Doedelzak
De schrik sloeg mij gisteren om het hart toen Teletekst melding deed van het verscheiden van de beroemde Doedelzakspeler van D-Day. Dat was niet omdat de doedelzak mij op enigerlei wijze dierbaar is, hoewel ik met de ene hand op de neus en de ander tegen de keel slaand een zeer verdienstelijk partijtje mee kan blazen. Nee, ik was geschokt omdat het bestaan van deze muzikale held aan het Normandische front mij ondanks talloze geschiedenislessen over de Tweede Wereldoorlog volkomen ontschoten is – of de beste man is nooit aan bod gekomen, maar dan snap ik niet waarom zijn dood nu nieuws is.
De Doedelzakspeler van D-Day: ik dacht dat het over een soort rattenvanger van Hamelen zou gaan, een geromantiseerde fabel die ooit verfilmd is en waar dan nu de hoofdrolspeler van is overleden. Maar nee, het ging om een echte! En ik moet zeggen: het doet toch wel wat afbreuk aan die geallieerde overwinning. Mij is altijd verteld dat de wereld in brand stond en dat we onze vrijheid te danken hebben aan dappere strijders die vele offers hebben gebracht – maar nu blijkt dus dat je ook flierefluiters had die doodleuk in hun blote reet op een doedelzak stonden te blazen. ‘Daar win je de oorlog niet mee’, zou een normaal mens oordelen; nou, wel dus. En wie weet wat er binnenkort nog meer aan vliegeraars, beachvolleyballers en vliegtuigspotters het loodje legt.
Is het erg dat ik Piper Bill niet kende, zelfs niet van de film The Longest Day, waar hij uiteindelijk (dan toch) bekend van werd? Welnee, integendeel. Weten wij wat zich tijdens een oorlog allemaal afspeelt; wie weet hebben ze op het strand van Basra eerst ook nog wel een aflevering van Baywatch opgenomen voor ze Irak binnenvielen.
Wat dan wel zo schrikbarend was? Het besef dat een nieuw tijdperk begonnen is: dat van mensen die in het nieuws komen omdat ze overlijden terwijl je ze niet kent terwijl je denkt dat je ze zou moeten kennen omdat ze in het nieuws komen omdat ze overlijden – en dat dan allemaal met hoofdletters.
Met de huidige hausse aan BN’ers wordt dat een geweldige industrie. Berry van Aerle, Ruud van Big Brother (of nee: Seki uit De Bus), Beertje van Beers, Herman Heinsbroek, Peter Jan Rens, Rolf X Wouters, Grad Damen, enfin, dan heb ik het alleen nog maar over de hogere echelons van bekendheid – die geven straks dus allemaal een keer de pijp aan Maarten (reeds in het bezit van een doedelzak), en dat komt dan in de krant terecht.
Nog een paar jaar en je kunt er een hele krant mee vullen. Een beetje app-bouwer met visie lanceert dus binnenkort de eerste necrologie-app voor smartphones. Liefst eentje die een einde maakt aan de grote frustraties van de komende generatie: die tergende onzekerheid over de vraag of zo’n semi-bekendheid nou dood is of niet, of een plotselinge confrontatie met de dood van iemand na jarenlange onwetendheid. Met, ere wie ere toekomt, een leuke doedelzak-ringtone bij elke nieuwe melding.
Ophef
Geef toe mensen: het is natuurlijk ook een beetje een mal idee, om uitgerekend op de plek waar een stel moslimfundamentalisten 3000 onschuldige burgers de dood in joegen een moskee uit de grond te gaan stampen. Je zou ook klein kunnen beginnen, denk ik dan: met een theehuis bijvoorbeeld, een Boerka 2 go of een geitenfokkerij desnoods.
Het idee alleen al om een moskee te bouwen bij Ground Zero kun je moeilijk niet als een provocatie zien: iemand moet toch zonder gewetensbezwaren die plek en dat object samengebracht hebben. De vergelijkingen die dan meteen van stal gehaald worden (alsof je een Biergarten bij Auschwitz bouwt) zijn nogal grotesk, maar we weten allemaal nog hoe Saddam Hoessein na jarenlange Amerikaanse dood en verderf in zijn land uitgerekend een Mars zat op te peuzelen in zijn hol onder de grond. Hoe respectloos was dat! En wat te denken van de vele McDonald’s-filialen in Hiroshima?
