Plassen is van alle tijden. Het is nooit echt een hype geweest, maar door de jaren heen heeft het altijd zijn aanhangers gehad. Sommigen zweren er zelfs bij, maar dat vind ik een minder smakelijke gedachte.
Ik vind plassen een mooie bezigheid. Vooral als het heel nodig moet, is er niets mooiers dan dat: plassen. Als je bijvoorbeeld weer eens te veel gezopen hebt is er geen gelukzaliger gevoel denkbaar dan om de liters bier weer uit je lijf te voelen wegstromen; ik denk er altijd graag bij dat ik een mooie schuimkraag zie ontstaan.
Dat plassen het lekkerst is als het nodig moet, is ook meteen de reden waarom wildplassen zo prettig is: dat doe je alleen als het echt niet anders meer kan. De ultieme droomwens van iedere man is het om ooit nog eens een boom omver te pissen. Als er ook maar even een excuus is om een poging te wagen, wordt die dan ook met beide handen aangegrepen.
Ook mooi: collectief plassen. Op popfestivals zie je ze soms wel met zijn dertigen naast elkaar de Gele Rivier nabootsen, en dat schept onherroepelijk een band. Uit de meer persoonlijke sfeer herinner ik me wedstrijden Sparta-Feyenoord, waarbij je dan tegelijkertijd met zo’n amoebe in dezelfde geul stond te zeiken en het gevaar bestond dat jouw urine zich vóór de afvoer vermengde met de zijne.
Het laat zich raden dat ik een warme band onderhield met het urinoir naast de fietsflat bij Amsterdam Centraal Station. Niet dat ik er ooit mijn behoefte in heb gedaan – de walm die eruit opsteeg was vooral ‘s zomers werkelijk om onpasselijk van te worden – maar ik vond wel een zekere charme van het plashokje uitgaan. Overduidelijk werd er grif gebruik van gemaakt, onder andere door talloze buitenlanders die daarmee direct bij aankomst in Nederland kennismaakten met de tolerantie waar we zo bekend om stonden.
Stonden dus. Want of het een voorbode is van de ChristenUnie in de regering weet ik niet, maar ongegeneerd pissen is er sinds vandaag niet meer bij naast de fietsflat. Het plashok is van de ene op de andere dag verdwenen; zelfs de geur is weg. In plaats ervan staat nu een zielig dun boompje met een hek eromheen. Maar bepaald geen exemplaar waar je je krachtige straal eens op zou willen botvieren.
Het moet uiteindelijk wel een beetje een uitdaging zijn.