Help

Ik ben even de draad kwijt, ik weet niet meer hoe het nu precies zit. Even recapituleren:

Eens in de zoveel tijd gaat het volk naar de stembus om leden voor onze Tweede Kamer te kiezen. In de Tweede Kamer zitten volksvertegenwoordigers omdat het volk zelf geen tijd en geen verstand heeft om moeilijke beslissingen te nemen, aangezien men de hele dag voor de tijd en hersencapaciteit verslindende tv zit. Op die tv heb je weer commerciëlen (die geld moeten verdienen en daarom voor de zoveelste keer dezelfde toen al achterhaalde comedy uit de jaren 90 uitzenden) en publieken, die zoals de naam al aangeeft uit publieke gelden wordt gefinancierd.

Dat zijn dus onze, uw en mijn, belastingcenten, dus wie kan er (gegeven ons tijdgebrek en onze beperkte herseninhoud) beter bepalen wat er op de buis moet dan die volksvertegenwoordigers die we toch al gekozen hadden? En zo gebeurt het dan ook: de Publieke Omroep “krijgt van de overheid een taak opgelegd om bepaalde programma’s te maken.”

En vooral om bepaalde programma’s niet te maken, denk ik dan direct. Een van de publieken kan bijvoorbeeld een onsmakelijk concept bedenken in de kennelijke veronderstelling te voorzien in de opdracht tot amuseren in de kernachtige missie. Maar als de Kamerleden dan in al hun wijsheid en sprekend namens gans het volk dat het programma zou moeten financieren uitleggen dat het idee lang zo grappig niet is, dan zou je zeggen: het gevaar dat ik daar nog al zappend langs ga komen, is te verwaarlozen.

Niettemin zendt BNN de Grote Donorshow gewoon uit. Daarin zal een ongeneeslijk zieke vrouw in anderhalf uur, maar met behulp van datzelfde vermaledijde stemgerechtigde volk, bepalen wie van drie nierpatiënten haar nier krijgt. BNN is zich bewust van het controversiële karakter van het programma, maar wil de ophef gebruiken om aandacht te vragen voor het geringe aantal donoren hier te lande.

Dat lijkt mij een politiek statement, waar bovendien het nodige op af te dingen valt als je bedenkt dat er 2,8 miljoen Nederlanders bereid zijn hun organen af te staan aan 1400 mensen op een wachtlijst – de pest is alleen dat de donoren niet of op de verkeerde plaats doodgaan, zelfs niet als dat financieel gunstig uitpakt. Maar daarnaast: hadden we die volksvertegenwoordigers niet gekozen om politieke statements te maken? Ja, die hadden toch laatst ook weer een nieuwe slogan voor orgaandonatie campagnegestart?

Ik wil geen oordeel vellen over het onsmakelijke verwerpelijke ethisch onverantwoorde domorenprogramma van BNN, maar ik wil wel weten hoe dit nu eigenlijk in elkaar zit. En of er in de reclameblokken voorafgaand of na afloop nog een donorspotje van Postbus 51 zit.

0FM, zeroish radio

Mei 2007 loopt op zijn einde, en van de mensen die nu nog niet aan de last.fm zijn, kun je gevoeglijk wel stellen dat ze ergens de boot hebben gemist. Maar ik ben de beroerdste niet en neem u graag nog één keer aan het handje. Het is natuurlijk wel een beetje zot dat ik moet betalen om ervoor te zorgen dat u kunt luisteren; ik ben hier ook altijd al degene die het initiatief moet nemen om een stukje te schrijven (gastlogje, anyone?).

Maar vooruit.

Ik ga ervan uit dat u niets liever wilt dan tot in het kleinste detail weten wat uw held zoal luistert (en wanneer), of waar u hem toevallig zou kunnen tegenkomen. Dat kon u allemaal al een tijdje, maar nu kunt u ook nog eens gratis ende voor niets luisteren naar het nihilistischste radiostation in de geschiedenis der mensheid: Radio 0, 0FM of Zero Radio – zelfs dat mag u zelf bepalen. Met 0,0 geouwehoer tussendoor en 0% slechte muziek, want alles wat u niet aanstaat, skipt u met een druk op de knop.

Dit is wat u artiest- en bandgewijs ongeveer kunt verwachten:

Wilt u weten in hoeverre dit overeenkomt met uw eigen smaak, dan zult u toch echt even lid moeten worden.

