Apekool

Het slaat als een tang op een varken, het idee van de ezels van PETA om het spreekwoordelijk pesten van dieren aan banden te leggen. Het achterlijke Pauw had de woordvoerder van PETA, niet voor de poes maar wel zo dom als het achtereind van een koe, het arme schaap, helaas niet uitgenodigd, maar ik ben er als de kippen bij – haantje de voorste zo u wilt – om, zo lomp als een vogel, deze mensen te bestempelen als volkomen door de ratten besnuffeld.

Gems.

Het is toch bij de konijnen af en hondsbrutaal dat een gezelschap over het paard getilde uilskuikens bestaande uit anderhalve kip en een paardenkop hierover gaat mierenneuken? Je hoeft geen Maurice de Hond te zijn om te weten dat hier geen haan naar kraait en er geen kip is die hierop zit te wachten. Laten we de koe bij de horens vatten en man en paard noemen: spreekwoorden doen geen vlieg kwaad. Kattenkwaad, hooguit!

Nee, wie denkt dat dierlijke gezegden binnenkort het haasje zijn, is een pechvogel die blij gemaakt is met een dode mus en binnenkort de hond in de pot zal vinden. PETA trekt aan een dood paard en zal daarom muisstil het hazenpad kiezen (en daarbij ongetwijfeld krokodillentranen huilen). 

Is het varkentje hiermee gewassen? Ik vrees, ben zelfs bang als een wezel, van niet. PETA is een gehaaide wolf in schaapskleren, die als een vos misschien zijn haren, maar niet zijn streken verliest. Zijn wij, makke schapen, het geblaat en gemekker van dit soort zuurpruimen (hee, een vreemde eend in de bijt!) zo langzaamaan niet meer dan zat? Wordt het niet tijd dat we – op het gevaar af slapende honden wakker te maken – de kat op het spek binden en zeggen: GNOEG IS GNOEG, meer dierlijke spreekwoorden alstubliefstuk!

Het zou wel de gems op de taart zijn, dat gaat als een paling boven water.

(Ik ben apetrots op dit kattebelletje.)

No animals were harmed in the writing of this piece.

Apekool

Gele hesjes

Voor € 1,39 kun je bij de Action gele hesjes krijgen. Opschieten, want vanaf 1 januari kosten ze € 1,43 – op zich al iets om razend van te worden natuurlijk, en dan blijft het niet eens bij die vier cent, want aan de kassa vragen ze doodleuk € 1,45.

(U denkt misschien: maar gele hesjes vallen toch niet onder het lage BTW-tarief? Nee, maar dat weet de doelgroep van gele hesjes niet, en dat weet de Action dan weer wel).

De vraag is nu: wanneer wordt iemand een geel hesje? Wanneer is het moment dat je denkt: en NU is het genoeg, dit was de bloody limit, ik ga godverdomme NU naar de Action om voortaan als geel hesje door het leven te gaan?

Is dat wanneer een caissière het te betalen bedrag afrondt terwijl ze GODVERDOMME achter een pinkassa zit en er dus niks af te ronden valt? Is het als je ziet dat de agenten die in Amsterdam geen tijd hebben om een boerka uit de tram te vissen wel helemaal in Den Haag met zijn tweeën één geel hesje van de publieke tribune van de Tweede Kamer verwijderen? (Eén! Godverdomme). Of is dat als iemand ‘wordt je’ met -dt schrijft?

Het is toch nauwelijks voor te stellen: een volwassen man of vrouw die doelbewust een winkel in stapt en dan zonder een spoor van ironie een dergelijk kledingstuk aanschaft om vervolgens een rijksmonument aan gort te slaan. Een beetje boze burger wantrouwt de staat zodanig dat hij op dit moment niet eens voor een bedrag van € 1,39 bij de Action zou durven pinnen. En zou je, als je het gemunt hebt op de schatten van de Arc de Triomphe, niet eerder een bivakmuts over je hoofd trekken dan je, of all things, te tooien in een geel hesje met reflecterende banen?!

