“Samen uit, samen thuis”, zo reciteerde VVD-fractievoorzitter Willibrord van Beek van het tegeltje aan zijn toiletwand nadat D66 een motie van afkeuring tegen minister Verdonk had gesteund. Waarmee hij maar wilde zeggen dat de altijd zo eensgezinde ministersploeg natuurlijk niet zomaar een van haar leden kon laten gaan; óf niemand stapt op, óf iedereen stapt op.
Nou, laat ze dan allemaal opstappen, dacht ik, maar zo bedoelde Van Beek het dan ook weer niet.
En omdat we al eerder hebben gezien dat de minister in kwestie het verdonkt verdomt om op te stappen, kwam de toen nog missionaire minister-president na rijp beraad met een verklaring dat de ministerraad unaniem tot de conclusie was gekomen dat geen gevolg gegeven hoefde te worden aan de afgekeurde motie van afkeuring. Je zou van bewindslieden mogen verwachten dat ze dit gewoon weten en er niet over hoeven te vergaderen, maar daar gaat het nu even niet om.
Waar het wel om gaat, is dat nadat de D66-ministers hun ontslag hadden aangeboden – Balkenende viel er letterlijk van van zijn stoel – er van dat ‘samen uit, samen thuis’ plotseling weinig overbleef. Balkenende wil doorregeren met een minderheidskabinet, en vindt daarbij ongetwijfeld de Volkspartij voor Vrijheid, Democratie en Samen Uit Samen Thuis Maar Dan Alleen Met Wie Wij Dat Willen aan zijn zijde.
Ik ben nog nooit zo koningshuisgezind geweest als de afgelopen vierentwintig uur. Kom op Bea, breng dat stelletje amateurs en chanteurs een lesje staatsinrichting bij en schrijf per omgaande nieuwe verkiezingen uit. Die hele val van het kabinet is één grote gore smerige Schwalbe, die met een rode kaart verkiezingszege bestraft moet worden.
