan dekt de lading prima.

Wie grot + schijnbestaan zegt, die zegt Plato, en dat de hoofdpersoon een pottenbakker is, spreekt dan wellicht niet direct tot de verbeelding, maar is wel toepasselijk in deze historische context, waarin de grotbewoners de godganse dag naar gebakken kleipoppetjes zitten te kijken, wat zeg ik, naar schaduwen ervan op de muur.

Wie Plato’s grotvergelijking niet kent, doet er verstandig aan om voor het lezen van Het schijnbestaan eerst deel III van Griekse Klassiekers voor Dummies door te pluizen, maar vervolgens kun je wel het genoegen smaken om een keer intertekstualiteit van de bovenste plank te snappen – met dit verschil dat de mens in Het schijnbestaan pas het licht ziet als hij de grot induikt in plaats van wanneer hij eruit weet te ontsnappen.

Hoe een oude uitgerangeerde pottenbakker een held wordt, zie daar maar eens een boek van te maken.