Soa

‘Goedemiddag, ik zou graag een soa-test laten doen.’
‘Alweer? U was hier vorige week ook al!’
‘Ja, dat klopt, maar je weet het nooit hè…’
‘Maar toen zei u dat u nog nooit seks hebt gehad! Moet ik u feliciteren?’
‘Nee hoor, nog steeds niet.’
‘Wat hebt u dan gedaan in de afgelopen week waardoor u nu een nieuwe test wilt?’
‘Voornamelijk sudoku’s gemaakt.’
‘Nee, sorry, dan kan ik weinig voor u betekenen; u valt niet onder een van onze risicogroepen.’

Soa-klinieken voeren vanaf nu alleen nog soa-tests uit bij risicogroepen. In 2010 moesten de poli’s niet minder dan 105.000 consulten verwerken, maar de meeste bezoekers kwamen gewoon om gezellig te keuvelen onder het genot van het gratis kopje koffie, of zochten slechts hulp bij hun biologieproefwerk. Dat moest maar eens afgelopen zijn: met ingang van het nieuwe jaar word je niet meer binnengelaten als je bij aankomst niet ten minste 5 ml genitale pus kunt overhandigen, of als de schimmelculturen niet al door je spijkerbroek heen te identificeren zijn.

Tot de risicogroepen behoren jongeren tot 25 jaar, prostituees, hun bezoekers, homoseksuelen, hetero’s met veel wisselende contacten, ‘mensen met klachten’ (de menselijke pendant van jus met ingrediënten), mensen die gewaarschuwd zijn voor een soa en mensen uit landen waar veel hiv is, kortom IEDEREEN behalve Frans Bauer – maar er zal streng geselecteerd worden, ‘zodat de subsidie bij de juiste mensen terechtkomt’.

Het ware meer in de geest van het huidige kabinet geweest als het RIVM alleen nog de mensen buiten de risico-categorieën een gratis test zou aanbieden; als ze je extra laten dokken wanneer je vrijwillig een tweede studie gaat doen nadat je je krediet van overheidswege opgesoupeerd hebt, dan mag je je soa-test ook wel zelf betalen als je ervoor kiest om naar de hoeren te gaan. Waarom moet de maatschappij ervoor opdraaien als Henk het niet gewoon bij Ingrid houdt?

Ook de mensen uit landen waar veel hiv is worden geheel tegen de tijdgeest in buitengewoon gematst. Dat zij vanwege hun paspoort een verhoogd risico zouden lopen, is net zoiets als zeggen dat iemand met een strafblad wel Marokkaans zal zijn. Opmerkelijk genoeg lopen degenen die het doen met mensen uit landen waar veel hiv is geen risico; zij kunnen tegen betaling bij de huisarts terecht.

Wie nog gratis en anoniem getest wil worden, zal dus moeten aantonen dat hij of zij gerede kans maakt daadwerkelijk een soa te hebben. De praktijk zal moeten uitwijzen hoe streng er geselecteerd wordt bij de categorie ‘mensen met klachten’, en welke smoezen kwalificeren voor de categorie ‘mensen die gewaarschuwd zijn voor een soa’. Is het genoeg om één keer Gênante lijven op RTL5 gezien te hebben, of moet je een aangetekende brief van je vader of moeder kunnen overleggen (“Pas op zoon, de soa komt van links”)? Is de selectie al te streng, dan moet gevreesd worden voor een levendige handel in valse Zimbabwaanse paspoorten, of wordt de oud-Hollandsche smeekbede om S5 weer in ere hersteld – zij het deze keer niet omdat de jonge heer dienst weigert.

Wat vaststaat: als alleen risicogroepen getest worden, zal de uitslag in een groter percentage van de gevallen positief zijn. In de krant maken ze daar volgend jaar van dat het aantal mensen met een geslachtsziekte in een jaar tijd verdubbeld is. Dat zal leiden tot een hartenkreet vanuit de ‘enorm geschokte’ Tweede Kamer, waar men zal vinden dat iedereen zich gratis op soa’s zou moeten kunnen laten testen. Een jaar later kunnen de politici zichzelf vergenoegd in de spiegel kijken, omdat dezelfde foute rekensom dan een spectaculaire daling laat zien, waarna de cirkel weer rond is.

Kost een paar onopgemerkte chlamydia-gevallen, maar dan heb je ook niks.