Nee, niets wijst erop dat er achter de gele hesjes daadwerkelijk mensen schuilgaan. Dat blijkt ook dagelijks uit het Journaal:
‘Frank Renout, jij bent in Parijs. Daar zijn ook gele hesjes. Nu heeft de Franse regering de verhoging van de brandstofaccijnzen teruggedraaid; is dat genoeg voor de gele hesjes?’
‘Nee Rob, de gele hesjes zijn hier niet tevreden mee. Als je naar gele hesjes verspreid in het land luistert, dan zeggen ze nee, de regering heeft niet genoeg op tafel gelegd. Er was vandaag een geel hesje op tv dat zei dat de regering een paar broodkruimels heeft toegeworpen, maar wij willen het hele stokbrood.’

Wat het Journaal niet uitlegt: hoe praten gele hesjes? Hoe luistert Frank Renout naar gele hesjes verspreid over het land? Kijk, Macron, die ken ik en die heb ik wel eens zien praten. De premier die hij naar voren schuift als hij het zelf niet meer aankan inmiddels ook. Maar hoe kom je erachter wat de gele hesjes ergens van vinden? We hebben het godbetert over gele hesjes, en van gele hesjes van € 1,39 kun je niet verwachten dat ze kunnen praten. Je kunt ook helemaal geen lid worden van de gele hesjes, ze hebben geen website, ze hebben geen Kamer van Koophandel-nummer, ze hebben niet eens een naam! En dus schrijven we gele hesjes ook gewoon met kleine letters, omdat we de gele hesjes bedoelen, en niet een groepering, zoals de Grijze Wolven, die zich echt niet in een wolvenpak hijsen alvorens hun tegenstanders om te leggen.

Zou het kunnen dat de gele hesjes een primitieve vorm van kunstmatige intelligentie zijn in de gedaante van boze burgers? Een neuraal netwerk dat op een voor een mensenbrein nog onnavolgbare manier de volkswoede van studentikoos links tot populistisch rechts heeft weten te combineren, maar dan nog een beetje knullig uitgevoerd?

God verhoede dat de gele hesjes winnen en de komende jaren het modebeeld gaan bepalen.

Gele hesjes

Top 2000

Dit jaar is helaas opnieuw gebleken dat Bohemian Rhapsody is uitgevoerd door drie witte heteromannen en een biseksueel uit Zanzibar. Het is volledig aan Freddies geaardheid en teraardekoming te danken dat Queen nog net gehandhaafd kan blijven als aanvoerder van de Top 2000, al weegt het feit dat de bandnaam verwijst naar een vrouwspersoon wellicht ook nog enigszins mee. Maar slechts 16% vrouwen in de Top 2000, dat kan in deze tijd echt niet meer – zeker niet als je bedenkt, brr, dat 86% van dat handjevol ook nog eens wit is.

Disclaimer: ik heb zelf niet gestemd, laat staan op Rihanna.

Als je de lijst van 2017 bekijkt, klopt het nog ook: een hele roedel vieze, witte, oude, om niet te zeggen: dode mannen aan de top, en wie bungelt er eenzaam helemaal onderaan? Juist, een weerloze zwarte vrouw die zingt Anything you want done, baby / I’ll do it naturally.

Nee, er is bar weinig inclusiviteit te bespeuren in de Top 2000. Maar ja, wat had je verwacht, na miljoenen jaren van nietsontziende suprematie van witte mannen, waarin de vrouw nog geen triangel mocht beroeren? Dat ze, nu er sinds een paar jaar ook vrouwelijke artiesten op de radio gedraaid mogen worden, ineens massaal zouden opduiken in de lijst die pretendeert de beste popmuziek ooit gemaakt op een rij te zetten?

