IJdel

Er kan een hoop veranderen in negentien jaar. Weet u nog, dat bankje in München waar in 1988 het ‘lekkere stel’ van Rinus Michels het zojuist behaalde Europese kampioenschap vierde? Zie ze daar zitten, de doorgewinterde profs als kinderen zo blij. Ze zingen ‘van je hela-hela-ho-lala’ of iets in die geest, en geef toe, als je dat als volwassen kerel doet, dan heb je niet in de gaten dat je ook wel eens gefilmd zou kunnen worden.

En wat zien we daar trouwens onder de benen van Van Breukelen hangen? Is dat nou echt… vet?

Hoe anders gaat het eraan toe bij het Europees kampioenschap van de kinderen van Foppe de Haan. Op een zorgvuldig geregisseerd moment nemen zij plaats op het veld en boem! – daar gaat het vuurwerk al de lucht in. Vervolgens vindt er een uitgebreide fotosessie plaats, waarbij vooral keeper Boy Waterman zich ontpopt als een volleerd poseur – dit in schril contrast met zijn eerder genoemde illustere voorganger, die je met de beste fantasie van de wereld hooguit een bijrolletje in Eigen huis en tuin zou toedichten.

‘Hans, ken jij me de nijptang effe aangeven?’
‘Komp voor de bakker, Nico.’

Foppes kids zijn daar allemaal veel te ijdel voor; ze richten de aandacht maar wat graag op zichzelf. Natuurlijk ook door die Surinaamse vlag om hun lichamen te draperen, maar daar zijn al te veel woorden aan vuilgemaakt – had Otman Bakkal en Ismaïl Aissatti met een Marokkaanse vlag het veld opgestuurd en iedereen was het er plotseling over eens geweest dat hier ongepast gedrag werd vertoond. Maar het was wel het enige moment op de hele avond waarop iets van kinderlijke naïviteit zichtbaar was in plaats van doordachte professionaliteit.

Het jammere is wel dat al die doordachtheid, die ijdelheid, een gouden toekomst belemmert. Zolang we geen spelers meer hebben die hun kont afvegen met het shirt van de tegenstander, zullen we nooit meer een echt grote prijs winnen.

Semantiek

De discussie ging vorige week niet over de vraag of onze mannen in Irak gemarteld hebben, maar, subtiel verschil, om de vraag of dat wat onze mannen in Irak gedaan hebben binnen de definitie van het begrip ‘marteling’ valt, zoals vastgelegd in de Bijbel van Genève, Handelingen 23, vers 12-16. Na zorgvuldig onderzoek is gebleken dat het woord ‘marteling’ absoluut welles nietes welles nietes wel van toepassing was. Niet! Niet van toepassing was. En God zag dat het goed was.

Ja, het gebruik van de stroomstok wordt niet uitgesloten, maar dat doet verder niets af aan het feit dat van marteling in geen geval sprake is. Welnee, de stroomstok, die gebruiken ze in Tokyo ook om iedereen ordentelijk in de metro te krijgen.

Geen marteling dus, maar wat dan wel, vroeg ook de koppenmaker van de Volkskrant zich af. Dat was helemaal niet onderzocht.
‘Ehh, doe maar ‘fouten”, suggereerde hoofdredacteur Pieter Broertjes, die zich niet nog eens een buil wilde vallen aan een term als foltering of mishandeling.
‘Geen ‘kastijding’?', vroeg de overijverige redacteur. ‘Of ‘tormentatie’ misschien?’
‘Nee, doe maar ‘fouten’. Dat is wel zo veilig.’

Geen marteling, wel fouten, werd het dus. Je zou zeggen dat tussen die twee woorden nog een duistere wereld aan vuile misdadige praktijken schuilgaat, maar laten we het erop houden dat die in zijn geheel als ‘fout’ bestempeld kan worden.
Ernaast een bericht dat de Volkskrant, want die was uiteindelijk met de hele ellende begonnen, het gebruik van het woord ‘marteling’ betreurde.

Maar waarom eigenlijk? En tegenover wie?

Gevangenen hebben nog steeds hetzelfde water over hun hoofd gegooid gekregen, ze zijn nog steeds ondervraagd onder blootstelling aan hoge geluidstonen en ze hebben nog steeds dezelfde skibril opgezet gekregen van de militair die er na zes maanden Irak ook wel achter was gekomen dat hij hier geen sneeuw zou aantreffen. De deskundigen staan in de rij om het allemaal als marteling te bestempelen, maar het heet nu officieel ‘fouten’.

Zouden de gevangenen in kwestie ook zo opgelucht zijn dat een onafhankelijke commissie nu heeft vastgesteld dat ze officieel niet zijn gemarteld? Ik weet het niet, ik heb niemand over hen horen spreken de afgelopen week. Onze jongens zijn vrijgepleit, onze naam is weer gezuiverd, en daar ging het uiteindelijk om.

En dus betreurt de Volkskrant het gebruik van het woord ‘marteling’.
En dus neemt Minister van Defensie Middelkoop een middagje vrij om een toepasselijke karakterisering van het begrip marteling te bedenken (vervolgens komt hij alsnog met ‘brisant’ op de proppen; dat had gezien de betekenis wel wat tactischer gekund).
En dus vindt Hans Hoogervorst, die in zijn vrije tijd 270.000 euro per jaar verdient, vroeger Minister van Volksgezondheid was en dus hoegenaamd niets met Defensie te maken heeft gehad, het nodig om door middel van een ingezonden brief te laten weten dat hoofdredacteur Broertjes in Amerika vast en zeker was ontslagen.