De voorstanders van de moskee, of beter: de tegenstanders van de tegenstanders, wijzen erop dat een islamitisch centrum op die plek juist ook tot verbroedering kan leiden. Dat zou in een wereld die de onze niet is tot de mogelijkheden behoren, en het zou fijn zijn als we zouden kunnen achterhalen of dat misschien ook de intentie is geweest van het hele plan. Een relevantere kanttekening bij alle ophef is het feit dat het centrum helemaal niet ‘op’ Ground Zero komt, maar 350 meter (!) verderop, en dat er op een halve kilometer al lang en breed een moskee staat. Je kunt je afvragen vanaf welke afstand van de rampplek de moslims dan wel iets voor zichzelf mogen gaan doen (waarop een enkele lolbroek wellicht de omtrek van de aarde zal noemen).
Beide kampen hebben natuurlijk volstrekt gelijk; vriend en vijand vinden elkaar hooguit in het feit dat een nieuwe aanslag op dezelfde plek een stuk minder waarschijnlijk is als om de hoek de geloofsgenoten liggen te bidden. Voor de rest is het tegelijkertijd een krankzinnig idee en zou het aan de andere kant een mooi symbool kunnen zijn van hoe tolerantie in onze beschaafde, door de extremisten zo gehate wereld altijd zegeviert. Daarom is het een volslagen zinloze discussie, en daarom voeren we die in Nederland ook helemaal niet; in Nederland hebben we het er alleen over dat Geert gaat spreken op 11 september.
Groot internationaal nieuws en een Nederlander gaat spreken: normaal gesproken iets wat onze harten met trots zou moeten vervullen. Het is echter Geert die gaat spreken, en dan ontkennen we het liefst dat het een landgenoot betreft. Geert zegt ook vaak dingen onaangekondigd en dan loopt het meestal met een sisser af, maar als Geert van tevoren aankondigt dat hij iets gaat zeggen of doen, gaan we elkaar altijd heerlijk een paar weken lang de stuipen op het lijf jagen. Die billenknijphype was er voor het eerst in de weken vóór Fitna, en kan nu opnieuw de kop opsteken. We weten immers niet wat Geert precies gaat zeggen: misschien wel iets wat onze nationale veiligheid in gevaar brengt! De spanning, de suspense!
Intussen heeft Geert al een paar maanden niets aanstootgevends meer gezegd; wat hij zegt is louter aanstootgevend omdat het uit zijn mond komt – men luistert allang niet meer naar wat hij nou eigenlijk zegt. Zo staat nu al vast dat hij verwerpelijke dingen zal zeggen op 11 september, terwijl het waarschijnlijk – in lijn met de afgelopen maanden – blijft bij een herhaling van zetten op gematigder toon. Geert heeft ook al zijn complete verkiezingsprogramma in de uitverkoop gedaan in ruil voor de belofte dat hij tegen de islam tekeer mag blijven gaan – wat er dus feitelijk op neerkomt dat hij op allerlei onderwerpen gaat meeregeren behalve op zijn geliefde onderwerp, waarmee hij dus accepteert dat hij ook op dit terrein helemaal niets voor elkaar gaat krijgen.
Ik denk stiekem dat Geert tegen een burn-out aanzit, zo koest houdt hij zich de laatste tijd. Laat die man dus lekker een uitje naar New York maken en ongestoord zijn praatje houden voor een groep rancuneuze toehoorders. Maar er is wel iets wat Rutte en Verhagen kunnen doen om de zoveelste paniek-om-niks in de kiem te smoren: Geert uit het nieuws houden door op 11 september met hun ministersploeg op het bordes te staan bij Bea.
Felicitaties
Gefeliciteerd, een stukje voor u, opdat de maand juli niet in het archief ontbreke, hetgeen ongepast zou zijn voor deze jubelmaand, waarin immers heel wat te vieren viel.
Allereerst was daar het Nederlands Elftal, dat door gans het volk – dat wil zeggen: er was plek voor 250.000, boze tongen beweren dat er 1,4 miljoen waren, maar de organisatie houdt het veiligheidshalve op 400.000 – gefeliciteerd met het niet winnen van het wereldkampioenschap voetbal. Geheel in de stijl van de finale en de rest van het toernooi een uitermate sportieve geste van de Nederlanders, aangezien de Spanjaarden het succes economisch veel harder nodig hadden.
De festiviteiten vonden, toevallig of niet, plaats op mijn verjaardag. Daarmee schonk de KNVB mij een bijzonder cadeau: gefeliciteerd met een nephuldiging.