Dat heeft tijd nodig, dames! Op wie zouden we moeten, of zelfs maar kunnen stemmen? Nou, Adele hoor je dan. Of Anouk. Tina Turner, Celine Dion. De grootste misdaden tegen de buis van Eustachius uit de vroegmoderne geschiedenis passeren de revue, met als voorlopig resultaat Claudia de Breij als hoogstgenoteerde vrouw op plek 14.

Het ligt dus niet per se aan de mannen, laten we wel wezen.

Maar aan de vrouwen ligt het ook niet. Adele, weliswaar roomblank, staat gewoon dertien keer in de lijst. Dertien keer! Het arme schaap had nog niet eens dertien nummers gemaakt, maar ze hebben gewoon nummers bijgeschreven om haar zo vaak in de lijst te krijgen. The Beatles staan dan misschien nog wat vaker in de lijst, maar hun beste nummer wordt vele malen zwakker gevonden dan dat van Claudia de Breij. Het simplistische Hey Jude verbleekt werkelijk bij het geniale Mag ik dan bij jou. Uiteraard! Maar waar klagen we dan over?

Het staat buiten kijf dat de lijst der lijsten zich in een behoorlijke populariteit mag verheugen, en ik durf daarbij de stelling wel aan dat het in een gemiddeld gezin de vrouw is die ’s ochtends nog voor het ontbijt tegelijk met de kerstboom ook Radio 2 aan zet – een beetje vent verlangt na twee dagen kerstvakantie alweer terug naar zijn werk (Mamma mia, mamma mia, mamma mia let me go).

Kom op mensen, die hele Top 2000 is vooral een vrouwending, en niets heeft de stemmers de afgelopen twintig jaar belemmerd om de uitkomst anders te doen zijn dan zij was. Niets heeft hen doen besluiten om uit protest tegen zoveel wittemannenoverheersing niet meer te luisteren, integendeel. Het is met andere woorden volstrekt onduidelijk welk niet eerder gesignaleerd probleem hier verholpen wordt. Je zult Janis Joplin maar zijn en verkozen worden, niet omdat je een prachtig nummer hebt geschreven maar omdat je een vrouw bent.

Als er straks genoeg (maar wanneer is het genoeg? – dit terzijde) vrouwen in de lijst staan, kunnen we gaan werken aan het aandeel zwarte artiesten. De LGBTQ-gemeenschap was al redelijk vertegenwoordigd, maar het kan altijd beter. Wereldmuziek horen we veel te weinig. En de last van alle mensen met een functiebeperking kun je moeilijk op de schouders van alleen Stevie Wonder en Ray Charles laten rusten. 

Ja, ik weet het. Soms hebben dingen een zetje nodig voor ze veranderen. Maar mijn viriliteit en competitiedrang winnen het hier toch: ga gewoon betere muziek maken of start een eigen lijst of zo. Werken voor je geld, olé olé – een van mijn favoriete nummers, met overigens ieder jaar helaas net te weinig stemmen.

Naar aanleiding van dit gedoetje ben ik eens gaan uitzoeken wat eigenlijk het percentage boeken van vrouwelijke auteurs is dat ik lees. Ongeveer een derde, zo bleek (ik kom er maar gewoon voor uit nu het nog kan), maar zo eenvoudig was de berekening niet: van een paar auteurs moest ik opzoeken of zij man of vrouw waren – zo onvoorstelbaar niet speelt dit mee in mijn keuze. Dit soort acties dwingt mensen er toch op te letten. Dat is de bedoeling, maar het effect is bij mij averechts: ik word er ontzettend recalcitrant van, waarvan akte.

Maar als het dan toch moet, dan graag Chaka Khan, en daarmee elke vrouw, op 1. Dan zijn we hopelijk van het gezeur af.

Top 2000

Roetveeghenk

Misschien is het een leuk idee als volgend jaar alle mensen die Piet of Pieter heten gaan demonstreren om een andere naam te eisen voor Zwarte Piet, nu die naam de afgelopen jaren zo onherstelbaar besmeurd is. Uiteindelijk is het volstrekt ongeloofwaardig dat, terwijl in Nederland meer dan 600.000 verschillende voornamen circuleren, al die hulpjes – karikaturen slechts van wat een authentieke Piet vermag – Piet heten. Er zijn nota bene ook vrouwelijke Pieten!