Zo, nu heeft u toch nog een aangenaam Pinksterweekeinde zonder dat u temidden van dronken opgeschoten jeugd door de modder hoeft te banjeren.

In de trein (2)

Stella, haar naam is om privacyredenen en wegens onbekendheid gefingeerd, nam tegenover mij plaats vijf minuten nadat ze de drie lege plaatsen in mijn vierzitje op hooghartige wijze had genegeerd. Met dat merkwaardige gedrag bracht ze me in grote vertwijfeling. Normaal gesproken is het volkomen laakbaar wanneer iemand je eerst afwimpelt en vervolgens, als blijkt dat de stank van de rest van de passagiers echt op de luchtwegen slaat, in arren moede toch maar bij je aanschuift. Maar het was zondag, en misschien wilde Stella niets liever dan plaatsnemen tegenover de goddelijke zero maar zag zij zich genoodzaakt om eerst de hele trein door te lopen om er zeker van te zijn dat ze daarmee het heilige gebod “Gij zult geen onbezette vierzitjes onbezet laten” niet zou overtreden.

Je weet het niet, je weet het niet.

Uit Stella’s tas kwam zo’n hardcover blanco aantekenboekje tevoorschijn dat eigenlijk voorbehouden is aan kunstenaars maar heden ten dage ook toegeëigend wordt door de talentlozen dezer aarde, en dat zijn er nogal wat. Uit Stella’s Bic-pen kwam in ieder geval weinig verheffends tevoorschijn.

‘Stel’, schreef ze (ik zei toch dat gefingeerde namen nooit willekeurig gekozen worden), en ze zette er een dubbele punt achter en een dikke streep onder.

Stel:

Er ontstonden twee kolommen. Aan de ene kant (rechts voor de tegenover zittende observant, links voor de inmiddels eveneens geïnteresseerde medepassagier aan de andere kant van het gangpad) werd een onleesbaar wensenlijstje samengesteld, aan de andere kant de bijbehorende bedragen.

Onder het laatste getal kwam een streep. Stella’s gezicht betrok. Uit de tas (wat hebben vrouwen tegenwoordig allemaal bij zich dat ze handtasjes van weekendkofferformaat nodig hebben?) kwam nu ook Stella’s mobieltje tevoorschijn; hoofdrekenen is er niet meer bij tegenwoordig. Hoofdschudden des te meer, nadat de berekening gemaakt was.

Stella sloeg de bladzijde om. Stel:, schreef ze opnieuw, al iets terughoudender. Een nieuwe berekening volgde, nu met minder maar hogere bedragen. De hulp van de calculator was er niet minder nodig om, het hoofdschudden om de uitkomst evenmin.

Terwijl de trein station Haarlem binnenrolde, was berekening nummer 3 in alle hevigheid aan de gang. Ik stond op en stapte uit, maar bleef met mijn vragen zitten. Wat bezielde Stella om ondanks de eerdere afwijzing toch tegenover me plaats te nemen? En wat in godesnaam was Stella aan het berekenen?

Nu hoop ik natuurlijk vurig dat Stella een fanatieke lezeres van www.iamzero.nl is. Bent u Stella of heeft u Stella na zondagmiddag 20 mei rond 4 uur nog gezien? Neemt u dan per omgaande contact op. U kunt ook anoniem reageren.

In de trein (1-suppl.)

Voordat ik toekom aan het nu al legendarische vervolg van mijn helaas voor de trouwe lezertjes nogal onschuldige verhaal, moet ik eerst nog even uitweiden over de psychologie van het plaatsnemen in de trein, aangezien dat vakgebied bij nadere inspectie een stuk veelomvattender is dan men bij eerste observatie zou verwachten.

Zoals in deel 1 reeds omstandig uiteengezet, zijn er ongeschreven regels, zoals het niet tegenover iemand gaan zitten zolang er nog onbezette vierzitjes zijn. Deze zou je, als we dan toch van foute woordgrappen houden, samen kunnen vatten onder de noemer ‘zittiquette’.

Maar daarnaast zijn er nogal wat treinreizigers die onoorbaar gedrag vertonen zonder dat zij zich van enig kwaad bewust lijken te zijn, en dat beperkt zich heus niet tot de luide telefoongesprekken die iedereen wel hinderlijk vindt. Er zijn bijvoorbeeld:

1. mensen die in een verder leeg vierzitje naast je gaan zitten in plaats van tegenover je
Terecht opgemerkt door Sien: deze mensen vertonen sociaal onaangepast gedrag.