Dat was allemaal half juli, het sportieve zwaartepunt van het jaar, maar toen moest, komkommertijd of niet, het politieke felicitatieseizoen nog goed en wel aanbreken. Geert Wilders nam er een flink voorschot op door Nederland, amper een week na het succesvolle WK, opnieuw te feliciteren, ditmaal met het mislukken van de Paars-plus-onderhandelingen. Hij was niet zomaar blij dat het dreigende onheil was afgewend, nee, hij feliciteerde de mensen er zelfs mee. Gefeliciteerd met een mislukte formatie.
Dat zal Nicolas Sarkozy geïnspireerd hebben. Hoewel de wijze waarop Les Bleus zich in Zuid-Afrika belachelijk hebben gemaakt op zich een felicitatie waard is (hierbij dan) zal de Franse president nachtenlang gepiekerd hebben over de vraag wie hij toch tijdens deze voor Frankrijk zo dramatisch verlopen felicitatiemaand in het zonnetje zou kunnen zetten. In arren moede en met lood in de schoenen bracht hij in godsnaam dan maar Desi Bouterse zijn gelukwensen over. Gefeliciteerd met een neppresident.
Maar de mooiste felicitaties kwamen toch nog uit onverwachte hoek, en opnieuw zijn wij de gelukkigen: de Taliban feliciteren ons namelijk met ons vertrek uit Afghanistan! Driewerf hoera! Meer in het bijzonder loven zij de moed en standvastigheid van de Partij van de Arbeid, u weet wel, die laffe draaikontenpartij met die joodse leider. De baarden volgen ons nieuws nauwgezet: de grotten rond Tora Bora schijnen vol te hangen met meertalige verkiezingsposters, en 20 februari, de dag waarop Balkenende IV viel, is uitgeroepen tot nationale feestdag waarop alle kalashnikovs buiten worden gezet. Op 1 mei wordt voortaan een rommelmarkt georganiseerd. Gefeliciteerd met een mislukte missie.
Daar heeft Wilders even niet van terug, zo’n islamitisch koekje van eigen, christelijk-joods deeg. Het vurige pleidooi van de Taliban voor een hernieuwde regeringsdeelname van de PvdA zal de koningin toch ook niet onberoerd laten – als Lubbers de boel niet vlot kan trekken ligt het dus voor de hand dat Talibanwoordvoerder Qari Yusuf Ahmadii de volgende informateur wordt.
Het belangrijkst van alles: we zijn weer een gevierd land! Ik feliciteer u nu alvast met de aanstaande nieuwe verkiezingen, na de mislukte van 9 juni.
Vryetydsdeformasie
Dit neem nog net enkele dae en dan wandel die skeidsregter, twee vlagmanne en die vierde beampte met die bal naar die middelkolletjie vir die begin van die stryd om die wêreldbeker sokker, as Bafana Bafana in die geveg arena tree teen die Mexican. Twee-en-twintig sokkerspelers het hul sokkerstewels aangetrek en is deur hul afrigter die groen biljartlap opgestuur. Terwyl hulle hul opwarming doe, praat die sokkerontleders, soos Youri Mulder, die uitstuurtyd vol tot die eerste snerpende fluitsein.
Dit sal weer ‘n spannende sake word: watter land triomfeer op 11 Julie? Sal dit wees die Argentyne, met Messi as baas-puntemaker danksy sy kronkellopies? Is dit tog weer die Duitsers wat altyd wen in beseringstyd? Of het die Italianers weer besonder baie profyt van hul onkantlokval?
Miskien het ook ons jongmanne van Oranje ‘n kans, ondanks die kwessuur van Robben. As die spangees goed is, kan ouens soos Wesley Snyer, Rafael van die Vaart, Demy de Seeu en Robin van Persië hulle self ontwikkel as die openbaring van die toernooi. En, wie sal dit sê, moontlik selfs Ruud van Nistelrooi as impakspeler. Skryf Nederland nie te vinnig af nie; laat die leeu nie in sy frokkie nie staan!
Dit is intussen gebruiklik dat ondergetekende ‘n spesiale kompetisie organiseer tydens die wêreldkampioenskap, en hierdie jaar is geen uitsondering nie. Teendeel: sirca honderd afrigter pynig hierdie week hul brein oor hul sokkerspan wat moet bestaan uit sestien spelers uit sestien verskillende lande. In ander woorde: Sokkerploegbaas 2010 is nou al ‘n baie groot sukses, en dit kan nog beter word as jy soos die weerlig na www.sokkerploegbaas.nl gaan.
Ongelukkig het die organisering van Sokkerploegbaas wel ‘n paar nadele. Op my werk is ek amper nie meer in staat nie om ‘n e-pos te stuur waarin ek ‘n woord soos ‘hy’ met ‘n lang y skryf. Ek skaar dit onder die noemer ‘vryetydsdeformasie’ maar in die tussentyd het ek wel vrees vir my maandelikse inkomste.