Jobs

Toen Bill Gates de wereld in de jaren negentig écht veranderde en de mensheid de geneugten van het internet ontdekte vanachter de Windows-pc (ondertussen een gezond wantrouwen koesterend jegens de multimiljardair van de monopolistische producent Microsoft), was Apple een zieltogend bedrijfje waar alleen architecten en vormgevers nog bij zwoeren. Voor mij als student-redacteur waren het gouden tijden, want in de conversieslagen die vereist waren om mijn teksten op het scherm van een Mac te krijgen, gingen steevast alle diakritische tekens verloren, wat mij de nodige correctie-uurtjes opleverde.

‘Intuïtief’, heette dat dan geloof ik.

Denk ik aan Steve Jobs, dan denk ik al snel aan Godwin, dus ik zal moeten oppassen met mijn vergelijkingen. Maar ik zie wel aanhangers die kritiekloos achter hun ene leider aan lopen zoals alleen de grootste godsdienstwaanzinnigen dat kunnen, en die vind ik per definitie verdacht. Vaak wordt gezegd dat Apple een religie is, maar ik zou het eerder een achterlijke en kwaadaardige ideologie willen noemen.

Wanneer iemand zich in een commercial gelijk stelt aan mensen als Albert Einstein, Mahatma Gandhi en Martin Luther King (maar wonderlijk genoeg niet eens Ivo Niehe), dan vinden we dat normaal gesproken aanmatigend, maar in het geval van Steve Jobs noemen we het nu briljant. ‘Think different’: een slogan die minder van toepassing is op het keurslijf waar de inwoners van de heilstaat Macintosh in worden geperst, is nauwelijks denkbaar. Het curieuze: het volk accepteert zonder morren de extreem hoge accijnzen, betaalt met liefde voor iets wat in de rest van de wereld gratis is, begrijpt waarom er geen filmpjes in het verderfelijke Flash afgespeeld kunnen worden en vindt het een eer wanneer een app wordt afgewezen voor de heilige App Store.

Of is murw gebeukt door de sluwe, nietsontziende propagandamachine van de overheid, dat kan natuurlijk ook.

Het meest vernieuwende aan de producten die Apple het afgelopen decennium op de markt bracht, was behalve het fraaie design toch meestal vooral de aanschafprijs, en juist die geeft Alex en Sylvia dat gevoel van rijkdom dat een koper van een Apple-product op onverklaarbare wijze schijnt te overvallen. Apple is er onder leiding van Steve Jobs in geslaagd de massa te bedwelmen en haar veel te dure apparaten tot felbegeerde objecten voor iedereen te maken. Met die producten op zich kan dan ook weinig mis zijn, en met de gemiddelde bezitter evenmin.

Voor de gemiddelde bezitter was Steve Jobs echter irrelevant, zoals men altijd weinig op had met Bill Gates. Vraag op straat naar de oprichters van Google, toch een tikkeltje invloedrijker dan Apple, zou ik zo denken, en men moet het antwoord schuldig blijven. Maar Steve Jobs bracht ook Alex en Sylvia voort, de welhaast sektarische adepten die het Apple-evangelie te vuur en te zwaard verdedigen en daadwerkelijk vinden dat Steve Jobs de wereld beter heeft gemaakt. De groteske eerbetonen van de afgelopen dagen getuigen daarvan.

Albert Einstein zette de wetenschap op zijn kop, of zijn theorie nu achterhaald is of niet. Mahatma Gandhi toonde de wereld vreedzaamheid en Martin Luther King deed iets voor negers. Steve Jobs, hij ruste in vrede overigens, daar niet van, vond geen oplossing voor de honger in Afrika en deed weinig tegen kinderarbeid in Azië. Nee, hij maakte strikt genomen volslagen overbodige hebbedingetjes voor de elitemassa. Als hij de wereld al veranderde (ik zou zeggen: zijn bedrijf), dan door bakken met geld te verdienen aan het prikkelen van menselijke gevoelens als hebzucht en superioriteitsgevoel.

