Ik heb dat hele koninginnedaggebeuren nooit zo begrepen. Om de dag puur al vanuit antimonarchistisch oogpunt te boycotten is misschien wat flauw, hoewel alleszins redelijk en wel zo consequent. Mijn aversie heeft echter voornamelijk te maken met de onuitwisbare associatie met kutkinderen. Koninginnedag is kutkinderdag.
Kutkinderen waren het immers die mij ‘s ochtends altijd wakker jengelden met de blikken die achter hun fietsen gebonden over de straatstenen klaterden. Blanco blikken waren het ook altijd, omdat het in onze welgestelde wijk not done was om uit blik te eten. Dus óf de blikken waren afkomstig uit een speciaalzaak, óf door de ouders van Diederik-Jan ontdaan van etiket ter voorkoming van uitspraken als “Mama, bij Diederik-Jan thuis eten ze de kapucijners uit blik!”.
Kutkinderen zijn het ook die, economen in de dop, al geld genoeg hebben maar dan toch nog de aftandse spullen willen verpatsen die ze niet voor niets zelf niet meer willen hebben. Ik doe op Koninginnedag altijd onderzoek voor de jaarlijkse Kinder-Brutal-O-Meter™ en vraag zo’n kutkind dan wat het kleedje kost waar al die troep op uitgestald staat – immers het meest waardevolle item uit de hele collectie. Tien jaar geleden kon ik nog op een verlegen glimlach rekenen, vorig jaar heb ik een week in het ziekenhuis door moeten brengen.
(Ik geef overigens toe dat ik zelf ook één keer op zo’n smoezelig kleedje de VOC-mentaliteit in ere heb gehouden, maar dat was meer peer pressure dan eigen initiatief – en ik kapte er ook direct mee toen ik de drie gulden binnen had die ik nog nodig had voor de minisnookertafel, die inmiddels overigens niet zou misstaan op het kleedje van een nieuwe generatie handelslui.)
Kutkinderen zijn het al helemaal die onder het toeziend oog van Maartje van Weegen Astrid Kersseboom een kunstje mogen doen voor de koningin. Nooit eens een kutkind in de eigenlijke betekenis van het woord die laat zien hoe hij het bloed onder de nagels van zijn klasgenootjes haalt, maar altijd vertegenwoordigers van de bloem van de natie; van die kinderen die op hun zevende de Gijsbrecht van Aemstel uit het hoofd kennen of de volledige werken van Beethoven foutloos kunnen spelen. Nou koninginnetje, zo rooskleurig als die kinderen het voorspiegelen staat uw land er heus niet voor; kijk maar eens in een middelgrote stad hoe de mensen met stemrecht uitgedost zijn.
Mijn interesse voor Koninginnedag beperkt zich dit jaar (behoudens de toch wel onvermijdelijke plastic bekertjes evenementenbier – hoeveel te duur zijn díe al die tijd verkocht, vraag ik me daarbij ineens af, maar dat terzijde) tot de discussie over hoe de feestdag moet gaan heten als Koning Willem IV aantreedt. Er is namelijk sprake van dat het dan Koningendag gaat heten, maar dat kan natuurlijk niet. Koninginnedag is zonder tussen-n omdat ‘koningin’ uniek is in haar soort (zo ook ‘zonnestelsel’), en dat is niet ineens anders als we een koning in plaats van een koningin hebben. Dat zou ‘Koningedag’ opleveren, maar dat is weer onzin omdat je helegaar geen -e gebruikt als je ‘koning’ en ‘dag’ samenvoegt. (Dat komt volgens mij weer doordat de klemtoon in ‘koningin’ wel, en in ‘koning’ niet op de laatste lettergreep valt.)
Koningdag dus, of Koningsdag, maar het blijft ongemakkelijk. ‘Koninginnedag’ bekt veel lekkerder, daar zal iedereen het over eens zijn. Er zit dus maar één ding op, en niemand zal het verschil horen. Koningwillemdag.