Egter, elkeen afsonderlik nadeel het ook sy voordeel: jy kan straks ‘n maand lank sonder straf hy word sonder t skryf.
Straatmuzikant
Het lijkt nu al dé zomertrend van 2010: te weinig afrekenen of te veel terugbetalen. Binnen één week tijd heb ik nu al twee glazen wijn en vervolgens zelfs een hele fles in de schoot geworpen gekregen. Ik ben dan zo’n brave borst die dergelijke meevallertjes meldt en alsnog versmaadt, teneinde de bediening niet met een kasverschil op te zadelen. Een AH-caissière wilde dit goede gedrag belonen door 40 euro wisselgeld te veel terug te geven, maar ook dat werd beleefd geweigerd.
Ik ben namelijk van onbesproken gedrag. Ik laad mijn boodschappenkarretje vol met allerlei onzinproducten om de economie weer op gang te brengen. Als minder loyale types achter mij staan met slechts één boodschapje, bij voorkeur een prei, dan mogen ze van mij eerder afrekenen. Ik zal nooit iets stelen. Ik heb nog nooit een politiecel van binnen gezien. Ik heb nog nooit iemand geslagen, of misschien kan ik beter zeggen dat ik nog nooit heb toegegeven aan de zeer regelmatig optredende verleiding om iemand flink op zijn muil te timmeren. Ik heb nog nooit mijn stem niet uitgebracht als er verkiezingen waren. En tegenover dit alles (en nog veel meer) staat slechts de zonde dat ik niet opsta voor bejaarden in het openbaar vervoer.
Kortom, ik ben het toonbeeld van goed burgerschap en de vleesgeworden vredelievendheid.
Maar.
Die toeteraar die mij iedere werkdag terroriseert met zijn tenenkrommende getrompetter, met zijn repertoire bestaande uit niet meer dan zegge en schrijve één af-schu-we-lijk riedeltje, iedere keer maar weer en de hele dag door datzelfde ten hemel schreiende deuntje dat werkelijk het bloed onder mijn nagels vandaan haalt maar waar je als straatmuzikant, of wat ervoor door moet gaan, toch ook knettergek van moet worden als je het de godganse dag door die toeter heen moet blazen, ik bedoel, krijgt zo iemand nou nooit een burn-out vanwege te eenzijdig werk, moet hij niet van zijn baas werken aan zijn persoonlijke ontwikkeling, en hoe kan het eigenlijk dat hij nog zo’n doorvoed lijf heeft dat hij zo hard kan blijven toeteren – van de beloning voor zijn kunsten kan het onmogelijk zijn – nou, die toeteraar dus, die moet dus echt, nou ja, hij hoeft niet per se meteen dood, hoewel het aan duidelijkheid weinig te wensen over zou laten, maar hij moet dus wel verdwijnen uit mijn leven: hij moet weg, weg uit mijn vizier en al helemaal weg uit mijn gehoor, dus als er een partij is die een torenhoge belasting dan wel een ballotagecommissie voor straatmuzikanten wil invoeren, dan is die verzekerd van mijn stem op 9 juni.
Hart en nieren
Om zijn pleidooi voor meer democratie binnen de PVV kracht bij te zetten, benadrukte Hero Brinkman de afgelopen week nog maar een paar keer dat hij niet zomaar een democraat is, maar een democraat in hart en nieren. En hij niet alleen: volgens Brinkman is de democratie bij zijn grote leider Geert Wilders zelfs voelbaar tot in zijn kleine teen. Ik weet niet bij welke erotisch getinte partijbijeenkomst Hero tot dit inzicht is gekomen – al sabbelend aan Geerts kleine teen, ook wel liefkozend Winston genoemd – maar ergens wringt het toch wel dat uitgerekend bij de partij met de grootste democratiefetisjisten een absolute dictatuur heerst.
Is het zoals de loodgieter bij wie de kraan altijd lekt? Zoals de mensen van Trots die zich doodergeren aan Nederland? Of valt het wel mee met die kleine teen?
Democratie is voor mij niet veel meer dan een onregelmatige gang naar een troosteloos schoolgebouw waar ik als een schooljongen een vakje mag inkleuren in ruil voor de vage belofte dat dit enige invloed heeft op het bestuur van het land. Bij de PVV bevroed ik geen diepere filosofische beschouwingen omtrent dit principe, maar dat doet wel de vraag rijzen hoe je dan democraat in hart en nieren kunt zijn. In welk opzicht draagt een PVV’er de democratie een warmer hart toe dan, laten we zeggen, een D66′er? Blijft hij de hele dag op zo’n stembureau hangen? Hanteert hij het potlood zo fanatiek dat de punt breekt of het stembiljet scheurt?