Neutrino

Was het niet Seneca die zei dat men veel gestudeerd moet hebben om weinig te weten? Nee, dat was Montaigne. Ik bedoel maar te zeggen: wij 21e-eeuwers zijn een dom en ongeregeld zooitje met zijn allen, en om dat bevestigd te krijgen hoef je echt niet voorafgaand van een Feyenoord-wedstrijd bij het Maasgebouw rond te lopen, of eind september op Politiek24 naar een uitzending van het populaire doch enigszins platvloerse programma Doe eens normaal man! te kijken. Het valt immers niet te ontkennen: onze hoofden, ook die van de bollebozen onder ons, zitten vol met axioma’s waar onze nakomelingen ons over 200 jaar vierkant om zullen uitlachen.

Iemand die liever anoniem wilde blijven heeft dat ooit ‘vooruitgang’ genoemd.

Afgelopen week was er sprake van dat die achterkleinkinderen avant (of is het dan après?) la lettre vandaag of gisteren misschien echt op de stoep staan, want de wetenschappers van CERN hadden een deeltje gevonden dat zich sneller dan het licht verplaatste.

Daar was ik op zich nog niet zo van ondersteboven. Het zou wel weer gaan om een of ander dopingschandaal, of een nieuwe PVV-proefballon inzake de maximumsnelheid. Een mens is (eveneens een gevolg van vooruitgang) ook niet meer in opperste staat van paraatheid wanneer Matthijs van Nieuwkerk verkondigt dat wer-ke-lijk álle natuurwetten op zijn kop staan en tijdreizen nog maar een kwestie van, juist, tijd is. Nee, pas echt te duizelen begon het toen Robbert Dijkgraaf de boel ging uitleggen voor de Henken en Ingrids (de Henks en Ingritten zo u wilt) onder ons.

Neutrino’s heten ze, de kleine opdondertjes die Usain Bolt tot een hoogbejaarde slak met spierpijn decimeerden, en je hoeft heus geen tunnel te bouwen van Zwitserland tot halverwege Italië om hun snelheid te meten, want ze gaan – poef! – zomaar dwars door alles en iedereen heen. Ook door je nagel bijvoorbeeld, met miljarden per dag. Doorgaans op hun dooie akkertje, maar als ze op de kermis van CERN met de botsautootjes gaan spelen, wil de snelheid nog wel eens oplopen.

Goed, dat neutrino’s dwars door Alpen en Apennijnen heen afgevuurd kunnen worden van het ene meetstation naar het andere, was kennelijk de gewoonste zaak van de wereld en kon in een bijzinnetje worden afgedaan. Het was vast al eeuwenlang bekend dat zoiets kon – behalve dan in Amsterdam, waar ze maar met die Noord-Zuidlijn blijven aanklooien. Zeker is nochtans wel dat het een eigenschap betreft waar het licht meer moeite mee heeft; helaas, zou ik daar aan willen toevoegen, want hoeveel beter zou de wereld er niet uit zien zonder darkrooms?

Het echte nieuwswaardige was kennelijk alleen die absurde snelheid, en dus ging het vervolgens alleen nog maar over tijdreizen – een onderwerp dat aantoonbaar slecht is voor een mens om langer dan een minuut over na te denken. Bovendien schitterden de mensen uit de toekomst weer eens door afwezigheid om ons tekst en uitleg te geven. Ze kúnnen wel tijdreizen, die toekomstige klootzakken, maar ze verdommen het gewoon.

Jammer dus dat er niet wat meer aandacht was voor die opmerkelijke manier van zichzelf transporteren van de familie Neutrino. Die geeft bijvoorbeeld alle aanleiding om te geloven dat het bewijs voor het bestaan van spoken nabij is. Het ongeloofwaardige aan spoken is voor mij altijd dat zij dwars door een dichte deur kunnen lopen, maar bij vertrek in een moment van onachtzaamheid toch ineens een deurkruk beet pakken. Maar neutrino’s kunnen dat dus ook: ze gaan dwars door de zwaarste gesteenten, maar hoe komen ze aan hun snelheid volgens professor Dijkgraaf? Door te botsen! MAAR WAARMEE DAN IN GODSNAAM als ze overal doorheen gaan?

Het zijn allemaal vragen waar ongetwijfeld goede antwoorden op bestaan. Maar de belangrijkste vraag heb ik niet eens horen stellen: wat hebben we nou eigenlijk aan die dingen, anders dan een slechte flirt met professor Barabas?