(Vrouwelijke Pieten, tussen twee haakjes voor de pro-pieters, waren er vroeger niet, maar zijn ooit geïntroduceerd door een traditie te doorbreken. Er wordt weinig tegen gedemonstreerd.)

Roetveeghenk

Kinderen die Piet heten worden ongetwijfeld gepest, terwijl het Sinterklaasfeest toch voor iedereen hoort te zijn. En het moet ook makkelijk kunnen: Roetveeghenk, Paarse Patries of Stroopwafelfrits.

Of gewoon ieder jaar één naam, die eind augustus, zodra de pepernoten in de schappen liggen, bekend wordt gemaakt in DWDD: het ene jaar Roetveeghenk en Stroopwafelhenk, het volgende jaar Roetveegjeffrey en Stroopwafeljeffrey.

(Heeft iemand onlangs trouwens nog iets gehoord van Stroopwafelpiet? Ik maak me zorgen.)

Nu wil ik slavernijassociaties niet gelijkstellen met een matige woordgrap, en ja, het is prima dat Zwarte Piet verandert, maar de aanpassing past ook in een nauwelijks te stelpen trend van drammende minderheden die afdwingen dat er rekening wordt gehouden met hun gekwetstheid. De Pieten en Pieters hebben een kans, wil ik maar zeggen.

Hoe deden we dat vroeger? Nou, we zijn bijvoorbeeld gaan winkelen op zondag omdat heel veel mensen dat wilden, ook al deed (en doet?) dat bij een hoop andere mensen een beetje pijn. Nu hielp het dat zij van hun geloof niet mochten demonstreren op zondag, maar het toonbeeld van inclusiviteit was de tamelijk geruisloze introductie van de koopzondag in ieder geval niet. 

Op zich is er natuurlijk niets mis mee om wel rekening te houden met de gevoelens van een ander, en te proberen mensen niet onnodig te kwetsen. Maar moet je je gedrag ook aanpassen als je geen enkele kwaadaardige intentie hebt maar iemand zich toch gekrenkt voelt? De gekrenkte zou zich omgekeerd ook rekenschap mogen geven van de intenties van de ander: Ook al is zijn Piet zwart als roet / Hij meent het wel goed.

Achter het vieren van Sinterklaas met een zwarte Piet zit geen racistische intentie, ook al is de oorsprong duister en zijn de associaties onfris. Dat lijkt me een belangrijk gegeven. Kerstmis is een christelijk feest, maar dat maakt mensen die op die dag vrij zijn nog geen christen. Sterker nog, de meesten zullen het niet tof vinden als je ze uitmaakt voor christen puur en alleen vanwege het feit dat ze niet werken op 25 december.

Het leven is zwaar en gekwetst of beledigd worden is onvermijdelijk, of in ieder geval niet in regels af te vangen. In het geval van Zwarte Piet gaat het om grote zaken met wel degelijk een kwaadaardige oorsprong die een grote groep treffen, en hebben we het geluk dat het benodigde offer – bezuinigen op schmink teneinde het beeld beter te laten rijmen met het verhaal (en stond rijmen niet centraal?) – gering is.

Zelf kan ik helemaal niets verzinnen waar ik zodanig door gekrenkt zou raken dat ik van de ander zou eisen om zijn gedrag aan te passen. Maar waarschijnlijk klopt dit niet en word ik wel degelijk zo nu en dan gekwetst, maar haal ik dan mijn schouders op, wat voor alle partijen een onmetelijk veel betere uitkomst is.

Voor het overige kan ik alleen maar zelf kwetsen, waarvan ongetwijfeld akte. Dat maakt mij een slecht mens, waarvoor excuus – dat dan weer wel.

