Zeven zonnige zomerdagen zonder Zero

Ik had me nog zo voorgenomen om niet te vertellen waar ik vanaf woensdag een weekje verblijf, maar na al die toestanden in de Tour de France lijkt het me toch verstandiger om openheid van zaken te verschaffen.

Valencia it is.

Maar voor u het weet ben ik weer terug. En pas maar op, het is 2007; voor je het weet is er internet op de hotelkamer.

Intussen vermaak ik mij met:

En muchos cerveza y vino y chorizo y tiempo caliente por favor, naturalmente. ¡Hasta la próxima, gente de testículos! [tot de volgende keer, klootjesvolk!]

Uitgelezen (38)

Het werd nog een hele race tegen de klok om The Fountainhead op tijd uit te krijgen voor aanvang van de helaas voor u, o arme lezer, toch echt aanstaande vakantie. Want godallemachtig, wat een 694 dichtbedrukte pagina’s vol priegelletters waren dat! Dan kan A.F.Th. nog zo trots zijn op weer een dikke pil van boven de duizend pagina’s, maar met koeienletters en driekwart lege bladzijden aan het eind van talrijke hoofdstukken kom je daar al snel aan. Dit was different koek: geen millimeter van de bladspiegel bleef onbenut, hooguit met uitzondering van de halve bladzijden aan het eind van de vier hoofdstukken na.

Het was niet altijd even motiverend, om na een treinreis van ruim een kwartier te moeten concluderen dat er opnieuw maar ternauwernood acht pagina’s waren weggewerkt. Maar het was de moeite waard, dat dan weer wel. Ik geloof dat ik de ogen uit mijn kop moet schamen dat ik van tevoren nooit van dit boek had gehoord, maar na lezing begrijp ik wel waarom het als een klassieker te boek staat – en ook waarom het niettemin niet massaal gelezen wordt. Zonder meer is het een meesterwerk; de wijze waarop alle hoofdpersonages aan bod komen – ook de als minder sympathiek bedoelde – is bewonderenswaardig.

Het vervelende is alleen dat het personage dat de auteur als rolmodel voor haar filosofie opvoert zo’n enorme eikel is. Te midden van de mannelijke hoofdpersonen die hier en daar wat al te stereotiep op zoek zijn naar macht is deze Howard Roark degene die zich niets gelegen laat liggen aan de wens van het grote publiek en slechts naar zichzelf luistert. Vanuit artistiek oogpunt natuurlijk de gewenste invalshoek, maar praktisch gezien ronduit hinderlijk. De ergernis van de medehoofdpersonen over zijn kille en starre gedrag kon ik me dan ook levendig voorstellen, en zelfs bij het lezen van de ellenlange monoloog die de auteur haar held aan het eind gunt voor zijn ultieme triomftocht, kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat ik hier met een irritante betweter van doen had.

Tegelijkertijd is dat natuurlijk een groot compliment aan de schrijver, die alle karakters zo overtuigend neerzet dat je zelfs de grote held onsympathiek kunt gaan vinden. Het enige wat helaas onderbelicht blijft, is de plotselinge teloorgang van de tegenpool van Roark, Peter Keating, die mij na hoofdstuk 1 nog zo aardig leek maar even later ineens een sukkelige loser eerste klas bleek (waarna het van kwaad tot erger ging met de beste man).

Zware kost voor vakantietijd, maar zeer zeker een indrukwekkend boek. Veel tijd voor reflectie is er helaas niet, want zoals gezegd staat de vakantie voor de deur, en dat is traditiegetrouw de tijd om flink door te lezen.

Krat (bn.)

‘Zo Michael, de Tour zit er bijna op. Maar die Aubisque, dat was een zware, hè?’
‘Nou, in het begin ging het wel, toen zat ik nog goed in mijn ritme, maar op een gegeven moment kwam ik in dat kratte gedeelte, en toen zat ik echt helemaal stuk.’