Licht, dat snap ik. Goeie service, het doet het altijd en nog lekker snel ook. Kunnen ze bij T-Mobile een voorbeeld aan nemen. Materie: altijd handig. Atomen: houden de boel bij elkaar, en Job ziet dat het goed is. Maar neutrino’s? Waartoe is de neutrino op aarde? Zijn het slechts de bedrijfspoedels van God? Doe eens normaal man! Ga lekker aliens pesten of zo, ik begrijp jullie niet.

En nu hoop ik dus dat zich onder mijn lezers wat Feyenoord-aanhangers bevinden die mij een beetje op weg willen helpen.

Gedogende koppen en koppige gedogers

Het was een zonovergoten nazomerdag in het Gedogerdorp. De derde doogdag van tolerember: traditioneel de dag waarop alle Gedogers hun mooiste mutsjes uit de kast trokken om weer eens gezellig met elkaar te gaan keuvelen over alle ellende die Gedogerland het komende jaar weer te wachten stond.

Grote Gedoger zat nietsvermoedend in zijn werkkamer te nippen aan een van zijn geslaagde kruidenmengsels toen hij plotseling oog in oog stond met Razzerel.

‘Razzerel, wat doe jij hier?’, riep Grote Gedoger geschrokken uit. ‘Wat zie je er ontzettend verdoogd uit! Je wordt met de dag wilder, met die haren van je… je lijkt wel een Noorse boskat, als ik niet beter zou weten. Maar kom zitten; wil je een schoteltje melk? Wees niet bang, het komt van authentieke gedoogkoeien van Gedoogse bodem.’

‘Spreek mij niet van Noorse katten, jij Gedoger!’, sneerde Razzerel, en haalde met uitgeslagen nagels uit naar diens stoppelbaard. ‘Jij bent de Grote Gedoger! Jij bent Grote Gedoger!’ Hij gromde er kwaadaardig bij.

‘Wis en waarachtig, Razzerel, dat ben ik zeker, maar wat bedoel je te zeggen?’

‘Jij bent de Grote Gedoger! Jij hoort bij Markamuil thuis! Jij bent de Grote Gedoger! Zullen we ruilen van huis? Jij bent de Grote Gedoger!’
En even plotseling als hij verschenen was verdween Razzerel weer van het toneel. Als hij zijn zegje gedaan had, was hij doorgaans snel weer vertrokken, en ook in het Gedogerdorp voelde het eenzame dier zich kennelijk niet thuis.

Die middag sprak Grote Gedoger alle Gedogers toe.
‘Lieve Gedogers, niet schrikken, maar ik moet jullie iets vertellen: vanochtend stond Razzerel plotseling in mijn werkkamer.’

Ondanks de waarschuwing ging er ogenblikkelijk een siddering van angst door de samengeschoolde Gedogers. Razzerel, dat enge verwilderde beest van Markamuil dat los rondliep en zich weinig van zijn baas aantrok, daar lagen alle Gedogers ‘s nachts wakker van. Dat beest te moeten ontmoeten, dat wensten zij hun ergste vijand nog niet toe.

‘Stil maar, lieve Gedogertjes, het is allemaal goed afgelopen. Alleen is Razzerel een beetje in de war; hij zei namelijk dat ik als Grote Gedoger bij Markamuil thuishoor, in plaats van in het Gedogerdorp.’
‘Maar dat is toch flauwekul, Grote Gedoger?’, riep Gedogerin verontwaardigd uit. ‘We hebben nog zo fijn samen campagne gedoogd tégen Markamuil!’
‘Joh, trek het je niet zo aan, Grote Gedogert’, zei Lolgedoger van GedoogNews, ‘dat is toch overduidelijk een gebbetje van die Razzerel? Daar trap je toch niet in? Hier, maak dit cadeautje maar open!’
‘Ik haat katten’, aldus Moppergedoger.
‘Grote Gedoger,’ zo vroeg nu ook Brilgedoger de aandacht, ‘u weet net zo goed als ik dat bij de totstandkoming van de huidige gedoogconstructie de heer Markamuil heeft toegezegd dat hij elke keer Razzerel tot de orde zou gedogen als hij weer eens een ongedoogde uitspraak zou gedogen. Wij van Duldocraten 66 hebben aangegeven daar streng op toe te dulden. Nu is in het onderhavige geval overduidelijk sprake van…’

‘Stil toch, stil toch, STILTE lieve gedogertjes!’, riep Grote Gedoger op de toppen van zijn stem. Hij voelde zich niet zo op zijn gemak in dit soort situaties, zeker niet met die irritante Lolgedoger van GedoogNews in de buurt.