Roetveeghenk

Racisme

In hoeverre kan een land waar een diepgewortelde traditie onder invloed van een kleine minderheid verandert, gekenmerkt worden door geïnstitutionaliseerd racisme?

Ik vraag het omdat tot mijn schrik een groot deel van mijn timeline op Twitter – hoogopgeleide mensen, ik zou haast zeggen kritische mensen – de stelling ‘Nederland is racistisch’ de afgelopen dagen likete, deelde of zelfs uit eigen beweging naar buiten bracht. Eén iemand wond zich zelfs op (waarop anderen weer liketen en deelden) over het feit dat in de media nog altijd sprake is van een zwartepietendebat – van een debat kon onmogelijk sprake zijn omdat er nog nooit een steekhoudend argument vóór blackface (sic) was genoemd.

Welnu: in termen van bewijslast het vrij gebruikelijk dat als je iets wilt veranderen, jij degene bent die de argumenten moet leveren. Als de voorstander van Zwarte Piet deze argumenten niet steekhoudend vindt (bijvoorbeeld omdat hij in de pieterman van de 21e eeuw geen slaaf maar een vrolijke kindervriend ziet en iedere discriminatoire associatie verre van zich werpt), dan is een redelijke consequentie dat hij vindt dat er niets hoeft te veranderen, zelfs zonder daar verder al te veel woorden aan vuil te maken.

Je kunt het natuurlijk oneens zijn, en ik schreef vier jaar geleden al dat het verdwijnen van de zwartgeschminkte piet een onvermijdelijk proces is waar met het verstrijken van de tijd steeds minder mensen een probleem mee zullen hebben. Hoe boos waren we toen we tien jaar geleden niet meer mochten roken in de kroeg? Het laatste kind dat geboren is in de tijd dat pieten uitsluitend pikzwart waren, en daarmee het allerlaatste kind dat ook maar één fuck geeft om de kleur van Piet, weet inmiddels dat Sinterklaas niet bestaat; nog een jaar of 140 voordat hij of zij overlijdt en dan kunnen we dit grote boek vermoedelijk ook definitief sluiten.

Waar gaat het nu precies mis in de discussie? De crux zit hem, zo ontdekte ik, in de veelbezongen maar onbegrepen regels ‘Ook al ben ik zwart als roet / Ik meen het wel goed’  – waarmee, laten we eerlijk zijn, Zwarte Piet het onheil ook wel een beetje over zichzelf heeft afgeroepen.

Zelfs de meest fervente voorstander van Zwarte Piet zal moeten erkennen dat de tegenstelling in de geciteerde regels een suggestie in zich draagt die je je kind niet per se wilt meegeven. Maar ook de tegenstanders van blackface doen er verstandig aan om aan close reading te doen: Piet meent het immers wél goed. We hebben hem dan wel zwart geschminkt, omdat dat nu eenmaal de kleur is waarmee we roet associëren, en niet bijvoorbeeld geel, maar de essentie is niet dat Piet zwart is, maar dat hij cool is.

Racistisch was geweest: ‘Ook al meent hij ’t nog zo goed / Hij blijft zwart als roet’.

Zwarte Piet wordt langzaam maar zeker afgeschminkt omdat het kennelijk nodig is, maar dat wil nog niet zeggen dat er boosaardige intenties achter de kindervriend schuilgaan of ook maar -gingen. Zwarte Piet is geen racisme. Zwarte kinderen in je klas uitschelden voor Zwarte Piet: dát is racisme, en de kinderen die zich er schuldig aan maken moet je veranderen. Voor de kinderen die er het slachtoffer van zijn zal het verdwijnen van Zwarte Piet echter ongeveer net zo effectief zijn als het afbreken van vuurtorens voor kinderen met rood haar of het stoppen van de verkoop van jam voor brildragers.

Racisme bestaat, ook in Nederland, maar mondiaal gezien relatief weinig. Misschien is de wereld racistisch, of de mens. Maar Nederland?