Intussen vindt in Brussel koortsachtig overleg plaats over een grondwet die als hij weer gewoon ‘verdrag’ heet vast en zeker unaniem zal worden aangenomen. Als Nederland en Groot-Brittannië tenminste hun zin krijgen en er geen Europese Minister van Buitenlandse Zaken komt, maar dat is geen probleem als we die functie gewoon omdopen tot vice-voorzitter van de Europese Commissie.

In wat voor wereld leven we als we de tijd hebben om exact dezelfde feiten op een geheel andere wijze te beoordelen als we alleen maar de woorden veranderen waarmee we die feiten aanduiden?

Als

Wanneer ik in mijn jonge jaren met mijn alras ontwikkelde academische inslag wel eens een relevante hypothese te berde bracht, zoals die ene waar ik u laatst deelgenoot van maakte, die van het vogeltje dat altijd zou moeten blijven vliegen als hij naast zijn ene ook zijn andere pootje zou verliezen, dan werden die vroege tekenen van analytisch vermogen vakkundig de kop ingedrukt met de dodelijkste der dooddoeners: ‘ja zero, maar als jouw tante een pikkie had gehad, was ze je oom geweest.’

Einde wetenschappelijk discours.

Al mijn evenzeer alras ontwikkelde lichaamshaar ging dan recht overeind staan, en het schuim steeg mij naar de lippen. Maar wat graag had ik deze week meegepraat met de grote mensen in Brussel, toen die ene Poolse meneer vond dat zijn land veel meer te vertellen moest hebben binnen Europa omdat er wel 66 miljoen Polen waren geweest in plaats van 38 miljoen als de Tweede Wereldoorlog nooit had plaatsgevonden. Dan had ik kunnen zeggen: ‘ja meneer Kaczynski, maar als uw (altijd netjes blijven in de politiek, red.) tante een pikkie had gehad, dan had ze nooit zo veel kinderen kunnen maken.’

En dan had ik me bovendien kunnen verkneukelen op de vertaling, waar iets van ‘degoey’ in zou moeten zitten, want we weten allemaal nog dat de wedstrijd Polen – Nederland op 17 november 1993 bijna niet op de Poolse tv werd uitgezonden omdat de naam van onze keeper van destijds in het Pools ook wel wordt gebruikt voor het mannelijk geslachtsdeel, dat zo’n essentiële rol speelt in de ontstaansgeschiedenis van het Poolse volk.

Achtentwintig miljoen Polen meer als er geen oorlog was geweest, dat is nogal wat. Maar ja, ‘als’ hè.

Als de Poolse vrouwen er wat aantrekkelijker en beter doorvoed uit hadden gezien, waren er misschien ook meer Polen geweest.
En als wij geen euthanasie en abortus hadden gehad, dan hadden wij ook veel meer inwoners gehad.
En als wij onze mannen niet met het mes op de keel zouden dwingen om te trouwen met een seksegenoot ook.
En als wij geen Rita Verdonk hadden gehad ook.
En als de Duitsers hun plannen voor het Derde Rijk gewoon ongestoord hadden kunnen uitvoeren, dan waren zij weer met veel meer geweest.
En als wij geen Deltawerken hadden gebouwd, dan had binnen de EU alleen Griekenland nog maar inwoners gehad.
En als er in Spanje geen vale gieren waren geweest die al het vlees opaten, waren er ook meer Spanjaarden geweest.
En als het Ottomaanse Rijk nog had bestaan, hadden we nu geen discussie gehad over de toetreding van Turkije.
En als er ter plaatse wat meer voer was geweest, was Ethiopië nu misschien wel een van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad (nou ja: heel misschien dan).
En als de Bokito’s van deze aardkloot niet waren doorgeëvolueerd / als God niet had bestaan * dan waren we er helemaal niet geweest.

Enfin, zo lusten we er nog wel een paar. Als we nu maar gewoon ja hadden gezegd tegen die grondwet, dan waren we nu twee jaar vérder geweest in plaats van zestig jaar terug.

Maar mijn god, hoe veel van die Polen waren hier wel niet al onze geliefde baantjes (zoals aspergesteker en illegale aannemer) komen inpikken als er geen Tweede Wereldoorlog was geweest? Je zou Hitler bijna gaan bedanken voor je baan. Als je president van Polen was geweest dan.

Stapelgedicht

Nu ik inbetween jobs toch even niks nuttigers te doen heb dan mijn boekenkast herschikken, kan ik net zo goed meteen even meedoen met de zich ontluikende rage die ook wel stapelgedicht heet. Het idee is simpel: stapel je boeken en vorm met de titels (en niets anders) een gedicht. Zie hier voor een hoop voorbeelden, hieronder mijn creatie:

Mijn naam is Asjer Lev,
De idioot.
Uit talloos veel miljoenen uitverkoren,
Want dit is mijn lichaam.

Op weg naar het einde
Een enkel opbeurend woord:
Het leven is vurrukkulluk.

Dat moet een stuk beter kunnen, maar zo veel tijd heb ik nu ook weer niet.