‘Luister alsjeblieft, gedogertjes. Ik maak me grote zorgen over Razzerel. Nu weet ik dat wij allemaal als de dood zijn voor Razzerel, ik ook, geef ik eerlijk toe, maar dat dier is overduidelijk compleet de weg kwijt. We moeten hem helpen en duidelijk maken dat hij het is die bij Markamuil thuishoort, en niet wij. Ik ben van plan om Razzerel bij zijn dogen te grijpen, hem op te pakken en hem terug te brengen naar waar hij hoort: in het Kasteel van Markamuil. Maar alleen lukt mij dat niet, alleen gezamenlijk kunnen wij gedogen. Dus wie gedoogt er mee?’

‘Ik haat het Kasteel van Markamuil’, zei Moppergedoger.
Op de achtergrond was het gesnurk van Luilakgedoger te horen.
Verder bleef het ijzingwekkend stil in het Gedogerdorp.

Potige Gedoger, die was al jaren spoorloos.

HEINEKEN

Eerder hadden we al de jood (de niet noodzakelijkerwijs Joodse aanhanger van het joodse geloof) en de Jood (de tot het Joodse volk behorende persoon die in theorie niet joods hoeft te zijn, hoewel dat in joodse kringen wel als een jodenstreek wordt gezien). Daarna kregen we de LINDA. van Linda de Mol. En sinds vandaag hebben we Heineken van HEINEKEN.

HEINEKENHEINEKEN heeft namelijk een nieuw logootje nieuwe corporate visual identity, waarin de hoofdletter de boventoon voert. Volgens het persbericht van HEINEKEN is de nieuwe identiteit in het leven geroepen om een onderscheid te kunnen maken tussen het bedrijf HEINEKEN en het biermerk Heineken. Heerlijk Helder Heineken in het Holland HEINEKEN House dus volgend jaar. Puristen onder ons kunnen dan nog verdedigen dat het merk zó bekend is dat het ook als soortnaam door het leven kan gaan, en dus geheel gevrijwaard kan blijven van hoofdletters: bij het betreden van een Heineken-schenkend etablissement zou je kunnen zeggen dat je op de website van HEINEKEN, www.theHEINEKENcompany.com, veel goeds over Heineken hebt gelezen, en daarom graag een glaasje heineken zou bekomen uit de Heineken-tap die de uitbater van HEINEKEN in bruikleen heeft gekregen – ware het niet dat het persbericht in alle talen zwijgt over uitspraakverschillen tussen heineken, Heineken en HEINEKEN.

Zoals altijd bij dit soort onverklaarbare marketingonzin heeft CEO Jean-François Boxmeer een onnavolgbare motivatie ingefluisterd gekregen om de geldverslindende identiteitsverandering te verantwoorden. Me dunkt dat Freddy (FREDDY? ALFRED?) zich in zijn graf zou omdraaien:

The new identity differentiates the company from the Heineken brand. In doing so it better reflects who we are today and the company we aim to be tomorrow.

De nieuwe corporate visual identity geeft dus tegelijk weer wat HEINEKEN vandaag al is, én wat het morgen wil zijn – terwijl het morgen pas een bedrijf beoogt te zijn, en vandaag nog maar iets onbestemds (‘who’) is. Maar alles beter dan wat het tot aan deze glorieuze dag was, want, zo geeft JEAN-FRANCOIS BOXMEER de in 2002 overleden Freddy Heineken nog even een trap na:

HEINEKEN [sic] has evolved significantly during the past ten years.

Zelfs in de hoogste kringen van HEINEKEN zijn de nieuwe conventies klaarblijkelijk nog niet helemaal doorgedrongen, want hier werd natuurlijk (het vroegere) ‘Heineken’ bedoeld. Ook op de rest van de site neemt men het nog niet zo nauw met de nieuwe regels: voor meer informatie wordt verwezen naar www.theHEINEKENcompany.com, maar vragen dienen we te sturen naar e-mailadressen eindigend op @heineken.com. En zien we daar links in de navigatie onder Innovations nou staan HEINEKEN Extra Cold en HEINEKEN Premium Light? Een extra koud en licht bedrijf; dat is natuurlijk ook een manier om je te profileren. Ik zwijg nog maar even over de Nederlandse (gedeelde) Heineken/HEINEKEN-site, waar het wemelt van de hoofdletters terwijl het over het bier gaat.

