Griep

Ik heb een godsgruwelijke hekel aan het begrip griep.

(Voor degenen die momenteel grieperig zijn: zeg tien keer achter elkaar ‘godsgruwelijk begrip griep’ en de ergste slijmophopingen zijn verdwenen)

Ik heb dus een hekel aan de griep. En echt niet vanwege die snotneus, het hinderlijke hoestje en de lichte verhoging. Nee, vanwege de mensen die eerst vijf minuten je langzaam in diep gerochel overgaande nasale gebrabbel aanhoren om dan met een zweem van bezorgdheid te vragen: ‘goh, ben je verkouden?’

Nee, ik laat die snotfluimen voor mijn lol langs mijn wangen lopen! Tsjonge jonge.

En dan ook nog: ‘ja, het heerst hè?’

De griep heerst godverdomme altijd! Wanneer heerst de griep nou niet? Ja, als je hem zelf niet hebt. Ik heb althans nog nooit griep gehad toen-ie niet heerste. De griep heerst. Flu rules. Maar niet officieel! De griep heerst namelijk pas officieel als 60 op de 100.000 mensen zich bij hun huisarts hebben gemeld met griepverschijnselen.

Vanochtend zat ik op weg naar het werk, want ja, waarom zou je niet kunnen werken met een snotneus, in een coupé waar de bacillen van zeker een man of zestig werkelijk in het rond vlogen; je kon bij wijze van spreken de doorgaans zo boeiende telefoongesprekken door al het gehoest en geproest nauwelijks volgen. En al zijn de coupés sinds de invoering van de nieuwe dienstregeling dan overvol, het gaat toch echt te ver om te veronderstellen dat er 100.000 man in zo’n gangpadje staan.

Officiële griep in de coupé dus, als je het mij vraagt.

Maar daar gaat het Nederlands Influenza Centrum over. Morgen publiceert het NIC nieuwe cijfers, en ik voel nu al aan mijn snot dat we dan officieel met een epidemie te maken hebben. Een epidemie van iets waarvan vrijwel niemand het nog de moeite waard vindt het bij de dokter te melden. Is koopziekte soms ook pas officieel als nog maar minder dan 60 op de 100.000 mensen niet rood staan?

Ik kan hier toch zo boos over worden. Maar dat moet ik niet doen, want ik ben voor mezelf officieel ziek. Count me in, Ab!

Uitgelezen (25)

Nou, het is dan uiteindelijk net op tijd gelukt, maar o o o wat ging het moeizaam.

Na Oorlog en vrede kon Tolstoj weinig meer fout doen, maar tussen Anna Karenina en mij wilde het op zijn zachtst gezegd niet zo boteren. Werden de oeverloze romances in Oorlog en vrede nog afgewisseld met minstens zo oeverloze veldslagverslagen, in Anna Karenina is het een en al dramatiek dat de klok staat, hooguit met een enkele uitweiding – en niet de meest interessante – over een paardenrace, het boerenleven of de jacht.

Maar goed, ik weet ook wel dat ik helemaal niet onenthousiast behoor te zijn over dit meesterwerk. Anna krijgt nog wel een keer een herkansing.

Loghoer

Ik wil niet arrogant doen of zo, maar het gevoel bekruipt mij wel eens dat het hier allemaal van mij moet komen; dat er weinig van iamzero.nl over zou blijven als ik het voor gezien zou houden. Gelukkig zijn er nog enkele trouwe lezers die mij af en toe een suggestie aandragen. Ze hebben iets opmerkelijks gezien, gehoord, gelezen of anderszins opgevangen, en zijn klaarblijkelijk benieuwd naar wat de grote nul over het onderwerp te melden heeft.

Ik doe er graag aan mee. U vraagt, wij draaien; wat dat betreft ben ik een echte loghoer. Maar als u zich bij het lezen van mijn stukjes wel eens afvraagt of ik nou niks beters wist om over te schrijven, dan kan dat dus kloppen en hebt u de onzin aan een ander te danken.

Dat men mij vraagt om ergens over te schrijven, zou misschien iets kunnen zeggen over de waarde die men hecht aan mijn schrijfsels, maar veel waarschijnlijker is het dat het iets zegt over de geestesgesteldheid van mijn lezers. Kijk bijvoorbeeld eens naar wat ik vandaag in mijn mailbox aantrof (klik voor de berichten):

Al twee maanden plaats ik bijna elke dag een grappig, opvallend, mooi of raar woord in de categorie zerologismen. Daar gaat iedere keer weer een strenge selectie aan vooraf. Je hoort er nooit iemand over.

Maar nu er op nu.nl iets wordt gezegd over lokhoeren hebben bovenstaande afzenders, beiden jongemannen van in de dertig met volgens de laatste berichten allebei een gezonde relatie, ineens ook een leuk woord ontdekt. Dat vraagt om een verantwoording, mannen.

Ministermemory

Ook zo’n moeite om al die nieuwe namen te onthouden? Of in de war van de ministers die plotseling van portefeuille veranderen*?

Dan is het nu tijd voor Balkenende IV Memory!

(* Maak af: Ik ben Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid / Ik doe het samen met … )