Nederland is een land. Nederland is een koninkrijk. Nederland ligt voor een deel onder de zeespiegel. Nederland is op de weg terug op het wereldwijde voetbaltoneel, en nieuwe helden stelen daarbij de harten van alle Nederlanders.

Maar racistisch? Nee, Nederland is niet racistisch.

Racisme

Stoppen met verkopen

Steeds meer winkels willen het: stoppen met verkopen van sigaretten. Zo liet supermarktketen Lidl vandaag weten in 2022 gestopt te willen zijn. Een nobel streven, maar lukt het ook echt om van de hardnekkige gewoonte van het verkopen af te komen? Drie tips voor een succesvolle onderneming.

1. Wees sterk

“Stoppen met verkopen brengt arbeidsplaatsen in gevaar.” “Kinderen van winkeliers die stoppen met verkopen hebben minder te eten.” “Stoppen met verkopen veroorzaakt gaten in uw pensioen.” “Stop niet – blijf geld verdienen voor u en uw naasten.”

U kent de waarschuwingen en kunt de beelden van uw kinderen die verhongeren omdat u geen geld meer verdient inmiddels dromen. Ja, stoppen met verkopen van sigaretten is gewoon hartstikke slecht voor u en uw omgeving, en de verleiding om door te gaan met geld verdienen is gigantisch. En toch weet u het zeker: u moet stoppen met verkopen.

In de eerste fase is het daarom vooral belangrijk dat u overtuigd blijft van uw reden om te stoppen: het is aan u om de consument te verhinderen nog langer sigaretten te kopen. Het is ondenkbaar dat deze keuze bij de consument ligt. Blijf dit mantra dagelijks herhalen in tien setjes van 25 keer.

2. Gebruik geldvervangers

Zeker in het begin zult u het gemis aan geldelijke transacties voelen. Een tip om hiermee om te gaan, is om op de momenten dat u gewend was 6 euro 70 voor een pakje Marlboro te ontvangen, nu een rondje Monopoly te spelen. Zoek hierbij professionele hulp. Met een huis op de Kalverstraat kunt u, zeker in deze turbulente tijden op de woningmarkt, de sensatie van de geldoverdracht op een uitstekende manier nabootsen.

Realiseert u zich wel dat het geld dat u hiermee in handen krijgt, niet echt is. U leeft als het ware in een bubbel van fictief geld, maar dat verschilt niet heel erg van hoe de echte huizenbezitters het momenteel ook doen.

3. Zoek alternatieve bezigheden

Hebt u de ergste ontwenningsverschijnselen onder controle, dan kunt u voorzichtig gaan denken aan alternatieve inkomstenbronnen. Anders dan de consument zal de schoorsteen immers wel moeten blijven roken.

We raden u aan alles weg te gooien wat met het verkopen van sigaretten te maken had. Begin niet aan chocolade-sigaretten, want die zijn al lang en breed verboden. Verkoop bij voorkeur nooit meer iets wat in pakjes zit. Bent u sigarenboer? Dan kan het moeilijk zijn een alternatief te verzinnen. Maar blijf hoopvol: zeven jaar geleden verkocht u nog strippenkaarten en dat hebt u kennelijk ook overleefd.

Het eenvoudigst is het om u te storten op een product dat bij overconsumptie net zo goed levensbedreigend is, maar waar u als maatschappelijk verantwoord ondernemer nog jarenlang mee wegkomt. Drank of frituurvet liggen voor de hand. Wees creatief en ontwikkel bijvoorbeeld een nieuwe kroket met een verrassend ingrediënt (dit is een serieuze tip).

Hebt u ondanks deze adviezen per ongeluk toch een pakje sigaretten verkocht? Stop dan onmiddellijk opnieuw met de verkoop en probeer de verleiding te weerstaan. Lukt het alsnog niet, troost u dan in de gedachte dat u niet de enige bent. Stoppen met verkopen is nu eenmaal heel moeilijk.