Natuurlijk is HEINEKEN meer dan alleen Heineken, en is HEINEKEN niet het eerste bedrijf dat kiest voor deze vorm van branding. Alleen, die hoofdletters… ik heb het er niet zo op. Als je dan toch zo nodig een onderscheid wilt tussen het moederbedrijf en het belangrijkste merk, kies dan gewoon voor een geheel andere naam, zoals VAN HOUT BIEREN of HOLLEEDER VATEN. En wat straks te doen met AMSTEL, dat al sinds jaar en dag in kapitalen op de etiketten wordt gedrukt? En FOSTER’S, en OXOTA, en BIRRA MORETTI, en STRONGBOW, en dus eigenlijk best wel heel erg veel van die merken?

De enige echt efficiënte oplossing ware geweest om in plaats van 250 merken veredeld slootwater eens één echt lekker bier te brouwen: HEINEKEN.

Allah

Als bij de volgende verkiezingen de PVV verpulverd wordt en links een comfortabele meerderheid behaalt, moet ik nog zien dat ik de straat op ga om met mijn kalashnikov in de lucht te gaan schieten. In de Arabische wereld is dat wel een gebruikelijke manier om een politieke omwenteling te bejubelen; daar heeft iedereen kennelijk een AK-47 naast de schoorsteenmantel staan.

De euforie die zich van de Libiërs meester maakt nu Kadhafi dan eindelijk verslagen is, heeft wel iets weg van de gekte die bij ons zou losbreken als we wereldkampioen voetbal zouden worden (waarmee onze klaagcultuur meteen mooi in perspectief geplaatst is) – met naast dat wapengekletter dit verschil dat wij beschikken over een heel arsenaal aan folkloristische vreugdeliederen als Campeones campeones ole ole ole, Hup Holland Hup of zelfs maar gewoon Holland! [klapklapklap] Holland!, terwijl de Arabieren, van Tripoli tot Damascus, het moeten doen met het sleetse Allah is groot, gevolgd door een nederig salvo kogels in diens richting.

Geen vrouw te bekennen op straat, maar wel veel gewapende mannen die Allah danken voor de revolutie: het geeft mijn vertrouwen in een snelle ontwikkeling van Libië tot een seculiere staat nog niet bepaald een boost. Allah is blijkbaar groot omdat hij de ellende voor het Libische volk heeft weten te beperken tot slechts 42 jaar en de dictator nu eigenhandig heeft verdreven. Alsof niet Britse en Franse gevechtspiloten hun precisiebommen hebben laten vallen op Kadhafi’s hoofdkwartier, maar Hijzelf plaats heeft genomen in de cockpit.

Natuurlijk wordt dan bedoeld dat Hij gewild heeft dat de NAVO een handje hielp en de uitkomst van het conflict heeft bepaald, maar dan nog. Als ik een almachtige God was geweest en blijk zou willen geven van enige arbeidsethos en hart voor de zaak, dan zou ik om te beginnen een clown als Moammar Kadhafi nooit laten bestaan. Sterker nog: ik denk dat mijn fantasie ernstig tekort zou schieten om een dergelijke mafkees überhaupt te kunnen bedenken. Maar goed, met de verbeeldingskracht van opperwezens valt nu eenmaal niet te spotten.

Gesteld dus dat Moammar Kadhafi bestaat en weg moet, uiteraard niet omdat het volk het wil maar omdat ik het wil, dan zou ik hem bijvoorbeeld ook een acute hartaanval of een onbetrouwbare lijfwacht hebben kunnen geven. Of een brainwave waardoor hij plotseling toch uit zichzelf en vreedzaam opstapt. Of in ieder geval iets waarbij niet duizenden onschuldige burgerslachtoffers vallen. En bij voorkeur wat sneller dan na bijna een halve eeuw. Moet dat nou echt allemaal zo ingewikkeld, Allah?

Hij zal er wel zijn voor gewone stervelingen ongrijpbare bedoelingen mee hebben, zoals er ook ongetwijfeld uitstekende redenen zijn om de zaken in Syrië vooralsnog rustig op hun beloop te laten. Het is ook niet het moment om de Libiërs kwalijk te nemen dat zij een hogere macht verantwoordelijk achten voor het werkelijkheid laten worden van het onmogelijk geachte. Maar als de Arabische Lente er straks voor gezorgd heeft dat al die tirannen verdreven zijn, dan wordt het wellicht tijd om ook het opperwezen eens wat kritischer te beschouwen. Het einde van het regime van Moammar Kadhafi lijkt mij daarvoor overigens een belangrijke eerste stap.