Als ik dan toch mee moet gaan in de beeldspraak van Brinkman, dan zou ik mezelf een democraat in mijn rechterhand noemen: die gebruik ik immers om mijn stempas af te geven, mijn identiteitskaart te tonen, het juiste rondje rood te maken en het biljet in de melkbus of kliko te deponeren. In mijn hart, nieren en kleine teen ben ik een uitgesproken aristocraat, omdat ik vind dat de burger, mijzelf inbegrepen, zijn grote muil moet houden over allerlei zaken waar hij veel te weinig van afweet. In mijn hoofd ben ik dan uiteindelijk toch maar weer een democraat, omdat er helaas geen zinvol alternatief bestaat.
Democraat in hart en nieren zul je dan wel zijn als je te pas en te onpas de wil van het volk wilt toepassen. En zo kom je dan toch uit bij de populisten, die niet prediken wat goed is voor het volk, maar prediken wat het volk wil horen. Dat verklaart ook direct hun afschuw van politici, want in hun optiek behoren dat niet meer te zijn dan marionetten van het volk die, als ze hun taak een beetje serieus opvatten, met alle winden meewaaien.
Het ironische van al die democratieknuffelaars is dat ze steevast een hooguit verlichte despoot aan het roer hebben staan, als het geen nietsontziende tiran is. Het is allemaal leuk en aardig, dat democratische gedoe, maar als je er zelf aan mee moet gaan doen is het de nagel aan je doodskist. Als ik Wilders was, zou ik voor het te laat is die Brinkman linea recta de fractie uit mieteren en de overige leden ondubbelzinnig een oude Tina Turner-wijsheid inpeperen: We don’t need another Hero.
Jack
Jack de Vries – ik vind hem altijd nog het meest weg hebben van een stripfiguur. Als ik in de supermarkt dan weer een bonkie, een smurf of waarschijnlijk binnenkort weer zo’n kutwuppie opgedrongen krijg, dan beeld ik me wel eens in hoe mooi de wereld zou zijn als je bij het winkelen kans zou maken op een poppetje van Jack de Vries. Dat zo’n naïef caissièretje zonder stemrecht je dan vraagt ‘Spaart u ook spindoctors?’, en je vervolgens thuis vol spanning de verpakking losrukt om erachter te komen dat je toch weer een Kaj van der Linde hebt gescoord – waar je er natuurlijk al twintig van had.
Had Wouter Bos nog een lekker kontje, Jack de Vries heeft een stel oren en een eeuwige lach op zijn gezicht gebeiteld. Het lijken mij niet bepaald de ideale ingrediënten voor een woest aantrekkelijke man, maar ja, weet ik veel: Jack heeft intussen wel mooi een verhouding met een van zijn medewerksters, en dan bedoelen ze in Den Haag kennelijk niet alleen een hiërarchische.
Een buitenechtelijke relatie, anders dan een werkrelatie: het komt in de beste gezinnen voor, maar voor een stripheld van het kaliber Jack de Vries moet het een enorm spannend avontuur zijn, dat behalve het obligate afgrijzen nog bijna afgunst afdwingt ook. Helaas voor Jack zelf heeft hij echter een werkgever die daar heel anders over denkt, en hem linea recta naar de uiterste hoeksteen van de samenleving verbant.
Jack zou er zelf wel raad mee weten. Jack weet als spindoctor immers als geen ander hoe het er in Amerika aan toegaat: het boegbeeld van het ideale gezin zou daar geen brave borst zijn, maar juist iemand die geworsteld heeft met de grootst denkbare uitdagingen – ranzige hoeren, boze feeksen, vrouwen die meer verdienen, noem alle ellende maar op – en die dan na alle beproevingen en verleidingen te hebben weerstaan herrijst als de hondstrouwe hoeder van het gezin.
Niet zo’n loser die op zijn veertiende zijn vrouw ontmoet en daar vroom tot zijn tachtigste mee getrouwd blijft.
Moeiteloos zou Jack het beeld van de ordinaire zetels kostende overspelige op deze wijze om weten te buigen in dat van de ideale stemmentrekker, als het maar om iemand anders was gegaan en hij aan het grote spinnenwiel had mogen draaien. Maar Jack mag dus niet meer spinnen omdat het niet om iemand anders gaat. Met andere woorden: Jack is mooi de sjaak.

donderdag 19 augustus 2010, 22:05 uur 