2. mensen die in een verder leeg vierzitje naast je gaan zitten in plaats van tegenover je omdat ze vooruit/niet achteruit willen rijden
Sneue subcategorie van 1.

3. mensen die in een verder leeg vierzitje tegenover je gaan zitten in plaats van schuin tegenover je
Héb je de ruimte, prefereer je alsnog een ineengevouwen zithouding.

4. mensen die schuin tegenover je zitten maar bij de eerstvolgende halte aan de andere kant van het gangpad plaatsnemen als het vierzitje daar leeg komt
Voor deze types is een standrechtelijke executie op zijn plaats. De milde maar daarom niet minder amusante straf die kan volgen is dat de vluchteling niet meer dan 15 seconden van zijn vrijheid geniet alvorens een groep van drie luidruchtige zojuist ingestapte passagiers in zijn vierzitje plaatsneemt.
Mensen in deze categorie stemmen ook allemaal VVD, ik weet niet waarom.

5. mensen die op eigen initiatief en zonder overleg vooraf de coupé omdopen in een levende frituurpan door patat van (of all places) de Smullers te nuttigen
Deze groep is de laatste jaren flink in opmars. Egocentrische types zijn het, die ik er bovendien van verdenk (maar misschien is dat al te kwaad gedacht) dat ze verwachten dat de trein stopt als ze een hartaanval krijgen.

En zo zijn er ongetwijfeld nog veel, veel meer. Misschien wordt het tijd voor een hoeneemikplaatsindetrein-wiki.

(wordt dus vervolgd)

Uitgelezen (33)

Wat doe je als je favoriete schrijver uit Japan komt, zijn verzameld werk keurig netjes op een rij in uniforme uitgaven in het Engels in je boekenkast staat, maar zijn nieuwste roman pas twee jaar na de Nederlandse vertaling in het Engels verschijnt? Het zal aan mijn licht autistische inslag liggen dat ik dan twee jaar wacht; het duivelse dilemma van ofwel een Nederlandstalig boek in de Engelstalige collectie, ofwel het uit elkaar plaatsen van de verzamelde Haruki’s wilde ik koste wat kost vermijden.

Zul je net zien dat ze het boek dit keer net iets hoger hebben gemaakt dan de vorige elf.

En verder is het natuurlijk wel spijtig dat het plezier er na amper een dag alweer op zit. After Dark is slechts een novelle van 200 rap weglezende pagina’s: een vingeroefening van de grote meester, die de moeite van het wachten niettemin waard was. Bovendien denk ik dat ik de mysterieuze wereld van Murakami liever in het Engels betreed dan in de lompe taal der Nederlanders, maar dat kan een persoonlijke voorkeur zijn die ook nog eens verklaard kan worden door de hogere kwaliteit die je mag verwachten van vertalers die voor een wereldpubliek werken in plaats van voor anderhalve kip en een paardenkop – waarmee ik overigens geen kwaad woord wil zeggen over onze vertalers: noeste en getalenteerde arbeiders die voor de schier onmogelijke taak staan het begrip ‘cultuur’ anno 2007 nog van enige inhoud te voorzien en voor de toekomst te behouden.

Enfin.

Zei ik over The Raw Shark Texts nog dat het las als een film, After Dark is daadwerkelijk geschreven als een film: de schrijver vertelt wat ‘we’ ‘vanuit onze positie’ zien (en wat niet). Achteraf bezien is de stijl van het boek echter nog beter te vergelijken met muziek of schilderkunst. Kloddertje roze hier, kloddertje roze daar: Murakami hoeft zijn verhalen allang geen kop en staart meer te geven of tot een allesomvattende climax te leiden. De wereld waarin je je als lezer begeeft, de onverklaarbare zaken die je voor zoete koek slikt: daar doe je het voor, en die arme man hoeft het allemaal niet eens meer uit te leggen. En zo kan een romanpersonage zomaar vanuit haar slaapkamer in het bed voor de tv belanden in haar slaapkamer in het bed in de tv – om vervolgens zonder commentaar, maar ook zonder dat bij de lezer ook maar de gedachte aan protest opkomt, weer terug te keren in het echte bed.

Wat Murakami nu precies zo magistraal maakt, daar krijg je nauwelijks de vinger achter, en dat is alleen bij de allergrootsten het geval. Dus mensen in Oslo, houd ons niet langer voor de gek en geef die man nou maar gewoon een keer de Nobelprijs.