Brise No Flush

In de tijd dat we onze behoeften met het twaalfkoppige gezin nog gewoon in een hoek van de huiskamer deden, moet de toiletverfrissingsindustrie een keiharde business zijn geweest. Maar zoals e-mail de postduif en later de brief overbodig maakte, het vliegtuig de trekschuit in de vergetelheid deed belanden en de mp3 het cassettebandje, de langspeelplaat en de cd degradeerde tot producten voor achterhoedestrijders, zo zou je denken dat de uitvinding van de wc met doorspoelmechanisme de doodssteek betekende voor de toiletverfrisser.

De poep stinkt, dus spoelen we haar weg, luidde de even simpele als doeltreffende gedachte.

Dat was echter buiten de geurfascisten van Brise en Ambi Pur gerekend; die vechten al decennia, en nog met succes ook, voor een onbegrijpelijke zaak. Ik bedoel: als het nu in het hele huis gewoon ruikt zoals het ruikt, namelijk neutraal, hier en daar misschien opgefrist met een bloemetje, maar misschien ook niet, waarom moet het dan uitgerekend op de enige plek waar je lekker ongegeneerd gaat zitten stinken, ruiken naar een slechte imitatie van een lavendelveld? Ik ben vaak genoeg in Zuid-Frankrijk geweest, maar nooit heb ik bij de aanblik van een veld vol paarse struikjes de aanvechting gevoeld om een potje te gaan schijten – althans, niet als gevolg van die struikjes.

Onzin dus, tenzij de mensen rijendik staan te wachten om het walmhalla dat je achterlaat direct te betreden, omdat zij niet in staat zijn om even een kwartier een beroep op hun zindelijkheid te doen, tot de stank is weggetrokken. Bij mij thuis is dat meestal niet zo, maar voor die mensen, die het eigenlijk niet verdienen, laten we wel wezen, zou je eventueel zo’n toiletblokje in de pot kunnen hangen dat na het doorspoelen zijn werk doet. Op een ander moment hoeft niet, want dan wordt er immers ook geen stank geproduceerd. Een andere optie is om een na de defecatie te hanteren spuitbus te plaatsen, maar dit vereist zowel discipline als doseringsvermogen van de poeper – eigenschappen die beide dungezaaid blijken.

Voor de goede orde: ik vind de vermenging van authentieke stront (een eerlijk product, zegt men dan tegenwoordig) met zo’n kunstmatig frisse geur maar niks. Niets weerzinwekkender wat mij betreft dan de weeïge lucht van toiletverfrisser na een grote boodschap, die alleen maar de fantasie op hol doet slaan over de godsgruwelijke, op de achtergrond nog aanwezige stank van de doorgespoelde bolus die verbloemd moet worden – je hoeft geen schaker te zijn om te weten dat de dreiging vele malen erger is dan de uitvoering.

Maar je hebt ook mensen die willen dat het altijd naar lavendel ruikt in de wc, dus niet alleen als het nodig is. Voor hen heeft de mens rond 4300 voor Christus het lavendelzakje uitgevonden. Brise heeft daar ruim 6000 jaar later een verbetering op gevonden en maakt nu reclame voor een toiletverfrisser “die werkt als je doortrekt, maar ook als je dat niet doet”. Want dat scheelt weer een handeling, of zo. Of: terug naar dat middeleeuwse gevoel.

Welnu, ik ben nu bijna een week terug van vakantie en kijk inmiddels aan tegen een mesthoop waarmee je het hele Binnenhof zou kunnen opblazen, maar kan u verzekeren dat het nog altijd verre van aangenaam riekt. Dus of ik gebruik het product niet zoals bedoeld, of de fabrikant heeft in al zijn overmoed mijn metabolische processen enigszins onderschat.

Toiletverfrisser die óók werkt als je niet doortrekt: het enige voordeel ten opzichte van het aloude lavendelzakje is dat dat inderdaad niet meer werkt als je het door de plee spoelt. Maar dat begreep ik al, meneer Brise.

Schijtziek word je van dit soort producten.