‘Hoe was je examen geschiedenis, knul?’
‘Moeilijk man. Het multiple choice-gedeelte ging nog wel, maar het kratte gedeelte, daar snapte ik echt helemaal niks van.’

‘Zeg, hoe lang duurt die opening nou eigenlijk?’
‘Geen idee. Ik weet alleen dat het officiële gedeelte tot half negen duurt, maar het kratte gedeelte wil nog wel eens uitlopen.’

‘Hee Fatima! Waar vind ik een Rabobank?’
‘Daar, zie je die straat daar? Voorbij het kratte gedeelte, daar zit er een.’

‘Waar kan ik hier mijn lege flessen inleveren?’
‘Daar! Maar het kratte gedeelte niet gebruiken hoor!’

De man achter het onvolprezen spatiegebruik.nl stelde naar aanleiding van mijn gemekker over Hinderlijk Hoofdlettergebruik al voor om een keten te beginnen. Maar dit hier is onjuist spatiegebruik, onjuist tussen-n-gebruik en onjuist hoofdlettergebruik in één. En dat in drie woorden.

An Inconvenient Truth

Je weet pas echt zeker dat het komkommertijd is wanneer zelfs het gristenfundamentalisme weer belangrijk genoeg is voor de nieuwspagina’s. Het hele jaar door is het ondergesneeuwd, behalve in de zomer – denkelijk omdat het dan, hoe slecht de zomer ook is, nooit sneeuwt – ondergesneeuwd dus, door het Oud-Hollandsch moslimbashen dat tegenwoordig continu de klok, of moet ik zeggen de minaret slaat, maar ‘s zomers is er dan plotseling weer plek voor de excessen van wat sommigen graag onze dominante cultuur noemen, uitwassen die we de rest van het jaar begrijpelijkerwijs maar al te graag verdoezelen. Deze week was het zelfs twee keer raak.

Eerst was er de jongen die, geef de naïeve knul in deze rokjesloze zomer eens ongelijk, dolgraag naar een school wilde waar alle meisjes in rokken rondliepen, maar het in eerste instantie niet mocht omdat hij wel eens in de etalage van een BCC, Block of Expert, daar wil ik van af zijn, een televisie had zien staan, en, alsof dat nog niet zondig genoeg was, de nicht van een goede vriend van zijn oudtante in een grijs verleden wel eens een lange broek had gedragen bij het witten van een plafonnetje. We worden doodgegooid met geweigerde handen, verplichte sluiers en antisemitische lessen op islamitische scholen waar wij als zelfverklaarde buitenstaanders vooral zelf problemen mee hebben, maar de absurditeiten in het autochtone bijzonder onderwijs komen pas aan het licht wanneer een lid van de gemeenschap de kont tegen de kribbe gooit.

Ik vraag me dan altijd af wat iemand bezielt om nog naar zo’n school te willen, zoals ik me ook altijd verwonderd heb over die vrouwen die zo graag lid wilden worden van de SGP. Maar waarschijnlijk hebben we hier te maken met mensen die niet willen kunnen geloven dat ze naast die van de Heer upstairs ook nog een wil van zichzelf hebben. Ze hebben geen keus, met andere woorden.

Wat ik me ook altijd afvraag, is waar nou eigenlijk in de bijbel staat dat je geen televisie mag kijken of mag internetten. En waarom de SGP dan toch een website heeft. En wie dan heeft voorgeschreven dat deze op zondag gesloten moet zijn.
Het antwoord op die vragen volgde indirect later in de week: je zou op tv of internet maar eens een natuurfilm kunnen tegenkomen waarin schokkende feiten worden onthuld over onze afstamming van de apen en de almaar voortdurende evolutie van de Birmaanse boktor. Reden voor de EO om net zo lang te knippen in dit soort shockdocs tot alleen de fraaie plaatjes van Gods wonderschone creatie overblijven.

Het zijn niet de eerste natuurfilms waar de gristenfundi’s bezwaar tegen maken. Maar ja, de waarheid kan soms wat ongemakkelijk zijn.

Aldus Zero op Zondag.