Merel Roze – Fantastica (2006)
Ik moet eerlijk zeggen dat ik er een beetje tegen opzag, tegen Fantastica. Mensen kunnen de stukjes op je weblog wel aardig vinden (er zijn zelfs lieden die ogenschijnlijk uit vrije wil iedere dag míjn gezeur aanhoren), maar dat is nog iets heel anders dan ze driehonderd pagina’s vermaken met een samenhangend verhaal. Ik was bang dat ik het drie keer zero zou vinden.
Mijn angst en achterdocht, de twee a’s die in de roman een sleutelrol opeisen, bleken echter ongefundeerd. Fantastica leest als een trein, is spannend en bij vlagen grappig geschreven, en de personages komen goed uit de verf door hun taalgebruik of hun gebrek aan een nu-is-het-mijn-beurt-om-een-rondje-te-halen-sensor. Goed, ik heb het niet over een Nobelprijskandidaat, en het heupdansje van Jake zal geen zwembadpas blijken waar honderd jaar later nog wedstrijden in worden georganiseerd, maar niettemin verraste Fantastica mij bijzonder aangenaam.
Misschien ben ik ook gewoon bevooroordeeld, maar dan moet u zelf maar oordelen.
De critici mogen het dan smalend als chicklit bestempelen, maar dan toch chicklit met een hoofdletter Tsj. Dat is meteen wel een mooie voor op de omslag van de tweede druk:
“Chicklit met een hoofdletter Tsj” – The Obzerover