Stoppen met verkopen

Noodweer

In de schier oneindige reeks ‘Had ik maar bij Teletekst gewerkt, dan had ik de antwoorden op alle vragen des levens gehad’ vanavond het noodweer. Zoals u wellicht weet, check anders even de waterstand in de kelder, heeft het een beetje geregend en in extreme gevallen doet Teletekst daar verslag van. Zo ook vanavond, toen het volgende bericht verscheen:

“Vrijwel het hele land heeft vandaag te kampen gehad met noodweer.Ook was er op veel plaatsen wateroverlast door hevige regenval,hagelbuien en zware windstoten.

Uit het hele land kwamen meldingen van ondergelopen kelders en tunnels en van straten die blank stonden.Ook konden veel dakgoten de watermassa niet aan en liepen huizen schade op.

De zware regenval leidde tot een extra drukke avondspits met op veel plaatsen oponthoud.De spoorwegen hadden te kampen met blikseminslagen.Voor veel wandelaars werd vandaag de tweede etappe van de Avondvierdaagse afgelast.”

Dankzij de opwarming van de aarde zijn dit soort pareltjes intussen aan de orde van de dag; begin deze week was het bijvoorbeeld alweer de warmste meinacht ooit gemeten. Je zou verwachten dat er inmiddels sjablonen klaarliggen voor dergelijke berichten, en dat het wachten is tot een luie redacteur een keer een datum vergeet in te vullen en wij lezen: ‘Sinds het begin van de metingen in 1901 was het nog nooit zo warm op [datum].’

Ook in dit geval zou je denken dat het hele bericht gekopieerd is van, pak hem beet, 7 juli 2017 of desnoods 14 juli 1985. De hele tekst kun je immers moeiteloos toepassen op iedere onweersbui die over Nederland trekt, en de laatste zin zou dan gereserveerd zijn voor een specifieke gebeurtenis. Stond er vorige keer ‘In Ermelo dreef een schaap door de Lidl’, zo staat er nu dat voor veel wandelaars de tweede etappe van de Avondvierdaagse werd afgelast.

Zou je denken! Zorgvuldig onderzoek mijnerzijds heeft echter uitgewezen dat Teletekst zo niet werkt en dat iedere keer opnieuw een nieuw bericht met nieuwe accenten wordt gecomponeerd. En zo weet ik dus nu dat de regen die vanavond over Nederland trok, met name moeilijk te verstouwen was voor veel dakgoten. Nooit eerder meldde Teletekst dat dakgoten moeite hadden om de watermassa af te voeren, tot vanavond. Meldingen van ondergelopen kelders? Zeker, die waren er. Ook huizen die schade opliepen. Drukke avondspits? Check. Blikseminslagen bij het spoor? Same old story.

Maar die dakgoten, die waren dus nieuw. Wat ontbrak? Rieten daken van boerderijen, getroffen door de bliksem met brand, dood en verderf tot gevolg. Watervalletjes van de roltrappen van metrostations. Musea die in allerijl hun collecties van kelder naar zolder moesten verplaatsen. Nee, het onweer van vanavond had het voor de verandering gemunt op de dakgoten, die altijd dachten de dans te ontspringen – well, not anymore, bitches.

En zo blijkt maar weer dat de berichten van Teletekst van een ongekende journalistieke én literaire schoonheid zijn: ze geven eigenlijk net te weinig informatie om voldoende geïnformeerd te zijn (want wat voor regen is dat dan, die dakgoten van huizen teistert maar metrostations ongemoeid laat?), maar daar staat tegenover dat ze de fantasie van de oplettende lezer ruimschoots prikkelen.

Het is tussen twee haakjes wel heel lullig dat uitgerekend voor veel wandelaars (gelukkig niet voor allemaal) de etappe van de Avondvierdaagse werd afgelast, want uitgerekend zij hadden zich erop verheugd, stel ik me zo voor. Maar dat terzijde, de pagina was vol.

Noodweer